Kromstomen

blogtek kromstomen

.

Ik sta in de kleine pipowagen, die ik van de beheerder voor opslag mag gebruiken. Dikke rollen schapenwol moet ik opzij sjorren om te vinden wat ik zoek. De rijke oogst van gisteren. De hele dag zijn we druk geweest om essenhouten stokken te buigen in een PVC pijp. Die ligt nu in elkaar gezakt terzijde, de hete stoom maakte hem zo zacht als belegen kaas. Maar het is gelukt. Een dikke rij blanke bogen staan keurig naast elkaar. Het ziet er redelijk uniform uit, zoals ze opgespannen staan, tegen de zijwanden van de smalle wagen. Er zijn wel kleine verschillen in vorm te zien. Hout heeft een eigen wil. Maar ik ben toch best trots op ons werk. En vandaag ga ik alleen weer verder. Het is nog niet klaar.
Alles wat we gisteren hebben gebruikt heb ik weer uitgepakt en aangesleept. Ik leg de wollen dekens en vachten weer om de pijp voor isolatie. Ik zet de behangstomer aan en vul hem met de gieter. Dan pak ik vier van de stokken, om ze klaar te stomen in de vochtige hitte.

Een stem doorbreekt de stilte. “Boris, Boris!” hoor ik luid roepen. Het volgende ogenblik zie ik een man op een fiets. “Zoekt u iets?”
“Ja, ik ben mijn hond kwijt. Ze zeiden dat hij de camping was opgehold.”
“Ik heb geen hond gezien.”
“Bent u die vrouw die op TV Brabant te zien was? Bent u die pipowagen aan het bouwen?”
“Ja dat klopt. Ik ben eerst alle onderdelen aan het maken. Er is al veel af, al kun je daar nog niks van zien.” Hij kijkt naar mijn nieuwe wagen, half verborgen onder een bouwzeil wacht hij geduldig op voltooiing.
“Dus dit jaar kunt u er nog niet mee op vakantie.”
“Ik bouw niet om op vakantie te gaan, het wordt mijn huis. Ik wil graag zo klein mogelijk wonen en kunnen gaan waar ik wil. Ik zou graag overal kunnen werken met mijn eigen huis bij me. Maar zover ben ik nog niet.”
“O…” zegt de man wat vaag. Hij kijkt naar de vier stokken, die klaar liggen voor de pijp. “Wat is dat?”
“Ik ben essenhouten stokken aan het buigen met stoom. Onder de dekens, daar gebeurt het allemaal, met deze behangstomer.” Ik geef er een klopje op.
“Goh, wat leuk. Ik werk ook met hout zie je.” Hij kijkt onrustig om zich heen. “Ik ga toch verder mijn hond zoeken. Ik ben een beetje ongerust.”
“Kan ik me voorstellen. Succes!”
“Dag!”
“Dag..”

Ik ga verder met mijn werk. Ik haal het dampende hout uit de pijp en dwing het snel in zijn vorm. Maar het lukt niet vandaag. Dit is een andere boog dan die van gisteren. De onderste spanten zijn veel korter in de bocht. Het hout barst. Ik probeer verschillende dingen uit maar alle vier stokken mislukken. Dan geef ik toe. Wat ik wil, kan niet. Niet met deze middelen. Ik kijk naar de gebarsten stok in mijn hand en ga in gedachten af wat de alternatieven zijn. Toch ben ik nauwelijks teleurgesteld. De eerste helft is toch maar mooi gelukt. En voor de rest vind ik een oplossing. Zo is het.

.

De hoogte in

Woonwagen dakboog monteren

.

We gaan het doen vandaag. We bouwen definitief de hoogte in. De ene bui na de andere valt uit de lucht, maar toch proberen we het klaar te krijgen. Dick is er nog om te helpen en straks is zijn vakantie voorbij. We zetten de eerste van de dakbogen er op, hij is van plaatmateriaal. Je kan heb straks goed zien, precies in het midden van de woonwagen. Als een sierlijke boog omsluit hij het bed. Er komen gordijnen aan, net als een hemelbed. Dus heb ik hem mooi versierd.
Hij moet móói worden. Maar niet alleen daarom speelt hij een hoofdrol. Zonder dit onderdeel kunnen we niet verder bouwen.  Omdat dit het eerste is wat de hoogte in gaat, en ook nog in het midden, is het bepalend voor al het andere.
Ik meet alles wel twintig keer na. Met de rolmaat, met de winkelhaak. Het is een hele grote winkelhaak, ik maakte hem zelf, al maanden geleden, toen ik popelde om te beginnen en er nog niks was. Ik ben blij dat ik hem nu zo goed kan gebruiken. Dick geeft dingen aan en houdt alles stevig vast tot het echt helemaal goed is. Ik heb de schroeven er al een klein stukje ingezet, ik hoef ze alleen nog maar aan te draaien. Met de accuboor in de hand, kijk ik naar de lucht. Een loodgrijze wolk begrenst het zonnige blauw en nadert snel. Zouden we op tijd klaar zijn? Nog drie schroeven, dan kunnen we het bouwzeil erover gooien. De accuboor doet zijn werk. De boog en de paal trekken samen als uit één stuk en de lijm kruipt eronderuit zoals het hoort. Nu gauw onder zeil! Dick duwt het zeil omhoog en ik sta in de wagen om het transparante zeil over het hoogste punt te trekken. Ik stap uit de wagen om het helemaal tot de grond te trekken. Precies als het klaar is barst het los. Met bakken valt het naar beneden. Razendsnel  duik ik erin. Dick volgt. We maken het ons gemakkelijk. Naast elkaar leunen we tegen de opstaande wand en luisteren naar het keiharde gekletter boven ons hoofd. Als trotse kinderen in hun allereerste hut.

.

dakconstruktie plaatboog

.

Hieronder zie je de andere twee bogen van plaatmateriaal. Deze twee komen aan de voor- en achtergevel. Hier proberen we of ze in de noklatten passen. Fijn, het zit als een huis. De bovenkant van de bogen is de vorm van het dak. Het is een dik dak, want er zit twee centimeter ventilatieruimte onder en acht centimeter Doschawol.

.woonwagen dakbogen passen 005

Als ik straks op pad ga…

Ik werk gestaag, de tijd is mijn
en mocht ik na lang voorbereiden
de grens van ’t land ooit overschrijden
dan zal het leven anders zijn

Wie ben je en wat doe je
dat is en blijft de eerste vraag
ik oefen, ja ik oefen graag
gewoon maar met een dansje

I am Alowieke.

Zaad uit Roemenië komt op

blogtek bloemenweelde R2 002

.

Ineens is het er. Kruiptijm groeit in hoekjes waarvan ik allang vergeten was dat ik het er ooit gezaaid had. Gestaag kruipt het verder, zich niks aantrekkend van de lange droogtes. Ik sta ernaast in het gras. Ik kijk ernaar en zie voor me hoe het hier kan worden. Met genoeg geduld vormt de geurige paarsbloeiende kruiper een strook, aan de rand van de perken, sterk genoeg om af en toe belopen te worden. Ik verwacht niet dat ik dat ooit te zien krijg. Dan ben ik hier allang weg…
Ik loop verder langs de kronkelmuur, die midden in het veld is opgemetseld. Vroeger stonden er alleen brandnetels. Nu hangen grote Blaassilenes weelderig tussen de andere planten. Verder op zie ik de geel bloeiende stalkaarsen, soms wel twee meter hoog. Allemaal zaad uit Roemenië, twee jaar geleden meegenomen en ingezaaid. Vorig jaar kwam er niks op, maar ik heb er wel veel van weggegeven. Want ik had zo véél ervan! En nu komt het wèl de grond uit.
Het paarse slangenkruid staat al lange tijd in bloei. Met zijn slingerende borstelige stengels beschermt hij de andere planten tegen konijnenvraat en kippen. Tussen de frambozen staan ook paarse bloemen, maar daarvan ken de naam niet. Verderop licht een wondermooi wit knopje op, tegen het groen. Het is een hoge plant en heel fijn opgebouwd. Ze staat vlak bij het duizendblad, met zijn brede witte bloemschermen. Het duizendblad heeft grote hoge bossen gevormd, groter dan ik ooit in Nederland gezien heb.
Ik ben tevreden. Ik hoop dat het zaad zich verspreid, op zoveel mogelijk manieren. Ik hoop dat het overal elders net zo mooi op komt als bij mij.

.

.

.Bloemen uit Roemenië (1)Bloemen uit Roemenië (2)

.Bloemenro resultaten ontginner (2)Bloemenro resultaten ontginner (3)

.Bloemen uit Roemenië (5)Bloemenro resultaten ontginner (4)

 

.

 

 

Mijn compositiestukken

dakconstructie woonwagen 2

.

“Het is droog! Kom, we gaan plakken!” Dick zet zijn mok op tafel en volgt me, naar de bouwplaats, die achter mijn woonwagen ligt. Over het natte gras lopen we langs de nieuwe wagen, nu bedekt met doorzichtig zeil. Het zeil is wat ingezakt, er liggen plassen op. De vloer van de wagen ligt er al in, glanzend in de lak. Ik buig me voorover om de lange lat er onder vandaan te trekken, die ik de “lengtelat” heb genoemd. Er zijn al een heel aantal uitgezaagde stukjes op bevestigd, heel ritmisch, van diverse vormen. Als je het zo ziet lijkt het wel het binnenwerk van een enorme piano. Compositiestukken heb ik ze genoemd, omdat ze uit diverse onderdelen bestaan. Ze zullen de wand met de essenhouten dakbogen verbinden.

20-7-15 BLoemenro Wagenbouw 051

Het is een heel precies karweitje. Juist omdat alles er samenkomt moet het op de millimeter kloppen, anders past het niet.
Dick helpt me om de lange lat op de werkbank te leggen. De ene kant ligt op het platgelegde tuinhekje, dat ik als werkblad gebruik, de andere kant op de melkbus. Op de melkbus liggen twee grote stenen om het hoogteverschil te overbruggen.
Terwijl Dick de lat vastzet met twee lijmklemmen, loop ik naar de groene bouwkeet, die onder de lindeboom staat. De deur klemt een beetje. Maar dat is alleen als het zo vochtig is, als vandaag. Ik loop langs de cirkelzaag naar de achterwand van de kleine keet. Ik bewonder de grote verzameling essenhouten stokken, die keurig klaarliggen op de bovenste plank. Die zijn voor de dakbogen. Eronder liggen de spanten, die vorm zullen geven aan de wand van de wagen. Straks, als alles klaar is, zullen we het in een paar dagen tijd allemaal in elkaar zetten. Wat een gebeurtenis zal dat zijn!
Op de onderste plank staat een zwart veilingkistje. Dat moet ik hebben. Erin zitten verschillende onderdelen, die ik in de afgelopen tijd keurig heb uitgezaagd. Het is allemaal voor de compositiestukken, die we op de klaargelegde lengtelat gaan plakken, met superlijm.
Vandaag gaan we verder met monteren, met zijn tweeën. Fijn dat Dick er nu bij is, het werkt een stuk makkelijker en het is veel gezelliger. Dick kijkt me aan.
“Of zullen we eerst een filmpje maken, voor je verhaaltje?” vraagt hij. Dick houdt van filmpjes maken.
“Laten we dat doen,” knik ik instemmend.” Er is nog maar één bouwfilmpje, het is de hoogste tijd voor een vervolg.”
Het lukt allemaal net. Als het filmpje klaar is begint het weer te regenen. Gauw ruimen we alles op en duiken weer de wagen in. Elke dag loopt anders dan ik dacht.

.

.

.

dakconstruktie woonwagen

.

20-7-15 BLoemenro Wagenbouw 049

.Klik op het plaatje voor groot formaat

Aan de overkant

.

.

EEN EEUWENOUD DILEMMA

eeuwenoud liefdesverhaal

.

.

Zo even was hun omarming nog innig. Een man en een vrouw staan stil naast elkaar. Zij is klein, taai en lenig, haar lange dikke vlecht glanst als rood goud in de zon. Zijn brede schouders hangen werkeloos neer onder zwart-grijs haar. Als bevroren staan ze te staren naar de kloof voor hun voeten, waar alle speelsheid van zojuist in verdwenen lijkt te zijn. Aan de andere kant zijn heuvels vol kamille, duizendblad, korenbloem, klaprozen en nog veel meer. Een groepje lindebomen geurt weldadig. Kleine rotspartijen en bosjes strekken zich uit als een vlekkendeken. Er doorheen zijn diverse kronkelwegen te onderscheiden. Het kruidige weiland lokt en geurt. Er graast een wit gevlekt paard en een ezel. De schimmel loopt omlaag naar een meertje, omringd door riet, elzen en wilgen. Ze kijkt naar de soepele tred en ziet hoe het dier zich vooroverbuigt om te drinken. Ze kijkt vragend naar haar lief, die nog steeds naast haar staat. Hun omhelzing zindert nog na, als een stroom van het klaarste water. Het geeft haar kracht. Ze kàn het, weet ze. Juìst nu!
“Nee,” antwoordt hij haar vragende blik, “ik spring niet. Jij bent jong en vol energie, ik ben oud.” Ze kijkt hem ontsteld aan. “Jij oud? Dat dènk je maar. Was het niet heerlijk, te ravotten in de rivier en klommen we niet in de hoogste bomen?”
“Nee. Ik doe het niet. Veel te groot, dat land aan de overkant. En wat heb ik daar? Hier heb ik een huis en een vijver met vissen erin. En mijn hondje. Ik kan het niet.”
“Dan spring ik alleen,” zegt ze. Ze neemt een aanloop en maakt een sprong als een reuzenpanter. Tegelijkertijd gebeurt er iets merkwaardigs. Terwijl ze door de lucht vliegt, verdwijnt het ravijn. Maar zodra haar voeten de grond raken is het er weer. Ze staat aan de overkant van een gapende spleet.
“Zag je het?!” roept ze hoopvol, “Jij kan het òòk!”
“Nee,” zegt hij “Ik denk niet dat ik dat ook kan.”
“Ik ga nu verder,” de woorden komen met moeite uit haar mond. “Lief, kom mee! Dan kunnen we samen jong zijn in dit prachtige land.”
“Ik kan het niet. Jij bent een optimist en je kan bergen verzetten. Ik niet. Ik geloof er niet in.”
Ze draait zich resoluut om en loopt verder. Duizend kleuren groen breken in het licht van haar tranen. Nog een paar maal kijkt ze achter zich, strekt haar armen zo breed uit, alsof ze de hemel wil omvatten. De hemel boven haar hoofd is het enige wat ze nog met hem deelt. Zijn profiel verdwijnt langzaam in de verte. Hij kan nog steeds springen, denkt ze. Maar toch blijft ze niet staan. Het kronkelpad voor haar voeten lokt, het lijkt een eigen leven te leiden. En veel dieren lijken haar als nieuwkomer te willen zien, de roodborst, het paard en de ezel. Vanuit de struiken kijken er nog meer toe, die wel nieuwsgierig, maar minder dapper zijn. Om haar hoofd zoemt een dikke hommel. Dan hoort ze voetstappen. Over het pad loopt een man, hij komt rustig haar kant op. In zijn hand heeft hij een dienblad, met geurend brood en een rode theepot er op. “Welkom!” roept hij stralend. Ze lacht terug.

Hommelles

4 juli 2015 015

Bij de ingang naar de douches van de minicamping. Daar zat het. Een flink hommelnest, lekker droog en warm in de steenwol. Ze vonden hun weg door een kier in het houten kastje, dat om de waterleiding heen was gebouwd. Het leek ons geen goed idee, een hommelnest op een publieke plek. Hoewel ze niks doen en niet gevaarlijk zijn, leek het  toch beter ze naar elders te verhuizen.

Ik wist niet hoe dat zou gaan. Even later ligt het nest ligt in stukken uit elkaar. Met de hooivork heeft Ton, de beheerder, de steenwol weggeplukt dat om de waterleiding heen zat. Hij was bang om aangevallen te worden en vernielde het nest op veilige afstand. Het ligt in dikke vlokken overal en ergens en tientallen hommels vliegen opgewonden in het rond. Op de grond ligt een kleverige klont gemaakt van ronde bolletjes. Zijn dat de raten? Gefascineerd kijk ik ernaar. Verdrietig ook. Het voelt als heiligschennis. Dat kan ik niet zo laten luggen. Ik richt me tot Ton. “Ik maak het wel af. Ik stop alles in een stalen mand. Kunnen ze daar hun nieuwe nest maken.”
“Dan zou ik wèl iets anders aan doen!” lacht Ton. Ik kijk naar mijn blote armen die uit mijn lange zomerhemd steken. “Misschien niet nodig, maar ik doe het toch maar,” antwoord ik. Ik heb nog nooit een hommelnest verhuisd.

Ik trek een dikke trui aan, een broek en klompen. Over mijn hoofd doe ik een dunne zijden doek, die ik op zijn plek houd met een strooien hoed. Roze is de zijde en ik kan er zo doorheen kijken. Nu lijkt het net een imkerpak. Met dikke gevoerde handschoenen aan kan mij niets gebeuren. Ik loop terug naar de puinhopen van het nest. Er kruipen en vliegen veel hommels rond, kleintjes en grotere. De kleintjes kunnen mannetjes zijn en de grotere de werksters. In de hoek ligt een hele grote dode hommel. Eén van de koninginnen? Zou ze al lang dood zijn?  Ik kan nu alles zien, zo bijzonder!
Ik heb de mand klaargezet, pal naast het kapotte nest. Voorzichtig pak ik een dik stuk isolatie en leg het er in. Ik herhaal het, tot de bodem vol is. Dan leg ik de raten er in, precies in het midden. Ik maak de mand helemaal vol, tot de rand. De Hommels worden drukker en een een stuk of drie zoemen keihard bij mijn oor. Toch een beetje eng. Maar ze doen geen enkele poging om me te steken. Ik wist wel dat hommels doodgoeie beestjes waren en toch verrast het me. Nu hun nieuwe huis klaar is laat ik ze toch eerst maar even met rust.

.

2 juli hommels 007

.

Een uur later keer ik terug. Gewoon in mijn hemd. Ik kijk naar de plek waar het oude nest zat. Het gele isolatie is nog niet allemaal weg. Sommige hommels sjouwen zinloos rond met plukken steenwol, anderen kruipen weg in de laatste restjes. Ik moet echt alles weghalen, des te eerder is deze zielige verwarring voorbij. Met blote handen en slechts in mijn hemd, haal ik stukje bij beetje alles er uit. De hommels zijn niet meer in me geïnteresseerd. De allerkleinsten lopen hulpeloos rond. Zijn dat mannetjes? Als ik mijn vinger voor ze neerleg kruipen ze er op alsof het een reddingsboei is. Eén voor één breng ik ze naar het kersverse hol van hun nieuwe huis in de mand van dik ijzerdraad. De slimste en ijverigste werksters hebben alweer een gang gemaakt. Daar stop ik de kleinere stumpers in en ze kruipen meteen naar binnen.
Ik maak de oude nestplek zo goed als leeg. Uiteindelijk is er nog één hommel die het maar niet begrijpt en druk blijft zoeken. Hij wil ook niet op mijn vinger. Ik laat hem maar. Vroeg of laat komt er vast wel een nestgenoot, die hij kan volgen.

.

hommelnesttafel

.

Al snel zijn alle hommels vertrouwd met het nieuwe nest. Het is iets moois geworden. Ik heb een tafel voor ze gemaakt, als dakje. Een tafel vol hommelteksten en tekeningen. Een heel educatieproject. Nu schuiven we het hommelhuis elke dag een meter op. Over een week of twee staat het tegen de muur van de schuur, vlak bij de fruitbomen. Een mooie plek om verder te hommelen.

.

PS Ik heb de pagina “Over mij” veranderd. Voor een breder beeld van mijn levensproces, Klik hier en lees.

.

.

.

Hommel les

.

.

…..

Vrijkaartje voor de Aarde

Vrijkaartje Aarde

.

Het is half acht. Na een warme dag begint het af te koelen. Een lichte bries waait mijn wagen in. Ik zit op de bank en luister.  Mijn favoriete radioprogramma heet “Passaggio” op radio4. Het is al een tijdje bezig. De laatste tonen sterven weg, van een rustig, melancholiek stuk. Verder is het enige geluid dat van twee vinken, buiten. Ze zingen hun riedel, als een vraag en antwoordspel. Twee vliegen zigzaggen om me heen om dan zoemend te gaan seksen op het blote vel van mijn knie. Ik wuif ze weg en schuif de dunne katoen van mijn rok erover. Dan hoor ik Lex Bohlmeijer, de presentator. Hij zegt dat hij vrijkaartjes heeft. Een muzikale voorstelling is het, notabene op Fort Rijnauwen! Ik ken het. Het ligt aan dezelfde rivier als waar ik vroeger woonde.
Het stuk speelt zich af in de weelderige natuur rond het fort, vertelt hij. Het gaat over het einde van de wereld. “Wie wil er vrijkaartjes winnen?” vraagt Lex. Dan moeten we vandaag of morgen een kort verhaal opsturen. “Hoe kunnen we de aarde redden?” Dat is het thema. Morgen is de uitslag. Ik aarzel geen moment en klim in de pen. Drie kwartier later heb ik geen verhaal. Wel een gedicht.

Hoe redden we de aarde. (Sterk bewerkte versie)

.
Op de dag dat alles dor was
liep op straat een liefdespaar
omarmden levenloze stad
en gingen voort, al zingend
langs het uitgestorven pad

Bomen, heuvels, dode dorpen
elke plek een eigen vers
ze  liefden elkaar met het lied
en waar ze kwamen trilde het
ging doffe starheid snel teniet

Ze zagen alles wat ze zagen
dansend langs hun wonderpad
een kind een boom een land een naam
zelfs stenen werden langzaam levend en
de oude man voor ’t raam

Aarzelend kijkt hij nu op
verrassing in zijn blauwe blik
die kinderlijk hun canon echoot
alles kan en wil weer zingen
Op deze dag gaat niemand dood

.

De volgende dag luister ik in gespannen afwachting naar de radio. Lex wacht even met het laten horen van de uitkomst. Na een kwartier komt het. De vrijkaartjes gaan naar Marijke. Zij schreef: “Mijn kleindochter heeft al gezegd dat als ik win, zij met me meegaat. Is dat niet het redden van de aarde?” Lex ziet het graag. Grootmoeder met kleindochter samen op pad. Ik eigenlijk ook wel. Maar ik heb níet gewonnen. Jammer. Het was een leuk idee. Maar vrijkaartjes kreeg ik toch. Een kaartje voor de Aarde en eentje voor een bezoek aan de Tuinen der Fantasie. Zo kom je nog eens ergens…

Klik hier voor het beluisteren van het radiopramma op NPO4

.

Inspiratiebronnen.

Het gedicht is onder andere geïnspireerd door “De Droomtijd”, een mythe over het begin van het leven op aarde. Dit is waar de Australische Aborigionals in geloofden en leefden, lang voordat de westerse mens een voet aan land deed.  Ik las er over toen ik twintig was, nu dertig jaar geleden. Het boek dat zoveel indruk op me maakte heet “Gezongen Aarde”, geschreven door reisschrijver Bruce Chatwin.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bruce_Chatwin

Ook heb ik gedacht aan het oneindige verhaal van Michaël Ende. De kracht van de fantasie werkt door al zijn boeken heen, en hoe belangrijk dat is voor een leefbare wereld.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Het_oneindige_verhaal

.
En dan is er Paul Biegel met  “De tuinen van Dorr.” Een sprookjesachtige vertelling over een hartelief en een stenen stad. Ik heb het vast al vijftien keer gelezen. Biegel hield van twee van zijn boeken het meest. Dit is er één van. Dat begrijp ik goed. Heerlijke taal, heerlijk verhaal.

De foto van het aboriginalkunstwerk heb ik gehaald van deze site: http://www.guidodevliegher.be

Rammelend bestek en een dakgootgesprek

22 juni 2015 008

“Heee houden jullie een werkbespreking? Leuk!!” Henk hobbelt op zijn fietsje langs ons heen, een blauw bakje met rammelende kopjes en bestek op zijn bagagedrager gebonden. Hij was op weg naar zijn caravan. Maar nu verandert hij van richting, zet zijn fiets op de standaard en komt op ons af. Wij staan naast de nieuwe goudgele wagen met het werkboek in de hand. “Kijk, we zijn bezig met de bouwtekening van de goot.” “Ja, leuk hè, lacht Dick. Nu is ze al een jaar bezig met ontwerpen en nog steeds zijn er dingen waar over nagedacht moet worden,” glundert hij.
“Laat eens zien,” zegt Henk en kijkt naar de tekening. Henk is loodgieter en psycholoog. Hij is een ervaren trabbelsjoeter. Ik laat hem de spanten zien, die op de houten vloer klaar liggen. Ze zullen de huid van de wagen vorm en stevigheid te geven. Ernaast wacht een stapeltje verbindingsstukken, die moeten de overgang maken naar de dakbogen. Sommigen zijn  af, anderen nog niet. De decoupeerzaag ligt ernaast, tussen wat fijn houtpoeder van het zagen. Voor ik ga monteren wil ik alle onderdelen zoveel mogelijk af hebben. Het wordt een hele verzameling puzzelstukjes. Alles is uitgetekend op schaal en minstens tien keer nagekeken op juistheid.

.

22 juni 2015 009

Dit is de uiteindelijke tekening op schaal. Ik kan alle onderdelen rechtstreeks overtrekken en uitzagen. De vormgeving van de glooiende lijnen kan nog iets veranderen.

.

Henk tuurt naar mijn tekening met de goot en de stootlat. Die is nodig om het breedste punt te beschermen tegen botsen.”Wat is dat voor blokje, dat je onder de stootlat hebt getekend?” vraagt Henk aan mij. “Rubberen afhouders, gemaakt van auto- of trekkerband.”
“Goed plan, rubberen blokjes er onder. Zo heb je meer ruimte voor de goot. En autoband is vrijwel onverslijtbaar en is overal te vinden. Maar hoe is de afwatering van het dak?”  “Dat weten we nog niet. Heb jij een idee? Afwatering is toch je vak?” We wachten nieuwsgierig af wat hij gaat zeggen. “Wacht, zegt hij, “Ik breng eerst even de afwas naar huis. Hij stapt op zijn fiets en rijdt rammelend verder. Even later komt hij opgewekt terug lopen. Wij stoppen ons gesprek tot hij bij ons is en kijken hem nieuwsgierig aan. “Ik heb een idee”, begint hij. “Als je het dakrubber nou dóór laat lopen in de goot, het erom heen vouwt en vastplakt met EPDM lijm, dan heb je een hele goeie goot en geen lekkage. De ondersteuning van de goot kan je zò maken dat de stootlat er tegen aan kan geschroefd.” Henk laat een eenvoudig tekeningetje zien.
“Ja,” zeg ik bedachtzaam en kijk Dick even aan. “Dit is de beste oplossing.” Henk neemt het compliment bescheiden in ontvangst. “Jullie plan vond ik óók erg goed hoor! .. Maar nu ga ik ga weer verder,” zegt hij dan. “Wij ook,” antwoord ik.
“Dag Henk!”
“Dag Alowieke, dag Dick!”

.

Ik probeer geen enkele afgesloten ruimte te maken. Ik wil dat alles blijft ademen, vooral onder de vloer kan het soms vochtig zijn. Daar is het extra belangrijk.

.

Ventilatiegaten onder de vloer.
Ventilatiegaten onder de vloer.
Resthout na het gaten zagen
Resthout na het gaten zagen
Ventilatiegaten gezien van onder de vloer.
Ventilatiegaten onder de vloer waar de isolatie komt

 

 

Eng ding

blogtek eng ding (tractor)

.

Mijn benen bewegen de trappers en de wielen brengen me naar waar ik wil zijn. De lange smalle asfaltweg is stoffig en verlaten. De zon brandt op mijn blote schouders. Ik moet boodschappen doen, kaas halen op de markt. Ik heb gewacht tot de zon niet meer zo hoog stond. Voort ga ik en mijn voeten draaien maar, de trappers rond en rond. Warme wind waait om mijn hals. Het brengt me in een aangename trance. Ik fiets de lange weg naar Middelbeers, recht door akkerlanden,langs pas gemaaide bermen…
Opeens schrik ik op van een zwaar grommend geluid achter me. Het klinkt hard en het komt snel dichter bij. Instinctief duik ik in elkaar en draai zo dicht mogelijk naar de berm. Een grote groene trekker passeert met een ruime bocht. De bestuurder is een jongen, hij kijkt me kort aan over zijn schouder, terwijl hij verder rijdt.” “Eng ding,” hoor ik mezelf zeggen. Oei, denk ik daarna. Dit kan straks niet meer, zo’n schrikreactie. Als ik met paarden op de weg loop, springen ze zomaar mèt mij de berm in en verder nog dan dat. Met ezels zal dat minder zijn, maar toch..

De oplossing is helder. Groot maken. Alsof ik zelf net zo’n dikzak ben als die trekker. Jarenlang maakte ik tochten over de wateren van Utrecht. Ik was één met mijn boot op de grachten. Daar schrok ik nergens meer van. Zelfs dieventuig pakte ik in de kraag, samen met mijn scheepje. De weg is anders. Stille smalle landwegen zonder bochtjes, die zijn het verraderlijkst. Wat er wél rijdt, scheurt keihard langs je heen, trekkers en auto’s.
Ik heb mijn wagen aardig smal gemaakt. Dan kan ik krappe bochtjes om en smalle paadjes in.  Ik kan ook makkelijk aan de kant. Nu weet ik beter. Hoe maak ik mezelf breed, dáar gaat het om. De zijkant vol hangen met bewegende emmers.  In de emmers zitten rammelende harde dingen, die akelig uitsteken over het randje. Daar zijn automobilisten bang voor. En als ze dan toch langzaam mijn brede rammelende wagen passeren, dan zal ik vriendelijk groeten.
Paard-en-wagens krijgen jammer genoeg geen voorrang in Nederland. Mensen zijn er niet aan gewend. Dan moet je toch maatregelen nemen.

.
Ik ga vast oefenen. Ik maak mijn blik ruim, zodat ik alles zie. De berm is om te grazen, de weg is om te gaan. Koers houden, dat is het.

.

Uitslapen en rokjes aan

blogtek

Mijn oogleden voelen zwaar en loom. De slaap ligt nog als een dikke wollen deken over me heen. Steeds weer doe ik mijn ogen open, steeds ietsje langer. De kamer is schemerig. Ik heb de ramen extra bedekt met allerlei doeken en kledingstukken. Langzaam word ik wakker. Ik kijk op de wekker. Het is alweer half tien.

Ik doe rustig aan. Het eerste en het zwaarste stuk heb ik nu gehad. De tornado van het creatieve brein. Ik heb gezien dat mensen hun wagen bouwden, en tijdens het bouwen bedachten hoe ze verder gingen. Ik doe het andersom. Ik teken alles uit. Daarna komt het verzamelen van het materiaal. Het boek met bouwtekeningen komt steeds opnieuw op tafel. Want één enkele verandering kan invloed hebben op al het andere.
Het bed moest bijvoorbeeld lager. Er was niet genoeg hoogte boven. Dat is wel nodig, want ik wil het ook als zithoek kunnen gebruiken. Tegelijkertijd wil ik dat het bed óók breed genoeg blijft en dat de wagen niet te hoog wordt. Het schuine stuk van de wand moest dus sneller breed worden dan ik had bedacht. Het maakt de totale vorm van de wagen gelijk anders. Eigenlijk is het een soort boetseren. Het enige verschil is dat boetseren puur op gevoel kan, en dit kan alleen maar met maten, lijnen en getallen. Als ik het simpel wilde houden, dan had ik een vierkant hok moeten bouwen.
Maar nu… de vloer ligt er in, zacht glanzend. Ik heb de dikke planken eerst geïmpregneerd met olie, zodat een eerste laag lak gelijk dekte. De twee onderwanden staan overeind, zodat het al een indruk geeft van de woonruimte. De spanten van de wand zijn in elkaar gezet, die het geraamte zullen vormen, bepalend voor alles wat er verder gebeurt. Ik heb ze netjes afgewerkt en ze liggen nu klaar op hun beurt te wachten. Het materiaal voor de rest van de bouw is aanwezig en zelfs de kachel met kachelpijp is besteld, zodat ik bij het maken van het dak gelijk de doorvoer van de schoorsteen kan maken. Ik ben trots op mezelf dat ik zover gekomen ben. Maar nu eerst een weekje uitslapen. Even niks, dan roze rust.

.

tekening van wiekies woonwagen

Op deze tekening kun je links en rechts de vorm van de spanten zien voor de zijwanden. Er zitten twee hoeken in, waar de wand twee keer de bocht om gaat. Bij die hoeken zijn perfect uitgelijnde blokjes geplaatst, waar vuren latjes tegenaan geschroefd zijn. Daar tussen zijn de spanten hol, zodat het licht blijft, en er isolatie tussen kan. In onderstaand filmpje werk ik de spanten af.

.