EEN VREEMDE VERJAARDAG . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . A strange birthday

A STRANGE BIRTHDAY

.

.

Een gebeurtenis die valt als een steen in de wereldvijver. Het komt als een schok. Maar uiteindelijk maakt alles deel uit van een lang verhaal. Niemand kan zien hoe de lijnen lopen, daar is het veel te complex voor. Maar verbanden zijn er. Alleen een verhalenverteller kan ze noemen, of een dichter. Want niets staat voor altijd vast.

Liever luisteren? Klok op de knop onder de tekst.

Do you want to listen to the ENGLISH version? click on the button below the text.

.

Het is het eerste waar ik aan denk, als ik wakker word. Ik ben jarig! Het is donderdag 24 februari 2022, en ik ben nu 57. Ik kijk op de wekker maar die staat stil. Aan het licht te zien is het half acht. Ik pak mijn smartphone en die zegt hetzelfde. Nu ik hem toch in de hand heb, kijk ik meteen even de mail na. “Rusland valt Oekraïne binnen”, kopt de Correspondent. Wat krijgen we nou? Ik ben jarig en het is oorlog? Ik zak terug in mijn hangmat en staar naar het bescheiden ochtendlicht. In mijn wooncocon is alles goed. Altijd. Hier heb ik een gevoel van vrede, hoe de toestand ook is. Het is een vredescocon. Maar hoe kan het, dat zulke extreme gebeurtenissen elkaar zo rap opvolgen? In de chaos van deze tijd zijn alle verbanden zoek. We lijken een speelbal te zijn in de golven van de wereld en Poetin gooide een steen. Wat nu? Waarom zo pal na elkaar?

Ik ben niet de enige die zoekt naar een verband. Sommigen geloven dat de straling van 5G masten iedereen gek maakt. Of ze verklaren het met zogenaamde illuminatie, een geheim genootschap. Misschien is Poetin door hen uitverkorenen om president van de wereld te worden. Iedereen zal hij onder zijn macht krijgen met ingespoten chips, stiekem natuurlijk, via vaccins.

Nee, daar geloof ik dus niet in. Verbanden zijn nooit simpel te leggen met één enkele verklaring. Er is geen “Joost” die het wel zal weten, geen duivel als verklaring voor alle ellende. Het zit in onszelf, hoe wij met de wereld omgaan. Ik trek het dekbed verder over mijn schouder. Ik wil nog even blijven liggen, voor ik er weer uit ga om bomen te planten. Het is koud in huis. Ik doe mijn ogen dicht en zie de Aarde voor me. De Aarde, zoals ze eigenlijk is, stralend blauw en groen, bedekt met bossen en heldere wateren.

Al eeuwen zijn mensen aan het kappen. Mensen kappen voor houtwinning, om akkers aan te leggen en steden te bouwen. De Aarde wordt kaler en kaler. Ik plant bomen. Onze geliefde planeet vraagt erom. Zonder bomen worden we ziek. Wetenschap heeft waargenomen dat er een verband is, tussen kaalslag en virussen. Waar bossen en biodiversiteit verdwijnt, daar gebeurt iets merkwaardigs. Juist virusdragende dieren vermenigvuldigen zich steeds sneller. Ratten bijvoorbeeld, en vleermuizen. David Quammen is één van de wetenschappers.

‘Terwijl we onze omgeving verwoesten, vernietigen we overal dieren, schimmels, bomen en planten. Al die organismen dragen unieke virussen met zich mee en door ze te vernietigen stellen we de virussen in staat om zichzelf te “redden” door verder te evolueren en menselijke virussen te worden,’ zegt hij.

Het ecosysteem valt in duigen en de Aarde die onze moeder is, lijkt te veranderen in een vijand. Dat is natuurlijk niet zo. Wat we terugzien, is de weerslag van ons eigen handelen. Zo kwam er de Vogelgriep. Zo kwam er Ebola en misschien wel de pest. Zo kwam Covid in ons leven. Ook in dat van Poetin. In de lock down werd het leven stil en eenzaam. Iedereen raakte in zichzelf gekeerd. Componisten, schrijvers en schilders waren in hun element. De concentratie deed hen goed. Anderen werden gek van eenzaamheid en frustratie. Straatvechters trokken hun jas aan en pakten hun stokpaard. Straatvechters. Zoals Poetin.

Poetin was het derde kind, dat zijn moeder baarde. De twee die hem voor gingen, waren beide dood gegaan. Zijn moeder adoreerde hem. Zijn vader was nooit thuis, want die was matroos. Hij groeide op in de sloppenwijken van Leningrad. Als straatvechter baande hij zich een weg en hij was lid van een knokploeg. In judo was hij een kei, en hij werd winnaar van zijn stad. Hij was alleen en hij was trots. Zijn jeugdvriend haalde eens een geintje met hem uit, en dat was zwaar vernederend voor hem. Hij zou het nooit vergeten.

Eenzaam en trots was hij. Een echte macho. Hij ontmoette zijn vrouw en trouwde. In die tijd moet hij spion zijn geweest voor Rusland in Oost Duitsland. Tot de muur viel. Toen heeft hij alle documenten verbrand. Wat moest hij nu? Hij dacht erover om taxichauffeur te worden, maar het werd wat anders. Eenzaam en trots was hij. En een vechtersbaas. Hij slaagde erin vrienden te worden met oudere politici en werkte zich omhoog. Met de listigheid van een straatjongen was hij binnen tien jaar president.

Een eenling is hij altijd gebleven. Hij gebruikte zijn ervaring bij de KGB om zichzelf te beschermen. Dat doet hij nog steeds en hij is er zo goed in, dat iedereen bang voor hem is. In de wereld van de politiek was het Angela Merkel die het beste met hem kon praten. Zij sprak Russisch. Toch werd het almaar stiller om hem heen. In 2013 scheidde hij van zijn vrouw. Hij had al lange tijd weinig contact meer met haar. Op politiek niveau werd zijn positie ook eenzamer. Angela Merkel verdween uit het beeld. En toen kwam Covid. Een vijand die niet te bestrijden was met wapens en legers. Hij was er als de dood voor. Als trotse vechter moet hij zich machteloos hebben gevoeld. Hij hield iedereen ver op afstand. Te zien is een gesprek met Macron, aan een meterslange tafel. Hij aan het ene eind, Macron aan het andere.

Covid kan een vechter gek maken. De eenzaamheid die iedereen kent, werkt bij elk mens weer anders. Wat heeft de lock down met deze president gedaan? Nauwelijks zijn de mondkapjes af, of hij ontketend een oorlog. Ik denk aan de rellen die we hebben gehad, met jonge straatvechters in Eindhoven. Er waren veel vernielingen, maar er was ook begrip, vanwege de extreme situatie. Voor een man op eenzame hoogte bestaat geen begrip. En zeker niet als hij een oorlog ontketend.

Uiteindelijk is alles een heel lang verhaal. Niemand kan zien hoe de lijnen lopen, daar is het veel te complex voor. Maar verbanden zijn er. Alleen een verhalenverteller kan ze noemen, of een dichter. Want niets is te bewijzen. Ik zucht en denk aan alles wat er nu gebeurt. Alles heeft goede en slechte kanten. En wat zal het uiteindelijk betekenen? Dat zien we later pas, heel veel later. En zelfs dan is geschiedenis maar een schamel geraamte van wat er werkelijk heeft plaatsgevonden. Met feiten hakken we een verhaal in hoofdstukken. Met verbeeldingskracht en inlevingsvermogen scheppen we verbanden. En dat is hard nodig.

Ik klim uit mijn hangmat en steek de kachel aan. Ik eet warme havermout en kleed me aan om de spade te pakken. Het werk wacht. Driehonderd inheemse bomen willen nog de grond in. En in de pauze ga ik taart eten. Want ik ben ook nog jarig. En ik wens dat de Aarde nog lang zal leven, en de mensen in vrede tesamen.

.

Nederlands:

English:

Hoe ons ingrijpen het ecosysteem Aarde verandert, en de invloed op onze gezondheid. Eén van de artikelen hierover:
https://www.groene.nl/artikel/het-is-niet-de-schuld-van-de-vleermuis


Artikel over het leven van Poetin.
https://m.nieuwsblad.be/cnt/dmf20170306_02765259.

Zaterdag 5 – 3 – 22 is er een demonstratie, Malieveld Den Haag. Het gaat om de-escaleren en een wapenstilstand.
Spreker uit Oekraine en Rusland en PvdD en de organisaties.
.
https://www.sp.nl/column/lilian-marijnissen/2022/stop-oorlog

.

.

.

OUDE DROMEN VAN EXPEDITIES . . . . . . . . . . . . .. Old dreams of expeditions

.

Dromen van expedities en ontdekkingen. Misschien wel prehistorische grottekeningen!

Alles is een keuze. Blijven waar je bent is een heldendaad, als de Aarde daarom vraagt.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you want to listen to the english translation? Click on the button under the text.

.

In een andere tijd was ik vast en zeker ontdekkingsreiziger geworden. Ik verlangde er dikwijls naar, andere landschappen te zien. Ik had bergen willen beklimmen, grotten kunnen ontdekken, andere culturen willen verkennen en vreemde gronden. Maar dit is niet mijn missie. De wegen zijn vol. Unieke landschappen verliezen hun eigenheid door toerisme.  Blijven waar je bent is in zo’n wereld een uiting van protest. Dat weet ik nu.

Ik moet zeggen dat ik meerdere zware lessen heb gekregen, om dit te kunnen: “Blijven waar je bent”. Mijn eerste vriendje was zo’n ontdekkingsreiziger. Hij deed waar ik van droomde. Sietse. Vol enthousiaste fantasieën vertrok hij naar Turkije. Het liep slecht met hem af. Tijdens een lift is hij vergiftigd met thee, waar landbouwgif in zat. Daarna is hij naakt de berg af gesleept. Het is onduidelijk waarom. Voor mij werd duidelijk hoe eenzaam je in feite bent, in een ver land. Vooral als je er helemaal niks van af weet, niemand kent, en de taal niet spreekt. Voor mij was de boodschap: “Zet je voeten in aarde.” Dat heb ik gedaan. Al was het nodig om eerst een been te breken. Het duurde twee jaar voor het genas. Ondertussen was ik geketend en kon niet veel. Het was een zware les om mijn ontdekkingsdrift in te tomen. Maar het is gelukt. Ik ben waar ik ben, al bijna dertig jaar. Eerst in Utrecht. Jarenlang deed ik rondvaarten, hetzelfde rondje elke keer. Zelf deed ik het onderhoud, vuile vingers, alles kunnen. Nu zit ik bij een ouwe boer, plant bomen en schrijf verhalen. Ik laat dingen groeien langs het Verhalenpad.

Groei hebben we nodig. Andere groei dan economische. Daarvoor is rust nodig en bestendigheid. Een gezonde bodem wordt niet steeds omgeploegd of platgereden. In de eerste plaats vraagt ze aandacht. Maar als iedereen van huis is dan is er niemand thuis. En de hoeveelheid asfalt groeit. Evenals desolate landschappen die door overconsumptie worden veroorzaakt en het aantal mensen dat daarvan de klos is. Willen we de wereld veranderen, dan haal je dat niet alleen uit flitsende acties. Het vraagt ook om rust, om te beseffen wat je echt nodig hebt en wat niet. Rust, om een vruchtbare bodem op te kunnen bouwen. Rust, om te zorgen voor de bomen en planten die je wilt laten groeien.

Regelmatig hoor ik: “Fijn dat je woont zoals je wilt wonen!” Weet dan, dat het een keus is, tevreden te zijn met je huis en je omgeving. Het is een keus, die iedereen kan maken. Zelfs als je, net als ik, al jaren droomt van verre expedities. Ook hier is van alles te verkennen. Met je neus in het gras is alles reusachtig. Blijven waar je bent is een heldendaad in een wereld waarin iedereen onderweg is.

.

Met liefde denk ik aan Michiel, de man die ik verloor, een ander deel van dit verhaal.

.

Nederlands:

Engels:

WAT BOMEN FLUISTEREN WANNEER JE TEVEEL WILT . . . . . . . .What trees whisper, when you want too much

.

.

Heel veel willen is als een laaiend vuur. Wat doe je daarmee? De woorden kwamen uit mijn eigen mond. “Ik kijk naar wat is, niet naar wat ik wil wat er is.” Verbaasd lees ik het, als een waarheid die steeds opnieuw ontkiemt.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Listen to the english version? Click on the button down under the text

Er is een sprookje waar ik vaak aan moet denken. Het gaat over de gevolgen van teveel. Nu zijn er meer sprookjes die gaan over hebberigheid of vriendelijke behulpzaamheid zoals Vrouw Holle. Maar wat gebeurt er nou echt met je, als je teveel wilt? Ten slotte zijn het niet allemaal lelijke stiefdochters die daar last van hebben. We hebben het allemaal wel eens. Soms gaat het zo verschrikkelijk goed, je zit in de juiste stroom en krijgt van alles aangeboden. Welke keuzes neem je dan? Graag denk ik dan aan het sprookje van de arme vrouw.

Een arme oude vrouw woont eenzaam in een hutje op de hei. Meer kan ze niet betalen. Ze werkt wat in haar groentetuintje, dat maar weinig opbrengt, op de arme zandgrond. Ze heeft één magere geit, die ze dagelijks melkt. Veel geeft ze niet, maar ja. Het oude mens heeft er vrede mee. Op een dag klopt er iemand aan. Ze opent de deur. Het is een knappe man met mooie kleren aan, het lijkt wel een prins. “Ik ben verdwaald” zegt de prins. “En ik heb honger, heeft u misschien te eten voor mij?” De oude vrouw zegt dat ze niet veel heeft, maar ze kan wel soep maken. De prins is haar heel dankbaar. “Ik geef u voor elke vetkring in de soep een zilveren daalder” zegt hij stralend en hij gaat zitten op het bankje naast het huis. De arme vrouw maakt de soep en doet de boter erin. Netjes afgepast, één eetlepel, zoals altijd. Maar dan laait er een vuur in haar op. Wat kan ze allemaal doen als ze veel méér daalders kan krijgen? Een groter huis met een boomgaard, een koets met paarden ….Gretig gooit ze de hele kluit boter in de soep. Het is alles wat ze in huis heeft. Dan staart ze ontsteld in de pan. Op de soep ligt één dikke laag vet!

Ik was mijn vuile handen in de waskom. Twee diepe kuilen in de weg zijn weer mooi geëgaliseerd. Zo kunnen we makkelijk keren, als we dit weekend de boompjes uitladen. Er ligt een berg zand klaar om ze tijdelijk in de grond te zetten, want ik krijg ze niet alle driehonderd in één keer de grond in. Doe ik wel genoeg, vraag ik me soms af. Wat stelt dit eigenlijk voor vergeleken bij de duizenden bomen die sommige anderen kunnen planten? Misschien kan ik mijn talent wel veel breder inzetten. Ten slotte: bomen planten kan iedereen. Ik kijk naar de onverharde weg. De kuil is in elk geval dicht.

Ik ga naar binnen om verder te werken aan mijn laatste verhaal. Ik open mijn laptop. Eerst kijk ik even naar de vele reacties op het laatste interview in de Leeuwarder Courant. “Verlangen naar langzaam leven” staat erboven. En: “Ik kijk naar wat is, niet naar wat ik wil wat er is.” Het is alsof ik de woorden opnieuw zie. Dat heeft de schrijfster mooi samengevat. Er is ook een vrouw die me bedankt voor al mijn blogs, mijn eenvoud inspireert haar en het heeft haar door een moeilijke tijd geholpen. “Bedankt dat je zo gewoon bent!” zegt ze. Ik glimlach. Langzaam maar zeker bouwen we een netwerk op van bomen, planten, en mensen. Dan zie ik een volgend bericht. Ik word attent gemaakt op een groot kunstevenement. Bosklab in Leeuwarden. Er is veel geld voor beschikbaar en het lijkt op mijn lijf te zijn geschreven. Het gaat over bomen en verbinding. Wat leren we van bomen en hoe kunnen we daar anderen mee inspireren, zo snel mogelijk? Het duurt honderd dagen. Speciaal voor die gelegenheid komen meer dan duizend bomen de stad in wandelen. Ik zie een plaatje met mensen die tussen bomen doorlopen, bomen die allemaal in bakken staan. Ieder loopt er op zichzelf. Verbinding zie ik niet. Wat raar… Maar het is wel een mooie kans. Als kunstenaar kan ik er vast anderen ontmoeten en meer naam maken. Ik kan veel meer dan wat ik nu doe! Even brandt er een vuur in mij. Ga ik het doen? Maar inmiddels ken ik dat vuur wel. Het is vaak de aankondiging van een periode met weinig slaap en teveel hooi op de vork. Bovendien: Is het wel nodig, meer naamsbekendheid? Het gaat toch goed zo? En verbreek ik juist niet de verbinding met wat ik nu, heel langzaam aan het opbouwen ben?

Ik denk aan de oude vrouw in de hut en neem een besluit. Het is genoeg. Ik hoef niet meer. Ik doe het met wat er is en ik weet zeker dat het iets heel moois gaat worden. Ook bomen groeien niet in één dag. Ze hebben een netwerk nodig. En wandelen kunnen ze ook niet. Al zou je willen.

(Wat gebeurt er eigenlijk met die bomen na afloop? Gaan ze dan de grond in?)

.

Bosklab (van laboratorium), komt drie maanden lang in Leeuwarden, van de zomer. Het wordt vast een leuk evenement. Wie weet wat voor bruisende dingen de kunstenaars er aan toe kunnen voegen. Maar het concept mist voor mij diepgang, letterlijk. De bomen staan centraal. In bakken worden ze door de stad gerold. Maar de energie van de boom komt vooral uit de bodem. De boom heeft een netwerk nodig van micchorizae, schimmels, die hen onderling voedt en verbindt. En meer nog. Talloze miniscule beestjes maken de bodem los en vol leven. Als dit alles er is, dan pas staat een boom in diepgaande verbinding en is hij gezond. Het is een voorwaarde voor leven, de bodem is de basis. Mensen horen er geen werk aan te hoeven besteden, dan is het goed. Bomen in bakken zijn eenlingen, ze missen hun gemeenschap. Dat evenementenmensen weinig met wortels hebben is logisch. Dat zijn snelle zaken, per definitie niet geworteld. Het komt en het gaat. “Stadsinrichters willen meer groen. Het lijkt een mooie match, maak er een bomenevenement van. Je kunt rollen met bomen als meubelstukken om te kijken hoe je het wilt hebben, in de stad van de toekomst. Dat is leuk. Maar de vraag die je dan stelt is: “Wat willen wij”. Dat is volgens mij toch heel wat anders als: “Wat kan de boom mij vertellen.”

Hoe bruisend het ook kan worden, ik zie er geen bodem in, als gewortelde nomade. Ik zou er eerder hyper van worden, elke dag wat anders. Bomen in bakken, twaalfhonderd nog wel. Al dat geld voor die eenzame bomen rollend door de stad, dat besteed ik liever aan iets anders. Ik zou het verspreiden over een nog langere periode. Met een speciaal aanvullend programma voor scholen bijvoorbeeld. Natuurouders en kinderen verbinden met kunstenaars. En niet alleen kunstenaars met naam uitnodigen, maar vooral ook buitenlandse inheemse activisten. Zij wagen hun leven om het regenwoud te beschermen. Ze zien familieleden sterven door de afbraak van hun land, de toenemende ziektes, de terloorgang van natuurlijk medicijn. Denken aan bomen is voor hen geen evenement, maar puur overleven. Die mensen eens te zien en te kunnen spreken, dat zou mij als activistisch kunstenaar pas werkelijk beroeren en inspireren. Ik denk al zo lang aan ze! Waarom worden ze steeds vergeten? Zij staan aan de heetste vuren van deze tijd! Zij zouden ons kunnen leren hoe we werkelijk naar bomen kunnen luisteren.

.

PS: Ik las later, dat een oude studiegenoot van mij zorgt voor een verdiepend kinderprogramma. Dat is mooi. Nu de inheemse activisten nog.

Nederlands:

Engels:

HET EINDE VAN ONZE IJSTIJD . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. The end of our icetime

.

Afbeelding: Alowieke van Beusekom

.

Economische efficiëntie ligt als een kille ijsmassa over het land. Kan het smelten? En wat gebeurt er dan?

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Rather listen? Click on the button at the and of the tekst for the english translation.

Zompig is de grond onder mijn klompen. Ik loop licht en voorzichtig, om geen diepe gaten in de bodem te maken. De paadjes worden steeds drassiger. Hoe dichterbij de lente, hoe natter de klei. Op sommige plekken is er alleen nog modder. Er steken een paar zielige grasprietjes bovenuit. Toch weet ik, daaronder zit het nog vol wortels. Straks wordt alles weer groen. Dan komen ook de paardebloemen weer, waar Jochums land vol mee staat. Groen met gele sterren, zo zal het zijn, zoals elke lente, zodra de zon hoger komt. Maar nu is er blubber. Heel veel blubber, dat moet er toen ook geweest zijn, tienduizend jaar geleden, na de ijstijd. Het land heeft al veel meegemaakt. Als ik hier sta, op deze plek, kan ik dat steeds meer ervaren. Mijn wortels gaan de bodem in, ik verdiep me en raak het verleden dat het in zich draagt. Ik kijk niet alleen met mijn ogen, maar ook met mijn voeten, door te zijn waar ik ben.Ik tuur naar de horizon. Ooit was het hier helemaal bedekt met ijs, zover als je kon kijken. Onvoorstelbaar lijkt dat nu, die zware koude massa. Al het leven dat eronder vermorzeld werd en de bodem in gedrukt. Zaad dat slapend lag te wachten, tot het op een dag bevrijd zou worden. Soms lijkt de grauwheid eeuwig te duren. Dat moet toen ook zo zijn geweest. Maar toch kwam er een andere tijd. Het begon te smelten! Zo nat en drassig was het, daar is mijn zompige paadje niks bij. En geloof het of niet: Het zaad was er nog steeds, daar in de bodem. Wat een ongelooflijk feest moet dat zijn geweest, dat het weer kon ontkiemen! Soms zelfs na duizenden jaren.

Ook John O Donohue heeft zich dit voorgesteld. Hij was een dichter en filosoof die ik graag eens had ontmoet, in zijn thuisland aan de Ierse Westkust. Helaas kan dat niet meer, hij is maar twee en vijftig geworden en stierf in 2008. “Het eeuwige landschap ligt in onszelf,” zei hij en “Het land om ons heen heeft een ziel, net als de dieren, de stenen, de velden”.
Zijn beschrijving van de ijstijd maakte mijn verbeelding los. De veranderingen voor het land moeten intens zijn geweest, het gewicht van het koude grijze ijs dat alles bedekte. Toch kwam daarna alles weer tot leven. Een wonder eigenlijk. Zou dat niet opnieuw kunnen gebeuren, vraag ik me af. Als ik nu naar ons land kijk, de dichtgegooide greppels en kreken, gekapte bomen, de groeiende steden, het asfalt en de betegelde tuinen om tijd te besparen, dan denk ik, is dit niet een nieuwe ijstijd? Een koude hand ligt over de aarde. Het is de kille zucht van geld, geld en economische efficiëntie, als het belangrijkste dat telt. Koud. Kouder dan koud. Zwaar en drukkend. Toen het ijs smolt gebeurden er wonderen. Zou dit niet opnieuw kunnen gebeuren? Zou .. het … niet..

Zompig is de grond onder mijn klompen. Er is klei en er is gras. Boterbloemen, klaver, weegbree. En er is zaad, waarvan ik nog niks weet. Zaad dat wacht op de juiste omstandigheden. Het wil groeien, bloeien en zich verspreiden. Tot de hele wereld in kleuren uitbarst. Het zaad wacht.

Met dank aan Willemien die mij attent maakte op deze filosoof en dichter, na het lezen van mijn vorige blog.

Nederlands:

.

Engels:

.

Nieuws: Deze week schreef Nynke Bruinsma een mooi artikel in de Leeuwarder Courant. Dingen die ik steeds al wilde zeggen.

.

John O Donohue:

Podcast 1 https://lnns.co/sgR1AQmub-t

Podcast 2 https://lnns.co/f7CcY3w0pQH

Kees Klomp: Terug naar een ecologische samenleving: https://maatschapwij.nu/videoportret/kees-klomp-economische-ecologie/

NACHTLAND VAN VERDWENEN DIERBAREN . . . Nightland of lost loved ones

.

Ik denk niet alleen aan mijn verloren lief, met wie ik verbonden was door de aarde. Ik denk ook aan alle inheemse mensen die zich inzetten voor hun land en daarbij het leven moesten verliezen.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.


Rather listen? Click on the button down under the text.

.

Herinneringen van de nacht kunnen net zo helder zijn als die van de dag. In sommige tijden zijn ze zelfs sterker, alsof ze bedoeld zijn om draagkracht te creëren en inzicht. Zo heb ik haarscherpe herinneringen aan de jaren na de dood van mijn man. Soms zijn ze weer heel dichtbij, die herinneringen. Zoals nu. Mijn venster kijkt uit op de Friese weiden. Ik heb zojuist de luiken geopend en de wereld opent zich opnieuw. Stil sta ik te staan en denk nergens aan. De horizon is in mist gehuld. Ik staar ernaar, en vermoed een werkelijkheid achter de werkelijkheid, die zich daar verbergt. En als de zon dan komt, heel teder, zie ik het. Het schemerlicht aan de horizon schijnt op een andere plek, die toch dezelfde is als de wereld waar ik in leef. Het grenst aan de wereld van de nacht, de herinneringen van toen. Op zulke dagen zie ik hem weer.

Mijn man was hij. Ik leefde met hem samen in een eeuwenoud huis, half onder de grond verborgen. Het huis stond op de grens van water en aarde. Aarde bond ons samen, de liefde ervoor en voor de trage snelheid die het water ons bood. Hand in hand liepen wij en met ons scheepje voeren we langs grachten en rivieren, als zilveren aderen door de tijd. Hij verliet mij, op een dag was hij er niet meer. Maar in mijn dromen zie ik soms de mist breken, en kan ik een glimp opvangen van zijn wereld, heel ergens anders. Soms is het ver, maar soms toch dichtbij. Op één of andere manier.

Ik sta voor het raam. Vandaag hoef ik niks meer. De mensen met hun drukte zijn verdwenen, de herinneringen aan talloze terloopse opmerkingen en gesprekken spoelen weg. Ik volg het ritueel van de dag en loop naar het water van de Swette. Ik dompel mezelf in de kou en kijk vlak boven het water uit naar daar, waar het om de bocht verdwijnt. De wind breekt de spiegel in kleine oplichtende rimpels. De laatste gedachte aan een drukke week laat ik gaan. Het drijft weg in de stroom. Ik droog me af en kleed me aan. Opnieuw sta ik voor het raam en kijk naar de horizon. Ik zie hoe de sluier breekt, even maar, die eeuwige mist die onze werelden scheidt. En daar is hij, zachtjes koerst hij door krekenland. Hier, waar de zee ooit vloeide en zijn handtekening zette in het zand op talloze manieren. Rustig gaat hij voort, mijn man, omringd door de zilveren aderen die het land doorkruisen. Er zijn zachte glooiingen, kreekruggen die het water begeleiden. Het is of de zon zachter schijnt, en een oude wereld blootlegt. Even zie ik hem, een gunst van het Al, voor de magische sluier zich opnieuw sluit. Door mijn raam zie ik de kreken verdwijnen, de glooiingen vervlakken. Het licht wordt zakelijk en grijs met rechte sloten en uitgestrekte grasvelden. De zon verdwijnt in een steeds grijzer wordende mist. Ik steek de kachel aan. De warmte en het licht van het vuur reflecteert wat ik net heb gezien. Het kruipt diep in mijn spieren en botten. Ik koester het. Het land zit in onszelf.

.

.

De verborgen kreek spreekt

Als kreek ben ik al jaren dicht
levend in de bodem
elke lente stik ik weer
in de drang naar lucht en licht

Mijn bedding en het water
de gele plomp en zwanebloem
kattestaart en waterlelies
de mensen, ja die kwamen later

Ik herinner mij nog alle dagen
de boer die mij toen onderhield
met ferme hand mij steeds bevrijdde
van de brede rietkragen

de zeis die scherp geslepen was
om het verste riet te oogsten
Ik herinner me mijn water
zo helder als een spiegelglas

De bochten waar het ooit eens golfde
voor overheden zaken kozen
onrendabel doorgekrast
met zware grond die mij bedolfde

Wat verlang ik naar de stroom
de bedding die mijn ziel vertolkt
Het zand dat schuurde langs de kant
de droom die ik al zolang droom

Waar zijn de handen van weleer
eeltig, ruw, bedreven
De wielen die nu langs mij rijden
die begrijp ik nu niet meer

Ik ben maar een verborgen kreek
elke dag droom ik opnieuw
van zonlicht en van rimpelingen
de stroom die langs mij streek

.

Nederlands

.

English

.

.

DE GEEST VAN HET LAND . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . The spirit of the land

.

.

Op de thee bij Ege. Een gesprek: “Misschien is dat het wel, waarom we hier zijn. Om het Weefwerk te herstellen.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.


Rather listen? Click in the button down under the text

Ik zit in de kamer van Ege. Het is een klein oud huisje dat bij de boerderij hoort, met zware balken in het plafond. Er hangt een dik gordijn om de warmte van de kachel vast te houden. Daarachter is de keuken. Ege maakte een kast naast het fornuis, voor de potten en de pannen. “Ik kan alleen maar vierkant timmeren,” zegt Ege. “Zo heb ik het geleerd.” Hij pakt zijn glas van tafel en neemt een slok kruidenthee. Ik ben net binnen. Ik zag zijn fiets staan. Even buurten, dacht ik. En nou zit ik hier. Zijn opmerking maakt iets wakker. “Ja, nou je het zegt,” denk ik hardop, “ Er was niemand die mij leerde timmeren. Dat was niet voor vrouwen. Ik maakte een hut van het riet dat langs het kanaal groeide. Of ik weefde met takken. In het bos leer je heel andere dingen…”

Ik denk aan mijn moeder. Toen zij vijfenveertig was, was ik tien. Ik ben nu meer dan tien jaar ouder dan zij, toen. We woonden op de bodem van de Zuiderzee, in de polder. Ze vroeg nooit waar ik heen ging. Ik speelde waar ik wilde, het Emmeloordse bos was mijn oerwoud en ik was volledig vrij in wat ik deed. Behalve toen we een diep hol hadden gegraven in een bult. Dat moesten we dichtgooien vanwege instortingsgevaar. Wel klauterde ik in de hoogste bomen, zwom in het kanaal, groef klei uit langs de oever en boetseerde er beeldjes van. Met mijn vriendinnen plukten we meidoornbloesems voor thee, die naar amandelen smaakte. Soms was ik alleen met mijn moeder Janky en zochten we naar hazelnoten. Ik was wel eens hebberig en daar zei ze wat van. “Niet alles hè! Ook wat laten liggen”, leerde ze mij. We kregen schapenvachten van de boer, sponnen wol en verfden het. Mama breide er meestal truien van. Ik hield niet van breien. Ik weefde liever. Mijn moeder had geen vastomlijnd plan. Ze was nieuwsgierig en probeerde gewoon van alles uit. “Hé, zullen we deze wol eens met zuring verven? Kijken welke kleur dat geeft,” opperde ze vrolijk, en dan gingen we samen het bos in. Zuring stond er genoeg, daar hoefden we niet zuinig mee te zijn. Even later stond ze in keuken te roeren met een dikke houten stok. De ketel dampte en ik stond er met mijn neus bovenop. Ik rook de geur van wol, gekookte planten en een vleugje kopersulfide.

Mijn moeder gaf me vrijheid, die ik met beide handen aangreep. Samen waren we nieuwsgierig en dol op dit soort creatieve experimenten. Voor al die dingen ben ik nog steeds dankbaar.

Ege kijkt me lachend aan. “Dat is jouw geluk geweest! Ik wil graag meer organisch leven. En bouwen ook. Dat ik niet steeds alles van te voren bepaal. Meer kijken in vrijheid, wat er is en wie er is. Dat we het samen laten groeien. Dat wil ik leren.” Ik begrijp dat zijn kindertijd heel anders was dan de mijne. “Hoe heb jij leren timmeren?” vraag ik.

“Op school en van mijn vader. Vierkant denken en bouwen leerde ik, zoals veel meer jongens. Alles volgens plan.” Hij glimlacht even en vervolgt “Op de boerderij was altijd wel wat te doen…” Ege groeide op in Fryslân, niet ver bij ons vandaan. We kenden elkaar niet. En nu zitten we samen thee te drinken.

Ik kijk uit het raam. Tussen het hoog opgeschoten gras en verwilderde bramen loopt boer Jochum met Jeroen, de greppelkenner. Die is pas terug uit Groningen. Ze lopen tussen de struiken naar de open vlakte. Daar, bij het weiland, staan ze een poos stil, alsof ze het helemaal in zich opnemen. Jeroen wijst en zegt wat. Er komt een gedachte in me op. “Ik denk dat de natuur in onszelf zit, dat het deze weiden zijn, de grutto en het water, de wilgen langs de kant…” zeg ik en draai me om naar Ege. “Weet je” ga ik verder “De Yanomami, de Hopi en vele anderen, ze geloven dat het land een geest heeft. Dat de geest van het land zich met de mensen wil verweven. Ik voel dat ook. Misschien is dat het wel, waarom we hier zijn. Om het Weefwerk te herstellen. Om de gescheiden werelden weer één te maken. Te spelen als kunstenaars, met draden en kleuren die er tevoorschijn komen.” Ik denk aan de dagen met mijn moeder, toen ik een meisje was en zwijg even. Ege is ook stil. Hij kijkt alsof hij een wortel uit de grond trekt die niet mag breken. Rustig buigt hij voorover en zet zijn glas op tafel. Dan recht hij zijn rug en kijkt me aan.

“Ja,” zegt hij. “Dat denk ik ook. Het begint bij luisteren. Ik heb geen zin meer om overal een oplossing voor te zoeken. Dat houdt me er alleen maar vanaf.” Ik kijk naar de vastbesloten trek op zijn gezicht, het lange donkerblonde haar met maar ietsje grijs erin. Graag ga ik nog eens vaker op de thee bij dit taaie manmens. “We doen het met elkaar!” beëindig ik het gesprek. “Zo is het” grijnst hij en zijn ogen schitteren.

.

The hidden creek speaks

I am just a simple creek
hidden, out of sight
they covered me with heavy ground
and now I long for light

Where are the hands of former days
of people wise and strong
who came to cut the reed with sickles
and free me for a season long

My existance did not count
the gouvernment that choose
the way of money, not of life
so I had to loose

The wheels that cross me
four of a kind
I don’t get them
they are blind

I am just a hidden creek
covered in a bottom of clay
when will my water flow again
when will it be, that day

.

De Nederlandse versie van deze tekst heb ik speciaal geschreven voor Groene Verhalen, en zal daar op 1 februari, om 10.00 te beluisteren zijn.

Nederlands
Engels

NACHTVERKEER . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Nighttraffic

.

.

Ik lig wakker en denk aan mijn moeder die zich eenzaam voelde, bij zoveel razendsnelle anonimiteit.

.

Liever luisteren? Klik op de eerste knop onderaan de pagina.

. . . . If you want to listen to the English version, press the second button at the bottom of the text.

.

Het is een onrustige nacht en ik lig wakker in mijn hangmat. De maan is bijna vol. Ik zie hem nog net door het dakraam. Hij verdwijnt achter een wolk, komt weer tevoorschijn en zet de kamer in een blauw licht. Er is geen wind en ik hoor alweer het eerste verkeer op de grote weg die naar Leeuwarden leidt. Die ligt ongeveer vijfhonderd meter achter de Swette. Een onophoudelijke bromtoon maakt het bestaan van de weg meer dan duidelijk. Het wegdek is nat van de motregen en dat maakt het nog erger. Het lijkt veel dichterbij dan anders.

Mijn ouderlijk huis staat op een soortgelijke plek. Eerst is er het kanaal en daarachter de grote weg. De Friese Weg heette hij, maar dat was voor de vierbaansweg werd aangelegd. Toen verloor hij zijn naam en kreeg een nummer met een A ervoor, zoals alles wat groter wordt een nummer krijgt. Mijn moeder was een opgewekte vrouw. Maar ’s nachts lag ze vaak wakker. Als de wind uit de verkeerde hoek kwam, dan hoorde ze het suizen van het verkeer. “Ik voel me dan zo eenzaam”, zei ze eens “Al die anonieme mensen in die auto’s, daar in het donker…” Het zijn er steeds meer geworden. De auto maakt ons vreemden voor elkaar. Het is een merkwaardig ding. Hoewel elke auto vier zitplaatsen heeft, zitten veel mensen in hun eentje in die capsule. De motor draait op benzine of diesel, brandstof die schijnbaar onuitputtelijk beschikbaar is. Niemand weet waar het vandaan komt. Je tankt en kan weer verder. De olie die de aarde sinds het oer bewaarde, verdwijnt als uitlaatgassen de lucht in. En ik lig wakker en denk aan mijn moeder die zich eenzaam voelde, bij zoveel razendsnelle anonimiteit.

.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is grietje-en-janky-van-diermen-1.jpg
Mijn moeder en haar oudere zus, omstreeks 1936.

.

De elektrische auto kan dan wel schoner zijn, maar verder verandert er niet veel. Het is even anoniem. En nog steeds weet niemand hoe hij gemaakt is en waar de grondstoffen vandaan komen. Ik weet het nu. Nog lang niet alles, maar wat ik weet zegt mij genoeg. In het Noorden van Chili en Argentinië wordt lithium gewonnen. Dat is voor de accu van die schone auto. Fijn. Maar daar in Chili, daar houden mensen hun hart vast. De winning ervan laat een dode uitgedroogde zoutvlakte achter. Vlak ernaast ligt een heel bijzonder natuurgebied. Er is geen buffer tussen. Hier en daar is de grens al overschreden. De mensen die er wonen verdienen er niks aan. Maar ze zien wel hoe hun wereld verdwijnt. En dat van de dieren, die er woonden. Ze zien de flamingo die wegvliegt. Ze blijven kijken, maar hij komt niet terug. Dat weten wij allemaal niet. Mijn buurvrouw is heel blij en trots dat ze nu duurzaam op de weg kan rijden. Maar in Chili pikken de mensen het niet meer. Er verandert iets. Een groep van 144 Chilenen werkt aan een nieuwe grondwet. Er is grote weerstand tegen de plundering van die grondstoffen, zonder maat. En dat terwijl de ongelijkheid alleen maar groeit. Dit kan niet langer zo.

Ik denk aan de elektrische mover waar ik drie maanden mijn huis mee rondgetrokken heb. Nog steeds denken mensen dat ik straks weer verder ga. Maar die gedachte heb ik definitief achter me gelaten. Ik weet teveel. Ik zie die Chilenen voor me, op de grens van die troosteloze vlakte. Nee, ik hoef niet een steeds betere high tech accu, met nog meer lithium en kobalt erin. Waarom zou ik? Ik hoef niet weg. Ik leef simpel en ben blij met deze plek en met de mensen. Ik ben blij dat ik hier een thuis gevonden heb, op deze bodem van Friesland. Dat Dick er is. En Ege en Jeroen. En dat ik straks weer bomen mag planten van boer Jochum. Wel driehonderd! Ik grijns in het schemerdonker, en trek het dekbed omhoog tot aan mijn oren. Het plafond omvat mij als een buik. De maan komt achter een wolk vandaan en schijnt helder door de lange streep van het dakraam. De snelweg in de verte maakt steeds meer lawaai. Maar mijn hart is zacht en tevreden. Ik denk aan mijn moeder, die wakker lag, toen ze nog leefde. “Maak je geen zorgen mam” zeg ik zachtjes “Alles is okee. We maken er wat moois van. Gewoon waar we zijn en nergens anders.” Ik doe mijn ogen dicht en zie haar gezicht voor me. Even later weet ik niks meer.

.

.

.

De Nederlandse versie

The English version

.

Enkele bronnen:

https://indianexpress.com/article/world/chile-constitution-confronting-climate-change-mining-companies-ecological-emergency-lithum-mining-7695748/

https://www.mo.be/reportage/wat-chili-vandaag-gebeurt-moet-een-waarschuwing-zijn-aan-ieder-land-de-wereld-dat-nog-meer/

https://www.ou.nl/-/grondwet-chili

https://www.mo.be/analyse/bolivia-sleutelt-aan-de-korte-keten/

.

.

.

.

Hoe razendsnelle anonimiteit kan leiden tot totale vervreemding. Het is niets minder dan “Koyaanisqatsi”, een begrip van de hopi indianen. Het betekent: Onbalans, een leven in gekte, een toestand die vraagt om verandering.

.

.

.

.

Ruimte maken

.

.

De boer heeft het laatste woord. Als het nou gaat over het land, de schuur, het erf of de weg… Het is allemaal van hem. Zijn keuzes groeien traag, alsof ze moeten rijpen. In de natuur gaat dat ook zo. Eigenlijk vind ik dat wel mooi.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Ik zit op het bankje van de biologische winkel en eet een koek. Haverkoek is het, dat vind ik de lekkerste. Ik heb twee pakken in mijn tas. Morgen gaan we samen eten, met de hele Swetteblom. Dan is dit het toetje, heb ik bedacht. Ik neem nog een hap van de koek. Er zit lekker weinig suiker in. Dan proef je de smaak veel beter. Dan hoor ik wat. De deur van de winkel gaat open. Een lange man komt naar buiten met twee volle tassen. “Smaakt het?” vraagt hij. Ik knik en we raken in gesprek over lokaal voedsel en zelf dingen verbouwen. “Ik zoek al een tijdje naar grond”, zegt hij. Ik vertel over het stukje land, waar ik bomen plant, op het land van boer Jochum. “Voor hem was het een stuk waardeloze grond”, zeg ik. Hij kijkt me bezorgd aan. “Ik hoop dat je wel een contract hebt? Anders ben je je bomen straks zo weer kwijt . . .” Glimlachend kijk ik hem aan. “Nee”, zeg ik liefjes “Ik heb hem gezegd: Als je het er niet meer mee eens bent, dan mag je ze allemaal weer omhakken”. Hij kijkt me met lichte verbazing aan. “Jij liever dan ik”, antwoordt hij. “Succes ermee!” Hij propt de zware tassen in zijn fietstas steekt zijn hand op en fietst weg.

Ik kan me de bezorgdheid wel voorstellen. Het is logisch dat je graag je eigen ideeën wilt uitwerken en dat je dat wilt beschermen. Contracten en pachtovereenkomsten zijn daarvoor handig. Je kan je eigen gang gaan en doen wat je wilt. Tot op bepaalde hoogte dan. Want hoeveel zekerheid heb je uiteindelijk, en wat is nou echt van jou? Je deelt het land altijd met anderen. Dieren, buren en boeren, de gemeente, de overheid, de archeologische dienst… Daarom wil ik geen paradijsje voor mezelf, ik wil het samen doen. Ik werk op basis van vertrouwen, ik kijk en onderzoek en leg ik mijn bevindingen keer op keer weer terug op tafel. Nu is dat de tafel van boer Jochum. Het is zíjn land. Hij heeft het laatste woord. Ook als het gaat over de schuur, het erf of de weg… Het is allemaal van hem. Zijn keuzes groeien traag, alsof ze moeten rijpen. In de natuur gaat dat ook zo. Eigenlijk vind ik dat wel mooi. Wij moeten ons aanpassen aan zijn tempo. Dat heeft voordelen. Pas kwam dit weer goed naar voren. Toen ging het over de schuur.

Ik sta met Gerlinde op het erf. We hebben goeie zin, allebei. Het is de eerste dag dat we samen gaan eten, met alle mensen van de Swetteblom. Nou ja, bijna allemaal. Ege heeft het bedacht. Sinds kort woont hij in het huisje dat grenst aan het erf. Zijn deur is vlak naast de kleine stal. Nadat hij had ingericht, had hij zijn volgende idee al klaar. Hij vertelde iedereen dat hij elke maand voor ons wilde koken. “Ik vind het leuk”, zegt hij “En het is mooi om af en toe met elkaar te zijn”. Hij kwam als geroepen. Het hing al in de lucht. Bijna iedereen beloofde dan ook te komen. En daar staan we dan. Gerlinde en ik. De rest is er nog niet.

“Hoe laat begint het?” vraagt Gerlinde. Ege staat tien meter van ons af, in de deuropening van zijn huisje. “Om vier uur”, antwoordt hij. Jochum, de boer, komt net de stal uit, waar de drie koeien staan. “Vier uur? Dat is toch veel te vroeg!” roept hij. Na een korte discussie komen ze overeen dat het half vijf wordt.

Samen staan we voor de schuur, waar het moet plaatsvinden. Boer Jochum, Ege, Gerlinde en ik. De schuur is aan één kant open. Tot voor kort stond hij vol spullen, die stuk voor stuk betekenis hadden, voor de boer. Jarenlang kon je er niet in. Er is nu meer ruimte. Jochum heeft opgeruimd. Dat is een hele prestatie. Halverwege houdt de lege ruimte op. Daar staat de trekker in de winterstalling. “We kunnen er wel een gordijn voorhangen”, oppert de boer, “Dan zie je hem niet”. Zijn grote hand wijst naar de eerste dikke balk. “Daar.” Ege kijkt kritisch. “Neeee”, bromt hij. “Hij moet aan de tweede balk! Dan rijden we de trekker naar achteren. Die rotzooi daar kan best weg, dan heb je een hele meter erbij”. Hij staat er actief bij, alsof hij meteen wel daad bij woord wil voegen. Maar Jochum kijkt hem woest aan. “Rotzooi?! Dat zijn spúllen hoor en zo makkelijk gaat dat niet!” Ege houdt zich in. Hij snapt het. “Ach, het heeft ook geen haast” zegt boer Jochum. Hij draait zich resoluut om en loopt het erf af. Ege duikt weer zijn huis in, waar de pannen staan te dampen. Gerlinde en ik blijven achter en kijken naar de eerste en de tweede balk. Erboven is nog meer opslag en alles zit onder het spinrag en dikke lagen stof. “Ik heb er nu geen tijd voor” zegt ze “Maar ik heb een naaimachine. Als jij me wilt helpen, dan hangen we hem toch gewoon aan de eerste balk, als Jochum dat wil? Verplaatsen kan altijd”. Ik glimlach. “Zo is het. Alles op zijn tijd. Je roept maar. Ik doe met je mee”.

Van het pad komt een man aanlopen met een vuurkorf en hout. Ik loop naar de leeggemaakte werkbank en haal de haverkoeken uit mijn tas. Uit de keuken komt een heerlijke geur. Dat wordt smullen!

(Dit verhaal is een collage van verschillende momenten, die ik in dit verhaal heb samengevoegd, tot een aanéénsluitend verhaal. Sommige namen zijn gefingeerd en sommige details ook.)

Met modderklompen de toekomst in

Hoe wij haar samen maken.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Ik zit in de omastoel van mijn vriend Dick en pak mijn mobiele telefoon uit mijn jaszak. Ik heb zin om iets zinnigs op te zoeken. Iets wat past in deze tijd. Het nieuwe jaar, dat begonnen is. Of misschien is het wel iets onzinnigs, dat weet je maar nooit.

“Zal ik de jaarhoroscoop maar eens voorlezen? Dat hoort er toch ook bij.” Dick zit op zijn bed en kijkt me wakker aan. “Doe die van vorig jaar maar,” zegt hij. Ik twijfel even en geef toe. Ja, het oudejaar is eigenlijk interessanter. Dat kan je checken en bespiegelen, het nieuwe jaar is nog leeg. Ik vind een redelijk serieuze site en lees zijn horoscoop voor. Af en toe zegt hij wat. Sommige dingen kloppen, maar het meeste klopt niet. We zijn er al snel doorheen. Ik kijk op. “Ze hebben ook een horoscoop voor de wereld. Iets met Uranus en dat er een nieuwe tijd begint,” zeg ik. Dick kaatst de bal meteen terug. “Een nieuwe tijd? Het komende jaar? Daar hebben ze het al heel lang over toch? Aquarius… Dat was in de jaren zeventig al.” Ik knik bevestigend. “Ja. Er zijn mensen die zeggen dat de wereld wel verandert, van binnen zeg maar, maar dat het aan de buitenkant nog moet doorbreken. Het systeem zit nog te vast.” Hij grijnst. “Het systeem? Dat zijn wijzelf hoor! Het zijn alle mensen samen.” Daar kan ik geen speld tussen krijgen. Maar toch, hoe zit dat dan? Terwijl ik het me afvraag komen de woorden vanzelf. “Wat mensen als groep bedenken, daar heb je als eenling maar weinig invloed op. Samen vormen ze het systeem.” Ik ben even stil. Er komt een herinnering bij me op. “Er was een tijd dat ik in een huis woonde met vijf anderen. Ik had een gebroken been. Het genas niet, het duurde máánden. Daar zat ik dan op mijn kamertje van vier bij drie. Omdat ik me verveelde begon ik te snoepen. En omdat mijn maag daar niet tegen kan, kotste ik het weer uit. Dat heb ik altijd al gehad en daarom snoep ik nooit. Behalve toen. Zo ging het een paar weken. Toen kreeg ik er genoeg van en ik stopte er weer mee. Maar “het huis” had intussen besloten dat ik boulimia had, een eetziekte. Als ik wat anders zou zeggen, hadden ze het waarschijnlijk niet eens gelooft. Ik denk dat het in het groot ook zo gaat. De groep samen maakt een verklaring voor wat er gebeurt en daar gedragen ze zich naar. Die normen en waarden zijn hard als marmer. Je moet lang bikken, voor er iets verandert.” Dick grijnst niet meer. Hij knikt serieus. “Ja, dat is zo.” Ik vertel verder. “Nou gaat het niet om mij. Ik vond het eigenlijk heel boeiend om mee te maken. Het laat zien hoe dat werkt, met groepen, die ergens in geloven. Voor de één is het Jezus, voor de ander de techniek of een gevaarlijke vijand. In een groep versterken mensen elkaar in hun mening en je kan jezelf erin verstoppen. Het geeft een twijfelachtige vorm van zelfvertrouwen. En samen vormen zij de werkelijkheid, al die grote groepen maken de wereld uit, waarin we leven…

Ik moet denken aan een droom, die ik toen had. Er was een stem die tegen me zei: All in all it’s just a fascinating fuzz.

Ik kijk naar Dick. Hij laat de woorden even op zich inwerken en hij knikt. “Ja..” zegt hij alleen maar. Dit heeft niet meer woorden nodig. Het is immers een groot deel van zijn leven geweest. Er te zijn voor die eenlingen, die de wereld anders zien en die er op eigen wijze wat moois van willen maken, duurzaam, praktisch en in harmonie met de aarde. Nu zit hij hier voor het raam. Sinds tien jaar mijn vriend. De groene mok in de vensterbank is leeg, op een klein bodempje koffie na. Ik kijk van zijn gezicht, de grijze krullen, de blauwe ogen, naar het landschap achter hem. Het weiland is nat van de regen. De zon komt door en schijnt op de plassen in het gras. Het is alsof alles oplicht. Er komt een sprankeling in mijn gedachten, die meteen zijn weg naar buiten vindt. “Maar als we leren daar niet in mee te gaan…” begin ik dan, “Als we leren onszelf te zijn en onbevooroordeeld…” Dick kijkt me aandachtig aan. “…..dan kunnen er wèl dingen veranderen” besluit ik. Op het serieuze gezicht komt een lach. “Ja. Zo is het.”

Ik lach terug terwijl ik mijn muts pak. “Ik ga naar buiten. De zon lokt.” Mijn vriend wenst me veel plezier. Ik stap in mijn blauwe klompen en zoek mijn weg door de modder. We komen er wel.

.

.

Aardgenoten!

.

.

Korte nieuwjaarstoespraak van Alowieke

Liever luisteren? Klik op de knop onder de tekst.

.

Aardgenoten,

Een nieuw lichtjaar is gekomen. De zon heeft zich gewend en de dagen lengen. Blijft u vooral vermenigvuldigen, vissen in de zee, kreeften op de bodem van de grachten en dieren van wie niemand weet. Beter water is op komst. Verheugt u ook in een betere bodem, gij pieren, kevers, springstaartjes. Ringmussen, blijf dansen in de lucht eet van het zaad dat rijkelijk zal groeien. Ganzen mogen gakkend overvliegen om te grazen in het land en te broeden aan verre kusten. Ik wil me verontschuldigen voor het vuurwerk, met nieuwjaar.

Het wordt een jaar dat alles mag blijven liggen. Alle mensen houden op met druk doen. Er wordt minder gereisd, meer tijd besteed aan de grond onder de voeten. Het zand in de zee mag blijven liggen en er varen bijna geen containerschepen. Ouders en jonge meiden maken weer zelf hun kleren en kinderen zullen tijd krijgen om samen zandtaartjes te bakken in de tuin. We zullen meer zaaien en minder graven, meer wandelen en minder leidingen leggen, meer genieten van weinig. Kleine mensen bouwen zandkastelen. Ze zien hoe de zee, de aarde en de wind alles weer mee neemt. Grote mensen zien het ook en zullen bescheiden worden. Ze bouwen alleen nog maar kleine huizen van hennep en leem. Er komt geen uitbreiding van wegen meer. Nieuwe bruggen hoeven ook niet, in het vervolg doen we alles per pont, lopend en op de fiets. De schipper krijgt een zoen van elke blije griet en een grijns van de buurman die eindelijk weer stromend water ziet. Vrienden nemen de tijd om samen naar de overkant te kijken, zonder er heen te hoeven. Het gras zal niet alleen maar groen zijn. Het zal overal bloeien van bloemen en kruiden en het zal fladderen en zoemen van vlinders en bijen. De regen zal zacht en groeizaam neervallen en de hele aarde zal zich hullen in een nieuw kleed van leven, dat iedereen zacht en tevreden maakt.

Een gelukkig nieuwjaar.

.

.

.

..

.