Boetseren aan het plan

tekening kozijnmetofzonderlood 001

.

Ik zet mijn fiets op de standaard, naast de paal met het bord. “Wateridee” staat er op, wit met blauwe letters. Het historische vrachtschip ligt trouw aan de smalle oever, die zomers bulkt van bloemen. Hier ben ik thuis. Ik klop met mijn knokkels op het staal. Het ijzeren luik gaat open. Ik omhels mijn vriend John en klauter de steile trap af, de woonkamer in. In het midden van de ruimte staat een enorme werktafel. Het is lekker warm binnen. In de hoek, op het fornuis, staat een pan te dampen.
“Wil je soep?” vraagt John vrolijk, “Ik heb speciale Alowiekesoep gemaakt, met gember en nog veel meer.”
Terwijl hij roert, praat ik met Carolien. Zij heeft de hele opbouw van het schip uitgetekend, voor ze gingen bouwen. Op schaal, net zo gedetailleerd als ik het graag doe. Ik kijk haar genoeglijk aan en sla mijn dikke ontwerpboek open. John komt achter het fornuis vandaan en kijkt mee over mijn schouder naar een zonnig plaatje van een groene wagen. “Ga je hem schilderen? Kan natuurlijk, maar wel zonde, vind ik. Je wil toch red cedar gebruiken? Dat vergrijst zo mooi.. en dan heb je helemaal voor niets een ademende wagen gemaakt.”
“Verdorie ja, dan smeer ik er weer een huidje overheen.. ” Ik ben even stil. “Of zou er een ecoverf zijn die wél ademt? Vast toch wel!”
Carolien bladert verder in mijn ontwerpboek terwijl ik me afvraag of mijn wagentje nou wel of niet groen gaat worden.
Carolien tuurt naar een detailtekening. “Is dit het raamkozijn? Wat is dat voor strookje daar onderaan?”
“Dat is een loodlap die onder het kozijn doorloopt, tegen inwateren. Binnen sla ik het een centimeter om de rand heen.”
“Hmm.. ik hou niet zo van lood.”
“Waarom niet?” vraag ik, en meteen schiet het me te binnen. “Oh,  ik maak een koudebrug! Het lood neemt de temperatuur aan van de buitenlucht, gaat onder het kozijn door naar binnen en daar krijg je dan condens natuurlijk.” Ik ben even stil en Carolien kijkt me rustig aan terwijl ik nadenk. “Ik heb een beter alternatief,” weet ik opeens.”Kunstrubber, dat heb ik toch al, ik doe het ook op mijn dak. Is ijzersterk. EPDM noemen ze het. Veel beter dan lood. Dán heb ik geen koudebrug onder het raam.”
“Ik ken het.” zegt John, die de kommen soep op tafel heeft gezet.”Je kunt er zelfs met naaldhakken overheen lopen. Keigoed spul. Als loodvervanger, maar ook prima voor jouw dak, als je met je wagen door de bush rijdt met overal zwiepende takken. En nu de soep. Proef eens, wat vind je ervan?”

Over koetjes en kalveren

Koetjesenkalveren KB

.

Ik zit bij het raam in de warme huiskamer van de buren. Het is een kleine woonkamer, knus en ouderwets ingericht zoals huiskamers in woonwagens horen te zijn. Vier klassiek-houten leunstoelen, twee schilderijen aan de muur. Een clown met melancholieke ogen en een reproductie van van Gogh. De beroemde schilder verbeeldt hier een zelfde soort woonwagen als ik ga bouwen. Gefascineerd kijk ik er naar.
Ik maak mijn blik los van de wand. Hans geeft me een kop koffie.
” Wij gaan hier waarschijnlijk niet blijven,”zegt hij.”Maar we weten nog niet wat onze bestemming wordt. Weet jij het wel?”
“Ik blijf hier zolang als nodig is. Dat is nog wel een poosje. Ik vraag me trouwens af wie wel weet wat er komt. Het boerenland om ons heen zal ook veranderen. De hele melksector is bezig opgeblazen te worden.”
“Ja, dat hebben wij ook gehoord. Investeringen voor schaalvergroting zijn groot en de melkveehouderij draait al lang met grote verliezen, gesubsidieerd door de overheid.”
“Hoe moet dat dan straks? ”
“Ach, dan importeren we die melk toch gewoon.”
“Ja, maar er is overal een schaalprobleem. Waar haal je dat dan vandaan?”
“Buiten Nederland is nog ruimte genoeg voor koeien. Oost Europa is lekker goedkoop om te investeren voor grote bedrijven. Genoeg die graag hun land kwijt willen.”
“En wat doen wij hier met het land? Alles is ingericht op die koeien. De mest word er geïnjecteerd, de hooilanden, de snijmais die je overal ziet…”
“Die snijmais exporteren we naar Oost Europa.”
“En hoe houden we onze grond vruchtbaar als er geen mest meer is?”
“Kunstmest, of koemestkorrels importeren uit het Oosten.”
“Fosfaten voor kunstmest worden gedolven. Die zijn vroeg of laat op.”
“Dan importeren we gewoon die mestkorrels.”
“Dus we importeren de melk en de koemest, en we exporteren de mais. Dat wordt een hoop heen en weer gerij.”
“Ja… nou ik zie het ook veel liever anders. Laten we de de grond schoonmaken. Dat vind ik veel zinvoller. Zeven jaar duurt dat en dan kunnen we overal voedselbossen en boerderijen opzetten gebaseerd op sluitende kringlopen.”

Dit gesprek geeft een korte schets van hoe het is en hoe het kan zijn. Kringloopdenken, dat kan niet in onze groei-economie. Het kan alleen maar groeien doordat er voeding, materiaal en energie aan wordt toegevoegd. Er wordt gedolven waar het maar kan en ook waar het niet kan. Goud, fosfaat, gas, kolen, olie, het houdt niet op. Dat dacht men tot voor kort. Maar het houdt wèl op!

In het kringloopdenken gebruik je alles wat er is als voeding. Er zijn verschillende namen voor. Ecologische of biologische landbouw is het meest bekend. De permacultuur gebruikt de natuur als inspiratiebron. Als je de natuur met rust laat, is er altijd een kringloop van voedingsstoffen. Omdat wij ons eten van de grond halen, halen we ook voeding uit de grond. Die wordt meestal naar elders gebracht. Daarom moet er steeds mest van buiten komen, om de bodem weer vruchtbaar te maken. Een goede bodem heeft veel meer in zich, dan alleen kunstmest.

Poep van mensen en dieren hoort op de composthoop, zodat het terug kan naar de bodem waar het vandaan komt. Takken en blaadjes kunnen makkelijk blijven liggen in de herfst, het houdt de bodem warm en biedt beschutting aan tal van beestjes. Als het vergaan is en verteerd, kan de bodem veel beter water vasthouden en voedingstoffen. In kringlooplandbouw kunnen dieren ook een plek krijgen. Maar niet teveel. De bodem heeft mest nodig, maar overbemesting willen we niet. Genoeg is genoeg. In een kringloop is alles in harmonie, en staan allerlei vast planten, die zorgen dat de bodem stevig bij elkaar blijft. Ze zorgen er ook voor dat de bodem de voedingsstoffen goed in zich op kan nemen. Er zit nog veel meer aan vast en als je wilt kun je er nog veel meer over lezen.

Boeken hierover zijn:

Vierduizend jaar kringlooplandbouw, van Sietze Leeflang
Handboek ecologisch tuinieren van Herman van Boxum en G Buysse
Sepp Holzer’s permacultuur, van Sepp Holzer

Meer boeken over permacultuur:
https://www.google.nl/search?q=permacultuur+boeken+kringloop&ie=utf-8&oe=utf-8&client=firefox-b&gfe_rd=cr&ei=8kAsWMLXE6GT8Qfv5LLQCA#q=permacultuur+boeken

 

Uitproberen

blogtek uitproberen 003

.

“Ik vind het zo leuk dat we hem nu kunnen testen!” Ik kijk naar Dick, naast me. Hij staat uit te hijgen. Mijn superdeluxe kar staat midden op het karrenpad, vol beladen met stalen profielen en golfplaten. Die zijn voor de overkapping, die we gaan bouwen, een werkplek voor de wagen. We konden ze nog net tussen groeigrage stammen en kronkelende takken uittrekken, zonder te moeten kappen. Het lag er vast al een tijdje, daar achter de camping.
“Ik ben benieuwd of we de wagen zo meteen het veld op krijgen. Het is daar zó nat!”
“Dat lukt vast ook wel. Zullen we weer?” Dick zet zijn grote handen op het koude staal. Op de verharding van het brede pad rolt het lekker door. Aan het einde is de bocht naar de parkeerplaats. Ik trek de dissel naar links. Ik kan de voorwielen er helemaal dwars onder draaien, zodat de wagen extra korte bochten kan maken.  “Straks kantelt hij nog!” roept Dick een beetje bezorgd. “Nee hoor,” stel ik hem gerust. Ik heb veel vertrouwen in mijn solide kar met de korte, brede wielen. Die kantelen niet zomaar. Ik glimlach. Achter me hoor ik harde banden door de plassen gaan.

Het begin van het veld is een modderpoel. “Vaart maken!” roep ik. Bij een diepe plas staan we ineens stil. “Ik ga kijken of Paul er is.” Ik loop naar de grote woonwagen en klop op de deur. Niemand. Ik loop terug.
“Nog een keer proberen dan maar,” zegt Dick en haalt adem. “Eén twee drie! Eén twee drie!” Bij elke drie gaan de wielen twintig centimeter vooruit. Rondom het harde rubber borrelt het zompige gras zijn nattigheid er uit. Achter de wielen is de grond platgereden, maar het spoor is niet diep. Daar ben ik blij om.
“Mijn klompen glijden steeds uit over het natte gras,” klaag ik.
“Ja mijn laarzen ook.”
“Laten we maar stoppen dan. Hier staat hij ook prima, voor nu.” Ik laat de dissel los. “Okee.” Hij kijkt bedenkelijk naar de zware vracht. “Zou een paard dat wèl kunnen trekken?” “Vast wel. Een paard is veel sterker dan jij. En een muildier is nòg sterker.” Ik kijk naar mijn blauwe klompen die zich vastzuigen in de modderige bodem van een plas. “Ik zal liever niet met ze door een zompig grasveld heen rijden. Er zullen vast betere wegen zijn om te gaan.”

Ik geef Dick het touw en pak zelf een sterke spanband. Het gaat flink waaien morgen. Maar de harde zuidwestenwind zal er geen vat op krijgen, is mijn voornemen. Stevig trek ik  tot de band strak staat en de wind niet onder de golfplaten kan komen. Ik sta en kijk. Dit voertuig hoort bij me, zoals mijn boot vroeger bij me hoorde. Het wordt meer dan alleen mijn huis, het beweegt met me mee en ik mag er voor zorgen. Even ben ik vol van diepe tevredenheid. Mijn vriend is al vooruit gelopen om koffie te zetten. Hij kijkt naar me over zijn schouder. “Kom je?”

.

.

Traag, trager traagst

Slakkekop

Ik heb de kachel extra heet gemaakt en zit op de bank. Het is aangenaam in huis. Een heel verschil met buiten. De kromme greppel voor de deur is nu bedekt met een kleine ijslaag. De kippen slapen op de houtstapel onder mijn vloer. Ik hoor de kreet van een bosuil. Dan is het weer helemaal stil. In die stilte denk ik aan twee vrienden. Lange tijd waren ze op reis, mogelijkheden verkennend voor een nieuw bestaan. Ik heb ze lang niet gesproken. Ze stuurden mij weken geleden hun telefoonnummer, om bij te praten. Ik heb nog steeds niet gebeld. Ik pak mijn telefoon en zoek het nummer op.

“Heeee Alowieke!” hoor ik verrast aan de andere kant.
“Waar zijn jullie?”
“We zijn nu in Nederland, over een maand verhuizen we met onze spullen naar Spanje. Daar willen we in een ecologische gemeenschap gaan wonen.”
“Waarom Spanje?”
“Het land, de mensen.. En jij, ben je nog steeds op die camping in Brabant?”
“O ja… zo snel als jullie ga ik niet.”
“Snel? Veel mensen vinden juist dat wij langzaam gaan. We nemen geen vliegtuig, doen alles met de boot en met de trein, blijven vijf maanden op dezelfde plek om te werken…”
“Voor mij gaan jullie snel. Voor mijn wagen klaar is en ik langzaamaan ga vertrekken, zover ben ik nog lang niet. Eerst moet ik een overkapping gaan bouwen. Want ik wil graag fijne werkruimte voor mijn project en heb daar een plek voor gekregen. Er ligt hier wel materiaal ervoor, maar in mijn eentje kan ik niet uit de voeten. Zware spanten zijn het, die in elkaar moeten worden gezet. Ik wacht tot Dick er is. Of iemand anders die tijd heeft. Ondertussen leer ik andere dingen, die ik ook nodig heb en schrijf. Geduld hè..  Ik zie steeds meer uit naar straks, de lange wandeltochten, met mijn nieuwe huisje achter me.”
“Ja, wij hebben er ook aan gedacht om echt heel langzaam te gaan reizen, zoals jij wil gaan doen.”
“Als je met trein of boot gaat, moeten jullie toch elke keer landen, als je ergens aankomt. Kijken, waar ben ik. Wat gaan we hier doen. Waarheen. Ik reis graag stapvoets, omdat ik bij elke stap ben waar ik ben en mijn keuzes één voor één kan nemen. En altijd heb ik mijn huis bij me. Met alles erin wat ik graag om me heen wil houden. Ik ben altijd thuis.”
“Ja klopt, als je nog veel langzamer gaat, dan kan dat. Goh.. Nou, zeg eens, wil je nog een wagen bouwen als je met deze klaar bent?”
“Haha, wie weet,” zeg ik.

.

Kleddernatte windvlagen

.

Overgang dakspant-wand

Idee waar ik mee wakker werd. Stormbestendige dak-constructie met isolatielaag en condensdruipkier

.

Stormachtig waait de wind in vlagen langs de vier houten wanden van mijn stulpje. Ik lig op mijn rug in bed te luisteren. Ik ben al een tijdje wakker. Een verbeterde bouwtekening ligt naast me, met een potlood erbij. Zojuist was ik er nog mee bezig. Maar nu denk ik er niet meer aan. Ik hoor iets anders. Een ritmisch zoemgeluid herhaalt zich. Ik besef dat het de zwiepende staalkabel is, van de schoorsteenpijp op het dak. De kippen houden zich stil, ze schuilen zeker onder mijn wagen, hun verenpak uitgezet tot een rond bolletje om de warmte vast te houden.

Ik rek me uit en gaap.’t Wordt tijd om op te staan. Ik stap uit bed en voel de bruine glanzende tegels van mijn kachel. Hij is nog warm. Het kistje hout staat er naast. Ik pak een plankje van vurenhout, dat lekker snel brandt en doe het klepje weer dicht. Nieuwsgierig schuif ik het dunne witte gordijn opzij, dat voor het raam hangt. Onder de loodgrijze lucht staan grote plassen in het veld. Rond mijn wagen is de blubberige boel nog erger geworden, zie ik. Kennelijk heeft het urenlang geregend vannacht. De sleuf, die ik gegraven had, is niet genoeg om al het neervallende water te verzamelen. Er staat opnieuw een plas omheen. Daar ga ik zo meteen wat aan doen.
Ik was me bij de waskom, kleed me aan en ga naar buiten. De schep ligt om het hoekje bij het rechter voorwiel. Ik zet mijn klomp op de schep, zover als ik durf het water in. Toch voel ik mijn sok een beetje nat worden, maar niet erg. Ik graaf druipende kluiten blubber. Breder en breder wordt de geul. Het water verplaatst zich terwijl ik schep, en de holtes stromen vol. Het ziet er best aardig uit, met dat versgegraven heuveltje ernaast. Leuk straks, met bloemen en kruiden erop.

Ik kijk en zie. Winters worden warmer en natter. Regen valt met bakken tegelijk. Nederland waterspeelplaats. Tot nu toe vind ik het nog steeds leuk. Spelen met water en aarde. Laat mij maar schuiven.

.

.

Wadi voor de deur

.

.

kippenoog.

.

 

2015

wILD 2015

.

“Klimaatverandering gaat veel sneller dan gedacht”, lees ik. In december is er een grote demonstratie in Parijs. Ik ga er heen. Je komt er de hele wereld tegen, erg boeiend. Opwekkende verhalen en heel tragische, alles is er. Kopenhagen was in elk geval onvergetelijk, tijdens de klimaattop in 2009. Mogelijk wordt het nog grootser, met nog meer mensen op de been. Maar hoe wild 2015 ook wordt, verder blijf ik rustig doorwerken, hier in het stille Haghorst.

Er zijn grote dingen nodig, maar dat kan niet worden waargemaakt zonder vele kleine stappen.

Ik heb mijn voetafdruk kunnen verkleinen tot wat op dit moment minimaal is. Het ging ineens snel, het opruimen, oude huis verkocht, en nu leef ik al ruim twee jaar in een kleine wagen met zuinige houtkachel. Ik gebruik stukken minder energie, minder water en mijn eetpatroon is versoberd. Het smaakt me des te beter. Op een voedzaam ontbijt werk ik verder, aan mijn eigen reiswagen. Havervlokken eet ik, geweekt in water want dat valt beter. Ik maak het lekker met kaneel, rozijnen, noten en pompoenpitten. Met dit ontbijt achter de kiezen voel ik met zo sterk als een beer en kan ik opgewekt aan het werk. Bouwen!
De nieuwe wagen, die ik zelf ontworpen heb, wordt een stuk kleiner en veel beter geïsoleerd. Als een warm nestje, een cocon, die me precies past. Als dit project klaar is, dan wil ik heel graag ervaring opdoen met muildieren. Het lijkt me niet alleen een groot plezier om zo te trekken, ik maak mezelf ook onafhankelijk van fossiele brandstoffen. Samen met hen loop ik daarheen waar de weg me leidt. Ik kan rondkijken en helpen waar nodig is. In de zomer zou ik betaalde trektochten kunnen aanbieden en onderweg kunnen we samen eetbare planten gaan zoeken.

Ik verdiep me in bouwen met natuurlijke materialen en in alle wonderen die de natuur ons te bieden heeft. Als ik eet uit de natuur hoef ik minder naar de winkel. Als ik toch iets nodig heb, ga ik naar kleine zelfstandigen uit de buurt. Haast bestaat niet. Hoe minder haast, hoe meer ruimte ik heb in mijn hoofd. Die ruimte heb ik nodig om al die nieuwe dingen te leren. Het is niet alleen hard nodig om het tij te keren, op deze wijze verlicht ook nog eens de geest. Spelenderwijs kunnen we zoveel bergen verzetten, dat kan geen enkel hoofd bedenken.

“Live as if you were to die tomorrow, learn as if you were to live forever,” zei Gandhi. Ik doe het met een opgewekt hart.

.

.

Tekening tweeduizendvijftien.

.

.

.

.

Nieuwjaar

aankomst wagen details 007

.

De vuurkorf op het veld maakt een cirkel in de sneeuw. Er omheen zitten mensen, twee gitaren hoor ik en een fluit en stemmen klinken. Vanuit de verte kan ik het net horen. Ik sta met een jongen naast het toiletgebouw, bij mijn nieuwe onderstel. Hij heet Matthijs, zegt hij. De lamp bij het toiletgebouw licht ons nog net een beetje bij. “En ga je hier straks in wonen? Gaaf zeg, jij droomt je droom niet alleen, je dóet het ook!” Ik glimlach.
“Met z’n tweeën kun je hem zo optillen,” zeg ik en we pakken allebei het koude staal, met onze jasmouwen ertussen. De randen van het profiel zijn ijzig en scherp. Met zijn tweeën is het een koud kunstje om de voorkant op te tillen. De ogen van Mathijs beginnen te stralen. “Ik wil kijken of ik hem kan trekken.”
Hij probeert het meteen, maar er komt geen beweging in. Matthijs laat los. “Hij staat nog op de handrem”.
Ik druk de rem naar beneden en de handen van Matthijs omvatten de voorkant. Hij trekt en meteen komt er beweging in. “Wauw hee, houd je hem zo licht?” Lachend kijk ik hem aan. “Ik hoop het! Maar er komen nog heel wat kilo’s bij…”

De volgende ochtend, net ontbeten en op weg naar de buren, kom ik de beheerder tegen. Hij wenst me een gelukkig nieuwjaar en duwt me iets in handen. Het is de beloofde sleutel. Ik loop naar de schuur om hem uit te proberen. De deur gaat open. Dit wordt dus onze gezamenlijke werkplaats. We kunnen beginnen, 2015 begint niet alleen op rolletjes, het opent ook nog deuren.

Het komt er

kolibrie achter 020

De jassen hangen, tassen zijn weer leeg en de inhoud ligt op tafel. We werpen ons op een flinke berg groenten en knollen. Onze messen hakken en snijden tot het klaar is. Ik schep op en zet de twee dampende kommen op tafel, met  twee lepels, elke kom één. “Wil je er geroosterde zonnebloempitten op?” vraag ik. “Jaaa graaag!” zegt Dick.
Ik rooster de pitten tot ze heerlijk beginnen te geuren en een lichtbruine tint krijgen en strooi ze erbij. Gretig begint mijn vriend te eten. Hij is gek op mijn maaltijden.
“Hoe ga ik dat doen, koken in mijn nieuwe wagen?” denk ik hardop. “Dan kook ik immers buiten. Daar is het donker in deze tijd en er is geen licht.”
Het is even stil en ik hoor alleen het geluid van kauwende kaken.
“Ik denk dat ik het overdag ga doen, dan maak ik een hele pan kool en knollen in één keer, net zoals nu.”
“Ja, dat deden ze vroeger ook, overdag koken. Zo hoort het eigenlijk.” Hij kijkt me kort aan en ik knik.
“Daarna schep ik elke dag wat uit die grote pot, doe er wat groene blaadjes bij, en warm het binnen op.”
“Op de kachel.” Dick schraapt het laatste restje uit zijn kom.
“Ja! ’s Winters op de kachel en ’s zomers buiten. Zo logisch eigenlijk.”

Mijn pen tekent de lijnen, scherp, zwart en strak.
Vandaag maak ik geen bouwtekening, maar een kleurplaat. Zo kunnen anderen ook zien, wat ik voor me zie. Ik pak het ene potlood na het andere, totdat het meer en meer gaat leven. Een heerlijk beeld is het, ontspannen, vrij en zonnig. Je zou er zo in willen stappen. En toch vind ik het best spannend. Ik kijk naar de vriendin op de tekening. Blij en tevreden leunt ze op haar ellebogen en kijkt vanuit het bed naar buiten. Gaat het zo worden als ik getekend heb? Uiteindelijk ben ik straks meestal alleen op pad. Daar ga ik van uit. Het zou leuk zijn, één of meerdere reismaatjes, met ook een wagen. Maar ik weet niet of die er zullen zijn. Ach, ik zie wel…

Sommige mensen dromen van een nomadisch bestaan. Weinigen doen het ook. Of ze zijn er niet aan toe. Dat snap ik best. Als je vriend of vriendin niet meegaat, dan moet je afscheid nemen. En van je andere vrienden. En dan hebben de meesten nog een huis, vast werk en een hoop spullen… Wat doe je daar dan mee. Alleen al de voorbereiding vraagt doorzettingsvermogen. En veel tijd en aandacht.

Mijn wagen groeit. Het onderstel staat bij de smid, klaar en betaald. Straks worden al mijn tekeningen langzaam maar zeker driedimensionaal. Wat een eer dat ik dit mag doen. Dit trage creëren van iets volkomen nieuws. Lichtvoetig maar vasthoudend ga ik door. Het komt er.

.

.

.

Ps:

Vandaag hoorde ik op radio4 een gedicht, tijdens mijn lievelingsprogramma, Passaggio. Het geeft een antwoord op mijn vraag: Hoe zal het straks zijn? Waar ga ik heen? Hier de eerste verzen.

Eldrid Lunden, Noorse dichteres, op leeftijd

Waar moeten we heen op de dag
dat we zien dat er nergens
een heen is? Wanneer alle deuren open zijn
zoals ze eerder dicht waren, wanneer één
open suizende ruimte alles is wat rest
van al je verlangen?

***

Het grote groene schouwspel
en de regen die geluid maakt
het donker van de wind in de boom
bos op een zwarte bodem

de wind in, in de wind

Vier passen voor ijsberen

Ijsberen

Eén, twee, drie, vier. Vier stappen maak ik en de laatste is een heel kleintje. De kurkvloer onder mijn voeten is niet zo koud meer als vanochtend. De kachel is warm. Na de vierde komt een halve draai, mijn armen geheven als een danser. Zo keer ik om, precies op de grens die ik afplakte op de vloer. Zwarte tape voor mijn tenen geeft het oppervlak weer van de wagen, die al lange tijd in mijn verbeelding aan het groeien is. De maten ken ik door en door. Meten is weten, zeggen ze. Ik loop. Vier passen heen, vier weer terug. Dat is hem.

Gisteravond kwam ik terug, na een paar dagen reizen. De kippen renden naar mijn voeten en de pauw stond op het bordes alsof hij me opwachtte. De ezel balkte. Verder was er geen mens te bekennen, in geen velden of wegen.
Hoeveel mensen vertelde ik mijn verhaal? Genoeg. Menigeen genoot van het beeld, de kleine woonwagen op reis. Elke lach die ik terug krijg inspireert me. Ik neem ze mee naar huis en koester ze als zonlicht.

Ik loop als een leeuwin in haar hok. Heen en weer. Loom en lenig. Niet gekooid, maar uit vrije wil en gedompeld in stilte. Een scherp contrast, de drukte van de afgelopen dagen en de diepe rust die me nu omkleed als een donkerbruine deken. Het is donker, vochtig en koud buiten. Maar hier binnen niet.
Ik heb het licht uitgedaan. Zonder kunstlicht wordt het duister iets tastbaars. De grijze schemer versterkt de schaarse geluiden en maakt de stilte stiller. Nu het licht aan doen, is als een radio aanzetten om maar iets te horen. Maar ik wil geen stemmen nu, geen schijnwerpers. Laat alles wat het is.

Ik denk aan mijn nieuwe wagen. Ik loop in de denkbeeldige kleine ruimte en strek mijn armen wijd, langs de twee rijen kleine ramen. Met mijn vingertoppen kan ik ze raken, aan weerszijden tegelijk. Ik hef mijn armen omhoog en als ik op mijn tenen sta, kan ik mijn vlakke hand tegen het hoogste punt van het plafond leggen. Ik voel de stugge katoen onder mijn vingers en de warme laag van schapenwol eronder. De dakspanten maken een ritme van ronde bogen. Vijf zijn het er, tot de bedstee. Ik raak ze boven mijn hoofd, gelijk met de passen van mijn voeten. Ik loop en de ribben van mijn cocon lopen met me mee in het ritme. Ik schrijf de maten met mijn lichaam. Eén, twee, drie, vier, langs de kachel, tot het bed en weer terug. Vier stappen om te ijsberen. Het duurt niet lang meer, dan gaat het feest beginnen. Bouwen ga ik.

…………….Mensenwens voor een wurm

WurmMensenwens voor een wurm

Stil onder een natte steen
bewegingloos vol leven
hoeveel kun jij ons nog vergeven
lieve wurm, ga nog niet heen

Ik weet dat ik je broer een keer
dwars door midden sneed, pardoes
een scherpe spade zonder roest
en weer en weer en weer…

We hakken en we woelen
het gaat maar door en door
ik heb er een gebedje voor
Laat het weer krioelen.

Zonder messen, zonder ploeg
geen reuzenwielen niets ontziend
zoveel meer heb jij verdiend
na al wat je verdroeg

Dit hoop ik en maar ja, ik weet
het is maar slechts een wens
van één enkel simpel mens
maar de plaat is nog niet heet

De druppel kan nog vallen
in aarde waar jij bent
lieve wurm, zo onderkend
Ik gun je duizendtallen