Laat ze nog eenmaal hun carnaval vieren

.

.

De Friezen die al zolang wachten. Laten ze nog éénmaal hun Carnaval vieren, de Dans van ruimte met muziek van ijs. Zou ik daar bij kunnen zijn? Ik hoop het!

.

Ik ben nog steeds in Brabant. Mijn wooncocon staat op wielen, daarom kan ik er makkelijk voor kiezen om weg te gaan. Toch denk ik goed over die keus na. Het is bijzonder dat het nu gaat gebeuren, na vijf en een half jaar op deze minicamping te hebben gewoond en gewerkt. Nog even geduld en dan is het zover. Dan zetten we hem op een trailer, die mij en mijn huisje naar Friesland zal brengen.
Terwijl ik denk aan de verhuizing, kijk ik naar buiten. Ik kijk naar de plassen in het zand, zand, waar alles zo makkelijk op groeit. Het makkelijke, losse zand heeft de vanzelfsprekende gezelligheid van een tuin die al heel snel bloeit. Maar nu bloeit er niks. Het heeft de hele ochtend hard gewaaid. Ik open de twee bovendeuren en zie donkere wolken wegdrijven. De wind is gaan liggen. Ik open nu ook de onderdeuren en trek mijn terreinlaarzen onder het bordes uit en doe ze aan. Ik wil fietsen en rondkijken. Nu ben ik nog hier. Nu kan het. Ik struin door de plassen en pak mijn grote Gazelle uit het fietsenhok. Ik fiets door het natte land en rijd door de dorpen.

Nog nooit zag ik het, voor ik hier kwam, de stijgende opwinding van het Carnaval. Al weken prijken olijke namen bij de grens van ieder dorp, de Stopnaolden, de Durdauwers, de Tuutefluiters… Soms leg ik mijn oor te luisteren bij een passant en hoor de verhalen. Alles draait om Carnaval. Een ieder zet zich in, elk jaar opnieuw. De golf van gekheid is niet te houden. Het is een golf die groeit met de dag, tot hij schuimend en bruisend valt. Dan is er een tijdje rust, tot dat alles zich opnieuw verzamelt en dan begint het weer van voren af aan.
Straks fiets ik hier opnieuw, onder de kraakheldere hemel van februari, als het feest voorbij is. Dan rijd ik in het prille ochtendlicht over ditzelfde bospad naar Diessen en zie daar weer die verloren damesslip, vlakbij dat bankje…

Dat is wat, zo’n feest waar iedereen naar uit ziet! Dat hebben ze in Friesland niet. Of wel?

Friesland, ik ken het wel een beetje. Er vlak bij ben ik geboren. Vanuit de poldertoren kon je het bijna zien liggen. Van Emmeloord naar Lemmer is niet zo ver. We gingen er wel eens kamperen. Het land was net zo vlak als onze polder, maar tegelijkertijd was het heel anders. Ik zag de geschiedenis van de sloten, de graspollen die ruiger groeiden dan de onze, de kronkelige waterlopen. Bij ons was alles recht en monotoon. Ik hield van de klei, van het zoete en zoute water van het oude land, meer dan van het land waar ik geboren was. Ik ken de klank van hun taal. Ik weet ook dat ze wachten. Daar zijn ze keigoed in en niet alleen de boeren, die hun oogst uit de trage klei willen halen. Er is méér waarop ze wachten. Wachten maakt kracht, kracht, om te gáán. Hun Friese verlangen gaat uit naar één ding.

“Het carnaval van het noorden”

De Friezen wachten jaar naar jaar en soms, ineens, dan is het er. In 1986 en in 1997 gaan de schaatsen uit het vet. Een bonte mengeling van mensen krioelt op pleinen in dorpen, naar de bruggen, op weg in een stroom naar vaarten en meren. De tocht leidt door dorpen, elf in getal. De Tocht der tochten is een gekkenhuis. Kapotte knieën, blauwe tenen, gebroken kaken en/of benen, werkelijk niets houdt de Friezen tegen. Het is nu of nooit.

Maar het wachten duurt steeds langer. Wordt hun liefste wens nog ooit vervuld? Als de wereld dan toch warmer wordt, dan gun ik de Friezen het poolijs dat wegdrijft in de oceaan.
Laat het zijn weg naar Friesland vinden, laat het hun meren en sloten bevriezen tot het hardste en gladste ijs wat er is. Laat ze nog éénmaal hun Carnaval vieren, de dans van ruimte met muziek van ijs. Zou ik daar dan bij kunnen zijn? Ik hoop het!

.

.

.

Marjolein van ’t Spoorhuis in Utrecht stuurde mij deze link. De jaren zestig waren rebels en bevrijdend. Niet alleen in Amsterdam waaide deze tijdgeest, ook in Tilburg met carnaval.

.

.

Kleine enquête

Ik fietste rond in de omgeving van Brabant waar ik woon. Ik stelde een aantal mensen de volgende vraag. “Doet u mee met carnaval?” Soms ontstond er een lang gesprek. Dit is een korte weergave.

Haghorst, jonge twintiger: Geweldig, we leven er naar toe en al mijn vrienden doen mee.
Haghorst, man veertiger: Ik ga er wel even heen, maar niet vol ertegenaan.
Haghorst, twee zestigers: Carnaval is voor de jeugd. Wij passen wel op de kleintjes.

Meisje onderweg, twintiger: Ik woon in een klein dorp bij de Belgische grens. Ik ga altijd met een groepje. Bij ons doet het hele dorp mee, alleen mensen boven de zestig doen het wat rustiger aan. Maar ze komen wel meegenieten van de optocht.
Ik studeerde in ‘s Hertogenbosch, daar was de hele stad ook één groot feest met carnaval.

Moergestel, man vijftiger: Ik ga er nog wel even heen! Hier wordt carnaval echt gevierd! Er zijn wel vier carnavalsverenigingen, allemaal met eigen pronkwagens, kleding en hun prinsen. Ik denk dat carnaval hier nooit zal verdwijnen.

Moergestel, vrouw van de kledingwinkel, zestiger: Toen ik kinderen had van 10 en 11 ongeveer, toen was het geweldig, al die moeders met hun kinderen waren er. Dat was zo gezellig! Maar we deden niet de volle vijf dagen mee, dat was te lang voor de kinderen en voor ons. Het is vooral de jeugd die doorgaat van begin tot eind. Steeds meer ouderen geven hun geld liever uit aan wintersport dan aan bier met carnaval. Er zijn nog wel ouderen die wel graag zouden willen, maar die hebben dan niemand meer om mee te gaan.
Carnaval gebeurt hier vooral in zalen en op pleinen. In Weert is het nog echt op straat. Als je carnaval wil beleven, moet je daar naar toe!

Ik denk dat ik het doe ook! Ik heb nu de kans nog.

Doop in het land bij de zee

.

Friesland. Een land met kilometers lang niks dan gras. Vorig jaar schrok iedereen op van  een flinke tornado. Je kan er van alles verwachten, in deze tijd vol extremen. Ik ga er toch heen. Dit jaar ga ik verhuizen.

.

EÉN van de schapen blaat. Vanuit mijn raam zie ik de andere schapen naar het hek rennen. Tussen de spijlen door kijkt het eerste schaap reikhalzend over het veld. Komt er eten? Is het de beheerder? Ik sta op van mijn bank. Als het de beheerder is dan moet ik zeggen dat de stroom er uit ligt. Ik hoor het schrikdraad niet meer tikken. Ik loop naar het raam van mijn deur en kijk. Het is niet de beheerder.
Een vrouw komt rechtstreeks naar mijn huisje gelopen. Ik open de bovendeuren. Ik voel de koude vochtige buitenlucht naar binnen stromen.
“Hallo!” roep ik haar toe. Ik ben een beetje verbaasd over dit onverwachte bezoek en moet mezelf even wakker schudden.
“Hoi, ik ben Judith,” zegt de vrouw “Ik had toch gezegd dat ik deze week zou komen?” Ik knik enthousiast. Judith leest graag mijn verhalen. Ze heeft het glas in lood raampje gemaakt, dat in de nok prijkt, hemelsblauw en rood. Het is prachtig. Ze heeft het opgestuurd met de post. We hebben elkaar nooit ontmoet.
“Ik ben een beetje dromerig, want ik ben vannacht snipverkouden geworden,” zeg ik.
“O, ik ga zo weer verder hoor,” lacht ze en komt dichterbij lopen tot ze vlak voor me staat.
“Zie je je raampje wel zitten?” vraag ik en doe een stap opzij zodat ze het kan zien. “Ja hoor,” knikt ze, zonder er veel aandacht aan te besteden. Dat is nogal logisch, ze heeft het allang gezien, want ik heb de bouw van mijn woonwagen uitgebreid gedocumenteerd en naar haar doorgestuurd.
“Leuk dat we elkaar nou zien,” zeg ik. Judith knikt tevreden. “Weet je wel dat ik binnenkort naar Friesland verhuis,” ga ik verder “Ik heb gisteren de bevestiging gehad dat het doorgaat. Het is een landje bij een vervallen boerderij. Het ligt schuin onder Leeuwarden.” “O, Friesland?” Haar gezicht licht op. “Wat leuk, ik heb veel meer met het noorden dan met het zuiden.”
“Ja, ik eigenlijk ook.” Ik denk aan de dag dat ik hier terecht kwam, volkomen vreemd in het Brabantse platteland. Zes weken lang werd ik wakker met de gedachte, wat doe ik hier?? Ik kijk naar Judith. Ze kijkt voor zich uit en glimlacht.
“Wat is dat voor plek, waar je heen gaat?” vraagt ze dan.
“Het heet Frijlân,” vertel ik opgewekt. “Het is nog in oprichting, het contract met de gemeente is deze week getekend. Ik ben nu de vierde die meedoet. We kunnen er ècht gaan wonen. Het vervallen gebouw wordt opgeknapt voor de gemeenschap. Alles wordt nieuw leven in geblazen. Mijn leven en visie strookt met het hunne en ze zijn blij met een Tiny House in hun midden, mijn wooncocon is de eerste! Ze willen er graag meer. Er komen ook yurts, om te beginnen. Dat zijn die ronde tenten uit Mongolië, met een houtkachel in het midden.”
Judith luistert aandachtig. “Ja ik ken ze. Maar zeg… Is het in de buurt waar die nieuwe woonwijk komt?”
Ik knik. “Het ligt er pal naast.”
“Dan weet ik waar het is! Een vriend van me kijkt daar altijd naar weidevogels.” Judith kijkt er wat treurig bij.
“Ja, er zal een hoop wei verdwijnen. Maar er komt wat voor terug. Dit wordt vast iets moois. Vaak draaien dit soort plekken om zelfvoorzienend leven, maar dit is een plek waar ook de omgeving bij betrokken wordt, mens èn dier.”
Judith haar blik gaat even naar de witte schapen met hun krullende horens. Met hun tanden schrapen ze de schors van de bomen. Kennelijk zit daar iets in wat ze nodig hebben. Dan kijkt ze weer naar mij. “Ja het geeft vaak problemen als mensen een paradijs voor zichzelf willen houden.” beaamt ze.
“Dit wordt een gastvrije plek, ” antwoord ik kort. “Kom maar eens langs, als het zover is. Ik geef wel een seintje.”
Judith knikt tevreden. “Dat ga ik zeker doen!”
“En dan kom ik een keer bij jou,” zeg ik.
Dat is goed. Judith bedankt me hartelijk dat ik tijd voor haar nam en loopt terug naar het parkeerterrein.

Ik mijmer nog even na over dat bijzondere project, Frijlân, waar ik straks deel van uit maak. Wat maakt het zo bijzonder? Het is niet grootschalig, het begint klein. Dat maakt het levensvatbaar, dat maakt dat het rustig kan groeien. Het verwelkomt nieuwsgierigheid naar andere manieren van leven en mensen met hart voor de natuur. Het wordt vast een levendige plek die aanstekelijk werkt om nieuwe ideeën uit te werken. Er zal een eetbaar landschap ontstaan waarin ook dieren zich thuis voelen. Straks sta ik met mijn wooncocon op hun minicamping, als “artist in recidence”. Wat ga ik er doen, vraag ik me af. Maar ik zet de vraag gauw uit mijn hoofd. Ideeën heb ik genoeg. Eerst maar eens kijken.

Het is weer stil. De schapen hebben de boom met rust gelaten en liggen in een hoek van de wei te herkauwen. Er steekt een windje op en mijn huisje schudt zachtjes. In Friesland zal het nog veel harder waaien. Daar is kilometers lang niks dan gras. Vorig jaar was er zelfs een tornado. Ik lach om mezelf. Had ik mezelf maar geen “ambassadeur van de leegte” moeten noemen. Dat vraagt om een doop in het uiterste noorden, dat vlakke land bij de zee.

.

https://m.facebook.com/Frijlan/

.

 

.

 

Bèèèèèèèèèh!

.

.

Ik voel me als een druppel in de golf van de tijd. “Bèèèèèh” zegt het schaap. 

 

Het is nu echt januari. Ik kijk uit het raam. Dick is net weg. Dit keer hoeft hij nìet door de regen. Hij kan in de zon naar huis. Maar koud is het wel. Ik geniet van het witte winterlicht. Het is zo helder.

De schapen voor het raam hebben van de wei een modderpoel gemaakt. Het gras is geel en ligt slap in de drab. De madelieven zijn verdwenen. Het verborgen leven rust in zompige aarde tot het tijd is. En met het terugkerende licht wordt het popelen om lente bijna hoorbaar, als een terugkerend refrein, luider en luider.

Het is een tijd vol veranderingen. Tegelijkertijd gaat het traag, voor wie de wereld anders wil zien. In de winter is alles extra traag. Voor mij is dat juist goed. Al jaren leef ik in het ritme van het licht en pas er mijn dagen en werkzaamheden op aan. De winter is een tijd voor denkwerk, om plannen uit te werken.
Voor me heb ik een vel papier. Het is een werklijstje. Het zijn allemaal restjes werk, bij elkaar geveegd van het laatste jaar, de laatste dingen. Maar dit jaar wordt alles anders. Dat weet ik. Ik vraag me af of het nog klopt, wat ik te doen heb. Ik maak daarom geen haast. Nieuwe plannen krijgen langzaam vorm in mijn gedachten. Ik pak ze beet en leg ze weer neer. In de lente, ja, dán gebeurt het. Dat weet ik.
De schapen staren naar me, door mijn raam. Ik kijk terug. Ik voel me als een druppel in de golf van de tijd. “Bèèèèèèèèèh”, zegt het schaap en kijkt naar het hek. Er komt iemand aan.

.

.

Voet aan de grond

.

.

 

Ik bouwde een huisje op wielen
en ga.
De Aarde zelf
weet wel waarheen.

Ik ga waar de bodem
mij asiel verleent
om klei te wroeten
compost te broeien
voet aan de grond
om te groeien.

Ik ben in klei geboren
en ben te gast op zand
om dit van de grond
in de hoogte te bouwen
ik investeer mijn ademhaling
in dagelijks vertrouwen

Waar ga ik heen
naar welke taak
ik wil geen toerist zijn
slechts voor vermaak.

En alléééé

dan is het er
of wellicht was het er al

Ik krijg voet aan de grond
een gunst aan mij verleend
Ik spreid het laken
voor ‘t laatste stille ontbijt
krachten worden nu vereend
en alles is op tijd
om een brede lach te maken
om lippen
van elke mond

Dat ieder zich verheugen kan
op die ochtendstond
nog verzonken in mist
en het ei dat zachtjes sist
in de koekepan

.

.

 

Eindejaarsfilm

.

Vlak voor het nieuwe jaar begint, wil ik iets bijzonders presenteren. Geen blog, geen tekening, geen gedicht, geen korte video, maar een film, dè film!

In deze tijd worden oude dingen worden afgerond. We nemen afscheid van een jaar met spijt of met voldoening, of alles tegelijk. Voor mij waren deze donkere dagen ideaal om het  nog een tweede keer te beleven, in een flitsende samenvatting. Ik maakte een film van de bouw van mijn “wooncocon”. Al het beeldmateriaal, meer dan drie jaar bouwen, heb ik gerangschikt. Ik heb er een verhaal van gemaakt, dat hopelijk niet alleen goed te volgen is, maar ook prachtige sfeerbeelden geeft.

Ik kon mijn droom waarmaken op deze minicamping in Brabant, waar ik heel dankbaar voor ben. Alle omstandigheden waren perfect voor deze film. De verstilde beelden in de winter zijn adembenemend en in de lente hoor je slechts het gekwinkeleer van de vogels. Je kan hier werken met een ideale concentratie zonder stoorzenders. Ik heb het hele proces consequent vastgelegd. Niet alleen met mijn huisje, maar ook over de film ben ik  helemaal tevreden.

Ik hoop dat dit verhaal zijn weg vindt en dat het nog menig enthousiaste bouwer inspiratie biedt. Of laat het er zijn, gewoon als verhaal, om naar te kijken en van te genieten.

Ik wens jullie veel kijkplezier en alle mogelijkheden om je dromen waar te maken en van dat proces te genieten. Een vitaal 2018!

.

.

Het laatste idee is om mijn wooncocon in een kas te zetten van 40 – 50 M2. Dan heb ik daarin mijn buitenkeuken en composttoilet, kruiden, druiven, tomaten, komkommers en de kleine stekken voor ze de koude (klei)grond in kunnen. Later meer daarover.

.

.

Huisje in de sneeuw

.

.

Het is snijdend koud en het sneeuwt al urenlang. Er staat een keiharde oostenwind. De vlokken waaien horizontaal tegen mijn voordeur. Die bestaat uit vier kleinere deurtjes. Ik heb ze met veel zorg precies passend gemaakt. Dat duurde lang. De naden heb ik bedekt met afwerklatten. Mooi werk, vond ik, de wind kon er vast niet doorheen. Dat dacht ik. Maar mooi niet. Vandaag waait de wind medogeloos. Het is een robuuste jongen. Hij laat zich door niets weerhouden en geen kiertje is te klein. Ik kijk er naar en voel de tocht langs mijn handen. Ik weet maar één oplossing, dichtplakken.

En nu is alles dicht. De tocht is weg. Ik kan er niet meer door. Ik ben waar ik ben. Ik heb het bed niet opgeruimd en omgetoverd tot zithoek, zoals anders. Ik heb het bed het bed gelaten en dat is nu mijn leefhol. Ik schrijf, bewerk mijn foto’s. Af en toe sta ik op en kijk naar de vogels. Het zijn er een heleboel. Ze eten van vetbollen en zaad. Zelfs als het stormt.

.

.

Ik kan nog wèl door de achterdeur. Zo fijn dat ik die heb! Er zitten òòk vier deurtjes, net als voor. De bovenste twee zitten bij mijn bed. Als ik de twee deurtjes open doe, waait er geen koude wind naar binnen. De achterdeur zit nu in de luwte. Dat scheelt! Ik glimlach tevreden. Vanuit het bed klauter ik op mijn sokken naar beneden, de buitenkeuken in. Daar staan mijn klompen. Ze voelen koud aan mijn voeten. Zo kan ik het netjes doen, zonder het bed vies te maken. Het is een hele organisatie, om alles via deze omweg te doen. Water halen, kaas uit de keuken meenemen, schillen naar buiten gooien, plasflessen legen, hout voor de kachel naar binnen sjouwen, de asla van de kachel legen. O ja, ook nog mijn composttoilet, dat moet ook nog naar buiten. Ik ben er zowat twee uur zoet mee.

.

.

Als ik klaar ben voel ik me zo voldaan, dat ik er de hele dag tevreden over ben. Het uitzicht is adembenemend. Een rukwind waait de sneeuw van de takken. De wind rukt aan de dichtgeplakte voordeur en ik hoor het plakband knisperen. Toch blijft alles op zijn plek. Dan is het weer stil. En onmiddellijk zijn daar de vogels weer. De krulwilg, nog niet eens al zijn blaadjes kwijt, is één groot fladderballet van vleugels en wappersneeuw.

.

.

Ik geniet met volle teugen. Dit uitzicht is uniek. Straks is het er niet meer. Ik wil een tuinkas om mijn wagen hebben. Dan hoef ik de voordeur niet meer dicht te plakken. Dan kan ik gewoon naar buiten stappen, midden in de ergste sneeuwstorm, om iets buiten mijn wagen te doen. Superhandig, zo’n tuinkas. In de lente kan mijn huis eruit en kunnen de plantjes erin.

.

.

Als ik zo beschermd sta, dan is het ruige romantiek er wel een beetje af. Dan wiebelt mijn huis niet meer bij rukwinden, dan heb ik de mezen niet meer in mijn keuken. Geen pimpelmees die er nog schuilt, in een achteloos opgehangen broodzak, pal achter het raam. Dan zijn er weer andere dingen om naar te kijken.
Dus ik geniet van hoe het is. Elk moment opnieuw.

.

.

 

Dit is speciaal voor Herma van radio 4, die gezorgd heeft voor zoveel kristalheldere muziekmomenten en die nu weggaat.

.

 

.

 

Een taal die niemand kent

.

.

Ik heb de kachel aangemaakt met kleine houtjes die ik gesprokkeld heb in het bos. Het is een koude ochtend. Ik kijk door het raam van mijn woonwagen naar de witte bevroren mist. Er is geen briesje, geen takje wat beweegt. Een paar mezen hangen aan de vetballen die ik ophing. Het Brabantse platteland maakt zich klaar voor de winter.
Ik kijk door het raam en luister. Ik heb een nieuwe CD, van Goran Bregovic en geniet met volle teugen. Vaska Jankovska, ik hou van haar stem. De muziek neemt mij mee naar buiten. Ik kijk en zie haar tere, heldere meisjesstem als lichte nevel over bevroren gras. Donkere klanken van de contrabas zijn als de natte kale takken, houterig en zwart van vocht. Alles lijkt in elkaar over te vloeien, de stem, de muziek en het verstilde landschap. Ik krijg kippenvel. Ik hoor wat ik vóór me zie. Wat is dit? Wat zingt ze in hemelsnaam?

“Aven Ivenda” lees ik op het beeldscherm. Dat is de titel. Ik zoek verder. Onder een filmpje op You Tube vind ik uiteindelijk de tekst van het lied. Het is geschreven in de taal van de Roma’s, het romani genoemd. Er staan veel reacties onder. Niemand weet de betekenis van de tekst. Ik ga verder op zoek naar een vertaling, maar die is er niet. Er is geen woordenboek van deze taal! Ook Bregovic zelf laat geen woord los over betekenissen. Het komt van een CD met verhalen en liederen van trouwerijen en begravenissen. Het is muziek uit allerlei culturen, het ene moment ingetogen poëtisch om vervolgens uit te barsten in feestelijke uitbundigheid, zo intens als het leven zelf.
Ik zoek en zoek. Maar waar ik ook kijk, nergens is een vertaling van de gezongen teksten en ook niet van dit prachtige lied.

Na een poosje vind ik iemand die meer weet, al is het dan alleen de titel.
Verwonderd staar ik naar de vertaling ervan. Het betekent “De winter komt…”
Notabene! Hier wil ik meer van weten.

De Roma zijn een volk dat veracht wordt. We noemen ze meestal “zigeuners”. Van oorsprong komen ze uit Azië en hun taal lijkt op Sanskriet. Ze zijn muzikaal en ambachtelijk en kunnen veel. Toch krijgen ze zelden respect. In Oost Europa kwamen velen terecht in een hard leven van slavernij. In de tweede wereldoorlog wachtte hen hetzelfde lot als de joden. Het zijn mensen bestempeld als dieven, onbetrouwbaar tuig en asociale schreeuwers. Ik kijk naar verschillende filmpjes, waarin dit beeld bevestigd wordt en een lange lijst met de even schreeuwerige reacties van Nederlanders die ernaar keken. Wat een tegenstelling is dit, met de poëzie van dit ingetogen lied!
Ik zie veel enthousiasme over dit gezongen gedicht, een lied van de Roma. Maar toch vind ik niemand die naar ze toe is gegaan om te vragen wat het betekent. Ik kan het laten liggen. Net als de anderen zeggen, dan weet ik het maar niet. Maar dat zou jammer zijn. Het is zo mooi. En ten slotte woon ik ook in een huis op wielen, net als zij. Als ik het echt wil weten, moet ik zelf op zoek gaan. Op zoek naar één van die Roma. Ergens mòet toch iemand zijn die het me kan vertellen.

.

Sa gada guglije munrrije sa gada dilije
Ucharla iva parne
Thaj duj cikne asvora
Sar duj cirikljora
ivja furjan
Ileja
Aven Ivenda

So te cera romano kopile
Vo isuso sas kopile
Thaj cerlas katar o paj mol
Kale themeja men ustavasa
Punrro ci mekasa
Lundze droma
Ileja
Aven Ivenda

.

.

.

.

Straks is het heel gewoon

.

Lekker hangen aan een oersterk dak. Het zit tjokvol schapenwol, het is warm en nog geventileerd ook. Met zo’n dak blijf ik gezond en lenig als een aap, al word ik honderd. Hoe de wereld er ook uit ziet in 2065, ik ga er voor.

.

De telefoon gaat. “Hallo met Hanna, ik ben student journalistiek. We hebben elkaar ontmoet in Tilburg op het perron en u vertelde over uw manier van leven en dat u zelf uw huis bouwde. Nu moet ik iemand interviewen die controversieel is. Ik dacht meteen aan u.”
Ik zeg haar dat ze welkom is en we maken een afspraak.

Later denk ik na over het woord “controversieel” Waarom is mijn manier van leven controversieel? Wekt het tegenspraak op? Het is meestal het tegenovergestelde. Ik kom veel vaker mensen tegen die er ook van dromen, maar het niet doen, dan mensen die er wat op tegen hebben.
Ik denk veel na over alle goede invloed die mijn manier van leven heeft op de omgeving. Ik gebruik weinig energie, ik heb weinig nodig en kan daardoor veel aandacht besteden aan mijn omgeving. Daarom tuinier ik veel, ik composteer alles wat er binnenkomt. Ik maak de grond rijker, de wereld mooier en waar ik ben wemelt het al gauw van de bloemen, hommels, vlinders en vogels. Als het moet, kan ik makkelijk verhuizen naar een plek waar ik nodig ben.
In deze tijd van klimaatverandering, ernstige bedreiging van de diversiteit en grondstoffen die op beginnen te raken, zou deze manier van wonen omarmd moeten worden. We moeten drastisch anders gaan leven, willen we het redden.
Inmiddels is ook duidelijk dat Antartica veel en veel sneller afsmelt dan gedacht en dat de zeespiegel aan het einde van de eeuw niet slechts een enkele meter, maar een aantal meters gestegen is.
Ik ben er niet bang voor. Ik denk ook niet, dat maak ik toch niet meer mee. Ergens is het in mijn bewustzijn, dat dit al in mijn leven kan gebeuren. En dan is het goed om mobiel te zijn, en zelfvoorzienend. Dan is het handig om je te kunnen redden met de gereedschappen die je hebt en het goed te kunnen vinden met de mensen om je heen.
Regels worden steeds strakker. Het zou juist andersom moeten. Om ons aan te kunnen passen aan de snel veranderende wereld, zou er meer ruimte moeten komen om te experimenteren met andere woonvormen. Zoals ik het op mijn manier doe. Als je ruimte krijgt om te spelen, dan merk je wat je ècht kan. Zelfvertrouwen groeit en je weet dat je je ook in moeilijke situaties kan redden.

Spelen maakt dat
enge dingen
zich gaan ontpoppen
tot uitdagingen

Hoe meer mensen de sprong maken, hoe meer er zullen volgen. Een leven zoals het mijne? Straks is het heel gewoon. Dat hoop ik zò!

.

In dit spannende filmpje van 10 minuten kun je het hele verhaal volgen. Als je meer wilt weten over details van hoe ik het gedaan heb, bekijk de andere video’s of kom langs!

.

.

.

Wat vind ik in mijn schoentje

.

Wie heeft er nou een huis dat weet wanneer het sinterklaas is? Vlak voor 5 december, vond ik zomaar iets in mijn schoen. Ik was maar heel even weggeweest..

.

Mijn kleine huis zit vol verrassingen. In het ontwerp heb ik gekke bergruimtes getekend, waarvan ik nog niet precies wist waarvoor ik ze zou gebruiken. Ik maakte ze omdat ik gek ben op onverwachte ruimtes. Zo maakte ik in het dak, pal boven de deur, een luikje. Het is maar twintig centimeter in het vierkant en het zit vastgeklemd in de constructie van de nok. Je moet eraan trekken om het te openen. Aan de buitenkant, in de gevel, is dit bergplaatsje ook toegankelijk.

.

.

.Als je het luikje open doet, zie je aan de binnenkant twee geschilderde kwikstaarten. Zij waren de eersten die in mijn nieuwe huisje wilden gaan wonen. Het paar wilde in dat leuke hokje een nest maken. Waarschijnlijk schrokken ze zich wezenloos toen opeens het klepje openviel en ze naar beneden vielen.  Ik vond twee gevangen kwikstaarten in mijn huis, die niet meer wisten hoe ze hier verzeild waren geraakt. Het is dus een klepje wat ineens open kan gaan. Dat wist ik toen. Ik heb het expres zo gelaten.

.

.

Ik heb er mandarijnen in gestopt. Gewoon, omdat het zo hoort. In een bergruimte, daar stop je iets in. Dus waarom geen mandarijnen. Zo lagen ze er dagenlang en ik was al helemaal vergeten, dat het luikje open kon vallen.

En toen gebeurde het. Ik ging alleen maar even de kippen voeren. Ik kwam gelijk weer terug, keek  met stomme verbazing in mijn schoen en lachte.

Tijdens mijn korte afwezigheid, vlak voor sinterklaas, vielen de mandarijnen precies in mijn schoen. Wat heb ik toch een heerlijk huis.

 

.

.

Lang leve de bezielde pionier

Met aan het slot nieuws over een leuke ontwikkeling.

 

.

                                                                     De bezielde pionier

 

Een groepje mensen klopt aan bij de gemeente. Ze zijn geïnspireerd om het anders te doen en willen leven op kleine voet: Wonen in hun eigen Tiny House. Zo goed mogelijk leggen ze uit wat de bedoeling is. Dan horen ze dit: “We willen een heel strak beeld van wat een Tiny House is, voor we met jullie in zee gaan.” Ze zullen niet de eersten zijn, die hun tanden stuk bijten op zo’n eis.

.

Het is ochtend. Ik heb net mijn oefeningen gedaan en sta fris en helder achter mijn laptop. Ik kijk naar mijn berichten, gooi de helft er ongezien uit en vind een uitnodiging van een vriendin. “Ga je mee naar de open dag van een Tiny Houseproject?” Ik kijk ernaar en zie dat het in de buurt van Den Haag is. Vorige week begon er ook al iemand over. Misschien moet ik er toch maar eens naar toe. Ik weet dat er een plek vrij is en je weet maar nooit hoe een balletje rolt.

Ik schrijf een korte brief. Ik ben geïnteresseerd in de mogelijkheid om aan te schuiven. Kan het nog? Ik plaats er een mooie foto bij van mijn huisje.

Het antwoord komt snel. “Nee, we hebben al een gegadigde en bovendien zoeken we een ander soort Tiny House. Warme groet.” Verbouwereerd staar ik in de verte. Het is nu de tweede keer dat ik zoiets hoor. De warme groet helpt maar weinig aan het feit dat ik me in de kou gezet voel. Wat krijgen we nou, ik heb een paar maal het gedachtegoed van het kleine wonen vertegenwoordigd, met volle overtuiging. En nu krijg ik deze afwijzing. Ik vraag me af waarom.
Is wat ik maak te kleurrijk, te authentiek? Daar ben ik dan mooi klaar mee. Ik wil niet worden weggezet aan de rand van de samenleving, als een veel te unieke paradijsvogel. Ik wil er middenin staan. Ik wil dat nog veel meer mensen dit kunnen doen. Een rijk en veelzijdig pallet van bedrijvige enthousiastelingen, dat wil ik zien. Ik meende dat ik met mensen te maken had die hetzelfde dachten. Blijkbaar is dat niet zo.
Is er zoveel verschil tussen hen en mij? Ik gebruik dezelfde eco-materialen. Ook ik heb een dikke laag isolatie van schapenwol, zonnepanelen, een lithium-ion accu en een infraroodpaneel voor kille zomerdagen. En straks komt er een grote opvouwbare zak onder mijn huisje voor opvang van regenwater. Ik kan het zuiveren tot drinkwater met een nanofilter. Ik kijk, ik onderzoek en vertel er over, zodat anderen er ook wat aan hebben.
Met al die dingen zijn ook deze Tiny House bewoners bezig. En toch mag ik hier kennelijk niet meedoen, niet onder deze, steeds populairder wordende naam.

.

Elke creatieve vernieuwing die de maatschappij omarmt, wordt in regels vertaald. Gemeentes en instanties willen wel meedoen, als ze ermee kunnen scoren. Steeds meer wordt gezocht naar wegen voor een groen imago. De omarming van die nieuwe ontwikkelingen gaat vaak gepaard met controledrift. Er moeten wèl scherpe voorwaarden zijn! De eerste emotie is angst, angst voor excessen. “We willen een heel strak beeld van wat een Tiny House is, voor we met jullie in zee gaan.” Goed bedoelende pioniers zullen op deze eis hun tanden kapot gebeten hebben. Mensen worden uitgekozen of buitengesloten. Het eenvormig korset perst de ziel eruit. Stukje bij beetje kwijnt de creativiteit en hapert de hartslag. Het zal niet de eerste keer zijn dat dit gebeurt. Wanneer er grotere belangen in het spel komen, verandert alles.

.

Ik schrijf een bericht naar een vriendin. Ze is een hartelijke vrouw die met volharding en geduld veel voor elkaar krijgt. Bij haar zal ik open oor vinden. Ze is al jaren bezig een nomadendorp voor elkaar te krijgen, in Friesland. Ze blijft scherp haar Poolster in de gaten houden, het vrijheidsideaal wat ze vóór zich ziet. Een wereld waarin creativiteit juist wordt omarmd en beloond, in plaats van ingepakt en weggezet. “Hoe is het met je dorp, komt het er nog? Ik zou er bijna gaan wonen, als het er was. Je bent een echte vrijdenker Irma! Dat mag ik aan je.” Dat schrijf ik haar.

“Dank voor je compliment!” schrijft ze terug. “Ons project is bijna helemaal rond: Frijlân. We zijn een groep vrouwen die creativiteit, zelfredzaamheid en samenwerking willen. We hebben elkaar hierin gevonden. Wat je beschrijft ervaar ik ook zo. De grotere partijen gaan aan de haal met wat we eigenlijk in essentie zoeken en willen: kleinschalig wonen met een minimum voetafdruk. En niet grondgebonden. Jij bent voor mij juist iemand waar we heel veel behoefte aan hebben om te laten zien. Je bent voor ons een inspirerende persoon die meer dan welkom is! Je vertegenwoordigt waar wij voor staan. Je bent dus van harte welkom om langs te rijden en wie weet… Glimlachend lees ik haar woorden. Heerlijk. Na de koude douche van zojuist, is dit een warm bad. Kon het altijd maar zo zijn…

.

Hoe kan ik met mijn werk meehelpen aan een veelkleurige, menselijke wereld? Ik denk er de rest van de dag aan en de hele nacht daarna. Na twee uurtjes slaap kom ik tot een eenvoudige conclusie. Ik maak wat ik maak. Wie het ziet, ziet het. Het zal hoe dan ook zijn werk doen.
Ik denk ook na over de afwijzingen die ik kreeg. We hebben allemaal te maken met de gevestigde orde en regels. De keuzes die we maken zijn lang niet altijd de onze. Hoe lang houd je het vol op jouw eigenwijze weg? Ik hoop dat mijn blog daarin een stimulans kan zijn. Tegelijkertijd ben ik een generator. Ik hoop door wie ik ben en wat ik schrijf, energie te kunnen geven aan wie het nodig heeft, op zijn of haar unieke weg.
Sommige mensen hebben als pionier een zware taak gekozen. Juist hèn draag ik nu een warm hart toe en ik ondersteun ze graag met dit verhaal.

Eén zo’n pionier is Jos de Blok van Buurtzorg. Waar hij zijn schouders onder gezet heeft in zijn eentje, dat is ongelooflijk. In dit interview van Tegenlicht kun je hem zien en horen. “Zorgeloos leven volgens Jos de Blok”, zo heet het.

 

Bekijk de uitzending

.

NIEUWS

Ik heb de eerste prijs gewonnen met een fotowedstrijd van Milieudefensie. Het thema was “Eerlijk omkeren”. Het is een foto van mezelf in mijn mini-huis. Ik noemde deze afbeelding:  “Mijn heerlijke wooncocon.” De foto, inclusief vijf begeleidende volzinnen, komt in het tijdschrift “Actief” in december. Als het zover is laat ik het zien.

 

Lees hier over de wedstrijd

.

.

PS Naar aanleiding van dit blog sprak ik met Frieda Bakker, die veel actief is met Tiny Houses in Amerika. Zij vertelde dat hier een zelfde soort ontwikkeling plaatsvond, met aanvankelijke verstrakking in norm en vorm. Het is verheugend om te horen dat ze daar ook weer zijn uitgegroeid. Het is een logische ontwikkeling. In elk begin worden de contracten getekend en de regels vastgesteld en moet het vertrouwen groeien. Als dat er is, komt er steeds meer ruimte voor flexibiliteit en keert de creativiteit terug. Zou dat hier nu ook gaan gebeuren? Nederland is Amerika niet. Maar toch…

.

.