Plankenkoorts

Blogtek plankenkoorts

O.. wat zullen het er veel zijn! Hoe bijt ik de spits af? . . . .

.
De lucht is grijs. Het motregent. Niet veel, voor de struiken die ik
vorige week heb geplant. Mijn cadeautje voor de camping. Een
afscheidscadeau. Want het is het laatste wat ik aan energie in deze
grond stop. Weg ben ik nog niet. Maar het bouwen begint, en dat is het
begin van een langzaam vertrek. Lange tijd was het een idee, deze plek
te verlaten, het leek ver weg. Maar nu voel ik het, tot in mijn
vingertoppen. Het is tijd.
Voor mij ligt een briefje. Heb ik voorlopig alles, vraag ik me af. Ik
kijk het lijstje nog eens na, latten en planken van allerlei maten. Ik
heb het besteld bij de timmerman in Esbeek en hij komt het
allemaal in èèn keer brengen. Volgende week, zei hij. Wat een berg
zal dat zijn. De spits afbijten, hoe doe ik dat? Eerst maar eens overal
opschrijven waar het voor is. Mijn schouders ontspannen
bij de gedachte. Het geeft me het gevoel dat het goed komt. Ordenen
geeft rust en overzicht en ik weet dat het werkt.

Ik kijk naar buiten. Het regent nog steeds, heel zachtjes.
De wind steekt op. Een koolmees fluit hard, recht voor de deur op een tak.
Wat nu. Dit wachten duurt me eigenlijk iets te lang. Er komen vragen
in me op. Wanneer zal ik aan de slag kunnen? Zal mijn geïmproviseerde
werkplaats voldoen? Hopelijk wordt het gauw mooi, rustig lenteweer,
dat het zeil niet meer zo flappert… Ga ik dit echt allemaal doen,
ga ìk dit mooie wagentje maken, wat ik al zolang voor me zie? Zo spannend
is het. Pure plankenkoorts. Maar als de planken er eenmaal zijn zal het
vast en zeker lukken. Wat te doen ondertussen…
Ik ga maar weer eens ijsberen.

Bouwen als concert

.

blogtek bouwen als concert 004

.

De maten voor het bouwen
zijn als een muziekstuk
Ik tel
zwarte lijnen en getallen
repeteer
elke keer opnieuw
.
Wat uit hout en ijzer
zal geboren worden
ken ik nu
zo door en door
Het ontwerp
hier op papier
dat is mijn partituur
.
Ik kan het spel gaan spelen
bijna zonder kijken
Het gereedschap is
mijn instrument
Het materiaal
niets anders dan
gestolde inspiratie
.
.

Haaks beginnen

blogtek winkelhaak zelf maken

.

Ik zit op de drempel. De zon schijnt en het is al best lekker, uit de wind. Naast de wagen klinkt driftig geklop en getik van een snaveltje op hout. Als ik vooroverbuig kan ik net precies zien waar het vandaan komt. Er komt iets uit het nestkastje vliegen, dat ik tussen de takken hing. Een geel met blauw vogeltje strijkt neer en kijkt parmantig om zich heen. Het is de pimpelmees.

Ikzelf ben ook begonnen met mijn nieuwe nest. Vanochtend haalde ik de eerste houtplaten uit de schuur. Ik heb ze op het onderstel gelegd. Ik wil ze voorlopig als grote tekentafel benutten, om mallen te maken van onderdelen. Daarna maak ik ze passend voor de vloer. Voor de bodem vastgezet wordt, moeten de spanten klaar zijn, want die worden er van onderaf aan geschroefd en met lijm versterkt. Ik wil ook dat alles goed haaks is. Straks eerst maar eens een grote winkelhaak maken. Hoe was dat ook al weer, de stelling van Pythagoras… Ik kijk in mijn werkboek. Alles wat ik kon bedenken staat er in, zorgvuldig uitgewerkt. Pythagoras staat er niet in. Maar andere dingen wel. Bouwtekeningen en volgorde van werken, materiaalkeuze en waar ik het vandaan wil halen, en veel meer.

Ik blader tussen de bouwtekeningen en denk na over de vloer. Ik heb nu een kurkvloer. Dat is mooi en warm. Maar er staan gauw krassen in en het bolt op bij vochtigheid. Nee, dat wil ik niet meer. Ik kan ook een stoere plankenvloer maken. Maar planken kunnen blijven uitzetten en krimpen en dan zit er stof tussen de kieren. Dat komt dan allemaal in de isolatie terecht, de schapenwol die eronder zit. Er is nog een optie. Linoleum is een mooi natuurproduct, strak, glad en oersterk. Zal ik dat nemen? Ja, ik doe het, ik kies linoleum.
Na dit besluit doe ik even mijn ogen dicht en luister naar het getjip van een luidruchtige koolmees. Even later hoor ik de bescheiden heggemus. Verder weg, maar niet minder aanwezig, het kukelen van de haan en gekwebbel van kippen.
De zon schijnt op mijn blote benen, en ik voel nieuwe energie in mijn aderen stromen. Voor de bouw begint, wil ik dat alle accu’s vol zijn. Vooral die van mezelf. Straks weer verder. Eerst die grote winkelhaak maken.

.

haaks 006

De stelling van Pythagoras: a2 + b2 = c2. Neem fijn of homogeen hout voor een winkelhaak, zodat de schroeven precies daar kunnen komen waar je ze hebben wil. Kijk van tevoren of de latten echt goed recht zijn.

De wind en ik

.

.

voeten in zand

.

Ik koester me in een holletje van schapenvachten en  kijk naar buiten. Harde wind waait om mijn wagen. De zon komt achter een wolk vandaan. Vanuit mijn warme woonwagen ziet het er opeens aantrekkelijk uit, maar ik weet, de wind is verraderlijk koud. Als de zon verdwijnt is het meteen een stuk donkerder.

Ik draai mijn hoofd, om door een kleiner raam te kijken dat aan de achterkant zit. Vandaar uit zie ik mijn onderstel. Vanmiddag heb ik een groot transparant bouwzeil vastgemaakt. Daar staat het nu onder. De bovenkant van het zeil zit aan de dakrand vast van het huis, en de andere kant ligt op het gras met een heleboel zware stenen er op. Het flappert niet meer, mooi zo. Ik kijk er nog even naar en ben toch een klein beetje tevreden, ondanks dat ik mijn dag niet heb.
De vaart is er nu even uit. Stevige rukwinden trokken aan het materiaal dat ik in mijn eentje vasthoud met ijskoude handen. Ik hield het voor gezien en ging naar binnen, lekker bij de kachel.
De dag is zowat ten einde. De wekker tikt maar door alsof het allemaal niet uitmaakt. Ik dompel me in de niksigheid en kijk naar het terugkerende gele licht van de ondergaande zon en de donkergrijze wolken.
Een windvlaag schudt de wagen heen en weer. Er tikt een boomtak tegen de houten wand. Alles beweegt en ik lig hier in mijn eentje te luisteren.
Alles beweegt, het gaat maar door. Ik denk er aan hoeveel mensen zijn gekomen en gegaan, in de vijftig jaar van mijn leven. Dat zijn er veel. Er komt een beeld bij me op. Ik zie mijn eigen blote voeten in schelpenzand en golven spoelen over mijn tenen. Het is eb, de zee trekt zich terug. Alleen mijn voeten blijven staan. Het zand er onder vormt een bultje, een steeds kleiner wordend heuveltje waarop ik sta. De zee blijft trekken en kietelen onder mijn tenen en zuigt de grond onder mijn voeten weg, de stroom in. Trekken blijft het, spoelen, waaien en beuken. Water, wind en zand. Opdat niets ooit hetzelfde blijft, zelfs niet de grond waarop ik sta.

Gelukkig zit mijn zeil nu vast. En hopelijk blijft het zitten, tot het moment dat ik het zelf weer los maak.

.

Jarig!

.

Alowieke 50 jaar bosfee

“Als ik vijftig ben,
dan klim ik nog steeds in bomen.”
schreef ik toen ik twaalf was.
Nu ben ik het.

Het is echt waar.
Ik loop ik dans ik klim,
zelfs krachtiger dan toen.
Hiep hiep hoera

Leve de ruimte
met daarin heel klein en blij
nieuwe richting in de kiem
verder, groeit het, verder

Sterke voeten heb ik nu
bestemd om veel te lopen
Ik kijk, ik schrijf, heb lief, ik wentel
een wereld om haar as

Leef het leven, volle gloed
tot het stille ogenblik
wanneer de lucht warmrood kleurt
roestoranje, heel diep paars

Dan wanneer het zover is,
klim ik nog steeds in bomen
al val ik er op een dag nog uit
altijd blijf ik klimmen.

Niet totdat ik honderd ben
maar negentig toch zeker.

.

jarig.

.

Voeten van de lente

.

.

blogtek-meisje-in-t-groen

.

 

 

 

 

 

Ik ben gegaan
langs strakke rijen bomen
en doodgeploegde aarde
elke stap die ik zet
kondigt verandering aan

Al is het maar een lichte bries
of slechts een zweem ervan
mijn adem is een dapper lied
mijn hart verlicht verlies

Achter mij, daar groeien bloemen
ik loop de bodem rijk
ik bedek de naakte aarde
en laat de bijen zoemen

Geweld op doodgeslagen grond
lang liep ik op grijze keien
zag groen ertussen, al maar meer
en zo loop ik de wereld rond

Wat wil bewegen zal nooit dood gaan
zaad blijft leven heel diep weg
de ziel van alles wat er is
blijft altijd in de kern bestaan

Ik loop ik loop steeds verder rond
heel de aarde, dicht de wond

Boetseren aan het plan

tekening kozijnmetofzonderlood 001

.

Ik zet mijn fiets op de standaard, naast de paal met het bord. “Wateridee” staat er op, wit met blauwe letters. Het historische vrachtschip ligt trouw aan de smalle oever, die zomers bulkt van bloemen. Hier ben ik thuis. Ik klop met mijn knokkels op het staal. Het ijzeren luik gaat open. Ik omhels mijn vriend John en klauter de steile trap af, de woonkamer in. In het midden van de ruimte staat een enorme werktafel. Het is lekker warm binnen. In de hoek, op het fornuis, staat een pan te dampen.
“Wil je soep?” vraagt John vrolijk, “Ik heb speciale Alowiekesoep gemaakt, met gember en nog veel meer.”
Terwijl hij roert, praat ik met Carolien. Zij heeft de hele opbouw van het schip uitgetekend, voor ze gingen bouwen. Op schaal, net zo gedetailleerd als ik het graag doe. Ik kijk haar genoeglijk aan en sla mijn dikke ontwerpboek open. John komt achter het fornuis vandaan en kijkt mee over mijn schouder naar een zonnig plaatje van een groene wagen. “Ga je hem schilderen? Kan natuurlijk, maar wel zonde, vind ik. Je wil toch red cedar gebruiken? Dat vergrijst zo mooi.. en dan heb je helemaal voor niets een ademende wagen gemaakt.”
“Verdorie ja, dan smeer ik er weer een huidje overheen.. ” Ik ben even stil. “Of zou er een ecoverf zijn die wél ademt? Vast toch wel!”
Carolien bladert verder in mijn ontwerpboek terwijl ik me afvraag of mijn wagentje nou wel of niet groen gaat worden.
Carolien tuurt naar een detailtekening. “Is dit het raamkozijn? Wat is dat voor strookje daar onderaan?”
“Dat is een loodlap die onder het kozijn doorloopt, tegen inwateren. Binnen sla ik het een centimeter om de rand heen.”
“Hmm.. ik hou niet zo van lood.”
“Waarom niet?” vraag ik, en meteen schiet het me te binnen. “Oh,  ik maak een koudebrug! Het lood neemt de temperatuur aan van de buitenlucht, gaat onder het kozijn door naar binnen en daar krijg je dan condens natuurlijk.” Ik ben even stil en Carolien kijkt me rustig aan terwijl ik nadenk. “Ik heb een beter alternatief,” weet ik opeens.”Kunstrubber, dat heb ik toch al, ik doe het ook op mijn dak. Is ijzersterk. EPDM noemen ze het. Veel beter dan lood. Dán heb ik geen koudebrug onder het raam.”
“Ik ken het.” zegt John, die de kommen soep op tafel heeft gezet.”Je kunt er zelfs met naaldhakken overheen lopen. Keigoed spul. Als loodvervanger, maar ook prima voor jouw dak, als je met je wagen door de bush rijdt met overal zwiepende takken. En nu de soep. Proef eens, wat vind je ervan?”

Over koetjes en kalveren

Koetjesenkalveren KB

.

Ik zit bij het raam in de warme huiskamer van de buren. Het is een kleine woonkamer, knus en ouderwets ingericht zoals huiskamers in woonwagens horen te zijn. Vier klassiek-houten leunstoelen, twee schilderijen aan de muur. Een clown met melancholieke ogen en een reproductie van van Gogh. De beroemde schilder verbeeldt hier een zelfde soort woonwagen als ik ga bouwen. Gefascineerd kijk ik er naar.
Ik maak mijn blik los van de wand. Hans geeft me een kop koffie.
” Wij gaan hier waarschijnlijk niet blijven,”zegt hij.”Maar we weten nog niet wat onze bestemming wordt. Weet jij het wel?”
“Ik blijf hier zolang als nodig is. Dat is nog wel een poosje. Ik vraag me trouwens af wie wel weet wat er komt. Het boerenland om ons heen zal ook veranderen. De hele melksector is bezig opgeblazen te worden.”
“Ja, dat hebben wij ook gehoord. Investeringen voor schaalvergroting zijn groot en de melkveehouderij draait al lang met grote verliezen, gesubsidieerd door de overheid.”
“Hoe moet dat dan straks? ”
“Ach, dan importeren we die melk toch gewoon.”
“Ja, maar er is overal een schaalprobleem. Waar haal je dat dan vandaan?”
“Buiten Nederland is nog ruimte genoeg voor koeien. Oost Europa is lekker goedkoop om te investeren voor grote bedrijven. Genoeg die graag hun land kwijt willen.”
“En wat doen wij hier met het land? Alles is ingericht op die koeien. De mest word er geïnjecteerd, de hooilanden, de snijmais die je overal ziet…”
“Die snijmais exporteren we naar Oost Europa.”
“En hoe houden we onze grond vruchtbaar als er geen mest meer is?”
“Kunstmest, of koemestkorrels importeren uit het Oosten.”
“Fosfaten voor kunstmest worden gedolven. Die zijn vroeg of laat op.”
“Dan importeren we gewoon die mestkorrels.”
“Dus we importeren de melk en de koemest, en we exporteren de mais. Dat wordt een hoop heen en weer gerij.”
“Ja… nou ik zie het ook veel liever anders. Laten we de de grond schoonmaken. Dat vind ik veel zinvoller. Zeven jaar duurt dat en dan kunnen we overal voedselbossen en boerderijen opzetten gebaseerd op sluitende kringlopen.”

Dit gesprek geeft een korte schets van hoe het is en hoe het kan zijn. Kringloopdenken, dat kan niet in onze groei-economie. Het kan alleen maar groeien doordat er voeding, materiaal en energie aan wordt toegevoegd. Er wordt gedolven waar het maar kan en ook waar het niet kan. Goud, fosfaat, gas, kolen, olie, het houdt niet op. Dat dacht men tot voor kort. Maar het houdt wèl op!

In het kringloopdenken gebruik je alles wat er is als voeding. Er zijn verschillende namen voor. Ecologische of biologische landbouw is het meest bekend. De permacultuur gebruikt de natuur als inspiratiebron. Als je de natuur met rust laat, is er altijd een kringloop van voedingsstoffen. Omdat wij ons eten van de grond halen, halen we ook voeding uit de grond. Die wordt meestal naar elders gebracht. Daarom moet er steeds mest van buiten komen, om de bodem weer vruchtbaar te maken. Een goede bodem heeft veel meer in zich, dan alleen kunstmest.

Poep van mensen en dieren hoort op de composthoop, zodat het terug kan naar de bodem waar het vandaan komt. Takken en blaadjes kunnen makkelijk blijven liggen in de herfst, het houdt de bodem warm en biedt beschutting aan tal van beestjes. Als het vergaan is en verteerd, kan de bodem veel beter water vasthouden en voedingstoffen. In kringlooplandbouw kunnen dieren ook een plek krijgen. Maar niet teveel. De bodem heeft mest nodig, maar overbemesting willen we niet. Genoeg is genoeg. In een kringloop is alles in harmonie, en staan allerlei vast planten, die zorgen dat de bodem stevig bij elkaar blijft. Ze zorgen er ook voor dat de bodem de voedingsstoffen goed in zich op kan nemen. Er zit nog veel meer aan vast en als je wilt kun je er nog veel meer over lezen.

Boeken hierover zijn:

Vierduizend jaar kringlooplandbouw, van Sietze Leeflang
Handboek ecologisch tuinieren van Herman van Boxum en G Buysse
Sepp Holzer’s permacultuur, van Sepp Holzer

Meer boeken over permacultuur:
https://www.google.nl/search?q=permacultuur+boeken+kringloop&ie=utf-8&oe=utf-8&client=firefox-b&gfe_rd=cr&ei=8kAsWMLXE6GT8Qfv5LLQCA#q=permacultuur+boeken

 

Uitproberen

blogtek uitproberen 003

.

“Ik vind het zo leuk dat we hem nu kunnen testen!” Ik kijk naar Dick, naast me. Hij staat uit te hijgen. Mijn superdeluxe kar staat midden op het karrenpad, vol beladen met stalen profielen en golfplaten. Die zijn voor de overkapping, die we gaan bouwen, een werkplek voor de wagen. We konden ze nog net tussen groeigrage stammen en kronkelende takken uittrekken, zonder te moeten kappen. Het lag er vast al een tijdje, daar achter de camping.
“Ik ben benieuwd of we de wagen zo meteen het veld op krijgen. Het is daar zó nat!”
“Dat lukt vast ook wel. Zullen we weer?” Dick zet zijn grote handen op het koude staal. Op de verharding van het brede pad rolt het lekker door. Aan het einde is de bocht naar de parkeerplaats. Ik trek de dissel naar links. Ik kan de voorwielen er helemaal dwars onder draaien, zodat de wagen extra korte bochten kan maken.  “Straks kantelt hij nog!” roept Dick een beetje bezorgd. “Nee hoor,” stel ik hem gerust. Ik heb veel vertrouwen in mijn solide kar met de korte, brede wielen. Die kantelen niet zomaar. Ik glimlach. Achter me hoor ik harde banden door de plassen gaan.

Het begin van het veld is een modderpoel. “Vaart maken!” roep ik. Bij een diepe plas staan we ineens stil. “Ik ga kijken of Paul er is.” Ik loop naar de grote woonwagen en klop op de deur. Niemand. Ik loop terug.
“Nog een keer proberen dan maar,” zegt Dick en haalt adem. “Eén twee drie! Eén twee drie!” Bij elke drie gaan de wielen twintig centimeter vooruit. Rondom het harde rubber borrelt het zompige gras zijn nattigheid er uit. Achter de wielen is de grond platgereden, maar het spoor is niet diep. Daar ben ik blij om.
“Mijn klompen glijden steeds uit over het natte gras,” klaag ik.
“Ja mijn laarzen ook.”
“Laten we maar stoppen dan. Hier staat hij ook prima, voor nu.” Ik laat de dissel los. “Okee.” Hij kijkt bedenkelijk naar de zware vracht. “Zou een paard dat wèl kunnen trekken?” “Vast wel. Een paard is veel sterker dan jij. En een muildier is nòg sterker.” Ik kijk naar mijn blauwe klompen die zich vastzuigen in de modderige bodem van een plas. “Ik zal liever niet met ze door een zompig grasveld heen rijden. Er zullen vast betere wegen zijn om te gaan.”

Ik geef Dick het touw en pak zelf een sterke spanband. Het gaat flink waaien morgen. Maar de harde zuidwestenwind zal er geen vat op krijgen, is mijn voornemen. Stevig trek ik  tot de band strak staat en de wind niet onder de golfplaten kan komen. Ik sta en kijk. Dit voertuig hoort bij me, zoals mijn boot vroeger bij me hoorde. Het wordt meer dan alleen mijn huis, het beweegt met me mee en ik mag er voor zorgen. Even ben ik vol van diepe tevredenheid. Mijn vriend is al vooruit gelopen om koffie te zetten. Hij kijkt naar me over zijn schouder. “Kom je?”

.

.

Traag, trager traagst

Slakkekop

Ik heb de kachel extra heet gemaakt en zit op de bank. Het is aangenaam in huis. Een heel verschil met buiten. De kromme greppel voor de deur is nu bedekt met een kleine ijslaag. De kippen slapen op de houtstapel onder mijn vloer. Ik hoor de kreet van een bosuil. Dan is het weer helemaal stil. In die stilte denk ik aan twee vrienden. Lange tijd waren ze op reis, mogelijkheden verkennend voor een nieuw bestaan. Ik heb ze lang niet gesproken. Ze stuurden mij weken geleden hun telefoonnummer, om bij te praten. Ik heb nog steeds niet gebeld. Ik pak mijn telefoon en zoek het nummer op.

“Heeee Alowieke!” hoor ik verrast aan de andere kant.
“Waar zijn jullie?”
“We zijn nu in Nederland, over een maand verhuizen we met onze spullen naar Spanje. Daar willen we in een ecologische gemeenschap gaan wonen.”
“Waarom Spanje?”
“Het land, de mensen.. En jij, ben je nog steeds op die camping in Brabant?”
“O ja… zo snel als jullie ga ik niet.”
“Snel? Veel mensen vinden juist dat wij langzaam gaan. We nemen geen vliegtuig, doen alles met de boot en met de trein, blijven vijf maanden op dezelfde plek om te werken…”
“Voor mij gaan jullie snel. Voor mijn wagen klaar is en ik langzaamaan ga vertrekken, zover ben ik nog lang niet. Eerst moet ik een overkapping gaan bouwen. Want ik wil graag fijne werkruimte voor mijn project en heb daar een plek voor gekregen. Er ligt hier wel materiaal ervoor, maar in mijn eentje kan ik niet uit de voeten. Zware spanten zijn het, die in elkaar moeten worden gezet. Ik wacht tot Dick er is. Of iemand anders die tijd heeft. Ondertussen leer ik andere dingen, die ik ook nodig heb en schrijf. Geduld hè..  Ik zie steeds meer uit naar straks, de lange wandeltochten, met mijn nieuwe huisje achter me.”
“Ja, wij hebben er ook aan gedacht om echt heel langzaam te gaan reizen, zoals jij wil gaan doen.”
“Als je met trein of boot gaat, moeten jullie toch elke keer landen, als je ergens aankomt. Kijken, waar ben ik. Wat gaan we hier doen. Waarheen. Ik reis graag stapvoets, omdat ik bij elke stap ben waar ik ben en mijn keuzes één voor één kan nemen. En altijd heb ik mijn huis bij me. Met alles erin wat ik graag om me heen wil houden. Ik ben altijd thuis.”
“Ja klopt, als je nog veel langzamer gaat, dan kan dat. Goh.. Nou, zeg eens, wil je nog een wagen bouwen als je met deze klaar bent?”
“Haha, wie weet,” zeg ik.

.