Kop of munt

blogtek Queen Elizabeth11

.

De ochtendzon komt achter een wolk vandaan. Hij schijnt vrolijk mijn huisje in, op de witte tafel. Het is een opklaptafel en ik maakte hem zelf. Erboven hangt een spiegel en onder de spiegel is een balkje. Niet breed, maar breed genoeg om toch iets op te leggen als de tafel is ingeklapt. Er ligt niet veel. Een visitekaartje, een zwarte fineliner. Er ligt ook een munt. “Two shillings, 1962” staat er op. Aan de andere kant een afbeelding van koningin Elizabeth, met een gevlochten krans om haar hoofd. De munt is net iets groter dan onze oude gulden. Hij ligt daar altijd, op dat plekje onder de spiegel. Soms valt hij op de grond, maar ik leg hem altijd weer terug.
Wat ga ik doen vandaag, vraag ik me af. Ik pak de Engelse munt met de mooie kop. Een beslissing is makkelijk genomen. Ik maak er een spelletje van.

“Kop is ik ga naar buiten, munt is ik blijf binnen.” Ik werp de munt in de lucht en laat hem vallen op de bruine kurkvloer. Hij rolt een eindje en blijft dan liggen onder de kast.
Het is kop. Ik ga naar buiten. Ik raap het muntstuk op en werp opnieuw.
“Kop is ik ga verder bouwen, munt is wat anders.”
Munt.
“Kop is ik ga het terrein af, munt is ik blijf erop.”
Kop.
“Kop is ik ga wandelen, munt is wat anders.”
Kop.
Okee. Dat is alweer besloten. Ik leg de “Queen” weer terug waar ze lag. Eerst de benen strekken.

Ik loop hetzelfde rondje als altijd. Langs de camping de zandweg op, tussen de akkers. Dan het bos in. Er liggen grote bergen sparren opgestapeld, er is flink gezaagd, in de prille lentedagen. Ik loop de rechte paden langs, rechts en dan weer rechts. Ik kijk om me heen en denk aan niks. Als ik het laatste bochtje neem, gaat mij een licht op. Het is de oplossing voor een bouwtechnisch euvel. De bodem van mijn nieuwe wagen staat ietsje bol. Dat ontdekte ik pas gisteren. Ik ben maar even opgehouden met bouwen. En nu weet ik opeens wat ik moet doen, om toch een rechte vloer te krijgen. Ik maak een brede kier onder de spanten. Als een viaduct ligt hij dan over de bolling heen en zo krijg ik alle spanten makkelijk op hetzelfde niveau. Joepie!

Niet voor het eerst, dat ik een ingeving krijg tijdens een wandeling. Spelenderwijs gaat het werk sneller dan ik had gedacht.

 

Ps. Deze methode laat het volledig afweten bij het bestellen van de lange lijst van materialen. Dat is en blijft een taaie boterham om je tanden in te zetten.

.

bouwen wagen (3)

.

bouwen wagen (1).

.

bouwen wagen (2).

Technische toevoeging en toekomstig gebruik

Op de laatste foto kan je goed zien hoe ik de regels van de vloer heb gemaakt. Het is geïnspireerd op de spanten van mijn vroegere boot. De regels zijn vrij hoog, want de vloer is dubbel, met isolatie eronder. Doscha schapenwol, acht centimeter, met antimot. Onderin aan de zijkant komen  gaten, zodat alle ruimtes in verbinding staan met de lucht in de tussenwand, achter de plank. Die zijn ook gevuld met wol. Boven de houten onderwand is de binnenkant van de wagen slechts bedekt met goed ademende schilderskatoen.

Er zijn vijf luiken in de vloer. Vier voor kastruimte, de vijfde voor de watervoorraad. Onder de wagen, op de grond,  staan straks twee grote pannen met op allebei een deksel. Daar zit het in. Eén ervan krijgt een slang als toevoer voor regenwater uit het dakgootje. Misschien maak ik die van bamboe. Ik wil mijn watervoorraad altijd kunnen zien, dan weet ik hoeveel ik nog heb en of het er goed uit ziet. Ik vind het ook leuk, een  put in de vloer. Heb ik helemaal geen pomp nodig die om elektriciteit vraagt en die stuk kan gaan. Lekker simpel.

Om moeiteloos te rollen

blogtek Moeiteloos rollen

Spannend is het, o zo spannend
om straks echt van hier te gaan
En als ik rijd in land zo wijd
laat ik me rollen als een keitje
in de grote oceaan

Keitjes in het grote water
o ja ja, die rollen wel
maar ik als mens heb meer te wensen
Ik denk ook aan later

 

. . .

Zondag 26 april

Het is “Dag van de Aarde.”  Het wordt gevierd in een oud klooster in Eindhoven. Hier en daar staan en zitten mensen te praten. Ook binnen zijn mensen. Er is een imker, een boekenkraam, muziek. Publiek loopt van het één naar het ander. Ze lopen in gangen, zaaltjes en op de binnenplaats. Ik zit in de weelderige tuin. Hier is het rustig, er zijn maar een paar mensen. Ik heb mijn miniwagentje mee, in een zwart kistje. Ik haal het eruit, en zet het voor me op de picknicktafel.

“Mooie maquette heb je.”  Jan, een jonge vent, vindt het groene modelwagentje prachtig. “Erg leuk dat je je ideeën gelijk tastbaar maakt. Het ís echt al wat hè? Het plan hèb je!”

“O, het is niet alleen een plan hoor, ik heb het onderstel al, het fundament is klaar, en de meeste bouwmaterialen zijn binnen. Een heel gedoe…”

“Goh.. Ja, dat kan ik me voorstellen.” Het is even stil en Jan kijkt naar het kleine groene woonwagentje in mijn hand. “Ik wil ook graag anders leven, meer zelfvoorzienend.” zegt hij dan. “En ik vraag me af hoe anderen dat kunnen, die dat schijnbaar moeiteloos voor elkaar krijgen.”

Ik kijk hem lachend aan. “Moeiteloos? Vergeet het maar. Ik ben ook wel eens bang en heb twijfel. Iedereen toch? Ik ga slapen als ik het niet zie zitten.  Kan ik ’s ochtends fris weer verder.”

“Ja, jij bent een heel eind op weg. Maar ik vraag me af hoe ik nou moet beginnen.” Hij kijkt nadenkend voor zich uit. ” Ik wil in elk geval veel meer de natuur in.”

“Dat kan je toch ook opzoeken waar je nu bent? Dat is al wat.”

De jongen knikt en zijn ogen lichten op. “Ja, ik weet al wat…” zegt hij. “Bedankt voor het inspirerende gesprek.”

28-04-2015 001

Technische toevoeging

Dit is het fundament. Op het staal van de wagen ligt overal kunstrubber, tegen het inrotten. Daarop ligt de plaat. De merantiblokjes (rechts te zien) zitten met lijm en slotbouten vast, dwars door plaat en staal heen. Opnieuw met rubber tussen bout en hout. Aan de blokjes komen de regels van de vloer, dwars door de verticale plank heen. Je ziet de gaten zitten, waar de zon doorheen schijnt.  Aan de blokjes komen ook de spanten van de wand vast te zitten, die naar de dakbogen leiden. Voor de hoekstukken heb ik superlijm gebruikt, dat sterker is dan hout. (Weer die zeewaterbestendige lijm van Bison. Het is nu op.)

Onverwoestbaar spul

blogtek onverwoestbaar 2

.

“Klop klop,” zeg ik hardop en tik met mijn knokkels op de deur van mijn buren. Achter de lila ramen van de kleine eivormige caravan beweegt een silhouet. Ik hoor gestommel. Henk, een vriendelijke zestiger, doet open. Zijn vrouw Nicole zit met opgetrokken knieën op de bank en kijkt op van haar boek. “Wil je me adviseren Henk?” vraag ik. Hij kijkt naar Nicole. “Kan het of stoort het je?” Ze schudt haar hoofd. “Nee hoor.”
“Nou, kom maar binnen!”

Henk klust al heel wat jaren en zijn materialenkennis is groot. Ik praat graag met hem.”Heb je mijn dakrubber al zien liggen?” vraag ik hem “EPDM heet het, en volgens mij kan ik het overal voor gebruiken. Als vervanging van lood tussen de kozijnen bijvoorbeeld. Ik heb er een paar meter teveel van. Heb jij er nog ideeën voor?”
“Ja dat is mooi spul. Als je er veel van hebt, dan zou ik er stroken van knippen en die op het staal van je wagen plakken, overal waar het contact maakt met het hout. Het ijzer gaat vroeg of laat corroderen. Dat tast je plaatmateriaal aan, hoe goed je het ook conserveert met olie of wat dan ook. Met het rubber ertussen gebeurt er niks. Je zou het ook met fietsbanden kunnen doen. Wel een beetje ruim knippen..”
“Goeie tip Henk! En weet je, dit spul gaat meer dan dertig jaar mee!” juich ik bijna.

Maar terwijl ik het zeg, zie ik het in een heel ander licht. Allemachtig, dertig jaar, waarom eigenlijk? Zoveel spul dat massaal worden gemaakt om niet te vergaan… Je zou er moe van worden.
“Waarom wil ik dat eigenlijk,” denk ik hardop “Waarom moet alles onverwoestbaar zijn? Ik kan die populierenplaat ook gewoon weg laten rotten of een canvasdak nemen. Als mijn huisje in elkaar zakt kan ik opnieuw gaan bouwen. Alles sterft af en vernieuwt zich toch? En is dat niet veel boeiender?”

“On-ver-gankelijkheid,” zegt Henk onverbiddelijk, met een minzaam glimlachje.
“En toch doe ik het”, praat ik verder, “Ik bouw alsof het een eeuwigheid mee moet gaan.”
“Ja,” zegt Henk.
Het is even stil.
“Ik vind het leuk dat ik met je mee mag denken,” zegt hij dan.
“Je bent een fijn maatje om mee te kletsen. Het is een groot avontuur, dit bouwen. Hoe dan ook. Op een drukkere plek had ik het nooit gekund. Zo heerlijk rustig is het hier.”

Ik kijk door het venster. Een man komt aanlopen over het veld. Het is de campingbeheerder. “Jullie krijgen bezoek,” zeg ik. “Ik ga ervandoor. Fijne avond nog!”
“Fijne avond!”

.

rubber tegen inrotten

“Met Henk’s tip gaat niks kapot, rubber tegen roest en rot.”

 

Technische informatie

Dit is het bodemblok waar de holle wandspanten aan vastzitten. Tussen de latjes in komt isolatie. Aan de buitenzijde 10 mm  dik red cedar (met FSC keurmerk). Ik heb rubber tussen hout en slotbout geplaatst. Condensdruppels op het koude staal kunnen zo niet meer het gat intrekken van het hout. Onder de linker verticale lat heb ik de plaat goed in de lijm gezet tegen rot. Die buitenste lat komt iets boven de plaat zodat er geen vocht tussen gezogen wordt. Er zijn twee soorten acties tegen rot: Je dicht het volkomen af, of je laat ruimte om te ventileren.

Ik ga ook EPDM onder de plaat leggen, zoals in het verhaal beschreven. Die moet ik lijmen met speciale EPDM lijm/kit.

Verder: ik ben toch blij dat ik niet voor canvas gekozen heb, als dakbedekking. Als ik daarmee naast een meertje onder de bomen ga staan, kan het gebeuren dat ik er na twee jaar al mijn vinger doorheen kan steken. (Gehoord van yurtbewoner)

 

Zagen!

blogtek Zagen

.

Ik draai de sleutel om. De oude groen geschilderde schuurdeur gaat makkelijk open. Het is koud en vochtig binnen. De stenen vloer biedt niet veel warmte en kleine stoffige raampjes laten maar weinig licht door. Vlak naast de deur liggen dikke rollen schapenwol. Het is isolatiemateriaal met groen plastic erom.  Ik loop verder naar al het hout, dat gisteren werd gebracht, en aai over een gladde blankhouten plank. Het is een hele lange, dit moet de nok zijn, al op maat gezaagd door de timmerman. Er ligt nog veel meer op de stapel, die we gisteravond gauw naar binnen hebben gesjouwd, de timmerman uit Esbeek en ik. Wat is het veel! Zou dat allemaal wel kloppen, vraag ik me af.
Ik krijg er de kriebels van. Eerst maar eens overal een plakkertje opzetten waar het voor is. Met een rol tape en een merkstift in de hand ga ik alles af, kijk, meet, schrijf, plak en schuif. Aan het eind van de ochtend ligt alles keurig gesorteerd bij elkaar.

Ik zag er tegenop, om de grote doorbuigende vloerplaten over de kleine tafel van de cirkelzaag te halen. Hoe krijg ik dat ooit stabiel, vroeg ik me af. Ik had eigenlijk de handcirkelzaag willen pakken, maar verschillende mannen hebben me ervan overtuigd dat een zaagtafel beter is.
Dick is er. Hij helpt me, volgt mijn aanwijzingen, geeft suggesties. Dat is fijn. We pakken de grote populieren platen en leggen de afgetekende lijn vlak voor de zaag. Dick staat klaar als een ervaren aanduwer en ik sta ernaast om te geleiden. Ik druk op de groene knop en het geluid van de motor vult de ruimte. Rustig schuift mijn grote vriend de plaat verder de tafel op. De zaag snijdt met geraas door het hout. Meteen al zie ik de plaat twee millimeter scheef schuiven.  “Terug, terug!” roep ik, terwijl ik de plaat probeer terug te duwen. “Naar links!” wapper ik met mijn handen. We proberen het nog eens. En nog eens. Het lukt niet om de twee-en-een-halve-meter stabiel voor de zaag te krijgen. Ik krijg er de zenuwen van. “Laat maar zitten Dick, we gaan buiten verder. Met de handcirkelzaag.”

De wagen staat buiten op het veld, achter een huis in aanbouw. We sjouwen de plaat het hoekje om en leggen hem klaar op de wagen. Ik ben rustig en vol concentratie. Dan zet ik mijn handcirkelzaag in het hout, om de grijze potloodlijn te volgen. Gehurkt op de plaat volg ik lenig de lange lijn. Dit is fijn en vertrouwd. Geen supermachines maar gewoon. Mijn eigen oude, maar nog altijd scherpe cirkelzaag.

“Heb ik de zaagtafel nu voor niks gekocht,” vraag ik me af bij het koffiedrinken. “Nee, ik denk toch niet,” vervolg ik dan. “Voor balkjes zagen in de lengte is hij perfect. De wanden en deuren worden immers hol. Voor het vulhout zal ik nog veel moeten schulpen.”

“Ja”, zegt m’n vriend bedachtzaam. Dat denk ik ook.” Het is even stil voor hij verder gaat.. “Het gaat een mooie wagen worden, meissie! En het begin heb je vandaag gemaakt, want de vloer is de basis!”

.

kopse kanten met lijm

De bodemplaat is van populierenplaat. Dat is lekker licht en het hout komt uit eigen land. Het is wel nodig om het goed te behandelen, anders rot het razendsnel weg, vooral via de randen. Daarom heb ik alle kopse kanten ingesmeerd met zeewaterbestendige lijm van bison. De vlakken behandel ik met bootolie. De bodem bestaat uit verschillende delen, vanwege de ondiepe, maar ruime kast onder de vloer.  Er zijn vijf luiken om erbij te kunnen.

 

De paardenvrouw

blogtek paardenvrouw

.

“Kijk, dit is mijn bomendans.” Het is hoogzomer 2014, en ik doe een kleine opvoering bij de buren, die tijdelijk met een huifkar op de camping staan. Gerrit de ezel staat ernaast, vastgebonden aan een touw. Een stevige pin is het midden van een cirkel met lekker vers gras. Gerrit is opgehouden met eten en kijkt nieuwsgierig toe. Het liefst wil hij overal bij zijn, zoals de meeste ezels.

Ik begin laag op de grond en kom dan met een indrukwekkende zwaai van been en armen omhoog de lucht in. De ezel springt verschrikt achteruit. Een beetje beteuterd kijk ik hem aan. “Sorry ezel,” zeg ik. Een echte bomendans gaat kennelijk toch ietsje anders. Ezels schrikken niet van bomen.

Elke ochtend oefen ik, bij de warme kachel, als ik wakker ben en mijn spieren warm zijn. De dans is in de loop der tijd veranderd. Langzamer en meer boom. Soms met trillende spieren maak ik de trage beweging vanuit de grond, eerst stijf en houtig, dan steeds sierlijker. Verder groei ik naar het licht, verbeeld de stofwisseling binnenin de boom, het maken van knoppen, blaadjes en takken, omhoog, omhoog, en weer opnieuw. De vloer is glad en mijn pantoffels neigen te glijden. Dat is best lastig. Mijn benen zijn er een stuk sterker van geworden.
Zal de ezel nog steeds van me schrikken, vraag ik me soms af. Ik heb het niet meer geprobeerd.

Ik ben buiten, doe opnieuw mijn bomendans om te kijken of de ezel nog steeds van me schrikt. Dan zie ik iemand langsrijden op een schimmel, een goedlachse vrouw met lang blond haar. Ik stop met dansen en loop naar haar toe. “Ik ben Eva, de nieuwe buurvrouw” zegt ze. “Zullen we kennismaken? Kom maar eens langs!”

“Equitherapie” staat er op het bord in de tuin. “Therapie met paarden, betekent dat,” legt ze uit, als ze me rondleidt. “Laten we naar ze toe gaan”. We lopen tussen de bomen en struiken en ze opent het hek.
We lopen haar terrein op, dat overloopt in de rand van het bos. Onder de sparren staat een schimmel en iets verderop ligt een donkerbruine IJslander. Een vredig tafereel. Ik word er stil van. De schimmel blijft rustig staan als we naar hem toelopen en betast mijn handen met zijn snoet. De IJslander, een oud paard met trillende onderlip, blijft liggen waar hij ligt, starend over het weidse, zonnige  panorama achter de zwarte stammen. “Ga maar eens naar hem toe,” stelt Eva voor. Ik twijfel niet en loop langzaam dichterbij. Als ik vlakbij ben wil hij opstaan. Ik stop. Hij zakt terug in zijn oude houding, totaal ongeïnteresseerd in mijn aanwezigheid. Terug bij Eva zegt ze: “Wat gek, ze zijn nooit zo rustig met een vreemde erbij…” Ik kijk haar aan en glim. Dan heeft de bomendans toch effect gehad!

.

http://www.stalkelpie.nl/

.

 

Plankenkoorts

Blogtek plankenkoorts

O.. wat zullen het er veel zijn! Hoe bijt ik de spits af? . . . .

.
De lucht is grijs. Het motregent. Niet veel, voor de struiken die ik
vorige week heb geplant. Mijn cadeautje voor de camping. Een
afscheidscadeau. Want het is het laatste wat ik aan energie in deze
grond stop. Weg ben ik nog niet. Maar het bouwen begint, en dat is het
begin van een langzaam vertrek. Lange tijd was het een idee, deze plek
te verlaten, het leek ver weg. Maar nu voel ik het, tot in mijn
vingertoppen. Het is tijd.
Voor mij ligt een briefje. Heb ik voorlopig alles, vraag ik me af. Ik
kijk het lijstje nog eens na, latten en planken van allerlei maten. Ik
heb het besteld bij de timmerman in Esbeek en hij komt het
allemaal in èèn keer brengen. Volgende week, zei hij. Wat een berg
zal dat zijn. De spits afbijten, hoe doe ik dat? Eerst maar eens overal
opschrijven waar het voor is. Mijn schouders ontspannen
bij de gedachte. Het geeft me het gevoel dat het goed komt. Ordenen
geeft rust en overzicht en ik weet dat het werkt.

Ik kijk naar buiten. Het regent nog steeds, heel zachtjes.
De wind steekt op. Een koolmees fluit hard, recht voor de deur op een tak.
Wat nu. Dit wachten duurt me eigenlijk iets te lang. Er komen vragen
in me op. Wanneer zal ik aan de slag kunnen? Zal mijn geïmproviseerde
werkplaats voldoen? Hopelijk wordt het gauw mooi, rustig lenteweer,
dat het zeil niet meer zo flappert… Ga ik dit echt allemaal doen,
ga ìk dit mooie wagentje maken, wat ik al zolang voor me zie? Zo spannend
is het. Pure plankenkoorts. Maar als de planken er eenmaal zijn zal het
vast en zeker lukken. Wat te doen ondertussen…
Ik ga maar weer eens ijsberen.

Bouwen als concert

.

blogtek bouwen als concert 004

.

De maten voor het bouwen
zijn als een muziekstuk
Ik tel
zwarte lijnen en getallen
repeteer
elke keer opnieuw
.
Wat uit hout en ijzer
zal geboren worden
ken ik nu
zo door en door
Het ontwerp
hier op papier
dat is mijn partituur
.
Ik kan het spel gaan spelen
bijna zonder kijken
Het gereedschap is
mijn instrument
Het materiaal
niets anders dan
gestolde inspiratie
.
.

Haaks beginnen

blogtek winkelhaak zelf maken

.

Ik zit op de drempel. De zon schijnt en het is al best lekker, uit de wind. Naast de wagen klinkt driftig geklop en getik van een snaveltje op hout. Als ik vooroverbuig kan ik net precies zien waar het vandaan komt. Er komt iets uit het nestkastje vliegen, dat ik tussen de takken hing. Een geel met blauw vogeltje strijkt neer en kijkt parmantig om zich heen. Het is de pimpelmees.

Ikzelf ben ook begonnen met mijn nieuwe nest. Vanochtend haalde ik de eerste houtplaten uit de schuur. Ik heb ze op het onderstel gelegd. Ik wil ze voorlopig als grote tekentafel benutten, om mallen te maken van onderdelen. Daarna maak ik ze passend voor de vloer. Voor de bodem vastgezet wordt, moeten de spanten klaar zijn, want die worden er van onderaf aan geschroefd en met lijm versterkt. Ik wil ook dat alles goed haaks is. Straks eerst maar eens een grote winkelhaak maken. Hoe was dat ook al weer, de stelling van Pythagoras… Ik kijk in mijn werkboek. Alles wat ik kon bedenken staat er in, zorgvuldig uitgewerkt. Pythagoras staat er niet in. Maar andere dingen wel. Bouwtekeningen en volgorde van werken, materiaalkeuze en waar ik het vandaan wil halen, en veel meer.

Ik blader tussen de bouwtekeningen en denk na over de vloer. Ik heb nu een kurkvloer. Dat is mooi en warm. Maar er staan gauw krassen in en het bolt op bij vochtigheid. Nee, dat wil ik niet meer. Ik kan ook een stoere plankenvloer maken. Maar planken kunnen blijven uitzetten en krimpen en dan zit er stof tussen de kieren. Dat komt dan allemaal in de isolatie terecht, de schapenwol die eronder zit. Er is nog een optie. Linoleum is een mooi natuurproduct, strak, glad en oersterk. Zal ik dat nemen? Ja, ik doe het, ik kies linoleum.
Na dit besluit doe ik even mijn ogen dicht en luister naar het getjip van een luidruchtige koolmees. Even later hoor ik de bescheiden heggemus. Verder weg, maar niet minder aanwezig, het kukelen van de haan en gekwebbel van kippen.
De zon schijnt op mijn blote benen, en ik voel nieuwe energie in mijn aderen stromen. Voor de bouw begint, wil ik dat alle accu’s vol zijn. Vooral die van mezelf. Straks weer verder. Eerst die grote winkelhaak maken.

.

haaks 006

De stelling van Pythagoras: a2 + b2 = c2. Neem fijn of homogeen hout voor een winkelhaak, zodat de schroeven precies daar kunnen komen waar je ze hebben wil. Kijk van tevoren of de latten echt goed recht zijn.

De wind en ik

.

.

voeten in zand

.

Ik koester me in een holletje van schapenvachten en  kijk naar buiten. Harde wind waait om mijn wagen. De zon komt achter een wolk vandaan. Vanuit mijn warme woonwagen ziet het er opeens aantrekkelijk uit, maar ik weet, de wind is verraderlijk koud. Als de zon verdwijnt is het meteen een stuk donkerder.

Ik draai mijn hoofd, om door een kleiner raam te kijken dat aan de achterkant zit. Vandaar uit zie ik mijn onderstel. Vanmiddag heb ik een groot transparant bouwzeil vastgemaakt. Daar staat het nu onder. De bovenkant van het zeil zit aan de dakrand vast van het huis, en de andere kant ligt op het gras met een heleboel zware stenen er op. Het flappert niet meer, mooi zo. Ik kijk er nog even naar en ben toch een klein beetje tevreden, ondanks dat ik mijn dag niet heb.
De vaart is er nu even uit. Stevige rukwinden trokken aan het materiaal dat ik in mijn eentje vasthoud met ijskoude handen. Ik hield het voor gezien en ging naar binnen, lekker bij de kachel.
De dag is zowat ten einde. De wekker tikt maar door alsof het allemaal niet uitmaakt. Ik dompel me in de niksigheid en kijk naar het terugkerende gele licht van de ondergaande zon en de donkergrijze wolken.
Een windvlaag schudt de wagen heen en weer. Er tikt een boomtak tegen de houten wand. Alles beweegt en ik lig hier in mijn eentje te luisteren.
Alles beweegt, het gaat maar door. Ik denk er aan hoeveel mensen zijn gekomen en gegaan, in de vijftig jaar van mijn leven. Dat zijn er veel. Er komt een beeld bij me op. Ik zie mijn eigen blote voeten in schelpenzand en golven spoelen over mijn tenen. Het is eb, de zee trekt zich terug. Alleen mijn voeten blijven staan. Het zand er onder vormt een bultje, een steeds kleiner wordend heuveltje waarop ik sta. De zee blijft trekken en kietelen onder mijn tenen en zuigt de grond onder mijn voeten weg, de stroom in. Trekken blijft het, spoelen, waaien en beuken. Water, wind en zand. Opdat niets ooit hetzelfde blijft, zelfs niet de grond waarop ik sta.

Gelukkig zit mijn zeil nu vast. En hopelijk blijft het zitten, tot het moment dat ik het zelf weer los maak.

.