Het spoor van Agremone

Blogtek steenarend kl. frm

.

Een dichte motregen daalt neer op kruinen van talloze bomen. Zover ik kan zien is donker gebladerte van eiken en brede beuken die al het andere overschaduwen. Langs  vennen en rivieren staan elzen, wilgen en hazelaars. Ik ben de Arend van Eeuwen en zie alles, de zeeën die komen en gaan, bossen en zandverstuivingen. En ergens, in de uitgestrekte zee van groen, heb ik mijn thuis, in de allerhoogste eikenboom.
Er beweegt iets onder het dichte bladerdak. Een klein groepje is het, wezens die rechtop lopen, zwaaiend met hun klauwen. Ik denk dat het mensen zijn. Niet ver van mijn boom strijken ze neer. Met gestaalde spieren en scherpe bijlen hakken ze in eik en beuk. De één na de ander valt krakend en suizend op de grond. Ze bouwen een enorm nest, dat hen allen kan bergen, en uit het dak kringelt al snel een rookwolk.

.

Blogtek middeleeuws platteland kl frm

.

.
Ik blijf zitten op mijn tak en kijk toe. Ze gaan in en uit. Ze jagen met scherpe pijlen op wild in de bossen. Ze steken leem en veen uit de grond, smeren, bakken en maken vuur. Meer en meer mensen komen, ze bouwen steeds grotere onderkomens, nemen runderen mee en vele eiken en beuken die ik mijn leven lang gekend heb, gaan op in rook en spaanders. De aarde blijft nakend achter. Maar al gauw bedekken feeën en nimfen haar met een paarsgroene deken, die zacht weerkaatst in vele vennen. Ik kom en ik ga, mijn vleugels breeduit in de wijde hemel.

Eeuwen gaan voorbij. Op een dag kom ik terug en vind alles kaal. De bosrand heeft zich nu helemaal teruggetrokken in de verte. Een koude oostenwind waait het zand metershoog de lucht in. Ik knijp mijn ogen halfdicht tegen de scherpe korrels en zoek mijn boom. Ik vind hem niet. De grond is in diepe sleuven uiteengereten, zover als de horizon reikt. Ik kijk waar de feeën en nimfen zijn gebleven, maar er is geen eentje meer. Mijn vleugels worden moe en ik heb honger.

.

Blogtek bosuil kl frm

.

Op de boerderij woont een man. Hij plant bomen, en werkt hard. Hij graaft nieuwe vennen. Het is een goede man. Ik ben nu geen arend meer, maar slechts een kleine bosuil en ik woon in de oudste eik die langs de zandweg staat. Nu de man weer bomen heeft geplant, is er een kleine luwte ontstaan, in de vlakte. Eromheen is nog steeds niets dan zand en kortgemaaid gras. Het water in de sloten is giftig. Ik hoor de kikkers niet meer, maar op een stille avond hoor ik wel iets anders.
Er staat een meisje onder mijn boom, ze heeft een geel jurkje aan. Ze kijkt omhoog, en zoekt me. “Ben je een bosuil?” vraagt ze, “Laat je eens zien!” Maar dat doe ik niet en ze loopt verder. Ze gaat het pad op naar de boerderij. Daar staat een blauwgroen woonwagentje, en twee vreemde groene paarden grazen in de wei.
Ze is dagenlang in de weer. Ze plant bloeiende struiken en zaait bloemen. Het eerste jaar is het nog klein, maar het groeit. Het groeit verder en verder, tot een prachtige tuin. Mensen blijven staan. Ze willen meedoen, méér, nog meer fruit en nog meer bloemen. Een oase moet het worden, een klein paradijs. Genietend staat het meisje te kijken hoe vele handen de wachtende aarde vullen met bollen en wortels en hoe miljoenen krioelende beestjes de grond weer levend maken. Het enthousiasme werkt aanstekelijk. Maar het is tijd om te gaan. Ze pakt haar schep en haar kookpot en bindt ze vast aan de wagen.
Uit de vijver rijst heel voorzichtig de eerste waternimf. Het meisje knipoogt naar het wonderschone wezen en de mensen zwaaien haar uit. Agremone, in haar goudgele jurkje, zwaait opgetogen terug en draait zich om.  Nu is ze weer alleen. Maar toch niet helemaal. Haar merkwaardige groene trekdieren lopen opgewekt voor de wagen, blij dat ze weer iets kunnen doen. En ik, kleine uil, ben van haar gaan houden, en volg haar stilletjes. En waar zìj komt, zie ik kinderen boompje verwisselen tussen de stammen en rijgen meisjes bloemenkettingen.

Zo herinner ik het me. Zo was het vroeger en zo zal het weer zijn. Eén van velen is ze, één van de mannen en vrouwen, die als kleine sterren op aarde lopen. Ik hoor het ook van andere dieren. Het verheugt ons. Een spoor van leven laten ze achter zich, op de stilste plekken zijn ze het sterkst. Samen vormen ze een heel melkwegstelsel of een kometenregen van vernieuwing. De grote mannen kijken in gulzige haast over hen heen. Maar ze zijn er wel, jongens en meisjes, dappere mannen en vrouwen. En ze breiden zich uit. Warmhartig volk van aarde, vuile handen, deuren open. Ik zie ze.

.

Blogtek Spoor Agremone kl frm.

De tweede tekening is geïnspireerd door een prent uit een middeleeuws manuscript. Het laat het platteland zien, in de veertiende eeuw. Het speelt zich af in de omgeving van de Middenrijn. Als je erop klikt kun je het in het groot bekijken.

In de elfde eeuw begon men in Noord Brabant met ontginnen. Er kwam meer en meer landbouw en veeteelt. De bevolking groeide, de veestapel ook. Er werd veen gestoken en bossen werden gekapt voor kachels en haarden. Het zanderige pionierslandschap was een perfect habitat voor de nu zo schaarse en gekoesterde heide. In natuurgebieden krijgt hei nog steeds de ruimte.
In de vorige eeuw verdwenen veel bosjes, die tussen de kavels in lagen. Het open agrarische landschap biedt bar weinig schuilplaatsen. Schaalvergroting heeft nu zijn top bereikt en wind heeft vrij spel om na de oogst de arme losse grond de lucht in te blazen. Op dit moment is het nog niet lang geleden dat de ruilverkaveling is afgerond, en vele hectares grond  sluiten zich aan een voor monocultuur. Vele vennen zijn dichtgegooid en regenbuien, steeds heftiger van karakter, spoelen  humusarme aarde weg in de sloten. Na de maisoogst is het nu wèl verplicht gesteld om een vanggewas in te zaaien. Maar als de mais laat rijpt en de winter valt vroeg in, dan komt er maar weinig van terecht.
Op veel akkers wordt snijmais verbouwd, voor veevoer. Op plekken waar de bodem te drassig is of te slecht voor landbouw, vind je meestal raaigras of productiebos. 

De steenarend, hierboven afgebeeld, heeft hier weinig te zoeken. De Arend uit mijn verhaal was dan ook een heel bijzondere.  In België zijn er vier gezien. Ik wilde dat ik daar bij was geweest!

 

Reacties welkom: tt.alowieke@gmail.com

.

.

Een film over een engelse vrouw die een andere vorm van landbouw bedrijft. Ik heb hem ook gezien. Aanrader. 

.

.

.

Achter de vermolmde schatten

Agremoner werkelijkheid kl frm

Er leeft een slak in mij, vlijtiger dan een mier.

.

Agremone liep onopvallend tussen de dichte stroom mensen. Een meisje in een goudgeel jurkje. Niemand zag haar, de blikken gingen naar glanzende etalageruiten. Ze keek om zich heen, zag gezichten van mensen die keurden en zochten. Zij zocht niet meer, ze hoefde niks, had niets te verliezen en genoot van de zwoele nazomerlucht.
Toen zag ze hem, omringd door een kleine kring van mensen. Een kleine groene draak. De meesten deinsden voor hem terug, niet omdat hij gevaarlijk was, maar omdat hij bij iedereen het hoofd op de borst legde en het daar soms minutenlang liet rusten. Een groepje muzikanten ontdekte hem, vond hem leuk, en volgde zijn gang met vrolijke dansmuziek. Een jongen met grote blauwe ogen lachte, aaide hem over zijn bol en ging verder.
Maar de draak was moe en oud en verlangde naar echte liefde, trouw en tederheid. Dus gaf hij alles wat hij in zich had en keek uit naar zijn liefste. Oude tengere vrouwtjes duwden hem lachend weg. Lange mannen in nette jassen bleven verschrikt staan, als ze het zware groene drakenhoofd op hun smalle borstkas voelden. Ze staarden verstijfd omlaag, terwijl de viool, de fluit en de trekzak maar door speelden. Opgelucht haalden ze adem toen hij eindelijk weg ging en het stel tussen de massa hoorde verdwijnen.

Op een grote kei op een hoek zat Agremone. Ze stond op toen hij haar naderde,  keek hem aan. De wereld stond stil en de muzikanten hielden op met spelen. Haar hart smolt en liep over. Ze omarmde hem, nam hem bij zijn zachte klauw met gouden dons bedekt, en ging mee naar het hol.
Langs de brede rivier was een hoge oever. Daarin had de draak al lang geleden zijn aardehuis gegraven. Vijf lange jaren duurde hun leven samen. De draak vertelde verhalen en zong zachtjes. Zij luisterde, elke dag.Tot hij niet meer kon. Stil liet hij zijn hoofd rusten in de schoot van Agremone en stierf, op een nazomerdag die even zwoel was als de dag van hun ontmoeting. Ze begroef hem naast de rivier en keek verdrietig naar het omgewoelde zand, dat zijn lichaam verborg.

 

.

Blogtek lieve draak kl frm

.

Het hol van de draak lag vol hout en ijzer en vermolmde schatten. Het meisje keek wezenloos om zich heen. Ze keek en keek nog eens. Ze liep van voor naar achter en weer naar voren. Ze keerde alles ondersteboven en binnenstebuiten. Ze poetste, schroefde en schilderde. Ze deed er jaren over om de stoffige bergen op te ruimen, die de draak had verzameld. Ze verjaagde torren en houtwormen en legde het mooiste opzij.
Toen was ze eindelijk klaar. Ze kon het bijna niet geloven, maar het grote hol was zo goed als leeg. Het was er licht en ruim geworden. Verwonderd keek ze om zich heen. Maar hoe mooi het ook geworden was, ze voelde zich leeg. Deze plek was niet meer de hare, zij had haar taak gedaan. Hoe moest ze hier nu weg komen? Ach, moe van al het werk staarde ze naar haar voeten en dacht nergens meer aan.
Maar wat was dat nu, het leek wel of ze muziek hoorde. Het kwam van buiten. Het was snel, vrolijk en wild en het deed haar verlangen naar verre oorden. Gauw rende ze naar buiten. “Neem me mee!” riep ze. Maar de muzikanten speelden onverstoorbaar door en waren al bijna verdwenen. Langzaam liep ze terug.

Het was of de muziek haar iets wilde vertellen. Ze liep het oude hol in, dat nu zoveel lichter was, ging in het midden zitten van de grote lege ruimte. De klanken echoden in haar gedachten. In de hoek stonden nog steeds de mooiste materialen, die ze had uitgezocht. Ze keek ernaar en zag haar lieve draak voor zich. `Poets tot het glimt ` zei hij. `Hier begint jouw nieuwe wereld. Maak iets waarmee je op weg kan. Ikzelf en iedereen zal je helpen.` Ze luisterde verheugd naar hem en begon te tekenen, zwarte lijnen op wit papier. Een kleine wagen tekende ze. Ze fantaseerde, piekerde en peinsde. Het moest warm zijn in de winter en koel in de zomer, ramen aan weerszijden en groot genoeg om in te leven. De vrucht van haar verbeelding werd stralender, kleurrijker, terwijl ze al schetsend de details vervolmaakte.

.

Vermolmde schatten kl frm.

.

Agremone bouwde. De stoffige oude dingen die tot nog toe als dood in de hoek lagen, kregen in haar handen een nieuw leven. Het leek wel of ze kon toveren en de tekening werd werkelijkheid. Ze bouwde langzaam maar gestaag, en tot verbazing van haarzelf en iedereen groeide er iets, dat alle verwachtingen overtrof. Een kleine knusse wagen werd het, lichtblauw en groen geschilderd, het kleurde als bossen onder een heldere hemel en er waren  glanzende ramen aan weerszijden. Het meisje, inmiddels vrouw geworden, zette haar wonderwagen op de smalle weg. Twee jonge draken boden zich aan, en met plezier spande ze het stel voor de wagen.

Zo vertrok ze en niemand, zelfs zijzelf niet, weet waarheen. Naast haar geliefde draken loopt ze, verder en verder. Haar voetstappen fonkelen in de plassen, haar haren glanzen in de zon, stralender dan voorheen. Velen hebben de kleine wagen voorbij zien komen, met het vrolijke stel. Zelfs de somberste harten ontlokt ze een glimlach. Alsof een frisse bries de deur op een kier waait en een nieuwe gedachte komt bij hen op. Het lijkt wel een begin, een begin naar iets heel anders.

.

Blogtek drakenwagen kl frm

.

Hier onder staat het gedicht, dat mij inspireerde tot dit verhaal. Het komt uit het nieuwste boek van Toon Tellegen ’De werkelijkheid’. Ik hoorde het op de radio. (Passaggio, NPO4)

Wat ik wil

Ik wou dat de werkelijkheid een ding was,
dat ik haar kon aanraken, optillen en weggooien

en dat ik haar weer terugvond, wanneer het mij zo uitkwam,
en haar oppoetste
tot zij schitterde als een rivier in de zon

ik wou dat de waarheid een vergissing was
en dat iedereen dat inzag en zich voor haar verontschuldigde

er leeft een mier in mij, luier dan een leeuw,
dommer dan een slak

ik wou dat er iets anders was, het begin van iets anders.

.

.

AGRIMONIE

Het is leuk om naderhand in verschillende bronnen te lezen hoezeer de naam klopt, die ik voor de hoofdpersoon heb gekozen. Hoe kwam ik aan de naam? Ik trok de plant blindelings uit een hele verzameling en wist dat het de goede was omdat het met een nieuw begin te maken had.

Nu lees ik dit. Agrimonie komt waarschijnlijk van agros(veld) en monos(eenzaam). Het is een plant die vaak alleen op het veld staat, maar soms ook in groepjes of bij de rivier. Agrimonie is genezend voor tal van kwalen. Het karakter van de plant maakt je los, en werkt bevrijdend. Je kan weer dansen en vol goede zin opnieuw beginnen. Behalve dat het bevrijdend, reinigend en opbeurend werkt, heeft  agrimonie nog een heel plezierige bijwerking. Het drinken en gorgelen van de thee zuivert de stem. Schorheid lost zich op en keelpijn wordt minder.

Gewone agrimonie werd ook niet voor niks Zangerskruid genoemd. Andere volksnamen zijn Noordse thee, Bosthee, Avermonie, Drakenbloed (!), Verkeerde klis en Kerktoren.  Als de bloemen zijn afgevallen krijgt de plant een slanke vorm die tot de verbeelding spreekt. Churchsteepless , zeggen ook de engelsen. In de klokvormige schijnvruchtjes zien ze een carillion uit de kerktoren. Ik zie het ook!

.

 

Agrimonie kl frm 004

.

.

Tot slot wil ik verklappen dat dit sprookje geheel en al is gebaseerd op mijn eigen levensloop en ik ben werkelijk een draak  tegengekomen op straat en heb jarenlang in zijn hol geleefd. In de drakenhuid zat een jongen verstopt van wie ik in 2002 afscheid heb genomen, maar die voor altijd indruk op mij heeft gemaakt.

Klik hier voor een natuurblog waar ik enthousiast van werd. (Bijvoettegemoet)

.

 

← Terug

Bedankt voor je reactie. ✨

.

.

De nok er op!

.

 

.

.

nok erop

.

Achter op het veld wacht werk. Heel zorgvuldig ingepakt staat het daar. Mijn eigen rijdend huisje. Nou ja, het wórdt een huisje. Nog even en het heeft een dak, lichtblauwe wanden, heldere ruiten. En houten kozijnen, zacht oranje gelakt. Op deze stille plek heb ik hard en vol concentratie gewerkt. Het geraamte is klaar, andere onderdelen wachten. Ze wachten op montage, opgeslagen tegen een kromme wand in een oude wagen. Het moeilijkste werk is nu gedaan. Heerlijk.
Ik zit aan tafel te schrijven. Langs de schoorsteenpijp in het dak giert stoterig de wind en raast. Een harde vlaag beukt onverwacht mijn wagen heen en weer. Hij rukt en trekt uit alle macht. Maar ik weet, hij doet me niets. Hij krijgt geen vat, de wind, niet op iets wat mijnes is. Geen blik dat bengelt, geen zeil dat klappert, alles is stevig vastgesjord. De dichte deur maakt nog een kier, het lichte gordijn wappert.
Ik schrijf en denk aan gisteren. Het was een grote dag, de zon scheen en de wind was stil.

De bouw van mijn wagen vordert langzaam. Stormwind, kou en kille regen maken het tempo traag en herfstig. Toch is het nu zover gekomen. We bereiken het hoogste punt, de nok. Het is de ruggegraat van het gewelfde dak. Het lange werkstuk ligt al een tijdje klaar, omhult door blauw dun flapperzeil. Dat kan er nu af. Vandaag krijgt het zijn plek.
Dick is bij me. Met z’n tweeën tillen we het lange ding naar de voorkant. Maar we hebben nog twee handen nodig. Buurman Jan komt helpen. Hij klimt op een stevige trap om hem aan één kant omhoog te houden. Dick en ik hijsen de andere kant op de voorste dakboog, die gemaakt is van plaatmateriaal. De lange nok weegt wel wat, maar minder dan je zou denken. We hijgen,sjorren en schuiven, verder en verder, tot hij op zijn plek ligt, rustend op alle drie de dakbogen. Nu mag hij zakken in de gleuven, tot hij vast zit. Even bijschaven met de vijl…. En hij past!

Een feestelijk moment

De nok, de nok, de nok erop!
sjorren, hijsen, trekken maar
en als hij zit kan het niet beter
het klopt tot op de millimeter
Nou valt alles samen

En dan

Alles heeft zijn plek
Mensen, dieren, planten, dingen
Ik leef hier en kijk en werk
help het groeien
tot ik klaar ben
klaar ben
voor vertrek
tot ik niets meer
te zoeken heb
hier waar ik nu ben

.

Op het filmpje kun je het zien. Nu het complexe werkstuk op zijn plek zit, kan je eronder staan en alles goed bekijken. Gaten zitten om de vijf-en-twintig centimeter. Daar worden straks de kromgebogen dakspanten doorheen getrokken, alsof het ribben zijn, sterk en flexibel. Daar komt het dakzeil op. De nok heeft een lange ventilatiekap voor frisse lucht en om vocht kwijt te raken. Ook de elektra komt erdoorheen, kabels van de zonnepanelen. Twee stroomkastjes heb ik ingebouwd, voor de connectoren. Ik kan er makkelijk bij, ze zitten pal boven mijn hoofd. De ventilatiekap gaat over in een daklicht van twee meter lang. En aan het uiteinde, daar komt een verrassing. Maar dat houd ik nog geheim.

Reakties welkom: tt.alowieke@gmail.com

 

Tijd voor andere koek

Blogtek appeltaart kl frm

Morgen komt ze hier echt wonen. An, een vrolijk natuurmens van drie-en-dertig met bruin krulhaar. Haar yurt is klaar en ze heeft er hard voor gewerkt. Ik ben blij dat ze komt. Daarom ben ik taart aan het bakken, voor haar. Appeltaart. Ik ken het recept goed. Mijn moeder deed het vaak tussendoor en ik hielp kneden. De laatste keer is alweer een tijdje geleden.

Ik pak de grote glazen pot van de plank. Speltmeel zit er in. Het moet op, dus ik kieper de hele inhoud in de net iets te kleine schaal. Het komt tot het randje en het stuift eroverheen. Gelukkig heb ik er een grote werkplank onder gelegd. De suikerpot komt voor het eerst sinds maanden van de plank. Met een grote lepel roer ik een paar flinke scheppen door het meel. Wat een boel, denk ik bij mezelf. Ik hou niet meer van suiker. Ik doe er maar de helft in van wat ze zeggen.
Ik wikkel de boter uit het papiertje. Er staat een wei op en de snuit van een koe. Ik hak de boter in stukjes en kneed met beide handen het meel en de boter. Lekker. Sommige mensen doen het met één hand, om de andere schoon te houden. Maar daar vind ik geen lol aan. Veel te lastig, dat stijve deeg zo in beweging te krijgen.
Het is toch te weinig boter, ik krijg de boel niet bij elkaar gekneed. Een hoop meel blijft los in de schaal liggen. Ik kijk ernaar en vraag me af wat ik nu moet doen. Ik wil niet nòg meer vet. Dan krijg ik een ingeving. Ik pak een stuk krant om de koelkast niet vies te maken en pak de yoghurtfles er uit. Dat is vast lekker in de taart. Vrolijk kieper ik er een flinke scheut door en zet er opnieuw mijn handen in. Nou gaat het veel beter.

De taart staat vol rozijnen, kaneel en heerlijke oranje goudreinetten te geuren in de oven. Ik open het deurtje en snijdt er een hoekje af en leg het op een schoteltje. Dit heb ik altijd het allerlekkerste gevonden. Warme appeltaart! Gulzig eet ik de krokante koek met grote stukken zachte appel, die er bijna afrollen, zo groot zijn ze. Het bevalt me. Zal ik nog meer nemen? Dan maak ik voor An wel een mooie schaal met nette stukken, dan ziet niemand dat ik er al van gegeten heb. Ik doe de oven uit, zet de lekkernij op het aanrecht en snijdt een stuk af, nog groter dan het eerste. Heerlijk!

De vreugde duurt niet lang. Al gauw ben ik misselijk van de boter en de suikersmaak blijft heel lang in mijn mond hangen. Dat proefde ik in eerst niet, nu wel. Ik spoel mijn mond met water om de smaak kwijt te raken. Dat helpt een beetje maar niet helemaal. Vroeger had ik dat niet. Wat een raar spul, suiker. De volgende keer probeer ik te bakken met alleen maar rozijnen en rijpe zoete appel. Geen suiker meer. En ook geen vet. Bakken met alleen maar yoghurt in het meel. De volgende keer probeer ik het.

Alles verandert. Ook het lichaam en wat ik lekker vind. Hebben meer mensen dat?

Zonnige panelenpraat

Blogtek panelenpraat kl frm

Ik loop met mijn mobieltje op de weg. Daar heb ik een betere ontvangst en het is lekker om even te wandelen. De zon straalt warm terwijl het al sinterklaas is geweest. Gek hoor.
„Hallo met Johan!“ zegt een opgewekte stem door de telefoon.
„Hoi, met Alowieke.“
„Hee, Alowieke!“ roept Johan verrast.
„Mooie berekening heb je gemaakt.“ begin ik en kijk naar de blote huid van mijn arm. Ik heb mijn mouwen opgestroopt. Het is ècht warm!
Johan helpt mij een systeem uit te denken, met zonnepanelen. Het is zijn werk, en hij is creatief en denkt duurzaam. Dus dat klikt wel. Ik ga het zelf in elkaar zetten, straks. Dan weet ik ook wat ik moet doen als er wat mee is.
„Ik zou wel wat extra vermogen willen hebben“, vertel ik hem „Dat infraroodpaneel kan in oktober wel eens heel handig zijn, als het dagenlang mistig is en het sprokkelhout nat.“ Ik kijk naar de zacht wiegende takken, die donker afsteken tegen de blauwe lucht en kuier langzaam verder weg van de camping.
„Ja, dat denk ik ook.“ denkt Johan met me mee, “ En in die tijd is het nog licht genoeg, voor een goede stroomopbrengst.“
Ik vertel hem iets wat ik sinds kort heb bedacht. Een idee waar ik graag op door fantaseer.
„Weet je, als ik dat infraroodpaneel niet gebruik in de zomer, dan kan ik die energie mooi gebruiken voor wat anders. Ik kan iets doen met film en geluid. Misschien wordt het wel een solarbioscoopje.“
„Ik ben benieuwd!“ zegt hij vrolijk.
„Het is wel zwaar,“ ga ik door „Een accu van meer dan vijftig kilo is best veel…“
„Hoeveel weegt je wagen, weet je dat?“
„Achthonderd kilo, exclusief bagage. Dat schat ik in.”
„Nou…“ zegt hij verbaasd „Waarom maak je je dan druk over die vijfentwintig kilo extra?“
„Ja dat lijkt niks, maar als je dat bij alles denkt, dan wordt het tòch zwaar!“
Het blijft een steeds terugkerend thema. Aan de zwaartekracht kan ik me niet onttrekken. Je moet er slim mee omgaan. Johan kent de beperking ook.
„Klopt, dat ken ik als ik mijn rugzak inpak. Dan wil ik ook altijd zo min mogelijk meenemen, het wordt gauw te veel,“ zegt hij.
Ik loop met mijn blauwe klompen in de berm en keer om, om terug te lopen. Al gauw gaat Johan verder. „Heee! Waar ik nu opeens aan denk, je kan ook lithiumbatterijen nemen. Dat zijn de nieuwste en die werken met ionen. Ze zijn lichter en gaan langer mee.”
„Ja!“ roep ik enthousiast. „Ik heb er over gelezen. Die wil ik heel graag. Het lijkt me een goede investering.“
„Ik zoek het graag voor je uit,“ zegt Johan tevreden. „Ik heb er nog geen ervaring mee, maar ik vind dit heel interessant en ik vind het leuk dat je zo enthousiast reageert“
„Prima, dan hoor ik nog van je! Ik ga nu verder. Tot kijk!“
Johan wil graag gauw komt kijken en zegt me gedag. Ik loop het pad op van de camping, terug naar mijn woonwagen.

O, het is zo spannend, dat alles steeds meer wordt wat het worden moet. Soms ben ik zo blij dat alles lukt zoals ik het bedacht heb en dat anderen zo fijn meedenken. Ik kan het zo bijzonder vinden, dat ik de slaap niet vatten kan. Op de donkere wand boven mijn bed projecteert mijn verbeelding de nieuwe wagen, die groeit. En ik kijk ernaar, met grote ogen. Als een kind voor zijn verjaardag, zo kan ik mij verheugen. Dit is de plek, waarin ik straks mijn leven zal voortzetten. Klein en kleurrijk en beweeglijk, als een echte kolibrie.

Link van Johan: http://ecosynergy.nl/

Lithium-IJzer-Fosfor-accu’s (LFPo) zijn vier keer zo licht, en veel beter voor het milieu. Ze zijn duurder, maar stukken efficiënter in het gebruik, zo verdien je het geld van de aanschaf weer terug. De laadtijd is ook veel korter. Ik wacht op bericht van Johan, maar ben heel benieuwd hierover.

Ik maak er een potje van

Blogtek maakerpotjevan kl fr 006

.

Op de kast staat een stevige houten molen. Blank hout, met een slinger eraan om te draaien. „Anni“ staat er op. Het is één van de beste investeringen die ik heb gedaan. Een graanpletter, ofwel een vlokkenmolen. Ik eet geen brood meer. Jaar na jaar at ik het, maar het smaakt me niet meer. In plaats er van staat bij mij een grote zak haver in de kast en een zak rogge. Vijf kilo wegen ze, als ze nog vol zijn. In mijn voorraadkast liggen nog andere zakken en zakjes op elkaar gestapeld. Pompoenpitten, lijnzaad, rozijnen, kokos, noten, zonnebloempitten, gierst en meer. Alles wat ik genoemd heb gaat in de pap. Het belangrijkste zijn de havervlokken.

Voor ik ga slapen sta ik een minuutje te draaien. Vrolijk draai ik de slinger rond en zie in redelijk tempo de mix van granen in het gat van de pletter verdwijnen. Onder het tuutje van de afvoer vult een kleine stroom van vlokken mijn papkom. De gierst die erin zit verandert in een grof soort meel, de rogge en de haver zijn mooie platte vlokken geworden. Ik loop naar de glazen waterpot, en met de diepe lepel dompel ik een paar scheppen van het kristalheldere vocht en laat het in mijn kom lopen. Zes scheppen. Nu mag het de hele nacht weken.

Als ik wakker word, drink ik meteen een groot glas water. Niet meteen de pap opeten, eerst de oefeningen. Die duren dikwijls anderhalf uur. Het is net zo’n avontuurlijke mix als mijn ontbijt. Er zit van alles in. Poweryoga, oosterse vechtsport, dans, krachttraining, fysiotherapie, Chi Kung, stemtraining, boventoonzingen en acrobatiek. Het is helemaal door mijzelf aangepast aan wat ik kan, leuk vind en nodig heb. Heel langzaam verandert het programma, en de mogelijkheden breiden zich eerder uit, dan dat het minder wordt. Heerlijk!

In de krant lees ik de bevestiging van mijn gezonde levenswijze. Er is een nieuw boek uit, over gezond oud worden. Bewegen en havermout eten. Dat is hoofdzaak. Ik kijk naar mijn papkom en lach. Naast de krant staat mijn warme hap, rijk van smaak door de variatie aan ingrediënten. Ik denk dat het heel erg gezond is. Ik weet het wel zeker. Het leven begint pas!

Wiekies opkikker: Havervlokken, roggevlokken, gierst, gehakselde pompoenpitten, lijnzaad, kokos, rozijnen, paar gehakselde noten, kaneel, kokosvet, klein scheutje geitenmelk of sojamelk en water. Even koken en daarna een paar minuten laten staan. In plaats van hakselen kan je de noten en de pitten ook gewoon fijnkauwen en uitspugen, als je alleen bent. Dan verteert het harde spul ook beter door enzymen.

Weetjes: Mijn maaltje is langzaam gegroeid, en past bij me als mijn huis. Behalve vreselijk lekker, is haver opwekkend, net als chocola. Je wordt er levenslustig van.
Kokosvet is een vetsoort die meteen wordt opgenomen als energie, en hoopt zich niet op in het lichaam. Geitenmelk is beter verteerbaar dan koeiemelk. Kauwen op rozijnen en roggevlokken is goed tegen tandplak. Rogge en lijnzaad zijn goed voor de oestrogeenbalans bij vrouwen. Rogge en pompoenpitten zitten vol mineralen en de pitten bevatten bovendien antivirale stoffen.

Desondanks was ik toch moe en lusteloos tijdens de eindeloze herhaling van donkere dagen. Vitamine D bleek de oplossing. Meteen de hoogste dosis genomen. Nu kan ik er weer tegen. Hoera!

Volgende experiment: Haver en lijnzaad is te krijgen als paardenvoer. Het gekookte lijnzaad wordt gebruikt om de darmen schoon te maken, als de dieren veel zand binnen krijgen bij het grazen. Haver en lijnzaad schijnt als veevoer even lekker te smaken als het spul dat in keurige kleine zakjes te koop is. Ik wil het wel eens uitproberen.

Een bloeiend pad naar de uitgang

Blogtek bloeiend pad kl fr

.

„Dat je daar weg gaat, ik snap het niet. Het is zo’n mooi plekje! Ik zou helemaal gelukkig zijn als ik daar kon staan met mijn wagen.“ Buurman Jan kijkt met glimmende ogen naar de lege plek, waar zojuist nog mijn woonwagen stond. Die staat nu twintig meter verderop. Ton is net weg, met zijn jeep. De kippen krabben in de zwarte grond. Het stikt er van de wormen, die zaten lekker koel en nat onder de vloer. Daar lag karton met plastic zeil erop. Dat is nu allemaal verdwenen. Het is een fijne en vruchtbare plek geworden, rondom begroeid met tal van planten, bloemen en struikjes. Mezen, vinken, heggemussen en andere vogels vliegen af en aan.

Ik kijk Jan vrolijk aan. „Weet je?“ zeg ik „Ik maak op mijn nieuwe plek wèèr een tuin. Deze hier wordt dan de moedertuin. Er groeit zoveel tussenin wat ruimte kan gebruiken, kijk daar, het zonnige moederkruid, de sterke kruiptijm en dan die heerlijke framboos, die groeit als een raket! Hier steek ik de plantjes uit, en andere mensen kunnen dat ook doen. En rond bewoonde wagens, daar groeit het het beste. Er zijn beschutte hoekjes en er is bemesting. Het is de plek waar je bènt.”
„Wat een leuk idee!“ zegt Jan
„Jaaa! En als dit dan wat geworden is, dan schuif ik weer verder op. En maak ik dààr een tuin. Zo beweeg ik steeds verder naar de uitgang. En als ik daar ben aangeland, dàn ga ik weg.”
Jan lacht. „Geweldig! Dan krijgen we hier één lange groene strook op de camping.“
Ik grijns. „Wie weet. Wellicht gebruik ik de camping als uitvalsbasis, straks. Dan blijft mijn wagen hier voorlopig staan en kan ik dit plan rustig uitvoeren.“ Ik staar in gedachten naar de gretig gravende kippen.
Jan kijkt naar de mezen in de takken van de kersenboom, en naar de bloemen die eronder groeien. „Het is de mooiste plek van de camping geworden“ zegt hij uiteindelijk. „Dat heb je goed gedaan!“
Ik gloei.

.
Ik noem deze vorm van tuinieren „Nomadische permacultuur.“ Ik maak iets, ik heb iets en ik laat het achter op het juiste moment, wanneer ik weet dat er goed voor gezorgd wordt en anderen er blij mee zijn.

.

.

.

Werken in de wind

Bouwen voor montage 012

Een sterke wind en stormachtige regenvlagen rukken aan takken van bomen en struiken. Ergens flappert een stuk loshangend zeil dat één van de wagens bedekt. De camping ligt er verlaten bij. De ezel schuilt achter een beukenhaag en het koetje achter zijn hok.
Dick is er. Hij heeft vier hele dagen om te helpen. Dat gebeurt zelden. Ik hoop dat we een heel eind komen. Zou het lukken om de nok klaar te krijgen? Onder de overkapping bij het toiletgebouw, daar hebben we ons geïnstalleerd. Om zeven uur gaat de wekker. Een poosje later lopen we op onze klompen over het gras naar het werk.

„Ik ga er even langs hoor!“ zegt Anouk, de nieuwe veldgenoot met de Yurt. Ze kijkt wat we aan het doen zijn. De nok van mijn nieuwe wagen ligt op twee uitéénstaande terrastafels. Je kan er net precies omheen lopen, naar de wc’s. „Wat een vakwerk! Dit vind ik zò mooi, hoe vaak zie je dat nou..“ zegt ze. Ik glim van trots. Het vijf meter lange werkstuk bestaat uit twee opstaande planken. Erboven is een driehoekige skelet voor het dakje met in het midden een gladde rondgeschaafde nokstok. Het ding wordt steeds indrukwekkender en zit vol interessante details, die allemaal een functie hebben. Ik heb er al vele uren aan gewerkt en er komen steeds meer uren bij.
Naast de nok, op de grond, ligt de dakbedekking. Een zwarte lap van kunstrubber. Met sjorren en trekken krijgen we de bovenste tien centimeter van de lap op de plank. Terwijl ik de stugge materie op zijn plek duw, zet Dick de lijmklem op een lange lat die de zwaartekracht moet trotseren. Dan hijsen we de andere helft omhoog, zetten het vast op dezelfde manier en dan zit het. De rest van het rubber hangt naar beneden, net tot aan de stoep. Nu alles op zijn plek ligt, kunnen we met het echte werk beginnen. We moeten het rubber vastzetten, en waterdicht verlijmen, zodat er geen vocht tussen komt. Als deze kant klaar is doen we de andere helft. Een heel werk.
„Ik vind het zo fijn dat je er bent,“ zeg ik tegen Dick „Nu kan ik iets groots doen!“
Dick staat voorovergebogen hapjes in het rubber te knippen, voor de uitsparingen. Harde wind waait regendruppels onder het dak van onze schuilplaats door en maken donkergrijze spikkels op de stoep. De spatten komen net niet niet tot de plek waar Dick zijn handen geduldig voortgaan. Een grijze krul hangt langs zijn geconcentreerde gezicht, een diepe plooi tussen de wenkbrauwen. Ik geef hem een aai over zijn bol. Hij kijkt lachend op. „ Het is meer werk dan we dachten, maar het vordert gestaag,“ zegt hij monter „We zouden het ook af kunnen raffelen, maar dan wordt het lang niet zo mooi.“ Ik ben het helemaal met hem eens. Het kost tijd om er iets moois van te maken. Ik ben blij dat Dick daar ook van houdt. Mijn nieuwe wagen is het waard. Hij wordt van top tot teen gemaakt met liefde voor het werk. Kan dit iets anders worden dan een pareltje? Ik dacht van niet!

Bovenin de opstaande nok komt een lange ventilatiekap. Verderop houdt dit op, en gaat het over in een lang, smal daklicht. In het uiteinde komt in een soort alkoofje, een glas in loodraampje, helderblauw met rood. (Judith Bark haar werk)
De dakbogen lopen aan weerszijden van de nok naar beneden, in een flauwe bocht. Ze worden bedekt met twee grote lappen kunstrubber. Ze komen uit in de goot, waar het voor een lekvrije afwatering dient.

.

.

.

.

Achter ’t zeil gebeurt het

Bouwen voor montage 003

Ik heb bezoek. „Dag!“ lacht de weelderige blondine, die voor mijn deur staat „Ik ben Wieke“
„Dat is leuk, zijn we naamgenoten“ zeg ik „ Kom binnen.“
Ik open de deur zodat ze mijn woonwagen kan in stappen. Op de mat blijft ze staan. “Oh, wat een mooi plekje!“ roept ze „En de kachel brandt al lekker. Fijn!“ Achter haar staat een lange jongen met lang donker haar. Hij kijkt over haar schouder mee. „Dit is nou echt een plek waar ik zou willen wonen.“ droomt ze verder „ Ik heb altijd gehouden van kleine coconnetjes. Ik hoef niet groot te wonen, wat moet ik met al die ruimte… “

Af en toe komt er iemand langs, die mijn verhaaltjes leest, en die ook graag op een andere manier wil leven. Mensen die houden van de knusse gezellige eenvoud van kleine behuizing, jong of ouder. Iedereen is welkom.
Met Wieke en Bas maak ik een rondje over het terrein. We lopen langs de tuin en ik laat ze de nieuwe wagen zien. „Je bent al ver!“ zegt ze bewonderend. „Jahaa,“ knik ik grijnzend, terwijl ik het doorzichtige zeil oplicht om er onderdoor te kruipen. „En er gaat nog veel meer gebeuren. Kijk, dit is een raamkozijn met spatlap. Helemaal klaar voor montage.“ Wieke knikt.  „Ik heb het gelezen op je blog.“
„Het is de vraag hoe het zal gaan, deze week“ denk ik hardop. „Ik wil alle onderdelen in elkaar gaan zetten. Erg spannend want je weet maar nooit. Sommige verbindingen zijn op kurkdroge zomerdagen uitgehakt en zullen in de vochtige herfstlucht flink zijn uitgezet. Dat zal nu niet meer passen.“ Bas knikt „ Er komt altijd meer bij kijken dan je van te voren kan bedenken.“ Ik lach hem toe. „Gelukkig komt mijn vriend Dick. Ik kan veel alleen, maar dit is te veel en te zwaar. En zo fijn dat ik een paar dagen met hem kan overleggen!“
„Het wordt mooi. Je hebt het goed voorbereid..“ zegt Bas terwijl hij zijn hand langs het hout van de wagen laat gaan. Ik knik. „Laten we verder gaan, “ stel ik voor. We kruipen terug onder het zeil door, het veld op van de minicamping. De ezel balkt vanuit de verte en de honden van Jan springen enthousiast heen en weer, als we naderen. We bekijken een paar woonwagens en de prachtige Tinker achter het hek met zijn harige witte sokken. “Het bevalt me hier!” zegt Wieke. “Ik kom vast en zeker terug!” Gelijk heeft ze. Dit is een fijne plek.

.

Bouwen voor montage 012

Het is een beetje improviseren, maar het gaat best.

.

Bouwen voor montage 004

Het raamkozijn met spatlap van EPDM, kunstrubber, komt ook op het dak.

.

Bouwen voor montage 005

Raamkozijnophanging aan lange lat bovenaan.

.

Bouwen voor montage 020

Constructie van versterkte dakboog in het midden.

.

Bouwen voor montage 023

Fijn halfhoutverbindinkje in vensterbankplank.

.

Bouwen voor montage 009

Dakbogen en deurpostbevestigingspalen met alle verbindingen.

.

Bouwen voor montage 014

Gereedschapsplek  onder de werkbank als ik bezig ben.

.

Bouwen voor montage 008

Isolatiemateriaal, Schapewol van Doscha 8 cm dik.

.

Bouwen voor montage 001

Dakkap onder zeil. Komt als hoogste punt in het midden, in de gleuven van de dakbogen.

.

Bouwen voor montage 010

Dit komt straks pas, maar staat ook al klaar.

.

Link naar de camping: http://www.denbobbel.nl/deontginner/1.1.php