Werk aan de winkel

 

.

Drakenlief op de bank kl frm.

.

De hele tafel ligt vol velletjes papier. De bank is ook al vol en het aanrecht, dat ik heel zorgvuldig schoon en droog heb gemaakt. Want één spatje kan een hoop verpesten aan een mooie prent. Buiten waait een gure oostenwind. Terwijl talloze daklozen en vluchtelingen zich maar moeten zien te redden, zit ik in een huisje op wielen dat wiegt in de wind, terwijl de kachel zachtjes brandt.
Ik werk. Omdat ik rust heb, kan ik iets moois maken en het laten zien. Dat is nodig, rust. Al is het nog zo shockerend, grensverleggend of baanbrekend wat je naar buiten brengt, als de grond onder je voeten vandaan wordt gehaald sta je sprakeloos tussen de puinhopen en is de meest getalenteerde professor, schrijver of kunstenaar gelijk aan een vuilnisman.

Wat een voorrecht, te kunnen werken in stilte. Hoewel er van alles is dat mijn aandacht kan afleiden, laat ik het niet toe. Ik koester de rust als een vruchtbare bodem en voed die met aandacht en discipline.
Mijn boek is bijna af, “Drakenlief“. De velletjes liggen overal, twee bij twee. Van elke linker is er een rechter pagina die erbij hoort. De hele wagen is gevuld met het regelmatige handschrift en kleurrijke tekeningen. Hoe zal het zijn om het boek straks in handen te hebben, gedrukt en wel? Het is vast een bijzonder moment, dat ik zeker zal vieren. Ik laat het zien als het er is. Ik ben zo benieuwd!

Ondertussen is er meer werk, dat wacht. Als het boek klaar is, komt ook de bouw in de slotfase. De prille lente is een mooi moment om lijstjes te maken. Dit is die van mijn nieuwe woonwagen.

Wanden
plafond
ramen
deuren
isolatie
het bed
kastjes
de markies en
energiesysteem bouwen
met zonnenpanelen.
Kortom, nog heel wat te doen!

Straks, als de lente losbarst, dan komt de kwast en de zaag weer tevoorschijn! Ik verheug me er op.

Wat hier groeit is de oogst van een rijk leven en een paar jaar werk in stilte. Een eigen gebouwd huisje zal glimmen in de zomerzon. En een boek vol verhalen en platen ligt er, op de nieuwe vensterbank. Straks. Ik wil er met volle teugen van genieten, elke hamerslag, elke kwast- of pennestreek. Zeker weten.

De nok er op!

.

 

.

.

nok erop

.

Achter op het veld wacht werk. Heel zorgvuldig ingepakt staat het daar. Mijn eigen rijdend huisje. Nou ja, het wórdt een huisje. Nog even en het heeft een dak, lichtblauwe wanden, heldere ruiten. En houten kozijnen, zacht oranje gelakt. Op deze stille plek heb ik hard en vol concentratie gewerkt. Het geraamte is klaar, andere onderdelen wachten. Ze wachten op montage, opgeslagen tegen een kromme wand in een oude wagen. Het moeilijkste werk is nu gedaan. Heerlijk.
Ik zit aan tafel te schrijven. Langs de schoorsteenpijp in het dak giert stoterig de wind en raast. Een harde vlaag beukt onverwacht mijn wagen heen en weer. Hij rukt en trekt uit alle macht. Maar ik weet, hij doet me niets. Hij krijgt geen vat, de wind, niet op iets wat mijnes is. Geen blik dat bengelt, geen zeil dat klappert, alles is stevig vastgesjord. De dichte deur maakt nog een kier, het lichte gordijn wappert.
Ik schrijf en denk aan gisteren. Het was een grote dag, de zon scheen en de wind was stil.

De bouw van mijn wagen vordert langzaam. Stormwind, kou en kille regen maken het tempo traag en herfstig. Toch is het nu zover gekomen. We bereiken het hoogste punt, de nok. Het is de ruggegraat van het gewelfde dak. Het lange werkstuk ligt al een tijdje klaar, omhult door blauw dun flapperzeil. Dat kan er nu af. Vandaag krijgt het zijn plek.
Dick is bij me. Met z’n tweeën tillen we het lange ding naar de voorkant. Maar we hebben nog twee handen nodig. Buurman Jan komt helpen. Hij klimt op een stevige trap om hem aan één kant omhoog te houden. Dick en ik hijsen de andere kant op de voorste dakboog, die gemaakt is van plaatmateriaal. De lange nok weegt wel wat, maar minder dan je zou denken. We hijgen,sjorren en schuiven, verder en verder, tot hij op zijn plek ligt, rustend op alle drie de dakbogen. Nu mag hij zakken in de gleuven, tot hij vast zit. Even bijschaven met de vijl…. En hij past!

Een feestelijk moment

De nok, de nok, de nok erop!
sjorren, hijsen, trekken maar
en als hij zit kan het niet beter
het klopt tot op de millimeter
Nou valt alles samen

En dan

Alles heeft zijn plek
Mensen, dieren, planten, dingen
Ik leef hier en kijk en werk
help het groeien
tot ik klaar ben
klaar ben
voor vertrek
tot ik niets meer
te zoeken heb
hier waar ik nu ben

.

Op het filmpje kun je het zien. Nu het complexe werkstuk op zijn plek zit, kan je eronder staan en alles goed bekijken. Gaten zitten om de vijf-en-twintig centimeter. Daar worden straks de kromgebogen dakspanten doorheen getrokken, alsof het ribben zijn, sterk en flexibel. Daar komt het dakzeil op. De nok heeft een lange ventilatiekap voor frisse lucht en om vocht kwijt te raken. Ook de elektra komt erdoorheen, kabels van de zonnepanelen. Twee stroomkastjes heb ik ingebouwd, voor de connectoren. Ik kan er makkelijk bij, ze zitten pal boven mijn hoofd. De ventilatiekap gaat over in een daklicht van twee meter lang. En aan het uiteinde, daar komt een verrassing. Maar dat houd ik nog geheim.

Reakties welkom: tt.alowieke@gmail.com

 

Een bloeiend pad naar de uitgang

Blogtek bloeiend pad kl fr

.

„Dat je daar weg gaat, ik snap het niet. Het is zo’n mooi plekje! Ik zou helemaal gelukkig zijn als ik daar kon staan met mijn wagen.“ Buurman Jan kijkt met glimmende ogen naar de lege plek, waar zojuist nog mijn woonwagen stond. Die staat nu twintig meter verderop. Ton is net weg, met zijn jeep. De kippen krabben in de zwarte grond. Het stikt er van de wormen, die zaten lekker koel en nat onder de vloer. Daar lag karton met plastic zeil erop. Dat is nu allemaal verdwenen. Het is een fijne en vruchtbare plek geworden, rondom begroeid met tal van planten, bloemen en struikjes. Mezen, vinken, heggemussen en andere vogels vliegen af en aan.

Ik kijk Jan vrolijk aan. „Weet je?“ zeg ik „Ik maak op mijn nieuwe plek wèèr een tuin. Deze hier wordt dan de moedertuin. Er groeit zoveel tussenin wat ruimte kan gebruiken, kijk daar, het zonnige moederkruid, de sterke kruiptijm en dan die heerlijke framboos, die groeit als een raket! Hier steek ik de plantjes uit, en andere mensen kunnen dat ook doen. En rond bewoonde wagens, daar groeit het het beste. Er zijn beschutte hoekjes en er is bemesting. Het is de plek waar je bènt.”
„Wat een leuk idee!“ zegt Jan
„Jaaa! En als dit dan wat geworden is, dan schuif ik weer verder op. En maak ik dààr een tuin. Zo beweeg ik steeds verder naar de uitgang. En als ik daar ben aangeland, dàn ga ik weg.”
Jan lacht. „Geweldig! Dan krijgen we hier één lange groene strook op de camping.“
Ik grijns. „Wie weet. Wellicht gebruik ik de camping als uitvalsbasis, straks. Dan blijft mijn wagen hier voorlopig staan en kan ik dit plan rustig uitvoeren.“ Ik staar in gedachten naar de gretig gravende kippen.
Jan kijkt naar de mezen in de takken van de kersenboom, en naar de bloemen die eronder groeien. „Het is de mooiste plek van de camping geworden“ zegt hij uiteindelijk. „Dat heb je goed gedaan!“
Ik gloei.

.
Ik noem deze vorm van tuinieren „Nomadische permacultuur.“ Ik maak iets, ik heb iets en ik laat het achter op het juiste moment, wanneer ik weet dat er goed voor gezorgd wordt en anderen er blij mee zijn.

.

.

.

Achter ’t zeil gebeurt het

Bouwen voor montage 003

Ik heb bezoek. „Dag!“ lacht de weelderige blondine, die voor mijn deur staat „Ik ben Wieke“
„Dat is leuk, zijn we naamgenoten“ zeg ik „ Kom binnen.“
Ik open de deur zodat ze mijn woonwagen kan in stappen. Op de mat blijft ze staan. “Oh, wat een mooi plekje!“ roept ze „En de kachel brandt al lekker. Fijn!“ Achter haar staat een lange jongen met lang donker haar. Hij kijkt over haar schouder mee. „Dit is nou echt een plek waar ik zou willen wonen.“ droomt ze verder „ Ik heb altijd gehouden van kleine coconnetjes. Ik hoef niet groot te wonen, wat moet ik met al die ruimte… “

Af en toe komt er iemand langs, die mijn verhaaltjes leest, en die ook graag op een andere manier wil leven. Mensen die houden van de knusse gezellige eenvoud van kleine behuizing, jong of ouder. Iedereen is welkom.
Met Wieke en Bas maak ik een rondje over het terrein. We lopen langs de tuin en ik laat ze de nieuwe wagen zien. „Je bent al ver!“ zegt ze bewonderend. „Jahaa,“ knik ik grijnzend, terwijl ik het doorzichtige zeil oplicht om er onderdoor te kruipen. „En er gaat nog veel meer gebeuren. Kijk, dit is een raamkozijn met spatlap. Helemaal klaar voor montage.“ Wieke knikt.  „Ik heb het gelezen op je blog.“
„Het is de vraag hoe het zal gaan, deze week“ denk ik hardop. „Ik wil alle onderdelen in elkaar gaan zetten. Erg spannend want je weet maar nooit. Sommige verbindingen zijn op kurkdroge zomerdagen uitgehakt en zullen in de vochtige herfstlucht flink zijn uitgezet. Dat zal nu niet meer passen.“ Bas knikt „ Er komt altijd meer bij kijken dan je van te voren kan bedenken.“ Ik lach hem toe. „Gelukkig komt mijn vriend Dick. Ik kan veel alleen, maar dit is te veel en te zwaar. En zo fijn dat ik een paar dagen met hem kan overleggen!“
„Het wordt mooi. Je hebt het goed voorbereid..“ zegt Bas terwijl hij zijn hand langs het hout van de wagen laat gaan. Ik knik. „Laten we verder gaan, “ stel ik voor. We kruipen terug onder het zeil door, het veld op van de minicamping. De ezel balkt vanuit de verte en de honden van Jan springen enthousiast heen en weer, als we naderen. We bekijken een paar woonwagens en de prachtige Tinker achter het hek met zijn harige witte sokken. “Het bevalt me hier!” zegt Wieke. “Ik kom vast en zeker terug!” Gelijk heeft ze. Dit is een fijne plek.

.

Bouwen voor montage 012

Het is een beetje improviseren, maar het gaat best.

.

Bouwen voor montage 004

Het raamkozijn met spatlap van EPDM, kunstrubber, komt ook op het dak.

.

Bouwen voor montage 005

Raamkozijnophanging aan lange lat bovenaan.

.

Bouwen voor montage 020

Constructie van versterkte dakboog in het midden.

.

Bouwen voor montage 023

Fijn halfhoutverbindinkje in vensterbankplank.

.

Bouwen voor montage 009

Dakbogen en deurpostbevestigingspalen met alle verbindingen.

.

Bouwen voor montage 014

Gereedschapsplek  onder de werkbank als ik bezig ben.

.

Bouwen voor montage 008

Isolatiemateriaal, Schapewol van Doscha 8 cm dik.

.

Bouwen voor montage 001

Dakkap onder zeil. Komt als hoogste punt in het midden, in de gleuven van de dakbogen.

.

Bouwen voor montage 010

Dit komt straks pas, maar staat ook al klaar.

.

Link naar de camping: http://www.denbobbel.nl/deontginner/1.1.php

Wakker worden in mijn woonwagen

Blogtek ontwaken in woonwagen kl fr 011

.

Ik hoor een haan kukelen en besef dat ik wakker ben. Wat droomde ik zojuist? Ik heb mijn ogen nog dicht en probeer het me te herinneren. Ik weet het niet meer. Weer hoor ik de haan, die luidruchtig duidelijk maakt dat het ochtend is. Hij scharrelt rond om mijn wagen. Ik doe mijn ogen open, kijk over het randje van de dikke dekens en voel de lucht. Het is koud. Het tere ochtendlicht schemert door witte katoenen gordijnen en kondigt een zonnige herfstdag aan. Ik kruip nog eens diep onder de dekens en doe mijn ogen weer dicht. Ik zie mijn nieuwe wagen voor me, en het raamkozijn, dat ik aan het inbouwen ben. Ik zie de constructie boven de vensterbank, onder het gewelfde dak. Ik ben blij dat ik het opnieuw helder heb, wat er moet gebeuren.  Ik voel een lichte luchtstroom om mijn gezicht, het enige stukje vel dat bloot is, onder mijn witte wollen slaapmuts. Ik denk er aan hoe het zal zijn als het af is, mijn  wagen. Het moet heerlijk zijn om in zo’n kleine knusse cocon wakker te worden. Een huisje dat ik ken als mijn eigen huid. Een warm nest ingekleed met wol. Als ik dan wakker word is de warmte van de kachel nog blijven hangen. De lucht is er nooit vochtig en klam  ’s ochtend vroeg. Straks ga ik weer verder met bouwen. Maar niet haastig. Nee, rustig en met blijvend oog voor details.

.
De haan zit nu vlak voor mijn raam en kraait opnieuw. Ik neem afscheid van de vertrouwde warmte van mijn nest en kom overeind. Ik grijp de dikke wollen trui die naast me ligt en een wollen rok. Gauw trek ik het aan, over mijn nachtkleren heen, voor de kou vat op mij krijgt. Het echte aankleden komt later wel. Ik trek de slaapmuts ver over mijn oren en stap uit bed om mijn klompen aan te doen. Als ik de deur opendoe komen alle kippen aangerend. Ik stap het trapje af van het bordes, het bedauwde gras op. De kleine zwart-witte kipjes naderen wat schuw en blijven op afstand staan. De grote bruine kippen kuieren zonder angst vlak voor mijn harde blauwe klompen.
Ik loop naar het schuurtje. Dat bestaat uit een stuk kromgebogen golfplaat, vastgeschroefd met dikke bouten aan twee platen betonplex. Het is eigenlijk meer een heel kort tunneltje dan een schuur, en mijn fiets past precies in de lengte onder het tochtige gat. Aan weerszijden is de buitenkant bedekt met hellende stapels dakpannen. Er bovenop liggen takken. De eerste ranken klimop kruipen langs het oranje aardewerk omhoog en zullen straks de dode takkenbos volledig in bezit  nemen. Nog een paar jaar en alles is ermee bedekt. Ik buk me onder de net iets te lage golfplaat door en doe twee stappen naar de plek waar mijn fiets staat. Hij leunt tegen een kist aan.
Alle kippen zijn me gevolgd, langs het korte kronkelpaadje tot aan deze plek, het heilige der heiligen. Het meest levendige kipje zit bovenop het deksel van de kist en haar oranje ogen kijken alle kanten op, in afwachting van het heerlijke dat straks komt. Ik pak Kipje beet en zet haar op de grond. Dan gaat de klep open. Kipje kijkt ongeduldig over de rand van de kist. “Pas op meid”, zeg ik tegen haar. “Als de deksel valt heb je je nek gebroken!” Met één hand hou ik de deksel open, met de andere hand doe ik een graai. Ik voel de korrels tussen mijn vingers door glijden, voor ik het breed uitstrooi over het gras. Alle kippen, groot en klein, rennen alsof hun leven ervan af hangt en pikken haastig in het rond. Behalve Kipje. Kipje staat naast mij en kijkt me vragend aan. Ze tokt iets in het kips, alsof ze wil zeggen ” Krijg ík nog wat?” Ik graai opnieuw, en leg een hoopjel zaad vlak voor haar neus. Gretig begint ze te eten. Ik doe de kist dicht en ga  naar binnen om de kachel aan te steken.

.

Kipje wacht voor de deur tot ik naar buiten kom.

Kip in licht kijkt kl frm

.

.

.

Een onverstoorbare bewoner

blogtek kruisspin kl fm. 011

Werktijd. Ik heb zin. Ik ben uitgerust en fris. Het is droog, de zon schijnt. Ik loop naar mijn nieuwe wagen om er in te klimmen. Het is net een serre, met dat transparante zeil. De vloer is leeg en opgeruimd. Er ligt nog wat houtstof tegen de onderwand. Ik ga op de goudgele planken zitten en pak één van de twee palen die er liggen. Een stuk van de voorgevel. In elke paal heb ik gisteren zeven kruizen gezet, met nauwkeurig afgemeten lijntjes er omheen. Ik controleer nog even of het allemaal klopt. Wat tussen die lijntjes zit, dat ga ik vandaag allemaal uithakken. Er zijn nóg twee palen, voor de achterkant. Alle vier moeten ze zeven halfhoutverbindingen krijgen. Een vergissing is zo gemaakt. Maar alles is in orde en ik kan aan de slag. Eerst de ijzerzaag, om de stukken af te bakenen. Dan plakjes maken, met de decoupeerzaag, precies tot het lijntje. Ik glimlach tevreden.
Boven mijn hoofd, tegen het zeil, klinkt zacht getik, alsof het regent. Maar het is geen regen, het zijn vliegjes. Ze kunnen er niet meer uit, ze weten de weg niet. Hommels help ik. Vliegen niet. Die komen misschien wel terecht bij de hoofdbewoner van dit paleis. Een enorme dikke kruisspin. Precies in het midden zit zij, tussen de twee palen, daar heeft ze haar web gespannen. Slimme vliegen gaan er handig in een bochtje omheen, maar heel veel ook niet. Die hebben pech. De spin is de helft van de tijd aan het eten. De andere helft zit ze stilletjes almaar groter en groter te groeien, terwijl haar web nog steeds bezaaid is met ongelukkigen. Ik heb veel respect voor haar.

Het zagen is klaar. Waar de inkepingen komen, zijn nu allemaal plakjes in het hout, keurig naast elkaar. Maar ze zitten nog vast. Dat is niet de bedoeling, ze moeten eraf. Hakken, met de beitel. Die ligt al klaar. Hij ligt helemaal aan de andere kant van het grote, wagenwijde web. Wat zal ik doen. Als ik de beitel hierheen haal, dan moet ik twee keer onder het web door. Handiger is het om de paal naar de beitel toe te schuiven. Ik pak het vurenhout beet en duw het onder het web door, zonder de draden stuk te maken. Nu ik nog. Ik kijk. Het onderste draadje van het web zit niet heel erg laag. “Ik ga er even langs hoor!” zeg ik tegen de spin. Ik buig door mijn knieën en werk mezelf lenig onder het geweven kunstwerk door. Ik knik de spin nog eens vriendelijk toe, voor ik de scherpe beitel pak.
Nu concentreren. Met alle precisie zet ik het glimmende staal langs het lijntje. Ik leg een mooi blokje hardhout tegen de vlakke kant van de beitel, zodat het scherpe uiteinde haaks op het hout staat. Dan pak ik de klopper en in één rake klap vliegt het gekozen stukje uit de paal. Ik kijk naar de spin, vlak naast me, maar die trekt zich helemaal niks aan van het geklop, gebonk en rondvliegende stukken. Superspin, dat is ze. Wie weet hoe groot ze nog wordt. Misschien wel groter dan ik.

.

De verleiding

Blogtek Verleiding 002

Soms zou ik wel
willen gaan zo snel
dat het morgen klaar is
als een hele grote ballon
die na wat pompen oplaatbaar is
Kijk, daar gaat ie!

.
We staan op de bouwplaats. Jan, mijn nieuwe buurman, bewondert  de dubbele vloer van mijn woonwagen. Hij kijkt naar de spanten en materialen die klaarliggen. Sommige dingen wil hij óók gebruiken, om zijn woonwagentje te restaureren. “Dat dakrubber, dat lijkt mij wel wat,” zegt hij “Met isolatie eronder.” Hij lacht even. “Het is wel een onhandig tijdstip, om in de herfst en winter mijn dak te gaan vervangen. Maar ik wil zo graag weg in februari. Als het lukt.”
“Misschien kan je straks wel een stuk bouwzeil van me gebruiken,” stel ik voor, “als mìjn dak op zit.”
“Wanneer ga je dat doen dan?
“Tja, binnen twee maanden denk ik toch wel…”
“Zoooo dàn al?”
“Zou goed kunnen.”

Het is een dag later. Ik lig op mijn rug in de wagen en kijk naar het bouwsel om me heen. Het doorzichtige bouwzeil wappert in de wind en regen klettert als een luid applaus. Een beetje voortijdig, dat wel. Het moment om te juichen is nog niet gekomen. O, ik verheug me op het moment dat alles samenkomt! Ik werk er al zo lang aan. Er is al veel klaar. Maar niet genoeg. Er komt steeds iets bij, want het is best ingewikkeld.
Ik verbaas me erover hoelang ik al bezig ben. Zestien maanden geleden is het, dat ik begon te ontwerpen. En nu groeit die vorm daadwerkelijk uit de materie. Ongelooflijk leuk is dat. Hoe lang zou het nog duren voor het dak er op kan?
Ik voel de dikke grenen planken onder mijn rug en billen. Ik heb mijn handen onder mijn hoofd gevouwen. De smalle sterke vloer is precies groot genoeg. Ik kan hier straks mijn dagelijkse ochtendoefeningen doen. Al rondkijkend fantaseer ik verder. Je zou ook best met vier mensen voor het raam  kunnen tekenen of schilderen, ergens in de natuur.
Ik laat mijn blik gaan over de rij spanten die boven me uit steken en het raamkozijn dat naast me staat. Al zou ik willen, het mag er nog niet in, daarvoor is de constructie nog niet stabiel genoeg. De driehoekconstructie van een lange vensterbank moet stevigheid geven aan de zijwand. En ook de voor- en achtergevel moeten er in. Dan pas komt het kozijn en dan het dak.

Ik bouw. De ene handeling volgt op de andere. Er zit een logica in die ik al doende ontdek. Hoe meer tijd ik ervoor neem, hoe voorspoediger het gaat. Ik merk het elke keer. Telkens als ik werk om op te schieten, maak ik een fout. Daarom ga ik tegenwoordig eerst maar liggen voor ik begin, plat op de houten vloer. Ik kijk om me heen en zie wat nodig is. Mijn wagen is geen luchtballon, die ik even snel op kan pompen tot juiste proporties. Gelukkig maar, ik heb mijn wielen liever op de grond. Ik bouw. En wanneer het dak er op kan, ik weet het niet. Op een dag is het zover. Misschien zal ik verbaasd zijn.

.

Mijn wagentje is zó klein
in één oogopslag herkenbaar
en ik ben daar
als een oester in zijn schelp
een slak in zijn huis
een vogel in zijn nest, het is
niet meer dan het is
niet meer dan ik ben
ik pas er precies in
als een zonnetje zo klaar

.

.

.

.

.

De komst van een vagebond

Blogtek reiziger met tinker kl 001

.

Ik kom thuis en ineens staat er een paard in de wei. Zwart met wit en sokken om de benen. Het is een Tinker. Ik herken hem. Het is hetzelfde paard dat ik weken geleden zag, die keer dat ik  langs het Wilhelminakanaal fietste. De ezel balkt van opwinding en rent naar het hek als het dier hem nadert, maar het paard aan de andere kant graast rustig door. Achter de heg staat het woonwagentje verscholen. Een jongensachtige man met blond en halflang  haar zit achter een bord macaroni. Hij steekt zijn hand uit. “Jan,” stelt hij zich voor “Wij hebben elkaar eerder ontmoet”. “Ja,” lach ik. “Ik ben Alowieke.. ” Ik kijk het weiland in. “Leuk voor de ezel”, wijs ik, “nieuw gezelschap.” Hij lacht en zegt dat zijn paard toch niet reageert. Naast het kleine wagentje staan twee honden. Het touw waarmee ze vastzitten staat strak en hun neuzen steken allebei in mijn richting. Ik laat ze snuffelen aan mijn hand.
“Ik blijf tot februari,” zegt Jan resoluut.  ” Dan wil ik naar Portugal reizen, om daar te gaan wonen.”
“Reis je alleen?”
“Ja, met Dorus en de twee honden.
“Is dat niet zwaar, in je eentje?”
“Ja het is heel hard werken. Ik ben nog maar een jaar geleden begonnen met paarden en heb nu één grote tocht gemaakt met de wagen, in Nederland. Ik dacht, daar rij ik gewoon mee weg, net als een auto. Dat viel flink tegen. Het is ook een beetje dubbel. Ik zie er best tegen op, om weer op pad te gaan. Maar ik hoop toch dat ik straks weg kan. Eerst moet de wagen opgeknapt. De bok is er af gebeukt bij een ongeluk. Kijk maar.” Ik zie een rafelige dakrand en de bok is spoorloos.
“Ongeluk? Hoe kwam dat?”
Hij vertelt. “Ik stond met mijn wagentje bij een boer. Mijn merrie had net een veulen gezoogd, was aan het verspenen en niet in haar  normale doen. Toch ben ik een ritje gaan maken, mèt wagen. De boer zei: Dat kan je best, en het dier moet bewegen. Het liep fataal af. Ze stond zomaar opeens stil, dronk vermoeid en dorstig uit een grote plas. De wielen zakten weg en uit alle macht spoorde ik het dier aan. Dorus trok, de wagen schoot met een ruk naar voren, tegen haar kont. Dorus maakte van gekkigheid een rare sprong. In een poging een greppel te ontwijken knalde ik tegen een boom…. En eigenlijk wist ik het,” zegt Jan bedachtzaam, “Ik moet dit nu niet doen. Maar die boer wist zòveel van paarden….”
Jan vertelt hoeveel hij van zijn paard is gaan houden. Terwijl we praten komt de Tinker naar me toe, besnuffelt me en gaat verder met grazen. De honden zijn gaan liggen. “Je hebt al een hoop geleerd,” merk ik op. “Ja,” antwoordt hij. “Dat kan prima in korte tijd. Ik heb alles over paarden in me opgezogen als een spons. Toch, zoals jij het doet is denk ik beter. Eerst  bouwen. Maar daar ben ik veel te ongeduldig voor. En zo kan het ook.” Ik knik. “Ja, jij hebt al een mooie band opgebouwd met je paard. Maar ik ga nu koken. We praten later verder,” zeg ik. Hij kijkt naar zijn koud geworden bord macaroni. “Ik ga mijn prakkie maar eens opwarmen”.

Ik loop terug naar mijn wagen. De verhalen van Jan laten mij niet koud. Bij elke stap die ik doe, zie ik het scherper. Ik hoef voorlopig nergens heen. Dit is een goede plek. Alles op z’n tijd. Zeker weten.

.

Jan en zijn dieren kl

Jan en zijn dieren

De hut

Blogtek de Hut 2-003

.

Emmeloord. Het is 1975, woensdagmiddag en we zijn vrij. Ik bouw een hut van riet, met mijn buurmeisje. De oever langs de Lemstervaart is zompig, als je de scherpe stengels afsnijdt dan zakken je laarzen langzaam weg in de modder. Je moet snel je voeten verplaatsen. Maar er is genoeg om mee te bouwen. We binden het in bosjes aan elkaar. Ons bouwsel groeit uit tot een rond koepelvormig nestje. Urenlang werken we eraan. Tot de zon niet ver van de horizon staat. “Zullen we nu ophouden,” vraag ik. “Ja,” knikt mijn vriendinnetje “morgen verder.” We kruipen er in en kijken naar de eenden in het kanaal. Trots en met glimmende ogen fantaseren we wat we nog meer zullen doen.
De volgende dag na schooltijd ben ik verlangend om onze hut terug te zien. Opgetogen loop ik naar de vaart. Ik ga het lange rechte stuk helemaal af maar zie niets. Ik zoek en zoek en vraag me af of ik hem over het hoofd zie omdat er zovèèl riet is. Maar ik weet toch zeker dat het daar moet zijn, na die dichtbegroeide meidoorn. Ik kijk nog een tweede keer. Dan zie ik het. In elkaar getrapt. Verdrietig kijk ik ernaar en ga naar huis.

Het was de eerste en de enige hut die ik bouwde. Ik droomde van een boomhut met planken en spijkers. Maar ik zag zelden of nooit iemand die timmerde, in de tijd dat ik opgroeide. En handenarbeid op school was niet voor meisjes en met jongens speelden we niet. Dus kwam het er nooit meer van.
Mijn eigen droomhut heb ik dus niet gebouwd. Later bouwde ik wel andere dingen, toen ik veel ouder was. Ik bouwde mee aan een zeventiende eeuws schip in Utrecht. Ik maakte kasten, een hoogslaper, het interieur van een schip, deuren, de luikenkap van een boot, het interieur van een werfkelder, van een tuinhuis en nog veel meer. Ik keek vaak naar de houtbewerkers die mijn vrienden waren. Iedereen om me heen werkte met hout en soms steen. Maar nog steeds was er niet die hut.

Een wens die tijd krijgt om te rijpen, kan uitgroeien tot een pareltje. En nu komt het er. Het wordt een superhut, op wielen. De schelp van mijn verbeelding heeft zich geopend en ik kan het doen. Ik gloei van voldoening. Ik kan het! Stukje voor stukje, met volle concentratie. Precies zoals ik het wil. Zaag en beitel doen hun werk. Schroeven voegen het samen. Het wordt wat..

.

bouwen skelet onder zeil 003

Aan beide kanten staan de spanten van de wand stevig vast. Heftige regenbuien kletteren op het zeil en dan schijnt de zon weer. Prachtig, die transparantie. Zolang het duurt. Ook deze fase is tijdelijk.

.

bouwen materiaal kozijn maken 005

Kozijnen maken, materiaal en gereedschap. Potlood, slijpsteentje voor beitels, kruishout, winkelhaak, beitels, duimstok, decoupeerzaag, en buiten beeld ligt nog een handzaag voor het precieze werk.

.

bouwen kozijn voorbereiding 009

Werken onder zeil. 

Woonwagen te koop

Straks is dit plekje beschikbaar voor wie wil…..

26 aug 2015

Straks …. Straks is inmiddels nu,  en deze week is er een liefhebber gekomen die het tuinieren hier voort wil zetten.

21 juli 2016

blogtek bloemenweelde R2 002

.

Ik sta met een campinggast bij het grotje, niet ver van mijn woonwagen. Het is rond als een kleine nis en gemaakt van grote keien met cement ertussen. Er staat een  beeldje in van een man in een bruine pij. Het stelt de Sint Antonius voor, patroonheilige van reizigers. De man naast me  haalt een waxinelichtje uit zijn zak. Hij steekt zijn grijze hoofd in het grotje. Even later brandt er een klein flakkerend vlammetje.
Even staan we te kijken. “En trek je dan straks de wereld in, met je nieuwe wagen?” vraagt hij opeens. Het is een bekende vraag. “Wie weet. Ik ben nog niet zover. Ik bouw nu om te bouwen. Dit is mijn meesterstuk. Ik kan alles gebruiken wat ik heb geleerd en geniet daarvan. Ik vind het leuk om er over te vertellen.  Ik bouw een huisje dat van top tot teen van mij is. Met wielen. Waar ik straks heen ga? Ik weet niet. De tijd zal het leren. ” “Dat is wijs,” zegt de man. Hij kijkt  naar het beeldje van de middeleeuwse monnik. Het vlammetje brandt nu roerloos, de wind is gaan liggen. “Gaan jullie dadelijk weer weg?” verander ik van onderwerp. De man knikt opgewekt, zijn grijze staartje beweegt in zijn tanige bruine nek. “Ja, alles is klaar voor vertrek.” Hij klopt me vriendschappelijk op de schouders. Misschien tot de volgende keer! Als je er dan nog bent…”  Hij lacht me toe en loopt terug naar zijn camper.

Sint Antonius in het grotje

Antonius in grot (3)JPG

.

Het is een paar dagen later. De regen van zojuist is opgehouden en het is ineens een stuk lichter. Ik ga naar buiten. Oranje goudsbloemen stralen in de middagzon en de roze melde is zo hoog opgegroeid dat het een bos is geworden.  Ik pluk een blaadje en stop het in mijn mond. Het smaakt naar rauwe spinazie. Ik eet het graag. Ik loop langs het grotje. Het opgebrande waxinelichtje staat er nog. Er naast staan diverse muntsoorten  in bloei en daarachter rijst de paarse Dropplant op uit het groen. Ik trek wat wilde melde er tussen uit en kweekgras.
Dan loop ik door naar mijn nieuwe wagen. Ik wil hem zien en aanraken. Hij groeit. Ik kan het niet laten om even het doorzichtige zeil op te lichten en te kijken. Het lijkt wel een geraamte, met wervels langs een ruggegraat en ribben. Trots pak ik èèn van de spanten beet. Ze staan nu stevig op hun plek, geschroefd en gelijmd. We hebben gisteren lekker gewerkt. Tot het ging regenen.

De bouw vordert

Bouwen spanten 012

.

Wat als de wagen straks klaar is?  Ik ga er niet meteen mee op pad. Ik probeer hem eerst rustig uit. Hier, op deze plek. Dan kan ik verbeteren wat nodig is en zien hoe ik verder ga. Iedereen die wil kan komen kijken. Nu ben ik er nog.

Als  ik in mijn nieuwe huisje woon, dan heb ik het oude niet meer nodig. Ik wil het heel graag verkopen aan iemand met een groene vingerwens. Iemand die stilte en natuur nodig heeft, en hier graag wil zijn. Als ik die nou eens kon ontmoeten…

Deze wagen is dus verkocht. En mijn wens is aardig uitgekomen.

Woonwagen tekoop 004

.

.