Tien paar schoenen en meisjesgenade

.

Blogtek. Tien paar schoenen kl frm.

.

Er was een tijd dat ik postbode was. Ik had een eigen wijkje. Dat deed ik met plezier. Maar één winter lang liep ik op kapotte schoenen. Ooit waren het eerste klas wandelschoenen. Die dagen waren al lang voorbij. De ene zool zat los en als het regende werd mijn sok nat. Er was geen geld voor nieuwe.
Misschien is het daarom, dat het wegdoen van schoenen me moeite kost, bij het opruimen.

Als ik straks verhuis naar mijn kleine coconwoning, dan heb ik slechts een paar vierkante meter. Wat doe ik dan met al dat schoeisel, past het wel? Ik wil eigenlijk geen enkele missen. Dit is wat ik heb:.

.
Klompen voor in en uitlopen en warme voeten
Comfortabele met bont gevoerde terreinlaarzen voor diepe plassen
Hele goeie wandelschoenen
Makkelijke nette schoenen
Uitgaansschoenen met hak
Mexicaanse muiltjes, instappers.
Warme pantoffels voor de winter
Sandalen
Renschoenen met verende zool
Balletschoenen, ook te gebruiken voor klimmen in gladde paal en in bomen.

.

Maar wie weet, de kast onder de vloer is best groot. Misschien past het. Nog even verder bouwen, dan weet ik het.
Ik ga nóg kleiner leven. Van twaalf naar zes vierkante meter. Een poppenhuis is het bijna. Ik heb er zin in. En ach, al zou ik een paar schoenen weg moeten doen. Als dat alles is…

Meer dan wat dan ook is dit huisje van mij. Het is méér dan een ding. Mijn eigenwijsheid zit er in en al mijn jongensachtige meisjesdromen. Ik maak het voor de gein.

Genade en gein is hetzelfde woord, al is er haast niemand die dat weet. Genade betekent dus eigenlijk: Geintje, of heb lol. Zo grappig vind ik dat. Ik moest erg lachen toen ik dat ontdekte. Waarom zou je zaken te serieus nemen. Blijf toch lekker spelen. Jongensgenade of meisjesgenade, allemaal leuk.

Hoera, het leven is een geintje!

.

Bodemcompactie op het land, dat is soms ook geinig.

.

.

Nog meer gedachtes over gein…

.

Als je iemand
iets vergeeft
dan zeg je
Kom,
laten we lekker
samen gaan lachen

Dat is genade
Dat is gein
zonder poespas
Heel gewoon

Het web

.

 

Het web van universum

.

Als een vitale wilgenboom.
of een veld vol madelieven.
Als het groeien van cellen
van een bevruchte eicel
tot een dartel jong
Als een oerknal van sterren
en het begin
van alles
zo groeit
het web
van universum

.

Elke avond bij schemering komt ze. Je ziet haar niet zitten, in de hoek van het raamkozijn. Pas als zij tevoorschijn komt zie je haar, een enorme dikke spin. Ze wandelt gemoedelijk naar het midden van het gigantische web, schuifelt wat met haar kontje, verzet haar acht poten en zit dan roerloos stil.
En achter het raam zit ik. Elke avond bij schemering wacht ik haar komst af. Ik kijk naar de vliegjes die ergens in het grote web aan een pootje of vleugeltje hangen. Vast gekleefd aan de taaiste draden van de wereld sterven ze een langzame dood. Sommigen proberen urenlang om los te komen. Als ze erg levenslustig zijn red ik ze soms.
Twee keer redde ik een mug. Steeds vaker sla ik ze niet dood, maar probeer ze te vangen en naar buiten te brengen. „Ga maar fijn eitjes leggen in het vogelbadje“ zeg ik dan. Ik kijk anders tegen muggen aan dan vroeger. Er zijn steeds minder muggen. De sloten zitten vol bestrijdingsmiddelen. Dat nekt ze.
De spin zit nog steeds stil, een groot insect tegen de loodgrijze avondlucht. Haar web zit tjokvol kleine vliegjes en twee iets grotere. Toch wacht ze met eten. Die kleintjes, dat is een toetje, eerst een grote. Een grote spin wil grote prooien. Daar is ze op gespitst, doodstil, klaar om in actie te komen.

Ze hoeft niet lang te wachten. Plotseling komt een langpootmug aangevlogen, rechtstreeks het web in. Razendsnel komt de reuzenspin in actie. De langpootmug laat twee van zijn poten achter en ontsnapt bijna. Maar de spin is een meesteres in haar vak en haar stevige lijf is veel sterker dan het magere lichaam van de langpootmug.
In minder dan geen tijd heeft ze hem opnieuw te pakken en draait ze hem rond tot een langwerpig pakketje. Ze loopt even terug om een verloren poot te pakken en gebruikt het lange ding bij het inpakken. Als het pakket klein en stevig genoeg is, peuzelt ze hem langzaam op.
Zou de langpootmug nog leven, als hij wordt ingerold tot frikadel? Ik kan me voorstellen dat het heel akelig moet zijn. Toch heb ik bewondering voor de spin. Dat ze dit voor elkaar heeft gekregen, zo groot worden met zo’n gigantisch web. Daar wil ik mijn raam wel voor lenen.

Het is eten en gegeten worden. Vrolijk rondvliegen of lijden in het gevang. Als ik maar niet eindig in zo’n heel groot web. Of in een ziekenhuis met bedden en gangen waar je dan niet meer uit mag.
Ik houd me klein en taai. Ik kweek liefde en levenslust. Dan ruk ik me overal uit los. Zelfs uit het machtigste web dat er is. Je kan je laten vangen in een web, en geloven dat het web het enige is op de wereld en dat verder alles ophoudt. Langzaam verdwijnt het plezier in het bestaan, maar toch moet het, want je hangt er nou eenmaal aan vast. Automatisch en vermoeid doe je wat je moet doen, maar de liefde sijpelt weg als uit een glas waar een barst in zit. Zelfs achter de grootste schoonheid kan iemand zich gevangen voelen.

Je kan ook een ander web zien, een veel groter en sterker web. Als je wilt. Het is wereldwijd en niet alleen op internet. Je kan je erop aansluiten uit vrije keus. Het is energie. Daaruit haal ik mijn levenslust en ik geef het ook weer terug. Door het terug te geven verdubbelt de energie, die in het net zit. En van daaruit groeit elk beknot vertrouwen steeds weer aan

.

.

Glas in lood aarde in heelal teken

De bouw.

Het was bijzonder om eindelijk het glas-in-lood raampje in te zetten, dat Judith Bark voor mij maakte. Veel dank daarvoor!! Nu de wand er nog niet inzit kan ik overal goed bij. Zelf maakte ik het ontwerp. De rode cirkel met het kruis is een aardeteken. Ik heb daaraan toegevoegd de beweging van het groeien en van de kosmos. Ik ben heel blij met het resultaat en het sluit perfect aan bij dit verhaal. Ik ben verbaasd over de beeldrijm met de bovenstaande tekening. Ik was me er niet van bewust en zie het nu pas.

.

.

De tuin

In de tuin groeit en bloeit alles vol op, na al die regen. Ik word zo blij van het gezoem van bijen! Ze zitten nu in de vooral in de tamme kastanjebloesem. Het was maar heel even, dat ze de papaver bezochten. En ik zag het. Wat een verrassing.

.

Weg met de doelenlijst, eerst ik

.

Blogtek. Open constructie in de tuin van eeuwigheid kl.frm.

Onderaan dit verhaal te zien: een korte impressie van de bouw op dit moment

Ongemerkt vult de tijd zich, de ene na de andere dag ben ik in de weer. Vandaag staak ik. Ik ben moe. Ik geef me over. Ik ga de hele dag niks doen. Luisteren naar de regenbuien en naar de vogels.

De melk is op. Ik heb net mijn ontbijt achter de kiezen en kijk naar mijn voorraad. De pakken geitemelk, de sojamelk, de rijstemelk, allemaal zijn ze zo goed als leeg. Ik giet de laatste restjes in mijn kopje koffie en vouw ze op om in de hele kleine prullenbak te doen. Dan neem ik een slokje. Eigenlijk is het te weinig melk, vind ik. Ik heb ook geen havermelk. Eerder maakte ik dat zelf, van havervlokken. Maar mijn vlokkenpap heeft nu een andere samenstelling. Ik stop er nu ook gerst en rogge in. Dat is lekker en gezond. Helaas komt er minder lekkere melk uit, als je het fijn perst. Wat nu, zal ik boodschappen gaan doen, alleen omdat ik geen melk meer heb? Dat zou toch te zot zijn. Zeven kilometer fietsen voor een beetje melk. Laat maar. Ik doe wel een keer zonder.
Ik neem nog eens een slokje van mijn koffie. De koffie is sterk en smaakt zurig, ik voel hoe mijn maag inéén krimpt. Waarom drink ik dit eigenlijk, vraag ik me af. Het geeft me een zwaar gevoel op de maag en ik word er misselijk van.
Ik zet het kopje neer op het aanrecht. Hoewel ik weet dat ik het toch niet opdrink vind ik het toch zonde om weg te gooien. Nou ja, de plantjes lusten het straks wel, als het koud is. Nu eerst thee zetten. Ik giet het laatste water uit de kan in het melkpannetje en reik boven mijn hoofd naar het gele doosje. Ontbijtthee is het, van Zonnatura. Honderd procent biologisch, staat er op. Nieuwsgierig lees ik de ingrediënten. Ik kan de kleine lettertjes nog steeds prima lezen, zonder bril. Ik zie dat er citroenmelisse in zit, braamblad, munt, tijm en nog een paar dingen. Die eerste vier kan ik zo gaan oogsten, vers uit eigen tuin. Waarom doe ik dat niet?

Ik woon nu bijna vier jaar op de camping. Na vier jaar beginnen de tuinen die ik heb geplant en ingezaaid volwassen te worden, de citroenmelisse groeit in grote bossen, de munt ook en de tijm, ze hebben er niks van te lijden als ik af en toe wat toppen afpluk. En bramen staan overvloedig langs de sloten en in de hagen, genietend van een overdaad aan uitgespoelde mest, dat van de akkers komt.
Waarom pluk ik niet wat vaker, vraag ik me af. Dat deed ik eerder toch ook? Toen was het heel gewoon voor me.

Ineens weet ik hoe het komt. Ik ben een deadline gaan stellen voor de bouw. Ik werd jachtig en doelgericht. De Doe-lijst werd belangrijker dan mijzelf en wat ik eet en drink. Geen wonder dat ik veel minder energiek wakker word en minder zin heb.

Ik zet de knop meteen weer om. Doelenlijst blijft vandaag liggen. Ik ga kruiden plukken en salade maken. Niet onmiddellijk, maar straks. Ik maak er een fijne wandeling van. En dan ga ik er iets heeeeel lekkers van maken.

.

Het is erg lekker geworden. Ik deed er in: Braamblad, frambozenblad, citroenmelisse, brandnetel, munt, een klein beetje tijm en wilgebast van een jonge twijg. Ik pluk alleen de toppen. Die zijn het lekkerste en bovendien stimuleer ik zo de groei.
Het is heerlijk geworden. Dit deed ik er in: braamblad, frambozenblad, citroenmelisse, brandnetel, munt, duizendblad, een klein beetje tijm en wilgenbast van een jonge twijg. Verder pluk ik alleen de topjes van de plant. Die zijn het lekkerste en bovendien stimuleer ik zo de groei.

.

DE BOUW van de WOONWAGEN

Het skelet is nu zo goed als klaar. De spanten van het dak en de wanden, de raamkozijnen, de deurposten, alles zit er in. Ik zou het in een paar uur helemaal dicht kunnen timmeren. Maar ik doe het niet. De openheid van de constructie is prachtig, vooral bij zonsondergang. Ik geniet van een huis vol licht.
Deze week doe ik kalm aan met bouwen. Ik luister naar de regen. En als het mooi weer is, neem de tijd om de tafel te dekken, een tafel in mijn nieuwe wagen. Een fijne theetafel wordt het. En dan kijk ik om me heen, hoe mooi alles is, zoals het nu is. Eerst vieren, dan verder.

.
Tijdelijk huis van licht

Ik pluk het wonder
tussen aarzelende regels door
Het doel dat is een dak
maar nu is het nog zonder

Heerlijk puur en eerlijk
mijn huis is vol met licht
al is het nog geen woning
het is een prachtgezicht

.
.

Ontmoeting in de warmtetuin

.

.

Warmtetuin Teuge kl frm

.

Liefde is grenzeloos
en toch,
gaande langs
gebaande paden,
zo trof ik de
warmtetuin
geheel omringd met rozen

Spelend met grenzen
maken wij iets nieuws

.

Ik loop het betegelde voetpad op, naar het theehuis van de Levenstuinen waar ik al zoveel over heb gehoord, de Levenstuinen van Teuge. De stenen zijn heet onder mijn blote voeten. Ik loop op mijn tenen, dan gaat het net. Gelukkig is het theehuis dichtbij de ingang. Ik ga naar binnen. Ik loop door de serre, waar het felle zonlicht sfeervol en diffuus wordt, en dan naar het donkerder binnengedeelte. De vloer is heerlijk koel.
In het midden staat een sober opgemaakte houten tafel. Erop ligt het jaarboek van Kahlil Gibran, het ligt open bij 4 en 5 juni, de dag van vandaag. Ik ruik wierook.
Achter de toonbank staat een tengere grijze man. Ik vraag om een entreekaartje en koffie en kwarktaart. Ik pak 50 euro uit mijn rode sok met geld. „Heeft u niet kleiner“, vraagt hij. Zijn blik is helder en levendig. „Nee“, zeg ik. „Bent u één van de twee makers die hier ooit mee begonnen zijn?”
„Ja, dat ben ik.” Hij kijkt even op.
„Zo had ik u me precies voorgesteld. Ik dacht, dat is hem.”
Een vrouw, die achter hem staat, kijkt naar hem, met glimmende ogen waar trots in blinkt. Ik bedank, draai me om en loop weg. Achter me staat een lachende zestiger. Ik groet hem.
Ik kies een tafeltje bij de vijver en geniet van kwarktaart met echte bosbessen. Terloops bekijk ik de routekaart die ik gekregen heb. Ineens ontdek ik dat er een visitekaartje bij zit. “Dirk van der Glind”, staat er op. Hoe kom ik daar aan, vraag ik me af.
Een vrouw komt bij me zitten, op de andere stoel. Ze is wat ouder en heeft een fris gezicht.
„Is het lekker?“ vraagt ze belangstellend.
„Ja“, zeg ik. „Wel zoet, maar de ingrediënten zijn heel puur. Bent u hier vrijwilliger“, vraag ik er gelijk achteraan.
„Nee geen vrijwilliger, ik ben hier met mijn man“, vertelt ze, „Hij is docent levensbeschouwing en heeft net een boekje uitgegeven.“ Ze wijst op het kaartje dat op de tafel ligt, het visitekaartje dat ik ineens in mijn handen hield. „Dat is van hem“, zegt ze. Ik kijk. Er staat een tekening op van een boom, met een knalrode zon erachter. Onder de boom zit een klein figuurtje op een bankje. Er vallen blaadjes uit de boom in vorm van muzieknoten. Zoiets zou ook in mij op kunnen komen, die noten. Grappig.
„Zijn tekeningen zijn vergeleken met de kleine Prins, dat is een groot compliment voor hem.”
Verbaasd kijk ik haar aan. „Dat is gek, ik heb ook net een boek uitgegeven. Dat is ook vergeleken met De Kleine Prins.”
Opeens komt er kleine donkere vrouw aanlopen. „Waar moet ik heen?“ vraagt ze, „Er zou hier een schrijver zijn om zijn boek te signeren.“ De vrouw naast mij vertelt dat hij in de tuin van de Liefde zit.
“Is hij dan híer met zijn boek,” vraag ik verrast. „Ik ga er meteen heen.“ Ik sta op en pak mijn spullen.

Ik loop over kronkelende bospaadjes en kijk zoekend rond. Onder de bosjes groeit bonte dovenetel, met zijn zilverachtige blad. Ik kom langs een bamboebosje met dicht opéén groeiende, hoog opgeschoten stengels. Ik zie een eiland met een tempeltje erop. Waar is de tuin van de liefde?
Ik vind het priëeel. Het staat bij een grasveld met rozen omgeven. Ik zie al een paar witte rozen bloeien, maar heb er niet veel aandacht voor. In een stoel aan een tafeltje zit een man. Het is de man die achter me stond, bij de toonbank.
„Ik zoek Dirk“, zeg ik.
„Dat ben ik!“, zegt hij vrolijk.
„Maar ik heb u al ontmoet!”
Hij lacht. „Ja, dat is mijn kaartje.” Hij wijst naar mijn hand. „Ik dacht, dat is een vrouw die er vast wel wat aan heeft. Ik heb het er stilletjes bij gestopt toen je stond te praten.”
Hij laat zijn boek zien. De tekeningen horen echt bij de teksten, vertelt hij. „Lieve mens, wees wat je bent“ heet het. De plaatjes lijken soms een beetje op die van mij. “Ik heb ook net een boek laten drukken, ” vertel ik. Ik kijk nog eens naar de omslag van Dirk’s boek. Op de kaft staat dezelfde boom als op het visitekaartje.

Ik vertel dat ik in een middeleeuwse kelder woonde aan de gracht. “Daar stond net zo’n boom als op jouw tekening. Wel honderd jaar oud. Ik keek graag naar de boom. Door het water van de gracht ben ik met de hele wereld verbonden, zei ik altijd. De wortels lopen door, ver onder de vloer van het huis. Ze nemen het water in zich op en zo brengen ze de hele wereld tot aan mijn voeten.”
„Wat mooi,“ zegt Dirk. Hij legt zijn hoofd in de nek en knijpt zijn ogen halfdicht. „Ik ben heel benieuwd naar je boek,” fluistert hij.
Er zijn mensen de tuin in gekomen, veel mensen. Ze staan vlak voor ons, in twee rijen langs het pad. Ze zingen, zacht en stemmig. Het lijkt een ritueel. We kunnen niet meer vrijuit praten.
Ik neem zachtjes afscheid en schiet de liefdestuin weer uit, om van de andere tuinen te genieten.

Ik had een bijzonder weekend vol ontmoetingen. Maar het treffen van deze man bleef mij het meeste bij. Ik heb zijn boek meegekregen en in ruil stuur ik hem het mijne. Het boek van Drakenlief.

.

Link naar het boek van Dirk: http://www.dirkvandeglind.nl/lieve-mens-weacuteeacutes-wat-je-bent.html

Link naar het boek van mij: https://alowieke.wordpress.com/drakenlief-het-boek/

Wachten tot de bui voorbij is

.

.

Als de regen even ophoudt....

.

Even houdt het op met regenen. Geduldig en verstild, bijna als een beeld, zo wacht ik het moment af. Ik verzamel energie om dadelijk weer in actie te komen. Het beeld maakte ik als zeventienjarige op de lerarenopleiding handvaardigheid/tekenen. Het is geïnspireerd door vruchtbaarheidsbeelden uit oude culturen. Vruchtbaarheid, aarde. Ik ben altijd geboeid geweest door aarde. Op de middelbare school wilde ik biologische landbouw gaan doen, in ontwikkelingslanden. Het liep anders. En toch, meer en meer kom ik er achter dat, wat landbouw betreft, ons eigen land een ontwikkelingsland aan het worden is. Althans, mijn beeld van gezonde gronden ziet er heel anders uit dan wat ik nu om me heen zie ontstaan. Ben ik dan toch op mijn plek? Wie kent de bewegingen van het lot?

.

Het is maandag. Ik kijk door het raam naar buiten. Het regent pijpestelen. Overal in bosjes en stuiken weet ik kletsnatte kleine vogeltjes. Ook achter mijn wagen, in de coniferen zit een vinkennest. Zouden papa of mama de kleintjes beschermen en warmhouden? Terwijl ik me het afvraag ben ik blij dat ik lekker binnen zit. Ik luister naar het gekletter op het zeil van mijn dak. Het geluid gaat in golfbewegingen, van zacht naar hard en weer zacht. En juist als ik denk dat de bui ophoudt, komt er ineens een knetterharde donderslag, van heel dichtbij. De pauw antwoordt met luide langgerekte kreet. Probeert hij nog harder te schreeuwen dan de woeste god Thor? Ik weet dat hij warm en droog zit, de pauw. Met zijn lange staart past hij net in het kleine stenen hutje, hier vlakbij.

Voor mijn deur zie ik de plassen groeien, in het gras. Eén en al beweging is het, tientallen kringetjes van vallende druppels weerkaatsen de lichte lucht. Terwijl ik geboeid naar het schouwspel kijk, worden het er steeds minder. Ik zie de afnemende stroom van druppels, die van het dak langs het raam naar beneden vallen. Langzaam verandert het geweld boven mijn hoofd in een spel van kleine tikjes. Een merel begint te zingen en een vink. Vink’s riedel eindigt met de bekende toon, die klinkt als een vraag. Een tweede antwoordt van ver. “Ik zit hier, ik zit hier!“ lijken ze tegen elkaar te roepen. “Als je dàt maar weet! Ik heb de slag van de donder overleeft!”
“Ik ook, ik ook!”
Als het waterconcert een einde vindt, hoor ik in de verte de tjiftjaf. Ik denk dat hij tussen de bomen zit, bij de vijver. De zwart-grijze kauw vliegt met gespreide vleugels naar de dakrand van de loods. De kleine kauwtjes beginnen luidkeels te krijsen, als één van hun ouders het nest in duikt. En dan, uiteindelijk, komt de pauw aangelopen met trage voorzichtige stappen. Zijn prachtige staart sleept nat door de plassen. Ik sta op en pak een snee Brabants roggebrood. Dat lust hij wel.

Het is al twaalf uur geweest. Hij lijkt droog te zijn en ik hoop dat het zo blijft. Dan kan ik weer verder met bouwen. Ik ben bezig met de deurposten, zodat ik voor- en achtergevel dicht kan timmeren. De hele middag heb ik voor me en ook de rest van de week. Ik wil een fijne spurt maken. O, als ik eenmaal het ritme heb, dan gaat het lekker! Zo fijn hoe alles dan glashelder in mijn kop zit. Ik hoop die concentratie deze week te bereiken, en iedereen die nu wat van me wil, daar zeg ik “nee” tegen. Alleen de grote god Donar, met zijn stort- en donderbuien, die gaat zijn eigen gang. Daar zeg ik niks tegen.

Het is ook prettig dat het niet al te snel gaat. Zo blijft het bouwen leuk en bijzonder. Ik kan erover vertellen en het hele proces vastleggen. De deurpost is nu bijna klaar. Het is een feest om door een echt poortje naar binnen te kunnen gaan. Meer en meer is het een huisje. Een echte woonwagen, dat wordt het.

.

Ik was net een tijdje aan het werk, toen het heel donker werd en de regen met bakken uit de lucht viel. Pal naast mijn wagen sloeg ergens de bliksem in. Ik schrok me een hoedje. De schapenwol die er net in zat, is hier en daar nat geworden. Ik heb alle lekkages zo goed als verholpen en ben door de stromende regen naar mijn warme huisje gelopen. Daar stak ik de kachel aan en maakte dit filmpje.

.

.

Aan mijn wagen zitten een heleboel deurtjes. Terwijl ik schuilde voor de grote bui, heb ik het pakketje uitgepakt, dat de postbode me bracht vandaag. Een hele schat is het, vierentwintig messing scharniertjes. Ik heb voor en achter dubbele deuren, onder en bovendeuren. Vier per kant dus. En dan nog de luiken, die voor de ramen zitten aan weerszijden. Een hele hoop bij elkaar.

Scharnieren

.

.

 

Op pad als activistisch aandeelhouder

.

.

aandeelhoudersvergadering Shell.

Ik voel me wel een beetje vreemd, verkleed als dame. Hier in het circustheater van Scheveningen ga ik het beleven. Mijn eerste aandeelhoudersvergadering van Shell. Als ik het plein op loop, zie ik meer vrouwen gekleed zoals ik. Zouden zij alles weten over dividend?  Ik weet  er niks van, niets van aandelen, niks van opties, futures, noch winstuitkering. “ Wat dòe je hier dan?” vraagt de man die samen met mij naar binnen loopt. Ik geef antwoord terwijl ik de zware glazen deur open duw. “Ik heb een heel klein aandeel voor groene energie. Pas net, vlak voor de vergadering heb ik het geregeld, via Follow This. Ik wil dit meemaken. Snap je?” Hij knikt.
“Change the world, buy Shell,” zegt deze groeiende organisatie. Ik dacht, ik doe mee en ga erheen. Ten slotte, wie niet nieuwsgierig is, komt niks te weten.
Ik loop de zaal in en zoek een plek op een van de met rode stof beklede stoelen. De zaal is groot en wat muf . Wel lekker warm na de koude wind buiten. Zeven grote toneellampen schijnen op de twaalf vertegenwoordigers van Shell, die in twee rijen op het podium zitten, voor de doffe zwarte toneelwand. Afgevaardigden uit diverse landen.

“ Welcome,” zegt de middelste man, die vooraan zit. Het is Ben van Beurden, de grote baas van het megabedrijf. Er zijn veel mensen die hem vandaag willen spreken. Hem, of een van de andere afgevaardigden.

In de zaal zitten mensen uit Canada, Amerika, en Engeland. Een Inoït uit Alaska doet vriendelijk zijn best om ons in onze eigen taal te begroeten. Met ingetogen en zachte stem vertelt hij zijn verhaal. Hij vertelt dat de mensen van zijn volk bang zijn. Bang voor vernieling van hun cultuur door oliewinning. De 275 boorstations die Shell in de Poolzee had gezet, zijn nu bijna allemaal verdwenen. Maar eentje staat er nog. Zijn mensen vertrouwen het niet. Gaat Shell wel ècht weg? Of komen ze terug? Hij wil het weten.
“ We gaan echt weg,” zegt van Beurden. Maar we moeten nog dingen doen. Ankers opruimen uit de bodem van de zee, en meer zaken.
De Eskimo bedankt hem dat hij de kans kreeg om te spreken. Hij wenst hem veel succes met het ontwikkelen van alternatieve energiebronnen.

Hij is niet de enige met die wens. Hij lijkt of de zaal vol zit met mensen die vragen om verandering, die soms letterlijk schreeuwen om een veel duurzamer beleid. Er komt een vrouw aan de microfoon. Ze komt uit Groningen, zegt ze. Ze voert netjes het woord, met felle ondertoon. Ze praat over haar prachtige Kop-Hals-Romp boerderij in Groningen. Er klinkt bitterheid in haar stem. Hun droom is ingestort. Hun huis staat op de slooplijst, maar ze wonen er nog steeds. Hoe moeten ze nu verder? Ze beschrijft de afbraak van de prachtige oude huizen van haar buren.

Als ze uitgesproken is klinkt er geschreeuw.  “Groningen!” hoor ik iemand keihard roepen. Ik kan niet goed zien wat er gebeurt. Ik zie het hoofd van een vrouw. Ze heeft een bord in de hand met een tekst die ik niet kan lezen. Ze loopt heen en weer voor het podium met belangrijke mensen. “Stel onze veiligheid voorop! “ roept ze met schelle stem. “Het is een schande! Dat is het! “ Er klinkt gegrinnik in de zaal. Ik zeg hardop wat ik denk, terwijl ik schuin naar achteren kijk naar een lachende grijze man. “Het lijkt grappig”, zeg ik, “maar die mensen zijn wèl wanhopig. Laat van Beurden begrip tonen en voor één keertje van het podium afkomen.” De grijze man kijkt me aan van opzij en lacht niet meer.
Als het schreeuwen tot bedaren komt geeft Ben van Beurden antwoord, hoog vanaf zijn troon. Hij zegt vriendelijk dat ze hun best doen om de Groningers in alles tegemoet te komen en ze proberen te begrijpen wat er nodig is. Als er mensen zijn die anders beweren dan is dat hun eigenbelang en niet het beleid van Shell. Shell is en blijft in dialoog en zal de kosten vergoeden. Ik weet niet of de Groningers hem geloven.

Er zijn veel sprekers. Al met al is het een hoopvolle bijeenkomst. Ik verwachtte een zaal vol duffe grijze zakenmannen met een groepje activistische aandeelhouders. Maar de roep om verandering groeit. Het gaat ook goed met Follow This. Ik ben één van de vijftig activistische aandeelhouders die aanwezig zijn. Maar er zijn er veel meer. Ze vragen Shell niet om te stoppen met gas en olie. Ze vragen er wel om geen geld meer te stoppen in het zoeken naar nieuwe vervuilende en niet duurzame energiebronnen. Het is jammer dat Shell deze afspraak niet wil maken. Maar wie weet, in de toekomst. Het moet anders. Het kan niet anders. Ze kunnen er uiteindelijk niet onderuit.

.

Transparant tasje voor Shell aktieMijn portefeuille is in elk geval WEL transparant.

.

Achteraf blijkt dat het rumoer van een heel groepje Groningers afkomstig was. Ze kwamen binnen via aandelen van milieudefensie. Wat ik niet kon zien maar later hoorde, was dat ze het grote opperhoofd een contract onder de neus wilden duwen. Het was de bedoeling dat hij dit zou tekenen, al verwachtte niemand dat hij dat zou doen. Hieronder is de tekst van het genoemde contract. De woordvoerster heette Annemarie Heite.

https://drive.google.com/file/d/0B5t97_SAr9UPZGFGa252cldaQXc/view

Ook trof ik Jan Juffermans. Hij sprak helder en duidelijk over de miljoenen slachtoffers en doden, indirect het gevolg van de winning van gas en olie. Hij deelde aan iedereen, inclusief de staf van Shell, foldertjes uit met de titel: “De overbelasting van de Aarde is het overkoepelende vraagstuk!” Daarover gaat zijn eBook van 48 geïllustreeerde pagina’s.

Het is gratis. Klik op de link…………..http://www.voetafdruk.eu/onzevoetafdruk/mijnhemel/

De foto’s van mij zijn allebei gemaakt door Fatima Zohra-Buurman.

 

.

Knuffelwand en kleine bombus

.

weidehweidehommel bombus pratorumkl. frm.

.

Even was hij heel dichtbij
op mijn eigen duim zat hij
Kleine Bombus maakt zich klaar
hij ruikt de bloemen, kamt zijn haar
knikt me toe met zwarte ogen
en daar gaatie, weg van mij
omhoog, tot aan de hemelbogen

.

Ik sta onder het doorzichtige zeil, dat over de bouwplaats hangt. Het tikt, alsof het regent. Maar het regent niet. Het zijn tientallen vliegjes. Ze willen door het zeil heen vliegen maar dat kan niet.
Er zijn kleine vliegen en grote. De grote zijn lang en smal. Af en toe bespringt een grote vlieg een kleintje en eet hem heel langzaam op. Daar heeft hij voor een hele tijd genoeg aan. Dat denk ik. Want meestal zitten ze rustig te verteren, zonder te reageren op de drukte om hen heen. Warm en droog in hun luilekkerland.

Net als ik de beitel wil pakken hoor ik een diep donker gezoem. Het moet een hommel zijn. Ik ken ze goed. Ik help hommels. Hommels zijn lief. En ze zijn heel erg nodig voor de bestuiving. Ik kijk omhoog. Daar is hij. Een dikke zwarte stip tegen het felle zonlicht, dat door het zeil schijnt. Driftig zoekt het beestje naar een doorgang. Hij wil terug naar de zon en de bloemen, omhoog, omhoog.
Ik ga op het kleine bordes staan en houd mijn handen om hem heen. Het is een aardige hommel. Hij is geel en wollig en kruipt meteen op mijn vinger. Een weidehommel is het. Bombus Pratorum in het latijn. Door hun warme jasje kunnen ze goed tegen de kou en het zijn de eerste hommels die ik zie, na de winter. Ik stap van het bordes af, met Bombus op mijn duim. Ik loop onder het zeil door, er onder uit.
Bij het hek van de vijver blijf ik staan. De hommel gaat op zijn achterpoten zitten en poetst rustig zijn kop. Dan zet hij zijn poten weer neer en vliegt. Weg vliegt hij.

Ik ga weer verder, en pak de beitel. De plank ligt al klaar. Het is voor de buitenwand, en ik pas het profiel zo aan, dat het afwatert. Achter de buitenwand komt de isolatie. De eerste rol schapenwol zit er al in. Het ziet er lekker uit. Een echte knuffelkar is het nu. Het wordt zo fijn! Ik heb er zin in, wonen in een warm wollen jasje.

Maar ik kan even niet verder met de buitenwanden. Ik moet een paar weken wachten op een partij extra planken. Ondertussen ga ik verder met andere dingen. Het is net jongleren. Elke keer kijken hoe het uitkomt. En ondertussen het geheel blijven zien. Een hele kunst, dat is het.

.

knuffelwand wagen

.

De delen van red cedar staan al in de grondverf. Erachter zit schapenwolisolatie. Heel lekker warm. Het is behandeld tegen mot. Anders kan het zomaar gebeuren. Op één dag kunnen ze mijn hele huis opeten.

Het onderste stuk is klaar gekomen. Nu wacht ik op de extra planken van andere maten. Dan werk ik verder hoog, de twee bochtjes om tot aan het dak.

.

Sjiek jasje in de Domstad

.

Dit is hem

 

 

Ik loop de trap af naar beneden. Een kil briesje waait langs mijn oren, maar de zon schijnt en het water van de Oudegracht schittert in de zon. Daar beneden, aan de kade, is een winkeltje. Met de Utrechtse Dom op de achtergrond, verkopen ze dameskleding. Ik loop naar binnen, de gewelfde ruimte in.
„Dag!“ zeg ik, „Ik wil hier graag iets kopen wat ik nog nooit gekocht heb, een superstrak en degelijk damesjasje.”
De vrouw antwoordt droogjes. „Prima. Daar staat het rek met jasjes.”
Ik loop naar het rek dat ze aangewezen heeft en zoek, tot ik een kleine zwarte heb gevonden met ingenaaide figuurnaadjes.
„Leuk om hier eens binnen te zijn. Ik ben honderden keren voor jullie langs gevaren, met de Plofboot.“ zeg ik vrolijk.
„O? Ben jij van de Plofboot? Maar jij was toch geëmigreerd?“ Ze kijkt me verbaasd aan.
„Nee.“ antwoord ik kort. „Het liep anders.“
„Ah.“
Ze knikt en gaat door met het opvouwen van T-shirts. „Kun je het vinden?“ vraagt ze dan.
Ik kijk naar wat ik in handen heb. „Nou, dit vind ik wel een mooie.“ Ik houd het korte jasje omhoog met de figuurnaadjes. „Ik hoop dat het past. Ik heb mijn opvulbeha niet mee en die moet eronder.“
„Oooo, maar dat wordt lastig. Is het een grote? Als het te groot is dan gaat het kiepen.“
„Nee… niet zo groot. Ik denk dat het wel past.“
„Neem je spullen maar mee naar de kleedkamer. Ik heb hier nog een beha waarmee je het kunt proberen.“
Ik doe de lege bustehouder over mijn hemd en prop hem vol met mijn beenwarmers. T-shirt en jasje erover, klaar. Nu zie ik er opeens heel anders uit. Ik doe het gordijn van de kleedkamer weer open. De verkoopster bekijkt me kritisch.
„Dat kan best.“ zegt ze „als dit de maat is.“
Ik bekijk mezelf in de spiegel. „Dat zal mooi passen bij mijn rode jurk, verleidelijk maar toch heel degelijk. Ik ga met een club van groene aandeelhouders naar de aandeelhouders- vergadering van Shell. Shell van binnenuit bewegen tot een duurzame koers. Dat is de bedoeling. Ze hebben al wat bereikt. Ik vind het wel maf. Straks zit ik daar tussen al die zakenmannen. Die wereld is me volkomen vreemd. Maar als ik er geweest ben dan schrijf ik er een verhaaltje over. Hoe het daar was, met deze kleren aan.” Ik kijk naar de kordate vrouw, die ondertussen naar de kassa loopt.
„Dat is leuk.“ lacht ze.
Tevreden doe ik het jasje uit en reken af.

Ik was in Utrecht om de boeken van Drakenlief te signeren. Er zijn nu zestien van de vijftig verkocht. Vrijdag ben ik in de theetuin van Omslag in Eindhoven met het boek. Daarna ga ik mezelf wijden aan de afbouwfase van de nieuwe wagen. Ik hoop aan het eind van de zomer in mijn fijne nieuwe huisje te kunnen trekken. Dat zal een feestelijk moment zijn! Op dat moment haal ik ook de boeken van Drakenlief weer tevoorschijn, en heb ik alles afgerond voor een vreugdevolle eindpresentatie. Natuurlijk kun je het boek ook nu gewoon bestellen. Mail naar:
tt.alowieke@gmail.com

Theetuin:  http://www.omslag.nl/index.html

.

24 mei ga ik naar de aandeelhoudersvergadering van Shell, samen met de groene club, Follow This.

https://follow-this.org/

Deze week in Utrecht en Eindhoven

.

.

.

Lieve lezers van mijn blog,

.

Ik ben deze week in Utrecht en Eindhoven, met mijn boek Drakenlief om het te signeren voor liefhebbers. 

Op 2 en 3 mei ben ik van 17.00 – 19.00 in café de Morgenster, Oudegracht 323 Utrecht.

Op 6 mei ben ik te vinden bij Omslag in Eindhoven. ’s Middags bij de theetuin, ’s avonds bij “Vuur en Soep”.

Het boek kost 20 euro.

Natuurlijk vind ik het ook gezellig als je gewoon even langskomt!

.

Hartelijke groet,

Alowieke

.

tt.alowieke@gmail.com

Link van Omslag: http://www.omslag.nl/index.html

.Agremone Drakenlief boek Hoofdstukembleem

Boeken vervagen waar tijd zich vult met zijn

.

Tijdkolk van vervaagde boekn kl frTijdkolk van vervaagde boeken . . .  of is het een fontein?

 

.

Een fikse regenbui klettert tegen de ramen van de bus. Als kleine riviertjes druipen de straaltjes regenwater naar beneden. Naast me zit een man. Hij is middenin een verhaal. Ik draai mijn hoofd weer om, kijk hem aan en luister. Hij vertelt over een bijzondere ontmoeting, die hij gisteren had.
„En toen zat ik zomaar ineens twee uur lang met die Viëtnamees te praten, daar op dat bankje in het park,“ zegt hij. „Maar dàt was een ontwikkeld man! Hij vond Rotterdam een mooie stad omdat Erasmus daar vandaan kwam en hij wist dat die gezegd had, dat alle mensen wereldburgers zijn.“
„Ja, dat is mooi, dat hij dat weet van ons land,“ zeg ik. Ik ben stil en weet niet meer wat te zeggen. Ik kijk weer naar de regen, waarachter het groen van de lente al heel uitbundig is geworden. De zon breekt door, o prachtig. Nu het nat is lijkt het ontluikende lentegroen nog frisser, met dit licht is het adembenemend. Even vergeet ik alles.
Maar de woorden van de man echoën na en leggen een waas over het uitzicht. Mijn ogen staren naar het raam. Ik luister naar mijn gedachten. Een ontwikkeld man, wat is dat eigenlijk. Ik weet niks van Erasmus uit Rotterdam. Ben ik dan minder ontwikkeld? Moet je veel boeken lezen om ontwikkeld te zijn? Ik lees nauwelijks meer. Vroeger nog wel, nu niet meer. De tijd vult zich volledig met “zijn“. Er is zoveel te zien, te ruiken, over na te denken en te filosoferen. En er is zoveel te planten en te bouwen. Echt een boek lezen, ik kom er niet toe. Al een hele tijd niet meer. Ik kijk, ik ben, ik leef.
Ondanks alle heerlijke vruchtbare dagen, rijst een oud vraagteken uit het vergeten stof. Zou ik dan toch de mindere zijn van zo’n ontwikkeld man? Het is een oud gevoel, dat veel vrouwen in de loop der eeuwen moeten hebben gevoeld. De mannen waren het, die alles wisten, die lazen, studeerden en de wereld veroverden. De vrouwen leefden, keken en zorgden. Sommigen studeerden in stille hoekjes op schaarse momenten, om gelijk daarna hun handen weer uit de mouwen te steken. Maar de kennis van vrouwen was veel levender dan die van dorre veelweters. Wijze vrouwen waren gevaarlijk. En als ze ook nog mooi waren, waren ze dubbel gevaarlijk. Een tijdlang werden ze als heks verbrand. Nu niet meer. Maar de kenniscultuur is nog altijd dominant. Nog altijd, en op grote schaal.
Ook inheemse volkeren, die nog dicht bij de natuur leven, noemt men nog steeds minderwaardig, minder ontwikkeld ten opzichte van de cultuur van het denken en de koude efficiënte wereld, die de Westerse man heeft gecreëerd. De bemoeienis is groot. En nog steeds vallen er doden door een breed scala aan gevolgen. Dat is pijnlijk en onverdraaglijk. Gelukkig is er iets aan het veranderen.

Als ik thuiskom zijn mijn schoenen nat. Ik doe ze uit en steek een kaars aan. Nog lang denk ik na over het woord “ontwikkeld“. Nee, ik ben niet minder omdat ik geen grote boekenkast heb. Ik heb er niet eens plek voor. Ik volg mijn hart, kijk wat er nodig is en doe het of laat het.
En ik ben niet alleen.
Natuurmensen, mensenmensen, kunstenaars of muzikanten, alle gekken en verliefden, samen zijn we als parels in een grijze zee, als bloemen in het veld, als witte wolken aan de hemel. Straal toch, lieve allemaal. Waar je bent, overal. Omdat we wereldbroeders zijn en zusters. Zoals een wijze man al zei, in een ver verleden.