Uitproberen

blogtek uitproberen 003

.

“Ik vind het zo leuk dat we hem nu kunnen testen!” Ik kijk naar Dick, naast me. Hij staat uit te hijgen. Mijn superdeluxe kar staat midden op het karrenpad, vol beladen met stalen profielen en golfplaten. Die zijn voor de overkapping, die we gaan bouwen, een werkplek voor de wagen. We konden ze nog net tussen groeigrage stammen en kronkelende takken uittrekken, zonder te moeten kappen. Het lag er vast al een tijdje, daar achter de camping.
“Ik ben benieuwd of we de wagen zo meteen het veld op krijgen. Het is daar zó nat!”
“Dat lukt vast ook wel. Zullen we weer?” Dick zet zijn grote handen op het koude staal. Op de verharding van het brede pad rolt het lekker door. Aan het einde is de bocht naar de parkeerplaats. Ik trek de dissel naar links. Ik kan de voorwielen er helemaal dwars onder draaien, zodat de wagen extra korte bochten kan maken.  “Straks kantelt hij nog!” roept Dick een beetje bezorgd. “Nee hoor,” stel ik hem gerust. Ik heb veel vertrouwen in mijn solide kar met de korte, brede wielen. Die kantelen niet zomaar. Ik glimlach. Achter me hoor ik harde banden door de plassen gaan.

Het begin van het veld is een modderpoel. “Vaart maken!” roep ik. Bij een diepe plas staan we ineens stil. “Ik ga kijken of Paul er is.” Ik loop naar de grote woonwagen en klop op de deur. Niemand. Ik loop terug.
“Nog een keer proberen dan maar,” zegt Dick en haalt adem. “Eén twee drie! Eén twee drie!” Bij elke drie gaan de wielen twintig centimeter vooruit. Rondom het harde rubber borrelt het zompige gras zijn nattigheid er uit. Achter de wielen is de grond platgereden, maar het spoor is niet diep. Daar ben ik blij om.
“Mijn klompen glijden steeds uit over het natte gras,” klaag ik.
“Ja mijn laarzen ook.”
“Laten we maar stoppen dan. Hier staat hij ook prima, voor nu.” Ik laat de dissel los. “Okee.” Hij kijkt bedenkelijk naar de zware vracht. “Zou een paard dat wèl kunnen trekken?” “Vast wel. Een paard is veel sterker dan jij. En een muildier is nòg sterker.” Ik kijk naar mijn blauwe klompen die zich vastzuigen in de modderige bodem van een plas. “Ik zal liever niet met ze door een zompig grasveld heen rijden. Er zullen vast betere wegen zijn om te gaan.”

Ik geef Dick het touw en pak zelf een sterke spanband. Het gaat flink waaien morgen. Maar de harde zuidwestenwind zal er geen vat op krijgen, is mijn voornemen. Stevig trek ik  tot de band strak staat en de wind niet onder de golfplaten kan komen. Ik sta en kijk. Dit voertuig hoort bij me, zoals mijn boot vroeger bij me hoorde. Het wordt meer dan alleen mijn huis, het beweegt met me mee en ik mag er voor zorgen. Even ben ik vol van diepe tevredenheid. Mijn vriend is al vooruit gelopen om koffie te zetten. Hij kijkt naar me over zijn schouder. “Kom je?”

.

.

Traag, trager traagst

Slakkekop

Ik heb de kachel extra heet gemaakt en zit op de bank. Het is aangenaam in huis. Een heel verschil met buiten. De kromme greppel voor de deur is nu bedekt met een kleine ijslaag. De kippen slapen op de houtstapel onder mijn vloer. Ik hoor de kreet van een bosuil. Dan is het weer helemaal stil. In die stilte denk ik aan twee vrienden. Lange tijd waren ze op reis, mogelijkheden verkennend voor een nieuw bestaan. Ik heb ze lang niet gesproken. Ze stuurden mij weken geleden hun telefoonnummer, om bij te praten. Ik heb nog steeds niet gebeld. Ik pak mijn telefoon en zoek het nummer op.

“Heeee Alowieke!” hoor ik verrast aan de andere kant.
“Waar zijn jullie?”
“We zijn nu in Nederland, over een maand verhuizen we met onze spullen naar Spanje. Daar willen we in een ecologische gemeenschap gaan wonen.”
“Waarom Spanje?”
“Het land, de mensen.. En jij, ben je nog steeds op die camping in Brabant?”
“O ja… zo snel als jullie ga ik niet.”
“Snel? Veel mensen vinden juist dat wij langzaam gaan. We nemen geen vliegtuig, doen alles met de boot en met de trein, blijven vijf maanden op dezelfde plek om te werken…”
“Voor mij gaan jullie snel. Voor mijn wagen klaar is en ik langzaamaan ga vertrekken, zover ben ik nog lang niet. Eerst moet ik een overkapping gaan bouwen. Want ik wil graag fijne werkruimte voor mijn project en heb daar een plek voor gekregen. Er ligt hier wel materiaal ervoor, maar in mijn eentje kan ik niet uit de voeten. Zware spanten zijn het, die in elkaar moeten worden gezet. Ik wacht tot Dick er is. Of iemand anders die tijd heeft. Ondertussen leer ik andere dingen, die ik ook nodig heb en schrijf. Geduld hè..  Ik zie steeds meer uit naar straks, de lange wandeltochten, met mijn nieuwe huisje achter me.”
“Ja, wij hebben er ook aan gedacht om echt heel langzaam te gaan reizen, zoals jij wil gaan doen.”
“Als je met trein of boot gaat, moeten jullie toch elke keer landen, als je ergens aankomt. Kijken, waar ben ik. Wat gaan we hier doen. Waarheen. Ik reis graag stapvoets, omdat ik bij elke stap ben waar ik ben en mijn keuzes één voor één kan nemen. En altijd heb ik mijn huis bij me. Met alles erin wat ik graag om me heen wil houden. Ik ben altijd thuis.”
“Ja klopt, als je nog veel langzamer gaat, dan kan dat. Goh.. Nou, zeg eens, wil je nog een wagen bouwen als je met deze klaar bent?”
“Haha, wie weet,” zeg ik.

.

Kleddernatte windvlagen

.

Overgang dakspant-wand

Idee waar ik mee wakker werd. Stormbestendige dak-constructie met isolatielaag en condensdruipkier

.

Stormachtig waait de wind in vlagen langs de vier houten wanden van mijn stulpje. Ik lig op mijn rug in bed te luisteren. Ik ben al een tijdje wakker. Een verbeterde bouwtekening ligt naast me, met een potlood erbij. Zojuist was ik er nog mee bezig. Maar nu denk ik er niet meer aan. Ik hoor iets anders. Een ritmisch zoemgeluid herhaalt zich. Ik besef dat het de zwiepende staalkabel is, van de schoorsteenpijp op het dak. De kippen houden zich stil, ze schuilen zeker onder mijn wagen, hun verenpak uitgezet tot een rond bolletje om de warmte vast te houden.

Ik rek me uit en gaap.’t Wordt tijd om op te staan. Ik stap uit bed en voel de bruine glanzende tegels van mijn kachel. Hij is nog warm. Het kistje hout staat er naast. Ik pak een plankje van vurenhout, dat lekker snel brandt en doe het klepje weer dicht. Nieuwsgierig schuif ik het dunne witte gordijn opzij, dat voor het raam hangt. Onder de loodgrijze lucht staan grote plassen in het veld. Rond mijn wagen is de blubberige boel nog erger geworden, zie ik. Kennelijk heeft het urenlang geregend vannacht. De sleuf, die ik gegraven had, is niet genoeg om al het neervallende water te verzamelen. Er staat opnieuw een plas omheen. Daar ga ik zo meteen wat aan doen.
Ik was me bij de waskom, kleed me aan en ga naar buiten. De schep ligt om het hoekje bij het rechter voorwiel. Ik zet mijn klomp op de schep, zover als ik durf het water in. Toch voel ik mijn sok een beetje nat worden, maar niet erg. Ik graaf druipende kluiten blubber. Breder en breder wordt de geul. Het water verplaatst zich terwijl ik schep, en de holtes stromen vol. Het ziet er best aardig uit, met dat versgegraven heuveltje ernaast. Leuk straks, met bloemen en kruiden erop.

Ik kijk en zie. Winters worden warmer en natter. Regen valt met bakken tegelijk. Nederland waterspeelplaats. Tot nu toe vind ik het nog steeds leuk. Spelen met water en aarde. Laat mij maar schuiven.

.

.

Wadi voor de deur

.

.

kippenoog.

.

 

2015

wILD 2015

.

“Klimaatverandering gaat veel sneller dan gedacht”, lees ik. In december is er een grote demonstratie in Parijs. Ik ga er heen. Je komt er de hele wereld tegen, erg boeiend. Opwekkende verhalen en heel tragische, alles is er. Kopenhagen was in elk geval onvergetelijk, tijdens de klimaattop in 2009. Mogelijk wordt het nog grootser, met nog meer mensen op de been. Maar hoe wild 2015 ook wordt, verder blijf ik rustig doorwerken, hier in het stille Haghorst.

Er zijn grote dingen nodig, maar dat kan niet worden waargemaakt zonder vele kleine stappen.

Ik heb mijn voetafdruk kunnen verkleinen tot wat op dit moment minimaal is. Het ging ineens snel, het opruimen, oude huis verkocht, en nu leef ik al ruim twee jaar in een kleine wagen met zuinige houtkachel. Ik gebruik stukken minder energie, minder water en mijn eetpatroon is versoberd. Het smaakt me des te beter. Op een voedzaam ontbijt werk ik verder, aan mijn eigen reiswagen. Havervlokken eet ik, geweekt in water want dat valt beter. Ik maak het lekker met kaneel, rozijnen, noten en pompoenpitten. Met dit ontbijt achter de kiezen voel ik met zo sterk als een beer en kan ik opgewekt aan het werk. Bouwen!
De nieuwe wagen, die ik zelf ontworpen heb, wordt een stuk kleiner en veel beter geïsoleerd. Als een warm nestje, een cocon, die me precies past. Als dit project klaar is, dan wil ik heel graag ervaring opdoen met muildieren. Het lijkt me niet alleen een groot plezier om zo te trekken, ik maak mezelf ook onafhankelijk van fossiele brandstoffen. Samen met hen loop ik daarheen waar de weg me leidt. Ik kan rondkijken en helpen waar nodig is. In de zomer zou ik betaalde trektochten kunnen aanbieden en onderweg kunnen we samen eetbare planten gaan zoeken.

Ik verdiep me in bouwen met natuurlijke materialen en in alle wonderen die de natuur ons te bieden heeft. Als ik eet uit de natuur hoef ik minder naar de winkel. Als ik toch iets nodig heb, ga ik naar kleine zelfstandigen uit de buurt. Haast bestaat niet. Hoe minder haast, hoe meer ruimte ik heb in mijn hoofd. Die ruimte heb ik nodig om al die nieuwe dingen te leren. Het is niet alleen hard nodig om het tij te keren, op deze wijze verlicht ook nog eens de geest. Spelenderwijs kunnen we zoveel bergen verzetten, dat kan geen enkel hoofd bedenken.

“Live as if you were to die tomorrow, learn as if you were to live forever,” zei Gandhi. Ik doe het met een opgewekt hart.

.

.

Tekening tweeduizendvijftien.

.

.

.

.

Nieuwjaar

aankomst wagen details 007

.

De vuurkorf op het veld maakt een cirkel in de sneeuw. Er omheen zitten mensen, twee gitaren hoor ik en een fluit en stemmen klinken. Vanuit de verte kan ik het net horen. Ik sta met een jongen naast het toiletgebouw, bij mijn nieuwe onderstel. Hij heet Matthijs, zegt hij. De lamp bij het toiletgebouw licht ons nog net een beetje bij. “En ga je hier straks in wonen? Gaaf zeg, jij droomt je droom niet alleen, je dóet het ook!” Ik glimlach.
“Met z’n tweeën kun je hem zo optillen,” zeg ik en we pakken allebei het koude staal, met onze jasmouwen ertussen. De randen van het profiel zijn ijzig en scherp. Met zijn tweeën is het een koud kunstje om de voorkant op te tillen. De ogen van Mathijs beginnen te stralen. “Ik wil kijken of ik hem kan trekken.”
Hij probeert het meteen, maar er komt geen beweging in. Matthijs laat los. “Hij staat nog op de handrem”.
Ik druk de rem naar beneden en de handen van Matthijs omvatten de voorkant. Hij trekt en meteen komt er beweging in. “Wauw hee, houd je hem zo licht?” Lachend kijk ik hem aan. “Ik hoop het! Maar er komen nog heel wat kilo’s bij…”

De volgende ochtend, net ontbeten en op weg naar de buren, kom ik de beheerder tegen. Hij wenst me een gelukkig nieuwjaar en duwt me iets in handen. Het is de beloofde sleutel. Ik loop naar de schuur om hem uit te proberen. De deur gaat open. Dit wordt dus onze gezamenlijke werkplaats. We kunnen beginnen, 2015 begint niet alleen op rolletjes, het opent ook nog deuren.

“Laat maar gaan!”

Aankomst onderstel woonwagen440cm bij 150cm, en nog 50cm voor bordesje (heb ik beet).

.

“Er is hier iemand voor jou!” hoor ik de beheerder roepen. Dat laat ik me geen twee keer zeggen. Ik spring naar buiten, het bordes op, het trapje af, het grasveld over, naar de parkeerplaats. Mijn wagen is er. Helemaal vanuit Warnsveld naar hier gereden, op een trailer. Grijnzend staat de smid naar me te kijken.
Ik bekijk het fonkelnieuwe ding van alle kanten, het gegalvaniseerde ijzer ziet er uit of het nog veertig jaar mee kan. Zo fijn, een nieuw voertuig dat in zijn geheel in een zinkbad heeft gelegen! Hoeveel krabben, bikken en smeren scheelt mij dat… Ik denk aan vroeger, nog niet zo lang geleden. Dagenlang lag ik soms op mijn knieën tussen de spanten, of op mijn rug, onder één van de boten. Een hele vloot was het.  Er is iets anders in plaats gekomen. Deze schitterende start van mijn nieuwe project.
Wat een vakwerk, de bouwers hebben al mijn aanwijzingen zorgvuldig gevolgd en de details zijn perfect uitgevoerd. Heerlijk. De onderhoudsvrije wielen en assen, de handrem, de beugels voor extra laadruimte onder de vloer, de dissel die er zijdelings naast hangt. Die extra dissel, dat wilde ik ook graag. Als ik een berg op wil, kan ik de muildieren losmaken en een boer vragen of hij me wil trekken met de tractor, of iemand met een auto.

“Ja! Laat maar gaan!” roep ik. Ik sta klaar. De smid laat de staalkabel langzaam vieren. Ik heb het koude ijzer van de wagen stevig vast en help sturen, zodat de wielen niet van de rijplaten afglijden.

Aankomst onderstel

Dan rijden we hem het veld op. Ik kan het makkelijk trekken, in mijn eentje, over het zompige grasveld. Wat rijdt hij licht en wat is hij wendbaar! “Ik kan hem zelf wel trekken, ik heb helemaal geen dieren nodig!” roep ik uit. De anderen lachen.
Als we de bocht moeten maken naar het stenen plaatsje heb ik hulp nodig. Ik stuur, de ander duwt. Snel en gemakkelijk keren we de wagen op de plek waar ik  verder  ga bouwen.

Ik ben blij. Als ik straks de sleutel van de schuur krijg, dan kan ik de werkplaats gaan inrichten. Een goed begin is het halve werk! Een nieuwe stap op een lange weg te gaan. Ik verheug me er op.

.

aankomst wagen details 004

De remkabel.

.

aankomst wagen details 008

Stukje band, wielas, vloerspanten en beugels voor kastruimte onder de vloer.

 

 

 

Het komt er

kolibrie achter 020

De jassen hangen, tassen zijn weer leeg en de inhoud ligt op tafel. We werpen ons op een flinke berg groenten en knollen. Onze messen hakken en snijden tot het klaar is. Ik schep op en zet de twee dampende kommen op tafel, met  twee lepels, elke kom één. “Wil je er geroosterde zonnebloempitten op?” vraag ik. “Jaaa graaag!” zegt Dick.
Ik rooster de pitten tot ze heerlijk beginnen te geuren en een lichtbruine tint krijgen en strooi ze erbij. Gretig begint mijn vriend te eten. Hij is gek op mijn maaltijden.
“Hoe ga ik dat doen, koken in mijn nieuwe wagen?” denk ik hardop. “Dan kook ik immers buiten. Daar is het donker in deze tijd en er is geen licht.”
Het is even stil en ik hoor alleen het geluid van kauwende kaken.
“Ik denk dat ik het overdag ga doen, dan maak ik een hele pan kool en knollen in één keer, net zoals nu.”
“Ja, dat deden ze vroeger ook, overdag koken. Zo hoort het eigenlijk.” Hij kijkt me kort aan en ik knik.
“Daarna schep ik elke dag wat uit die grote pot, doe er wat groene blaadjes bij, en warm het binnen op.”
“Op de kachel.” Dick schraapt het laatste restje uit zijn kom.
“Ja! ’s Winters op de kachel en ’s zomers buiten. Zo logisch eigenlijk.”

Mijn pen tekent de lijnen, scherp, zwart en strak.
Vandaag maak ik geen bouwtekening, maar een kleurplaat. Zo kunnen anderen ook zien, wat ik voor me zie. Ik pak het ene potlood na het andere, totdat het meer en meer gaat leven. Een heerlijk beeld is het, ontspannen, vrij en zonnig. Je zou er zo in willen stappen. En toch vind ik het best spannend. Ik kijk naar de vriendin op de tekening. Blij en tevreden leunt ze op haar ellebogen en kijkt vanuit het bed naar buiten. Gaat het zo worden als ik getekend heb? Uiteindelijk ben ik straks meestal alleen op pad. Daar ga ik van uit. Het zou leuk zijn, één of meerdere reismaatjes, met ook een wagen. Maar ik weet niet of die er zullen zijn. Ach, ik zie wel…

Sommige mensen dromen van een nomadisch bestaan. Weinigen doen het ook. Of ze zijn er niet aan toe. Dat snap ik best. Als je vriend of vriendin niet meegaat, dan moet je afscheid nemen. En van je andere vrienden. En dan hebben de meesten nog een huis, vast werk en een hoop spullen… Wat doe je daar dan mee. Alleen al de voorbereiding vraagt doorzettingsvermogen. En veel tijd en aandacht.

Mijn wagen groeit. Het onderstel staat bij de smid, klaar en betaald. Straks worden al mijn tekeningen langzaam maar zeker driedimensionaal. Wat een eer dat ik dit mag doen. Dit trage creëren van iets volkomen nieuws. Lichtvoetig maar vasthoudend ga ik door. Het komt er.

.

.

.

Ps:

Vandaag hoorde ik op radio4 een gedicht, tijdens mijn lievelingsprogramma, Passaggio. Het geeft een antwoord op mijn vraag: Hoe zal het straks zijn? Waar ga ik heen? Hier de eerste verzen.

Eldrid Lunden, Noorse dichteres, op leeftijd

Waar moeten we heen op de dag
dat we zien dat er nergens
een heen is? Wanneer alle deuren open zijn
zoals ze eerder dicht waren, wanneer één
open suizende ruimte alles is wat rest
van al je verlangen?

***

Het grote groene schouwspel
en de regen die geluid maakt
het donker van de wind in de boom
bos op een zwarte bodem

de wind in, in de wind

De komst van de wagen, bouwen en experimenteren.

Het onderstel is af! Binnenkort komen ze hem brengen. Dan kan ik helemaal in het echt, driedimensionaal aan de slag. Ondertussen groeit het boek met bouwtekeningen gestadig… Ik zal vaker over het bouwen schrijven en foto’s of bouwtekeningen laten zien, zonder bepaalde regelmaat. De verhalen, gedichten en tekeningen gaan gewoon door, eens per week. Als ik iets over het bouwen wil vertellen, komt dat tussen door in een aparte categorie.
Zoals nu. Ik wilde uitzoeken hoe het vocht zich gedraagt in mijn woonwagen. Bij benadering.

Ik deed een condensproef en liet de resultaten zien aan een professionele
yurtbouwer, hier op het terrein. Hij inspireerde me tot het uitdenken van
het volgende idee.

.

condensoplossing (11)

Het hele dak is bedekt met acht centimeter wol. Daar boven is een
ventilatieruimte van twee centimeter, en vervolgens komt het dakzeil.
Eigenlijk als een soort paraplu die erboven hangt. Daar kan condens
langs naar beneden druipen en langs de lange open gleuf, bij de dakrand,
weglopen. Maar het is niet genoeg. In het midden blijft het hangen.

De condensproef. Het mes is metaal, dus koud.

.

condensoplossing (2)

.

condensoplossing (1)

.

condensoplossing (5)

.

condensoplossing (4)

.

Dit is een mogelijke oplossing, waar ik nu sterk over denk.

condensoplossing (7)

Warme lucht stijgt naar het hoogste punt en condenseert waar het ’t koudst
is. Tussen de twee nokbalken komt een dampkap van drie meter lang, met
extra wol ertussen tegen de kou. De damp stijgt door de wol heen omhoog,
en condenseert tegen het koude zink. Daar loopt het naar beneden.

.

Wiekies dampkap

Wiekies dampkap

Met extra hoge rand om opstuwend regenwater te keren. Dat kan
heel hoog opwaaien bij harde wind, zo vertelde Ton, de wagen-
bouwer. Daarom heb ik de windkering extra hoog gemaakt. Ik ben
erg benieuwd hoe het in praktijk uitwerkt. Maar voorlopig ben
ik nog niet aan het dak toe. Eerst de werkplaats inrichten.
Ik wacht op de sleutel. Dan kan het beginnen.

.

.

Kleine muis

muisinpalm 001

.

Trillend hoopje pluis
midden op het pad
gewond maar niet gegeten
kleine grijze muis

Gaat me niet aan
ik laat je liggen
dacht ik maar ik deed het niet
en bleef nog even staan

Geroerd deed ik mijn handschoen uit
bukte me en nam het
voorzichtig en met tederheid
een dubieus besluit

Het bleef niet beven
in mijn hand
maar krulde zich behaaglijk op
bereid om door te leven

Nu ben ik God
zo dacht ik
kies ik zijn dood of doe ‘k het niet
toch een beetje rot

Bezwaard liet ik het beestje weer
gaan op natte aarde
en daar bleef het wat stijvig zitten
naast het lapje leer

Ik nam een kijkje
in de ochtend, ’t gras nog wit van vorst
en daar, waar ik het achterliet
vond ik alleen een lijkje

Vier passen voor ijsberen

Ijsberen

Eén, twee, drie, vier. Vier stappen maak ik en de laatste is een heel kleintje. De kurkvloer onder mijn voeten is niet zo koud meer als vanochtend. De kachel is warm. Na de vierde komt een halve draai, mijn armen geheven als een danser. Zo keer ik om, precies op de grens die ik afplakte op de vloer. Zwarte tape voor mijn tenen geeft het oppervlak weer van de wagen, die al lange tijd in mijn verbeelding aan het groeien is. De maten ken ik door en door. Meten is weten, zeggen ze. Ik loop. Vier passen heen, vier weer terug. Dat is hem.

Gisteravond kwam ik terug, na een paar dagen reizen. De kippen renden naar mijn voeten en de pauw stond op het bordes alsof hij me opwachtte. De ezel balkte. Verder was er geen mens te bekennen, in geen velden of wegen.
Hoeveel mensen vertelde ik mijn verhaal? Genoeg. Menigeen genoot van het beeld, de kleine woonwagen op reis. Elke lach die ik terug krijg inspireert me. Ik neem ze mee naar huis en koester ze als zonlicht.

Ik loop als een leeuwin in haar hok. Heen en weer. Loom en lenig. Niet gekooid, maar uit vrije wil en gedompeld in stilte. Een scherp contrast, de drukte van de afgelopen dagen en de diepe rust die me nu omkleed als een donkerbruine deken. Het is donker, vochtig en koud buiten. Maar hier binnen niet.
Ik heb het licht uitgedaan. Zonder kunstlicht wordt het duister iets tastbaars. De grijze schemer versterkt de schaarse geluiden en maakt de stilte stiller. Nu het licht aan doen, is als een radio aanzetten om maar iets te horen. Maar ik wil geen stemmen nu, geen schijnwerpers. Laat alles wat het is.

Ik denk aan mijn nieuwe wagen. Ik loop in de denkbeeldige kleine ruimte en strek mijn armen wijd, langs de twee rijen kleine ramen. Met mijn vingertoppen kan ik ze raken, aan weerszijden tegelijk. Ik hef mijn armen omhoog en als ik op mijn tenen sta, kan ik mijn vlakke hand tegen het hoogste punt van het plafond leggen. Ik voel de stugge katoen onder mijn vingers en de warme laag van schapenwol eronder. De dakspanten maken een ritme van ronde bogen. Vijf zijn het er, tot de bedstee. Ik raak ze boven mijn hoofd, gelijk met de passen van mijn voeten. Ik loop en de ribben van mijn cocon lopen met me mee in het ritme. Ik schrijf de maten met mijn lichaam. Eén, twee, drie, vier, langs de kachel, tot het bed en weer terug. Vier stappen om te ijsberen. Het duurt niet lang meer, dan gaat het feest beginnen. Bouwen ga ik.