Het nieuwe jaar is aangebroken, de klok heeft geslagen, de oliebollen zijn op en de rommel is opgeruimd. Met frisse moed adem ik de koude winterlucht in en stap het trapje af van mijn bordes. De besneeuwde velden lopen over in de lichtgrijze lucht die erboven hangt. Alle geluiden klinken doffer, door het gigantische witte kleed dat alles bedekt en de lucht is roerloos stil. Alleen mijn voetstappen klinken luid, het kraakt. Op de sneeuw ligt een dun laagje ijs.
Ik houd van sneeuw. Het bedekt alles, verschroeide aarde krijgt een koele jas, vuilnishopen veranderen in iets wonderbaarlijk moois. De oneindige helderheid van al dat ijs maakt mijn gedachten scherp en mijn concentratie is beter dan ooit.
Kon het maar altijd zo wit en helder zijn, in de hoofden van alle mensen in deze verhitte wereld vol chaos. En kon de sneeuw maar van alle mensen kinderen maken, met speelse harten en rode wangen, ogen glinsterend om de volgende bal te vangen, alle pezen van het lichaam klaar voor actie. Verder niets, geen andere gedachten dan die aan dit spel met de elementen, in een maagdelijk witte sneeuwvlakte.
Maar er ligt meestal geen sneeuw. Dus moeten we op een andere manier ruimte scheppen in het hoofd. We maken helderheid in onze gedachten door op te ruimen, of door vakantie te nemen op een plek ver van de dagelijkse beslommeringen. Er zijn meer manieren om die maagdelijke leegte te verkrijgen. Je maakt het spoor voor je voeten vrij. Als je zo leeg bent en kan genieten van eigenlijk niks en alle geluiden dringen haarscherp tot je door, ja dan ben je ontvankelijk en klaar. Je weet nooit wanneer je de bal krijgt toegeworpen en je weet ook niet hoe die er uit ziet… Maar dat hij komt, dat is zeker. Klaar staan, daar gaat het om, klaar om te vangen.
Oproep: Hoe maak jij jezelf leeg en klaar om de bal te vangen? Ik vind het heel leuk als je dat in een reactie wilt vertellen. Wat doe je, wat zie je, waar ben je… Of je nu je inspiratie bij Johan Cruijff haalt, bij de opruimcoach of in een klooster in India, ik wil het allemaal weten!
.
.
Een fietstocht door het witte land voor een heeeeleboel heerlijke goudreinetten!
Nu ik het oude heb achtergelaten en het leven zich als een stille weidse vlakte voor me uitspreidt, ja nù komen de ingevingen en vernieuwende inspiraties. Vele obstakels zijn in al die jaren opgeruimd, stofwolken zijn neergeslagen en vormen zich tot vruchtbare grond in vochtige bodem.
Ik heb gezworven zonder iets anders te vinden dan eenzaamheid. Ik ben door moerassen gegaan, tot mijn nek in het slijk, maar ging door. Ik vond mijn grote liefde en na zeven jaar verloor ik hem. Ik heb verdriet gehad om de praatjes van mensen, die niets vroegen maar wel oordeelden. En nog steeds ging ik door.
Ik heb gebouwd aan wat nodig was, afgebroken wat afgebroken moest worden. Ik heb gewerkt en opgeruimd en vreselijk veel geleerd.
Dat alles is klaar. Als ik wakker word voel ik me zo vrolijk als een kind en elke dag begroet ik met een dans. Ik ben nog steeds hier, op een veldje in Brabant. Ik werk in volle concentratie aan mijn huis, mijn huis voor de toekomst. Wiekies hemeltje. Dat wordt het. Laat het een inspiratiebron zijn, dat hoop ik. Daar doe ik het voor. Het is niet alleen voor mezelf dat ik het doe.
Voor alle mensen voor wie het leven geen glanzend pad was en nog steeds vol dromen zit. Laat ze maar maar praten. Ga voorbij aan oordelen en etiketten. Laat achter je, wat niet bij je hoort. Ik moedig iedereen aan om zijn of haar fantasieën waar te maken en daar nu aan te beginnen. Wees lekker eigenwijs en maak er wat moois van. Lang leve de Pippies! Met of zonder langkousen.
Op een dag staan we in een andere wereld, warmer en veel groener dan ze nu is. En dan vieren we het met een hele lange optocht vol muzikanten en dansers van alle soorten en maten. De meest gekke en kleurige pieremagochels zullen te zien zijn, een stoet die zò bont is, dat zelfs de vissen hun koppen boven het water uitsteken, om te kijken.
Ja… O ja! Ik ben alvast begonnen.
.
.
Dit verhaal maakt deel uit van een nieuwe categorie: “Transformatie”. Het gaat over veranderingen in het groot en in het klein. Over dromen, of het wonder van de seizoenen. Over mens-zijn in beweging, boom worden na je dood, quantum-evolutie, over hogere sferen maar ook gewoon over poep. Het meest gewone en banale dat o zo onmisbaar is in de cyclus van het aardse leven. Transformatie zit in alle lagen van het bestaan en eigenlijk is dat het enige wat we zeker weten. Dat alles constant transformeert. Goddank! Never be a rock and not to roll..
Ik heb er ook eerder geschreven verhalen aan toegevoegd.
Ik spreid mijn handen wijd maak wortelgangen door de tijd Onze dromen zijn de bomen van de toekomst
.
De lucht is koud en blauw, maar onze voeten zijn warm. Samen met Dick loop ik in stevig tempo over de verharde weg richting het landgoed “Baest“. Onze adem maakt wolkjes. Als je je ogen dicht doet, lijkt het of er iemand alleen langs komt, zo gelijk lopen we op. Met halfgesloten ogen kijk ik naar de lage zon en geniet van de kleuren, die het licht tussen mijn wimpers maakt, het lijken net vleugels van libellen. „Zo mooi is het zonlicht,” zeg ik tegen Dick „Als kind deed ik dat ook, zo kijken tussen mijn wimpers.”
„Pas maar op,” lacht hij schertsend „Je wordt er stekeblind van!“
„Dat zeiden ze vroeger ook. Ik merk er nog steeds niks van.“
Ik kijk naar het prachtige zachte licht, tot het bos begint, een bosje met enkel sparren, bedoeld om regelmatig hout uit te kunnen oogsten.
In een stil, gestadig tempo komen we aan bij het oude land, het bos dat al veel langer bestaat. Er staan dikke beukenbomen waar verder niks onder groeit. Er ligt een dikke laag goudgeel blad onder, bedekt met bevroren dauw. De stilte en de herfst maken me filosofisch.
„Jij bent niet bang hè?“ vraag ik.
„Waarvoor?“
„Voor het einde van de wereld. Voor chaos en onherstelbare verwoesting door alles wat er nu gebeurt.“
„Nee, er gebeuren net zoveel goede dingen. Het is maar waar je naar kijkt,“ antwoordt Dick.
Ik kijk naar één van de majestueuze beuken, met takken als armen van een donkergroene reus en zonder bladerige kruin op zijn hoofd kun je zijn houtige spierbundels nog beter zien.
„Ik kende ooit een Afrikaan. In de zomer was hij naar ons land gekomen. Toen het herfst werd, kwam hij zorgelijk bij me aanzetten en met grote ogen zei hij: Alle bomen gaan dood! Ik moest lachen en heb hem gerustgesteld.“
„Ik kan me voorstellen dat het schrikken is, als je dat nooit gezien hebt,“ glimlacht Dick.
„Daar moet ik aan denken. Mensen die bang zijn weten niet dat na elk einde weer een nieuw begin is, net als na de herfst en de winter, net als die Afrikaan. Soms lijkt het of alles afstevent op aftakeling en einden van dingen. Maar ik denk dat de meeste kracht niet zichtbaar is. Het is als een netwerk van wortels dat onder de grond groeit en wacht. Als je niet goed kijkt, dan weet je niks van de enorme levensdrang van alles, dat rust in de bodem en zich klaarmaakt voor een nieuwe lente..”
Ik ben even stil en we kijken naar het krakende bevroren blad onder onze voeten. Dick zegt niks, in afwachting of ik nog meer ga zeggen.
„Ik denk dat het precies zo gaat, in een samenleving van mensen en alles wat ons omringt. Overal zijn mensen die werken aan de basis, vaak onbekend en ongezien, maar met ongekende volharding. Al weet niemand hoe het er straks uit gaat zien.“
„Zo is het,“ knikt Dick.
We lopen verder langs de rietkragen van het Wilhelminakanaal. In het dorp drinken we een heerlijke blonde trappist. De glazen met de goudgele drank fonkelen in de lage zon.
„Op alles wat er is!“ Ik hef het glas en klink tegen het zijne.
„En dat we er nog veel van kunnen genieten,“ lacht mijn vriend.
.
.
.
VOETNOOT
Tot mijn verrassing kreeg ik een piano improvisatie kado.
Het thema is “Na elke winter komt een lente“
En het past zo mooi bij dit verhaal
dat ik het in de reacties heb gezet.
Het is van Jeroen de Clercq, uit België.
.
Zwierend dans ik. De zaal is warm en schemerig en vol zwetende lijven en de muziek is ritmisch, licht en vrolijk. Mijn lichaam gaat mijn ogen achterna en ik heb het gevoel dat alles mogelijk is. Snel als water ga ik voort, slalom tussen schuddende schouders en balancerende benen door, langs stelletjes die stralend langs elkaar heen bewegen. Het is of ik zwem, zwem in een diepe stromende bergrivier, de rivier lààt mij dansen en ik geniet van het veeltonige geluid van water.
Ik draai om een ingetogen brunette heen, houd me in, ga mee in haar verstilling als in een dromerige bron en ze glimlacht. En voort ga ik weer, laat me gaan in de bewegende zee van mensen. Ogen fonkelen als ze me aankijken, ik maak een pirouette naast een snel bewegende man, de draai brengt mij bij een andere hand, ergens in de lucht ontmoet ik hem. Ik pak de hand, draai driemaal rond en laat weer los, ben alweer ergens anders.
Ik kijk achterom. Daar staat een lange jongen mij lachend en stomverbaasd na te kijken. Een meter van hem vandaan staat het meisje. Het was háár hand, die hij dacht te vatten. Toen hij zich omdraaide merkte hij opeens dat hij haar kwijt was. Ik lach terug, het water sprankelt dwars door mij heen.
Eén met alles wat er is. Dit is de hemel. En dan denk ik, wat een mallemolen is onze wereld geworden. De race om geld en groei raast al het geluk voorbij en verplettert alles. Liever dans ik zélf dan dat ik me rond laat slingeren in een levensgevaarlijke, op hol geslagen draaimolen.
.
Dit zijn tien sleutels naar geluk. En nu ik dit zo bekijk…. als ik dans doe ik het ALLEMAAL!
1. GEVEN – Iets doen voor anderen (en kunnen ontvangen)
2. VERBINDING – Contact maken met mensen (alleen al naar ze lachen maakt een dag al goed)
3. TRAINEN – Zorg goed voor je lichaam (en geniet)
4. WAARDERING – Let op de wereld om ons heen (verheug je in het zien)
5. PROBEREN – Blijf nieuwe dingen leren (alles is mogelijk)
6. RICHTING – Heb doelen om naar uit te kijken (dichtbij en ver af)
7. VEERKRACHT – Vind manieren om terug te stuiteren (oa. humor)
8. EMOTIE – Kies een positieve benadering, (wij gaan allen het grote onbekende tegemoet, maar heb het vertrouwen dat je overal mee om kan gaan en een oplossing kan vinden.)
9. AANVAARDING – Comfortabel zijn met wie je bent
10. BETEKENIS – Maak deel uit van iets groters
In het Engels vormen de eerste letters van deze woorden (Giving, Relating, Exercising, ….) tesamen ‘GREAT DREAM’.
Is het vreemd dat dans alle tien de punten in zich draagt? Nee! De quantumfysica vertelt ons dat alles om ons heen niets anders is dan dansende deeltjes, bewegend in golfpatronen. Misschien is dansen wel “meebewegen“ en die energiestromen vòelen. Misschien is dit meebewegen wel een sleutel van de evolutie, waar alles toe leidt en bewegen we ons ritmisch of met schokgolven naar een lichtere wereld. Als je je vasthoudt, dan nemen de golven je toch wel mee, tegen wil en dank. Loslaten en zwierig meedansen is een vreugdevolle optie… en zo verfrissend, om net als water te zijn!
.
De woeste wind waait willens en wetens mijn warme wollen sjaal weg van mij in wilde dans daar wappert hij voorgoed de wijde wereld in.
.
Het lijstje over geluk heb ik uit het blad ZOZ, tijdschrift voor doendenkers. ( Wat tussen haakjes staat heb ik zelf toegevoegd.) Naar aanleiding van “De dag van het geluk“ (20 maart) schreven zij daarover. Het wordt uitgegeven door Omslag, werkplaats voor duurzame ontwikkeling in Eindhoven.
Mijn uitstapje van dans naar de quantumfysica is intuïtief. Ik ben er, raar of niet, diep van overtuigd. Er zijn ook wetenschappelijke verhalen over te vinden en zeer waarschijnlijk heb ik er maar een fractie ervan gezien. Dit soort bronnen raadpleeg ik een enkele keer, om mijn gedachten te staven.
Ik haal diep adem voor ik onder water duik. Ik tel tot acht terwijl ik met stevige slagen vooruit zwem. Ik weet dat de anderen hetzelfde doen. Dan duikel ik naar voren, tot ik met mijn buik omhoog lig en luister naar de muziek. Die is goed te horen onder water, door de speciale luidspreker, die eruit ziet als een kunststof plaatje. Ik blijf tellen. Als ik weer bij èèn ben gil ik hard. In het water draagt het geluid ver. Mijn medezwemsters kunnen me goed horen. Nu komt het balletbeen. Allemaal tegelijk steken we ons rechterbeen omhoog, de tenen komen net boven water uit, strak gestrekt. We spannen al onze spieren zodat we langzaam omhoog komen. Boven water belichten de theaterlampen acht meisjesbenen, die ver boven het water uit steken.
Als kind deed ik jarenlang aan kunstzwemmen. Dat is eigenlijk dansen in het water. Ik genoot ervan, om vrij als een dolfijn te zijn, en het gevoel te hebben dat ik kon vliegen. Als we even niks hoefden ging ik in mijn eentje en leefde me uit met allerlei capriolen die we helemaal niet hadden geleerd en die ook geen naam hadden. Maar ook synchroonzwemmen was heerlijk. De tijd bestond uit niks anders dan water, ritme, de muziek en wij.
Vandaag op deze stille herfstdag moet ik daar aan denken. Ik heb een dagje vrij genomen om eens rustig mijn gedachten te laten gaan, zonder iets te moeten en zonder te weten waar het toe zal leiden. En nu komt er dit in me op.
Soms denk ik, misschien ben ik wel niet alleen aan het werk. Misschien deel ik deze stille, o zo productieve tijd wel met anderen. Wellicht is dat wat ik doe onderdeel van iets groters, wat ik niet kan overzien. Dan zwemmen we met onze ogen dicht door het water, allemaal tegelijk als een groep dolfijnen. We hebben sterke getrainde lichamen, zodat we direct kunnen reageren op het signaal. Er zijn jongeren en ouderen, maar iedereen is er klaar voor en weet wat hij of zij moet doen. Vrije mensen, verbonden door het Onnoembare.
Van de week schoot dit lied me te binnen. Zomaar. Ik zong het voor het eerst toen ik achttien was, bij een protestmars, tussen duizenden anderen. Het lied voor de vrije geest.
.
Op een wagen van het slachthuis stond een kalf met gebogen kop, In de blauwe lucht daarboven zocht een zwaluw de vrijheid op
refr. En de aarde draait maar met al haar ach en wee En het windje waait maar en voert de zwaluw mee Donna donna donna, donna, donna donna donna, don donna donna donna donna, donna donna donna don
Klaag niet zei de wagenvoerder niemand dwingt jou een kalf te zijn had je vleugels als een zwaluw was je even vrij als hij
refr.
Kalf’ren worden vastgebonden en in ’t abattoir geslacht Leer dus als je vrij wilt blijven zelf vliegen op eigen kracht
Refr.
..
VOETNOOT
Het laatste boek van de plank, van Judith Bark
.
Dit boek is tegelijk beklemmend doordat de vrouw letterlijk in een soort vissenkom zit, en tegelijkertijd lijkt het me ook een uitdaging. Ik vind het mooi hoe ze zich aanpast en bezig is met èèn ding.. elke dag overleven..maar daardoor heeft ook alles wat ze doet zin…
” Op zesentwintig april bleef mijn wekker stilstaan. Ik zat een overhemd te zomen toen het tikken ophield. eerst merkte ik het niet eens, dat wil zeggen, ik merkte alleen dat er iets was veranderd. Pas toen de kat haar oren spitste en haar kop naar het bed draaide, hoorde ik ook bewust de nieuwe stilte. De wekker was gestorven. Het was de wekker die ik in de hooggelegen jachthut op mijn tocht naar het aangrenzende dal had gevonden. Ik nam hem in mijn handen, schudde hem, hij zei nog een keer tik-tak en toen was het definitief met hem gedaan. Ik schroefde hem met de schaar open.Voor mij zag hij er heel gezond uit. Ik kon geen enkel mankement in zijn raderwerk ontdekken, er was niets kapot en toch wilde hij niet meer tikken. Ik wist meteen dat het me nooit zou lukken hem weer aan de praat te krijgen.Ik liet hem dus maar met rust en schroefde het deksel weer dicht. Het was drie uur s middags , kraaientijd, en dat wees hij vanaf dat moment aan. Ik weet niet waarom ik hem heb gehouden. Hij staat nog steeds naast m’n bed op drie uur.”
Ik vind dit een mooi stukje want hoewel er niet veel gebeurt, is het toch een moment van loslaten. Loslaten van tijd en van de manieren van vroeger toen de klok nog de regels maakte en de dag bepaalde..
.
.
.
OVER HET LIED
Donna donna, of Dana dana werd gecomponeerd door Sholom Secunda en Aaron Zeitlin ter gelegenheid van de theaterproduktie ‘Esterke’ in 1940-1941. Het is gezongen door vele artiesten en is in vele talen vertaald. Joan Baez is één van de bekendste vertolkers. Ook Donovan heeft het gezongen.
Als een vitale wilgenboom.
of een veld vol madelieven.
Als het groeien van cellen
van een bevruchte eicel
tot een dartel jong
Als een oerknal van sterren
en het begin
van alles
zo groeit
het web
van universum
.
Elke avond bij schemering komt ze. Je ziet haar niet zitten, in de hoek van het raamkozijn. Pas als zij tevoorschijn komt zie je haar, een enorme dikke spin. Ze wandelt gemoedelijk naar het midden van het gigantische web, schuifelt wat met haar kontje, verzet haar acht poten en zit dan roerloos stil.
En achter het raam zit ik. Elke avond bij schemering wacht ik haar komst af. Ik kijk naar de vliegjes die ergens in het grote web aan een pootje of vleugeltje hangen. Vast gekleefd aan de taaiste draden van de wereld sterven ze een langzame dood. Sommigen proberen urenlang om los te komen. Als ze erg levenslustig zijn red ik ze soms.
Twee keer redde ik een mug. Steeds vaker sla ik ze niet dood, maar probeer ze te vangen en naar buiten te brengen. „Ga maar fijn eitjes leggen in het vogelbadje“ zeg ik dan. Ik kijk anders tegen muggen aan dan vroeger. Er zijn steeds minder muggen. De sloten zitten vol bestrijdingsmiddelen. Dat nekt ze.
De spin zit nog steeds stil, een groot insect tegen de loodgrijze avondlucht. Haar web zit tjokvol kleine vliegjes en twee iets grotere. Toch wacht ze met eten. Die kleintjes, dat is een toetje, eerst een grote. Een grote spin wil grote prooien. Daar is ze op gespitst, doodstil, klaar om in actie te komen.
Ze hoeft niet lang te wachten. Plotseling komt een langpootmug aangevlogen, rechtstreeks het web in. Razendsnel komt de reuzenspin in actie. De langpootmug laat twee van zijn poten achter en ontsnapt bijna. Maar de spin is een meesteres in haar vak en haar stevige lijf is veel sterker dan het magere lichaam van de langpootmug.
In minder dan geen tijd heeft ze hem opnieuw te pakken en draait ze hem rond tot een langwerpig pakketje. Ze loopt even terug om een verloren poot te pakken en gebruikt het lange ding bij het inpakken. Als het pakket klein en stevig genoeg is, peuzelt ze hem langzaam op.
Zou de langpootmug nog leven, als hij wordt ingerold tot frikadel? Ik kan me voorstellen dat het heel akelig moet zijn. Toch heb ik bewondering voor de spin. Dat ze dit voor elkaar heeft gekregen, zo groot worden met zo’n gigantisch web. Daar wil ik mijn raam wel voor lenen.
Het is eten en gegeten worden. Vrolijk rondvliegen of lijden in het gevang. Als ik maar niet eindig in zo’n heel groot web. Of in een ziekenhuis met bedden en gangen waar je dan niet meer uit mag.
Ik houd me klein en taai. Ik kweek liefde en levenslust. Dan ruk ik me overal uit los. Zelfs uit het machtigste web dat er is. Je kan je laten vangen in een web, en geloven dat het web het enige is op de wereld en dat verder alles ophoudt. Langzaam verdwijnt het plezier in het bestaan, maar toch moet het, want je hangt er nou eenmaal aan vast. Automatisch en vermoeid doe je wat je moet doen, maar de liefde sijpelt weg als uit een glas waar een barst in zit. Zelfs achter de grootste schoonheid kan iemand zich gevangen voelen.
Je kan ook een ander web zien, een veel groter en sterker web. Als je wilt. Het is wereldwijd en niet alleen op internet. Je kan je erop aansluiten uit vrije keus. Het is energie. Daaruit haal ik mijn levenslust en ik geef het ook weer terug. Door het terug te geven verdubbelt de energie, die in het net zit. En van daaruit groeit elk beknot vertrouwen steeds weer aan
.
.
De bouw.
Het was bijzonder om eindelijk het glas-in-lood raampje in te zetten, dat Judith Bark voor mij maakte. Veel dank daarvoor!! Nu de wand er nog niet inzit kan ik overal goed bij. Zelf maakte ik het ontwerp. De rode cirkel met het kruis is een aardeteken. Ik heb daaraan toegevoegd de beweging van het groeien en van de kosmos. Ik ben heel blij met het resultaat en het sluit perfect aan bij dit verhaal. Ik ben verbaasd over de beeldrijm met de bovenstaande tekening. Ik was me er niet van bewust en zie het nu pas.
.
.
De tuin
In de tuin groeit en bloeit alles vol op, na al die regen. Ik word zo blij van het gezoem van bijen! Ze zitten nu in de vooral in de tamme kastanjebloesem. Het was maar heel even, dat ze de papaver bezochten. En ik zag het. Wat een verrassing.
Aloïsius kijkt
naar het werk
van zijn handen
een grote E
met blauwe randen
Eerste letter
van het blad
Sierlijk straalt de
gouden krul
van verse inkt
nog nat
Hij weet
„God schiep de wereld
in zes dagen en Hij keek
en Hij zag dat het goed was
en rustte op de
zevende dag.“
Maar
Dat was vroeger
voor de wereld van cijfers
het beeld ging domineren
O, ik weet
niet meer
wat ik zie
Ik tekende en vulde
vijftig vellen vol
vele lieve letters
op stralend wit papier
ik stopte ze in mijn toverdoos
vlijtig als een mier
Ik poetste en ik werkte door
goochelde met beelden
ik keek ernaar en ja
ik dacht
dacht echt dat het goed was
toen ik het
de deur uit mailde
Warm van ’t werk verwacht ik nu
de grote dag
van publicatie
ik dans en vrolijk lach ik
De dag die na de zevende
zie ik mijn mooie schepping dus
gelijk terug
in de brievenbus
De man naast mij staat met een schepje in de hand. Hij groet me vriendelijk. „Hoe is het met je nieuwe wagen,” vraagt hij. Ik kom overeind en stop een handvol dorre blaadjes in de emmer die naast me staat. Verderop in de tuin zijn anderen aan het snoeien. Het is de tuin van de Kloosterhof van Gestel in Eindhoven. Mijn vriend Dick woont daar. Hij werkt al jaren voor Omslag, werkplaats voor duurzame ontwikkeling. De tuin is voor iedereen die in het klooster zijn werk heeft gevestigd. De mensen van Omslag zorgen er voor. Vandaag is het tuindag en iedereen mag helpen.
„Met mijn nieuwe wagen is het goed.“ antwoord ik. „De bouw staat in de winter stil. Dan schrijf en teken ik, of studeer. In de lente begin ik weer met buitendingen.“
„En ga je op reis als hij af is?“
„Nee hoor. Ik heb totaal geen ervaring met trekdieren. Er zijn er genoeg die dat doen, er een paard voor zetten en gaan. Leren doe je onderweg wel, denken ze. Nou, mij niet gezien. Ik leer liever stap voor stap. Als ik dieren aanschaf zou ik eerst een goed weiland willen huren, op een plek waar ik ook kan werken voor de kost. Maar voorlopig kies ik er nog niet voor. Het is een grote zorg. Ik moet er volledig van overtuigd zijn dat ik het wil, anders doe ik het niet.”
„O.. Dat klinkt heel anders dan ik dacht..“
Een paar dagen later. Het is een zonnige dag, binnen is het warm, buiten waait een koude wind. Ik sta te schrijven aan mijn werktafel. Ik denk aan de man in de tuin.
Waarom ben ik een wagen gaan bouwen, waarom ook al weer? Ik aai met mijn hand langs een dikke plank. Het is lichtgeel hout en gezaagd in vorm van een puntig boomblad. Het zijn er twee. Ze staan naast mijn schrijftafel. De gladgeschuurde ronding voelt heerlijk zacht. Kunstige daksteunen worden het. Ze zullen straks deel uit maken van het voorportaaltje.
Ooit begon ik te bouwen met een reden. Langzaam is die verdwenen, het oude doel is niet meer dan een vage schim op de achtergrond. Ik werk. Dag in dag uit. Ik geniet. Een heerlijk huisje op wielen maak ik. En in de winter schrijf ik en maak kleurige prenten bij de warme houtkachel.
Gà ik wel op reis, vraag ik me wel eens af. Eerlijk gezegd weet ik het niet. Misschien wordt het wel een reis in de geest. Er zijn genoeg schrijvers, kunstenaars en musici die wilden reizen, maar zich uiteindelijk hebben gevonden in het grote avontuur van hun talenten. In hun kunst vonden ze een schat aan landschappen die de fysieke wereld evenaarde.
Waarom wilde ik reizen? Ik wilde mobiel zijn. Ik wilde overal kunnen werken en mijn huis bij me hebben zoals een slak. Mijn handen kunnen al spelend eetbare tuinen maken met bloemen, kruiden, struiken en bomen. Ik kan werken met aarde, hout en stenen, kijken wat zich voordoet en vandaar uit creatief zijn. Samen met anderen.
Maar werken doe je op één plek tegelijk. Daarvoor hoef ik niet persée te reizen.
Ik weet wat het wél was. Niet om te laten zien hoe stoer ik ben met een zelfgebouwde wagen en twee muildieren. Nee, ik wilde tekeningen maken en nieuwsgierig zijn. Verhalen verzamelen van mensen en de natuur die hen omringt. Mensen, dieren, bomen, planten, heuvels, bossen, zon en regen, alles voor het landschapsboek, vol tekeningen, gedichten en verhaaltjes. Maar kom ik daar wel aan toe dan? Ik zie hoe druk buurman Jan het heeft met zijn paard en ezel en dan is hij niet eens onderweg. Ik denk dat het heel veel is, alleen op weg, verantwoordelijkheid voor twee dieren en ook nog een boek maken. Zelfs als ik ervaring had, dan nog is het veel.
Voorlopig ben ik aan het bouwen en ik zie wel. Elke stap is een ontdekking.
De hele tafel ligt vol velletjes papier. De bank is ook al vol en het aanrecht, dat ik heel zorgvuldig schoon en droog heb gemaakt. Want één spatje kan een hoop verpesten aan een mooie prent. Buiten waait een gure oostenwind. Terwijl talloze daklozen en vluchtelingen zich maar moeten zien te redden, zit ik in een huisje op wielen dat wiegt in de wind, terwijl de kachel zachtjes brandt.
Ik werk. Omdat ik rust heb, kan ik iets moois maken en het laten zien. Dat is nodig, rust. Al is het nog zo shockerend, grensverleggend of baanbrekend wat je naar buiten brengt, als de grond onder je voeten vandaan wordt gehaald sta je sprakeloos tussen de puinhopen en is de meest getalenteerde professor, schrijver of kunstenaar gelijk aan een vuilnisman.
Wat een voorrecht, te kunnen werken in stilte. Hoewel er van alles is dat mijn aandacht kan afleiden, laat ik het niet toe. Ik koester de rust als een vruchtbare bodem en voed die met aandacht en discipline.
Mijn boek is bijna af, “Drakenlief“. De velletjes liggen overal, twee bij twee. Van elke linker is er een rechter pagina die erbij hoort. De hele wagen is gevuld met het regelmatige handschrift en kleurrijke tekeningen. Hoe zal het zijn om het boek straks in handen te hebben, gedrukt en wel? Het is vast een bijzonder moment, dat ik zeker zal vieren. Ik laat het zien als het er is. Ik ben zo benieuwd!
Ondertussen is er meer werk, dat wacht. Als het boek klaar is, komt ook de bouw in de slotfase. De prille lente is een mooi moment om lijstjes te maken. Dit is die van mijn nieuwe woonwagen.
Wanden
plafond
ramen
deuren
isolatie
het bed
kastjes
de markies en
energiesysteem bouwen
met zonnenpanelen.
Kortom, nog heel wat te doen!
Straks, als de lente losbarst, dan komt de kwast en de zaag weer tevoorschijn! Ik verheug me er op.
Wat hier groeit is de oogst van een rijk leven en een paar jaar werk in stilte. Een eigen gebouwd huisje zal glimmen in de zomerzon. En een boek vol verhalen en platen ligt er, op de nieuwe vensterbank. Straks. Ik wil er met volle teugen van genieten, elke hamerslag, elke kwast- of pennestreek. Zeker weten.
„Dat je daar weg gaat, ik snap het niet. Het is zo’n mooi plekje! Ik zou helemaal gelukkig zijn als ik daar kon staan met mijn wagen.“ Buurman Jan kijkt met glimmende ogen naar de lege plek, waar zojuist nog mijn woonwagen stond. Die staat nu twintig meter verderop. Ton is net weg, met zijn jeep. De kippen krabben in de zwarte grond. Het stikt er van de wormen, die zaten lekker koel en nat onder de vloer. Daar lag karton met plastic zeil erop. Dat is nu allemaal verdwenen. Het is een fijne en vruchtbare plek geworden, rondom begroeid met tal van planten, bloemen en struikjes. Mezen, vinken, heggemussen en andere vogels vliegen af en aan.
Ik kijk Jan vrolijk aan. „Weet je?“ zeg ik „Ik maak op mijn nieuwe plek wèèr een tuin. Deze hier wordt dan de moedertuin. Er groeit zoveel tussenin wat ruimte kan gebruiken, kijk daar, het zonnige moederkruid, de sterke kruiptijm en dan die heerlijke framboos, die groeit als een raket! Hier steek ik de plantjes uit, en andere mensen kunnen dat ook doen. En rond bewoonde wagens, daar groeit het het beste. Er zijn beschutte hoekjes en er is bemesting. Het is de plek waar je bènt.”
„Wat een leuk idee!“ zegt Jan
„Jaaa! En als dit dan wat geworden is, dan schuif ik weer verder op. En maak ik dààr een tuin. Zo beweeg ik steeds verder naar de uitgang. En als ik daar ben aangeland, dàn ga ik weg.”
Jan lacht. „Geweldig! Dan krijgen we hier één lange groene strook op de camping.“
Ik grijns. „Wie weet. Wellicht gebruik ik de camping als uitvalsbasis, straks. Dan blijft mijn wagen hier voorlopig staan en kan ik dit plan rustig uitvoeren.“ Ik staar in gedachten naar de gretig gravende kippen.
Jan kijkt naar de mezen in de takken van de kersenboom, en naar de bloemen die eronder groeien. „Het is de mooiste plek van de camping geworden“ zegt hij uiteindelijk. „Dat heb je goed gedaan!“
Ik gloei.
. Ik noem deze vorm van tuinieren „Nomadische permacultuur.“ Ik maak iets, ik heb iets en ik laat het achter op het juiste moment, wanneer ik weet dat er goed voor gezorgd wordt en anderen er blij mee zijn.