Geen ontdekkingsreiziger maar een ontdekkingsblijviger. Het land heeft me nodig.
.

Er is dit keer geen luisterversie.
.
Een klein huis in de natuur is fijn. Hoewel ik soms best naar een groot atelier verlang of een schuur of een logeerkamer. Of een lege ruimte om in te dansen. Soms verlang ik naar een huis in de stad, dichtbij de broeiplaatsen. Soms verlang ik naar vreemde verre dingen. Maar zou ik daar ook echt heen gaan als iemand het me aanbood?
Terwijl ik dit denk, hoor ik gekrabbel vlak boven me. Het is een mees, die even mijn dakkap bezoekt, op precies dezelfde plek waar kortgeleden nog die jonge havik zat. Ik zie zijn pootjes door het glas, het gele buikje, heel dichtbij. De voertafel is net gevuld. Over een uurtje zal hij alweer leeg zijn. Door het raam bespied ik de vogels. Ik beweeg langzaam om ze niet te laten schrikken. Er komen niet alleen de kool- en pimpelmezen, maar ook vinken en groenlingen. Een merel komt aanvliegen en landt pardoes bij de drinkplek. Het is een deksel van een aluminium melkemmer, de dikke rand vormt een geheel met de kom. Dat is ideaal voor de vogels om rustig te toeven. Pimpelmezen gebruiken het als bad, ze passen er precies in. Daarna vliegen ze op om zich tussen de takken schoon te poetsen en hun vleugels te schudden. Meestal is dat een schietwilg. Die groeien vlak achter mijn huis als een bos micadohoutjes alle kanten op. Dunne sprieten met maar een paar takken buigen zich krom om toch maar een beetje licht te kunnen vangen. Ver groeien ze over de jonge elzen heen, over het jonge sporkehout en de zuurbessen. Die vervolgens ook allemaal scheef gaan groeien. Alles zoekt een weg in het steeds veranderend woud van leven. Ik ben hier om te begeleiden. Na veel hard werken doe ik dit jaar geen plantwerk van betekenis, het zal vooral zagen worden. Het dichte bos micado uitdunnen, om al de anderen licht te geven. Ook voor de jonge appelbomen, die we dit jaar gaan planten. De vele takken zal ik gaan composteren. Het is kletsnatte harde klei hier. Zonder goede bodem redt een nieuwe boomgaard het niet. Er is veel te doen. In mijn kleine huis sta ik er middenin. Eigenlijk is het een nest, ik ben er om te rusten, maar ga er niet de hele dag inzitten. Dat doen vogels ook niet. Die eten of spelen en gaan pas bij schemering naar hun schuilplek. Dat doe ik ook. Klein wonen maakt mijn wereld groter, en ook mijn betrokkenheid. En soms komt er een mens.
Terwijl ik buiten naar de vogels kijk, hoor ik een machine naderen. Hij gaat langzaam, als een trekker die aan het werk is. Vanachter de bomen komt hij nu tevoorschijn. Ik zie het al. Bij de buren wordt de sloot gehekkeld. Terwijl ik nog wat gras uittrek in het klaverveld hoor ik het geluid van de motor. Heel lang staat hij stil, op het hoekje, waar de sloot naar de Swette loopt. Daar gaat het water een pijp in, die loopt onder de weg door. Er zitten roosters voor. Het water wordt daar geregeld met een soort van klep, maar die heb ik nooit gezien. Die zit onder water. Er zwemmen vaak aalscholvers rond in dat stuk sloot, ongezien achter het riet. Dat riet is nu weg. En de trekker die dat deed blijft daar maar staan, op het hoekje. Ik word nieuwsgierig en loop erheen. “Waarom stop je, wat ben je aan het doen?” vraag ik de jonge man. Hij kijkt naar het maaisel, dat in een dichte hoop op de kant ligt. Dan kijkt hij naar mij. “Ja, er waren hier allemaal vissen! Die heb ik weer teruggegooid het water in.” Hij tuurt nog eens goed of hij er geen eentje vergeten heeft. “Wat mooi!” juich ik hem toe “Dat doe ik ook altijd! Ben je van het Wetterskip?” Hij schudt zijn hoofd. “Nee ik werk voor deze boer, maar ik dacht ik doe dat hoekje ook nog even.” Dat hoekje is dus een sloot die het Wetterskip beheert. Die was al geweest, maar hier net even niet. Wat fijn dat die jongens mekaar zo aanvullen. En dat hij uitstapt om vissen te redden. De wereld gaat nog niet ten onder aan onverschilligheid.
Samen maken we er wat van. Dit is waarom ik geland ben, waarom ik niet zoals velen, met een camper door het land reis. Waarom ik geen moderne zwerver wil zijn, geen onrustige ontdekkingsreiziger of een eeuwige toerist. Ik ben waar ik ben en blijf zolang als ik kan. Een ontdekkingsblijviger, dat wil ik zijn. Samen de wereld mooier maken: voor mij begint het hier, in Friesland, tussen de weiden. Klein maar aanwezig.
Wat een prachtig woord. Ik ga het koesteren. Ontdekkingsblijviger…
LikeGeliked door 1 persoon