De taaie tijd van verwachting . . . (The tough time of expectation)

Dagen van gestage regen drenkt de gebarsten bodem tot hij zacht is.

.

Wilgenroosje

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to read the ENGLISH translation? You can find it underneath.

Iets wat langzaam groeit bouwt levensvatbaarheid op. Het is een taaie tijd van verwachting, met gebarsten klei en blad dat knispert van droogte. Maar eens valt de regen en barst de knop.

Het is het eerste wat ik doe. Ik heb mijn pyjama nog aan en zelfs mijn oefeningen nog niet gedaan. Het zonlicht schijnt als zilver over de dauw, die als een glinsterende druppeldeken over de weide heen ligt. Ik loop door het gras, nog dromerig van de slaap. Ik stroop mijn pyjamabroek wat op, anders wordt hij kletsnat. Het hoekje om bij de sloot, het weiland over naar die ene plek. Het paradijs. Het wilde pad dat ik met eigen handen schiep. De zon hielp mij. En de regen, de sloten, de beestjes in de grond. En natuurlijk, de dertien kuub compost.

Bij de ingang blijf ik staan, naast het bordje met de vervaagde tekst. Je kan het nog net lezen, vergrijzende letters in romig wit. “Verhalenpad”. Er heeft zelden iemand naar gevraagd. Behalve die kinderen, in het begin. Ze kwamen naar me toe: “Waar zijn de verhalen?” Ik moest lachen. Ik heb het ze laten zien. Spinnetjes, in het gras. Heel veel spinnetjes die verhalen schrijven met heel veel pootjes.

Op sommige plekken is het gras nu al helemaal verdwenen. Een tapijt van zilverschoon strekt zicht uit. In de lente zullen gele bloemen stralen als sterren. Het plantje hoort hier thuis, maar evengoed heb ik er hard aan gewerkt dat het er kwam. Heb gegraasd als een geit. Elke dag opnieuw. Gras uittrekken en steeds weer neerleggen, eromheen. Dikke pollen uitsteken, ruimte maken. Niet met hele vlaktes tegelijk, maar dan weer hier, dan weer daar. Als je het niet weet, dan zie je het niet, al dat werk. Zoals vaak. Je moet het horen.

En nu sta ik hier, in de frisse vroege ochtend, aan het begin van het pad. Het is als een dompeling. Als je dit ziet, vergeet je alles. Achter de hoog opgegroeide haag bloeit van alles. Wit en lila raapzaad, roze wilgenroosjes, een concert aan bloemen zingt me tegemoet. Hier en daar zie ik een stipje geel van mosterdzaad en het paars van de twaalfjarige luzerne. Naarmate het jaar verstrijkt wordt het steeds uitbundiger. Een veldmuisje kruipt gauw weg onder een bosje geel veldlathyrus. In de verte schudt een haas de druppels van zijn vacht. De zeven torenvalken zie ik vandaag niet. Zelfs geen eentje. De blauwe kiekendief ook niet. Ik weet niet waar ze zijn. Ze komen wel weer terug. Eten zat.

Er groeit een palet aan verhalen. En er komen er nog veel meer.

Ik heb nu een paar keer iemand rond kunnen leiden. Gisteren vroeg iemand mij erom. Een vrouw, even oud als ik. Niet omdat ze bessen wilde eten of zo. Gewoon omdat ze het wilde zien, en mijn verhaal wilde horen. Dat is best bijzonder. De meeste mensen willen zelf iets, of verzinnen hun eigen verhaal. Ze lopen het liefst in hun eentje en laten hun fantasie gaan. Een enkeling neemt een vriendin mee om alles te laten zien. Ze komen als ik er niet ben. Dat kan natuurlijk ook. Ten slotte is het een verhalenpad. Hoe meer verhalen hoe beter. Ook zonder mij gaat het door. Maar toch wil ik ook zelf wel eens mijn verhaal vertellen. Mijn verhaal in het weelderige groen, dat groeide met eelt op mijn handen en zweet op de rug. Met beelden en woorden die net zo goed moeten groeien als de mispel en de lijsterbes. Hoe langer je wacht, hoe dieper het gaat. Maar als het er is, dan is het er. Al zie je het nog niet. Net als wortels in de grond. Het groeit. Eens komt het verhaal naar buiten. Als een barstende knop, vol levenslust na een droge lente. Dagen van gestage regen drenkt de gebarsten bodem tot hij zacht is. Het verhaal is taai, en wacht op het juiste moment. Net als de knop van een bloem. Of als zaad in de grond.

Zo is het. Nu. Hier, daar, overal.

.

De bloemen worden wakker
ze glinst’ren van de dauw
Ze knikken met hun kopjes
Kom hier, kom nu, kom gauw!
Zacht ritselt gindse lindeboom
en lispt als in een droom
Goedendag, goedendag mijn liefste,
Goedendag.

Lied, geïnspireerd door een oud Hollands wiegelied. Maar ik keerde het naar de ochtend.
In de luisterversie hoor je “werkfee” in plaats van “liefste”. Het laatste vond ik toch beter passen in de droom.

.

.

,

.

.

.

Zilverschoon

.

.

Rozenbottel

.

.


Ruwe berk (3,5 jaar oud, 2,5 jaar na aanplant)

.

.

.

.

The tough time of expactation

.

Days of steady rain soak the cracked soil until it is soft.

Something that grows slowly builds viability. It’s a tough time of anticipation, with cracked clay and leaves crackling with drought. But one day the rain falls and the bud bursts.

It’s the first thing I do when I wake up. I’m still in my pajamas and haven’t even done my exercises yet. The sunlight shines like silver over the dew, which lies like a glittering blanket of drops over the meadow. I walk through the grass, still dreamy with sleep. I roll up my pajama bottoms, otherwise they will get soaking wet. Around the corner at the ditch, across the meadow to that one place. The Paradise. The wild path I created with my own hands. The sun helped me. And the rain, the ditches, the bugs in the ground. And of course, the thirteen cubic meters of compost.

I stop at the entrance, next to the sign with the faded text. You can just read it, aging letters in creamy white. “Story Path”. Rarely has anyone asked about it. Except for those kids, in the beginning. They came to me: “Where are the stories?” I laughed. I showed them. Spiders in the grass. Lots of little spiders writing stories with lots of legs.

In some places the grass has already completely disappeared. A carpet of silver beauty stretches out. In spring, yellow flowers will shine like stars. The plant belongs here, but I also worked hard to get it there. Grazed like a goat. Every day again. Pull out grass and put it down again and again, around it. Stick out thick clumps, make room. Not with whole plains at once, but then here, then there. If you have no idea, you don’t see it, all that work. As often. You have to hear about it.

And now here I am, in the crisp early morning, at the beginning of the path. It’s like a immersion. When you see this, you forget everything. Everything blooms behind the high-grown hedge. White and lilac rapeseed, pink willowherbs, a concert of flowers sings to me. Here and there I see a speck of yellow from mustard seed and the purple from twelve-year-old alfalfa. As the year goes by, it gets more and more exuberant. A field mouse quickly crawls away under a bush of yellow field lathyrus. In the distance, a hare shakes the drops from its fur. I don’t see the seven kestrels today. Not even one. Not even the hen harrier. I don’t know where they are. They’ll be back. Sat eating.

A palette of stories is growing. And many more are coming.

I’ve been able to show someone around a few times now. Someone asked me about it yesterday. A woman, the same age as me. Not because she wanted to eat berries or anything. Just because she wanted to see it and hear my story. That’s pretty special. Most people want something for themselves, or make up their own story. They prefer to walk alone and let their imagination run wild. A few bring a friend to show them everything. They come when I’m not there. That is also possible, of course. Finally, it is a story trail. The more stories the better. It goes on without me. Now, and when I m dead. But I ‘m still living, and I also want to tell my own story. My story in the lush green that grew with calluses on my hands and sweat on the back. With images and words that should grow just as well as the medlar and the mountain ash. The longer you wait, the deeper it goes. But if it’s there, it’s there. Even if you don’t see it yet. Like roots in the ground. It grows. Once the story comes out. Like a bursting bud, full of zest for life after a dry spring. Days of steady rain soak the cracked soil until it is soft. The story is tough, waiting for the right time. Like the bud of a flower. Or as a seed in the ground.

That’s how it is. Now. Here, there, everywhere.

.

Song, inspired by an old Dutch lullaby.

The flowers wake up early
they glisten with dew
They nod their kind heads
Come now, the world is new!
Softly rustles yonder linden tree
and lisps special to me,
Lovely day, lovely day, my dearest, lovely day.

Een gedachte over “De taaie tijd van verwachting . . . (The tough time of expectation)

Plaats een reactie