Ik wil me verbinden. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot. En soms zijn er vlagen van verstandsverbijstering.
.

.
Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.
.
Het is ochtend. Ik lig nog even te dromen in mijn hangmat. De luiken heb ik zojuist geopend, en de lucht boven de horizon begint al zalmroze te kleuren. Na alle regen belooft het een mooie dag te worden. Wat ga ik doen vandaag? Nog niet het land op. Het is nog veel te nat. Dat werk komt later wel weer. Pad vrij maken, gras trekken onder de bomen. Hetzelfde als altijd. Nog even kijk ik naar de lucht die steeds blauwer wordt. Dan pak ik mijn telefoon uit de vensterbank en zet hem aan. Hé, er is een berichtje van de Doas, over lokaal 105. In het formulier had ik ingevuld dat ik belangstelling had en graag een ruimte wilde delen. Snel lees ik wat er in staat. Ik krijg hem niet. De reden is dat er anderen zijn die meer ervaring hebben met een ruimte delen. Ik dènk dat te lezen. Als een dolle stier rennen mijn gedachten vooruit. Het zal wel zijn dat ik al bijna zestig ben. Ze willen natuurlijk jong talent. Dat zij mijn gastvrouw ook al, toen ze me het lokaal liet zien. Meewarig keek ze me aan. Ze willen jong en ondernemend talent, dat is het profiel dat vanuit de gemeente wordt gevraagd. Daar ben ik mooi klaar mee. Het maakt me opstandig. “Maar ik heb wél veel vaardigheden opgedaan in mijn leven, om in te zetten voor de Doas!” zei ik. Want dat willen ze ook. Ondernemende betrokken mensen. De jonge vrouw had welwillend geknikt. “Dat is zo”. Ja, jong zijn, betrokken, ondernemend, talentvol, actief, dat is erg veel gevraagd, voor één mens.
Even later zit ik bij Dick koffie te drinken. Ik vertel erover, dat ik niet gekozen ben. “Wat stond er dan in dat mailtje?” vraagt hij. Ik open het bericht en lees het nog eens over. Tot mijn verbazing zie ik helemaal niets over een afwijzing. “De reden is dat er te weinig mensen waren die een ruimte wilden delen”. Verbaasd kijk ik naar de woorden. Het staat er echt. Hoe kan dat nou? Ben ik met zo’n gekleurde bril gaan lezen dat ik iets heel anders las? Ja dus. Dat is precies wat ik deed.
Zo werkt dat. We hebben allemaal onze overtuigingen. Geboren uit teleurstellingen, verwachtingen, mooie en minder mooie ervaringen. Het kleurt hoe we de wereld zien. Soms zo sterk, dat we vlagen van verstandsverbijstering hebben, en iets heel anders zien dan wat er is. Ik ben een open mens, neem graag initiatief en luister opgewekt naar anderen. Zonder oordeel en best slim. Dat dacht ik. Maar dat is dus lang niet altijd zo. En dan ontdek ik weer: Mogelijkheden blijven zien, dat vraagt niet alleen om een open hart, maar ook om je hoofd erbij houden. Bijzaken en vorige ervaringen even uit kunnen zetten. Kijken wat er staat. Woord voor woord lezen. Die ander heeft de moeite genomen om het op te schrijven, en dat verdient de volle aandacht. Dat zou je zelf ook willen.
En nu? Ik hoef verder niks te doen. De inschrijving blijft staan. Als er nog eens een vervolg komt is het mooi. Maar voorlopig heb ik een plek, in hetzelfde gebouw: Het buurtcontactpunt Wildewijk. “Ze waarderen het dat je er bent, en wat je doet!” schrijft Froukje in WhatsApp. Ik heb een plek, waarmee ik me kan verbinden. Er is geen reden om mijn overtuiging nog langer in stand te houden. Ook als je bijna zestig bent kan het.
Ik leg mijn telefoon neer, en neem een slok van mijn koffie. Ik lach naar Dick, die alweer met iets anders bezig is. Toch wel fijn, zo’n vent die nooit genoegen neemt met halve woorden en een oppervlakkige indruk. Die vraagt: “Wat staat er nou, in die mail.”
Ja. Daar heb je nog eens wat aan.
.
.

Een gedachte over “Wat staat er nou echt”