Overleven of erbij neerleggen

Wat we van dieren kunnen leren.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst..

Met mijn legerkistjes aan de voeten loop ik het Swettepaad af. Het is een grote open vlakte. Ik heb me warm aangekleed, een extra sjaal om mijn capuchon tegen de harde wind. Er zijn korte buien, hier en daar is de lucht lichter, maar nergens is hij blauw. Hagel slaat in mijn gezicht en ik trek mijn sjaal hoger op tot over mijn neus. Het doel is melk halen bij de melktap, drie kilometer verderop. Maar dat is slechts een excuus om de wereld te bekijken op een bijzondere dag als deze.
Ik kijk mijn ogen uit. Vooral in de sloten zie ik hele berglandschappen, overhellende taluten van sneeuw, soms met een scheur erin, soms afgebroken. Ik denk aan het boek van bergbeklimmer Joe Simpson, “Over de rand”. Hoe hij tijdens het beklimmen van de Siula Grande over de rand viel, terwijl zijn maat verder liep omdat hij dacht dat hij wel dood moest zijn. Dat was hij niet. Van de holtes en scheuren waarin hij terecht kwam is dit een minitiatuur. Gebiologeerd loop ik verder. Het is mooi en wreed.

.

.

Voor wie de tijd dringt dat zijn de dieren. Ganzen blijven maar rondvliegen, volkomen in de war, lijkt het. Oud en nieuw heeft ze opgeschrikt van hun vertrouwde weilanden en daarna kwam de sneeuw. Ik zie hele groepen voorbijgaan, soms naar het zuiden, dan weer naar het westen of het noorden. Een keer zag ik ze neerstrijken, onwennig om zich heen kijkend, maar gelijk daarna waren ze alweer verdwenen. Ze zullen ondertussen wel erg moe en hongerig zijn na die stress en al dat vliegen en zoeken in de koude harde wind.
Als de huizen langs de Hegedyk niet ver meer zijn zie ik iets zwarts op het smeltende ijs van de sloot. Als ik dichterbij kom herken ik een jonge rat. Zijn ogen staan angstig als hij me ziet, hij probeert weg te komen maar zijn pootjes vinden geen houvast in de gladde drab van het halfgesmolten ijs. Ik ga zitten op de schuine sloothelling, voel eerst waar het water begint onder de sneeuw, zet dan mijn voet neer op het laatste stukje oever. Dan strek ik mijn arm uit, ik kan hem zo pakken. Zijn kleine lijf staat strak van de spanning, maar is lekker warm. Even speel ik met het idee om er een tamme rat van te maken. Heel even maar. Dan zet ik hem toch maar neer, op een droge plek onder een hek. Als ik een uur later terug kom is hij dood. Wat moet een jonge rat ook in zijn eentje in dit koude desolate landschap. Daar is geen lol aan.

.

Soms help ik de muizen.


De muizen hebben van de sneeuw niet zoveel last. Ik zie sleuven en gangetjes in de sneeuw die op het pad ligt. Ze graven zich een weg van het riet aan de ene kant, naar het gras dat aan de andere kant van de weg groeit. Ik denk dat ze slapen in de droge rietpollen en elke dag gras eten aan de overkant. Klein als ze zijn kunnen ze daar makkelijk onder de sneeuw doorlopen, tussen de pollen is ruimte genoeg voor muizen en onder het sneeuwdak kunnen ze ongezien knabbelen. Er zijn allerlei muizen. Veldmuizen, spitsmuizen, die beschermd zijn.  Ik zie ook vaak kleine zwarte. Nee, sneeuw is voor hen niet erg.
Als ik thuiskom sneeuwt het weer een hele tijd door. Het pak wordt dikker en dikker. Maar die nacht gaat het dooien, de regen tikt op mijn dak wanneer ik in de vroege ochtend wakker word. Ik denk aan de ganzen, die komen straks weer makkelijker aan hun voedsel. Ik denk aan de muizen. Als dat dikke pak sneeuw in een keer smelt komt al dat koude water eensklaps in hun holletjes. En misschien vriest het nog weer op ook. Dan krijgen ze het een stuk moeilijker. Maar ik denk ook aan de hommels die hun winterslaap doen. Het is te hopen dat hun slaapplaats wat droger ligt.

.

Een wat rommeliger paadje van henzelf

Sneeuw is mooi maar ook een verschrikking. Niet voor mij, in mijn warme huis. Maar wel voor andere schepselen. Ik neem de tijd zodat ik me kan inleven in alles wat mij omringt. Er is lijden maar ik zie ook: het is zoals het is. De dood is ook een bevrijding. Je legt je er letterlijk bij neer. Dieren kunnen dat heel goed, daar kunnen we een voorbeeld aan nemen. Het sneeuwlandschap brengt mij dit inzicht: een verhaal over leven en dood. Om mij heen zie ik andere zorgen. Mensen denken aan hun auto, hun warme jas, het pakketje dat niet aankomt of de geannuleerde vlucht naar hun vakantieland. Sommige toeristenlanden lopen inkomsten mis. We moeten sneeuwproof worden, overal tegen kunnen. Maar je kunt je er ook bij neerleggen, zoals de dieren dat doen. Het uiterste van je erbij neerleggen is sterven. De dood is heel gewoon, leren dieren mij. Ik zoek naar mensen die hetzelfde denken op dit moment, die nu filosoferen over overleven en de dood. Die zullen er vast zijn, maar ik vind tot nog toe niemand. Daarom dit verhaal. Een oeroud verhaal, dat steeds opnieuw verteld wil worden.

.

Klik hier om te luisteren.

Plaats een reactie