Stroomstruikels en verdwijningen

Merkwaardige omstandigheden zetten mij aan om na te denken over mijn digitale verslaving.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Eigenlijk is het al van begin af aan zo. Ik heb hem, maar eigenlijk vind ik het waanzin. De smartphone. Sinds 2018 neemt dat ding een van de eerste plekken in binnen mijn intiemste kring. Ik verbaasde me er meteen al over wat je er allemaal mee kon en de snelheid waarmee de duim van mijn voorlichter over het scherm ging. Het was een jongen van vijftien en al gauw deed ik het net zo vanzelfsprekend als hij, bezocht sociale apps, checkte vijf keer per dag mijn mail en het ding ging steeds vaker met me mee.
De eerste jaren gaat dat probleemloos. Maar na een tijdje denk ik het steeds vaker: Deze onzin moet maar weer eens afgelopen zijn. Terwijl die gedachte groeit neemt mijn gebruik juist toe. Voor het eten korte filmpjes kijken op Facebook. Steeds teruggaan naar de commentaren en Instagram. Goed voor de wereld, want ik steun immers oorlogsslachtoffers in mijn commentaren. Een goed excuus, vind ik. Maar de stem van mijn onbewuste roept en het wordt steeds sterker. Maak jezelf vrij! Weg met dat ding! Onbewust doe ik pogingen om ervan af te komen. Achteloos laten liggen op een tafeltje bijvoorbeeld. Maar van zo’n kostbaar ding afkomen, dat is nog niet zo makkelijk, in een maatschappij waar iedereen er verschrikkelijk afhankelijk van is. Al gauw komen mensen naar me toe met opgehaalde wenkbrauwen. Ze heffen het roze hoesje in de lucht waar mijn verslaving in zit. Met nadruk klinkt steeds weer hetzelfde zinnetje: “Is dit van jou?” Ik moet dus beter mijn best doen met kwijtraken.

Maar dan lijkt de tijd langzaam rijp te worden. Rijp om af te kicken van de dikke vette digitale tiet, die mij afhoudt van mijn eigen voedzame stroom. Welke gedachten en scheppingen wachten op een lege geest maar krijgen de kans niet? De achterliggende kracht om ervan af te komen wordt almaar sterker. De innerlijke bron die door steen kan breken. Dingen haperen of verdwijnen. Het strekt zich verder uit dan alleen de telefoon. Op een gegeven moment lijkt elk digitaal contact te worden belemmerd. Het stekkertje van mijn laptop past opeens niet meer, hij is gegroeid. Terwijl hij altijd op dezelfde plek ligt en ik hem nooit ergens mee naar toe neem. Ook mijn vriend buigt zich erover en we snappen er niks van. Daar blijft het niet bij. De volgende dag komen er mensen voor een interview. Ik ruim het huis op van voor naar achter, van onder tot boven. Als laatste leg ik mijn smartphone op de vensterbank, het roze hoesje is beduimeld en glad van de vele aanrakingen. Er zitten transparante stickers op van Treesistance. Liefkozend gaat mijn vinger over het roze leer, dat een plantaardige oorsprong heeft. Ik bedenk me net hoe vreemd het is dat ik dit doe. Een telefoonhoesje aaien. Alsof het mijn vriendje is! Wil ik dat wel?
Precies op dat moment komt er een auto aan. Het zijn de mannen waar ik op wacht, die van het interview, De een komt als interviewer, de andere is fotograaf. De auto rijdt het veld op om te parkeren, precies op het laagste stuk. Hij zwaait vrolijk door het raam, maar ik weet: daar komt hij vast te zitten. Dat is al zo vaak gebeurd! Ik moet ernaartoe, hoe eerder hij daar weg is hoe beter. En hoewel ik zojuist nog besloot dat mijn telefoon daar prima lag, kleeft hij nu als vanzelf aan mijn hand vast, zonder dat ik er acht op sla. In mijn gedachten is alleen nog de gestrande auto. Daarna draag ik een antislipmat aan, help duwen. Uiteindelijk lukt het. Maar als het interview voorbij is en de mannen zijn weg, ligt mijn telefoon niet meer op dat plekje in de vensterbank. Na een poos zoeken op plekken waarvan ik weet dat hij er toch niet ligt, dringt het besef bij me door, heel langzaam, van een telefoon in mijn hand. De razendsnelle keuze om hem niet in het natte gras te leggen maar op het droge staal van de auto. En daarna het rumoer van het moment en het vergeten. Ergens onderweg viel hij van de auto af. Dat was zelfs te traceren. Toen ik daarna mezelf belde deed hij het eerst nog. Maar van het ene op het andere moment was er geen bereikbaarheid. Gevallen en overreden. Zo moet het gegaan zijn.
Maar nu! Eindelijk is het gelukt. Ik ben ervan af. Ik ben er beduusd van. En er was nog een afscheid ook. Een laatste liefkozing van het roze leer.

Ik laat het tot me doordringen. Op het moment dat mijn smartphone weg is, kan ik helemaal nergens meer bij, ook niet bij mijn mail. Want dat stekkertje van mijn laptop was immers ook al op wonderlijke wijze van vorm veranderd en hij past nog steeds niet. Alles zet me aan om een pauze te nemen en me te bezinnen op deze verslaving. Bleek kijk ik voor me uit. En neem dan een radicale beslissing.

In de winkel van Odido zeggen ze dat het niet kan, mijn abonnement opzeggen. Dat kan alleen een paar maanden van tevoren en mijn abonnement loopt pas af in augustus. Dat zou betekenen dat ik nog tien maanden blijf doorbetalen, dat is meer dan tweehonderd euro. Omdat ik dat toch zonde vind, koop ik een tweedehands smartphone met een barst erin. Facebook en Instagram gooi ik eraf. Dat is dat. Maar Spotify wordt meteen geïnstalleerd en gelijk ga ik die avond naar mijn luisterboek alsof er niks gebeurd is. Als een kleuter lig ik te luisteren, zoals ik dat nu al avond na avond doe. Luisterboeken zijn tegenwoordig onbeperkt beschikbaar, actief lezen hoeft niet meer. Je hoeft steeds minder zelf te doen. Vlak voor het slapen gaan zie ik dat het apparaat nog maar zes procent stroom heeft. De lader, die ik meteen had aangesloten, heeft niks gedaan. En dat terwijl het stekkertje gewoon leek te passen. Ik probeer nog drie andere stekkertjes en fiets dan naar Dick die ook al zijn plugjes uitprobeert, echter zonder resultaat. Net als bij de laptop.

Is dit een les? Tuimel ik er opnieuw in, door gewoon op dezelfde voet door te gaan? Er is een wijze stem in mijn hoofd die zegt: Ga ook van Spotify af en zet door. Bel Odido persoonlijk en vraag of ze nu al kunnen vastleggen om het abonnement te laten aflopen in augustus. Maak afspraken zodat je voor jezelf geen uitvluchten meer kan zoeken, of stiekum van uitstel afstel maakt. Tenslotte zit ik straks echt niet helemaal zonder internet. Ik kan altijd op de camping terecht, daar is Wifi. Het is maar vierhonderd meter hiervandaan. Toch zal die afstand mijn gedrag volkomen veranderen. Pech is niet voor niets. In feite is het een hele eer om met pech te worden bediend. Je bent uitverkoren om van koers te wijzigen en de signalen worden als duidelijke bakens voor je voeten geplaatst. Dat neemt niet weg dat ik kwaad ben. Ik weet niet op wie, maar heb zin om een bushokje in elkaar te trappen. Dat doe ik natuurlijk niet. Want eigenlijk is het helemaal niet leuk om bushokjes in elkaar te trappen. Een hele hoop mensen hebben daar last van.

De volgende dag ga ik vol goede moed naar de winkel. Gek genoeg is er geen probleem, bij hem doet het stekkertje precies wat het moet doen. Ik krijg het bewuste draadje mee naar huis, maar dan blijkt het plugje niet te passen op mijn adaptor. Mijn vriend lacht zich slap, maar mij verbaast niks meer. Ik weet nu dat het in elk geval goed komt. Ik ga door met afkicken en demp de stroom van buiten.

Er is ten slotte nog iets, waarom dit steeds belangrijker wordt. In deze tijd, waarin steeds meer bedrijven door Chinese of Amerikaanse multinationals worden opgeslokt, dient een digitale verslaving vooral de machthebbers. Ik geef mijn stekker dus niet alleen een andere aansluiting voor mezelf, maar ook uit maatschappelijke overwegingen. De oorlogsslachtoffers vergeet ik evengoed niet. Ik zal ze op gepaste tijden schrijven.
En nu is het stil. Stil genoeg om het te laten ontstaan, vanuit het binnenste, de innerlijke bron. Ik luister naar de wind, die buiten ijskoud waait. En verdraaid, ik hoor nog iets. Heel duidelijk. Een bel die rinkelt in de verte. Iemand roept wat. Zowaar! Het is de telefoonjuf van het universum. “Verbonden!” roept ze en knipoogt. Ik steek mijn vuist in de lucht en lach. Mijn dag is weer helemaal goed.

.

Vraag

.

.

Er is iets bijzonders, wat langzaam gestalte krijgt en tot een eindresultaat komt. Ik ben er al een paar jaar mee bezig. Het vraagt concentratie en discipline. Maar het liefst zou ik elke dag verder gaan met wilgen snoeien en kappen. Ik hou van bomen die groeien onder mijn aandacht, maar ook machtig mooi is het ook om een grote boom om te zagen, het touw vast te maken, te trekken, te duwen, opnieuw te zagen, tot hij uiteindelijk met een doffe dreun op de grond valt. De bomen die al jaren geleden zijn geplant, groeien nu hutje mutje op elkaar met nauwelijks tussenruimte. Dus het is nodig. Maar hoe graag ik het ook doe, er is dus iets anders wat al mijn aandacht vraagt. Het is mijn nieuwe boek: “De heilige traagheid der dingen” met als ondertitel “Aardewerk in Friesland. Daarvoor benaderde ik vijf uitgevers. Eentje zei meteen ja, maar die vroeg direct om mijn publiciteitsplan. Ik had geen zin om daarover afspraken te maken, dan is de lol er voor mij gelijk af. Dus nu geef ik het uit in eigen beheer. Dat neem ik heel serieus. Voor de 22e keer ga ik het hele boek af om het nog beter te maken dan het is. Ook maak ik mijn eigen omslag met daarop schilderijen die ik maakte en die horen bij het verhaal. En hoewel mijn armzalige laptop hard tegensputtert bij al die grote bestanden, lukt het toch. Ik ben blij met het resultaat, al moet je het altijd even laten drukken om te zien hoe het uitpakt. En dan weer bijwerken. Het is een hele klus.

Ondertussen groeit de intekenlijst. Daar ben ik blij mee, van het bedrag dat ik daarmee verdien, laat ik extra boeken drukken waarmee ik zelf boekhandels af ga. In de eerste plaats in Friesland. Het is meteen een mooie gelegenheid om de provincie beter te leren kennen. Misschien denk je: als het boek er is dan koop ik er wel eentje. Maar voor mij is het dus heel fijn als je je nu al inschrijft. Hoe meer mensen zich inschrijven, hoe meer mensen het boek straks kunnen lezen. Dus als je dat doet ben ik je dankbaar. Het mailadres is:

tt.alowieke@gmail.com

En nu ga ik weer verder met bomenrijen uitdunnen. Na dat geworstel met de boekomslag ben ik daar helemaal aan toe. Ik wens jullie een mooie dag.

Groots en succesvol of klein en vitaal

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan.

De mist die twee dagen en nachten het land omhulde, is opgetrokken. De zon schijnt uitnodigend en ik zit achter de laptop omdat ik op zondagochtend altijd mijn blog schrijf. Het liefst zou ik naar buiten gaan, verder met wilgen snoeien, verder met creëren van het landschap. Hier wil ik zijn, dit wil ik opbouwen.

Ik schreef een boek, over het proces van het planten van de bomen, bespiegelingen over tijd. Het was fijn om te doen, en het zal voor sommige mensen vast heel fijn zijn om te lezen. Er kwamen negen schilderijen uit mijn handen, die het verhaal illustreren. En nu is dit project ten einde. En dan komt het pas, het publiek opzoeken, het aan de man brengen. Mijn eerste uitgever zei dat hij zijn werk in wilde krimpen en ik viel buiten de boot. Daarna ben ik nog vier andere afgegaan. Een zei gelijk ja, het boek viel helemaal in haar lijn, maar ik moest wel zelf een publiciteitsplan maken. Het maakte me moe. Ik wil helemaal niet eindeloos bezig zijn met iets dat af is. Het werkelijke verhaal is immers hier gaande, op en onder deze grond en in het water dat stroomt door de Swette. Een boek is slechts een fixatie van momenten en gedachten. Het verhaal dat hier gaande is vraagt ook niet om een plot of een spanningsboog, het is er in het ritme van de seizoenen dat nooit ophoudt. En ik werk het allerliefste mee, om het steeds meer te laten bloeien, steeds meer dieren te zien die zich te goed doen aan zaden en insecten waar ik voor zorg. Ik luister naar het geritsel in de bosjes waar een dier een schuilplaats vindt in de beschutting die ik maakte. Ooit vond ik een oude pot in de grond, en legde hem onder de opgroeiende kastanje. Als ik de pot oppak zie ik dat er een grote segrijnslak in zit. Een heel gewone slak, maar de patronen op zijn huis lijken wel gouddraden tegen het donkerrood en azuurblauw dat bijna onzichtbaar doorschemert in het bruin van het halfvergane aardewerk. Hoe zou ik dit kunnen missen.

Het boek dat klaar is heet: “De heilige traagheid der dingen.” Maar alleen al de titel heeft een tegenstrijdigheid in zich als ik het boek wil uitbrengen. Als de publiciteit ervan erom vraagt dit terrein steeds vaker te verlaten dan verlaat ik ook de kern waar het om begonnen is. Dit land, waar ik bomen plant, en waar het verhaal langzaam ontluikt. En het is ook langzaam dat ik de omwonenden leer kennen. Alles wat duurzaam is duurt ook lang voor je het verkrijgt. Snel gewonnen, snel geronnen. Liever onopvallend, maar wel klein vitaal en stevig, dan tijdelijk succes waar je mager en moe uit komt. En wat blijft? Ik kijk naar de segrijnslak, die zich voor de winter heeft teruggetrokken in zijn kleine fijne huis. Ik zie het gouden patroon tegen de oude ingetogen kleuren van de oude pot, nog vochtig van de ochtendmist. En dan neem ik een besluit. Ik wil de traagheid der dingen bewaren. En daarom ga ik niet verder in mijn zoektocht naar uitgevers, met hun afspraken en al hun eigen ideeën. Ik geef het uit in eigen beheer. Er zijn nu bijna zeventig mensen die zich hebben ingeschreven en er zijn negen grote schilderijen bij het verhaal gemaakt. Die zullen een plek vinden en het verhaal op hun manier verder vertellen. Het hoeft ook niet vandaag of morgen. Als ik iets wil laten zien, als ik ergens over wil vertellen, dan is het hier. Bij mijn huis aan het Verhalenpad, waar ik bomen plantte en waar ik nog steeds met liefde voor zorg. Ik ga niet weg om vluchtig succes na te jagen. Mijn boek hoeft geen bestseller te worden. Het is de trouw aan de heilige traagheid der dingen, trouw aan het pad, de bomen en de dieren waar het om gaat. Wat daar uit voortkomt is kostbaar als water. Ik werk aan dit land en hier groeien de verhalen en de beelden. De enkeling zal het zien. Wie verhalen of planten heeft uit te wisselen komt maar hierheen of nodigt me maar uit. Als het niet te ver is kom ik. Alleen zo komt mijn verhaal in een groter geheel te staan, spiegelend in wat er is en steeds weer anders. Alleen zo. Zo is het goed.

.

Opgejaagd of uitgerust

.

Stel dat er zich een moment voordoet dat je carrière kan maken. Maar je moet het wel meteen doen, anders is het moment voorbij. Maar je goeie schoenen zitten onder de modder en je fiets staat bij de fietsenmaker, je telefoon is stuk en je bent moe. Wat doe je? Eerst de uitrusting, dan de man, zeggen ze in het leger. Ongeveer dat is het waarover we praten tijdens een fietstocht door Fryslân.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Rustig fietsen we samen op onze ouderwetse stalen rossen onder de wijde blote hemel. In een rustig tempo, af en toe tegen de wind in, op smalle fietspaden en betonpaden die als een netwerk door het weidelandschap lopen. De zon schijnt laag tussen de sluierwolken door en aan de horizon komen de eerste regenwolken. Al fietsend bekijken we hoeveel energie we nog hebben, hoelang het nog zal duren tot de regen valt en hoever het nog is naar huis. We wijken af van de route, die Natuurmonumenten ons heeft opgegeven. Zo hoeven we ons niet te haasten om thuis te komen en kunnen rustig doorpraten tijdens het fietsen. Ik kijk opzij naar Dick.

“Ik moest nog denken aan ons gesprek van gisteren. Over carrière maken en wat daarvoor nodig is. Ineens wist ik wat het laatste moment was, dat ik hoger op de ladder had kunnen komen. Dat was aan het einde van het interview met Lex Bohlmeijer.” Het is een moment waar ik wel vaker aan denk. Dick houdt zijn blik op het pad terwijl ik verder vertel. Ik houd zijn schouder vast, zodat we afstand kunnen houden op het smalle fietspad naast het riet. Anders raken onze sturen in elkaar verwikkeld tijdens het praten. Ik kijk voor me uit terwijl ik het gezicht van Bohlmeijer voor me zie. “Ik weet het nog precies. Aan het eind vroeg hij: En wat ga je nu doen? Ik zei: Eerst onderhoud plegen. Vol onbegrip keek hij me aan en met enige stemverheffing riep hij uit dat ik natuurlijk verder moest trekken. Nee, hield ik vol. Maar zo was het dus wel gegaan als ik aan de weg had getimmerd. Dan had ik gelijk mijn volgende themareis klaar moeten hebben, zodat alle luisteraars zich daarop konden richten en er meteen op konden intekenen. In dat opzicht was het een gemiste kans.” Dick ziet daar de wijsheid niet van in. “In het leger zeggen ze: Eerst de uitrusting, dan de man. Anders had je meteen haastig verder gemoeten, dat is toch niks!” Ik kijk naar de zon en het wuivende riet, waar ik nu onbezorgd van kan genieten, en niet plichtmatig omdat ik beroemd moet worden met het beschrijven van mooie natuurtaferelen. “En jij bent nog niet beroemd, je zou hard moeten werken om zulke themareizen op de kaart te krijgen en mensen naar je toe te trekken,” zegt Dick. Ik knik. Het had me binnen de kortste tijd uitgeput. Maar nu ben ik zestig en de nieuwe basis is gelegd. Het bevalt me prima om riet te maaien, gras te knippen, compost en humus te maken. Het gaat altijd door en je hoeft er niet steeds bij na te denken. Tussendoor leer je mensen kennen en er groeit vertrouwen. Die energie zal steeds meer bodem vinden en niet worden weggeworpen in een lekke mand. Er zijn ideeën genoeg, voor wat ik hier kan doen. Liever in de diepte dan in de breedte. Gejaagd de maatschappelijke ladder beklimmen, dat doen er al veel te veel. Een goeie uitrusting en gestage organische groei, daarmee begint het pas: een duurzaam leven.

Zachtjes begint het te regenen. Gelukkig hebben we onze regenbroeken aan. Precies als we thuis de deur binnenstappen begint het te hozen. Alles is perfect.

Landschapspijn en werken aan hoop

Blijven vertellen, blijven delen wat je hoort en doorgaan. Zo komen we er samen wel.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Er komt iemand naar me toe, een vrouw en ze is boos en in. Er waren weilanden vol zonnebloemen. Ze kwam er graag langs op de fiets, stopte dan en keek hoe hele zwermen vogels genoten van het gerijpte zaad. Nu is alles weg. Ze zag hoe de boer alles maaide. Waar moesten al die vogels naartoe? Er was niks! Nee, ze had de boer niet gesproken. Ze was boos en verdrietig. Begrijpelijk.

Even later, als ze weer weg is, kom ik mijn buurman tegen. Hij is landschapshistoricus en werkt freelance voor de provincie. “Goh ja”, zegt hij als ik het verhaal vertel, “dat is natuurlijk zo. De boer krijgt subsidie voor bloemen en insecten en zaait daarvoor die bloemen. Maar daarna begint het eigenlijk pas met het zaad en de vogels. Een boer zou méér subsidie moeten krijgen om het ook de hele winter nog te laten staan.” Hij kijkt in gedachten voor zich uit, zijn blik is vastberaden. “Het komt goed uit” zegt hij. “Binnenkort spreekt ik een man, gespecialiseerd in landschaps-subsidies. Die werkt met boeren.” Hij kon natuurlijk niet zeggen of het een gevolg zou krijgen, maar hij zou het aan hem voorleggen. Dat scheelt zoveel, te weten dat er mensen aan werken.

Ik loop van mijn buurman terug naar mijn eigen afgelegen veldje en kijk naar de bult aan de overkant van de sloot. Daar ligt het Verhalenpad, waar ik aan werk. Het Wetterskip heeft bij het hekkelen veel riet laten staan. Het ziet er mooi uit. Wat gemaaid was of wat plat op de grond lag heb ik opgeruimd of overeind gezet. Het gemaaide riet ligt nu in dikke bulten onder de jonge bomen, op de helling van de bult. Het zal het huis vormen van insecten tijdens de koude winter. Het zal vergaan tot compost en het houdt brandnetels en de groei van het levende riet tegen. Tussen de bulten en het wuivende riet kunnen de hazen blijven rondscharrelen en vogels vinden er een schuilplaats. De plek wordt steeds specialer. Zo zag ik deze zomer een jongetje. Hij holde bij zijn ouders vandaan en riep over zijn schouder: “Ik ga naar het natuurgebied!” Dat is het dus, deze plek waar ik aan werk. En nu werkt het Wetterskip ook nog mee. “Dat laten staan van riet hebben ze niet zomaar gedaan. Er moeten meer van zulke stukjes natuur komen vinden ze.” Dat zegt de buurman, landschapshistoricus. Zo werkt dat dus, je begint ergens aan en op een gegeven moment wordt het gezien en sluit het aan bij een grotere beweging. Je laat iets zien, praat over dingen die je raken, en dan opeens luistert er iemand, die doet er wat mee. Het kan overal gebeuren. Houd dus hoop en blijf geloven in wat je doet en zegt. Het kan zomaar zijn dat iemand vastberaden achter je gaat staan. Samen komen we verder.

.

Een ontdekkingsblijviger zijn

Geen ontdekkingsreiziger maar een ontdekkingsblijviger. Het land heeft me nodig.

.

Er is dit keer geen luisterversie.

.

Een klein huis in de natuur is fijn. Hoewel ik soms best naar een groot atelier verlang of een schuur of een logeerkamer. Of een lege ruimte om in te dansen. Soms verlang ik naar een huis in de stad, dichtbij de broeiplaatsen. Soms verlang ik naar vreemde verre dingen.  Maar zou ik daar ook echt heen gaan als iemand het me aanbood?

Terwijl ik dit denk, hoor ik gekrabbel vlak boven me. Het is een mees, die even mijn dakkap bezoekt, op precies dezelfde plek waar kortgeleden nog die jonge havik zat. Ik zie zijn pootjes door het glas, het gele buikje, heel dichtbij. De voertafel is net gevuld. Over een uurtje zal hij alweer leeg zijn. Door het raam bespied ik de vogels. Ik beweeg langzaam om ze niet te laten schrikken. Er komen niet alleen de kool- en pimpelmezen, maar ook vinken en groenlingen. Een merel komt aanvliegen en landt pardoes bij de drinkplek. Het is een deksel van een aluminium melkemmer, de dikke rand vormt een geheel met de kom. Dat is ideaal voor de vogels om rustig te toeven. Pimpelmezen gebruiken het als bad, ze passen er precies in. Daarna vliegen ze op om zich tussen de takken schoon te poetsen en hun vleugels te schudden. Meestal is dat een schietwilg. Die groeien vlak achter mijn huis als een bos micadohoutjes alle kanten op. Dunne sprieten met maar een paar takken buigen zich krom om toch maar een beetje licht te kunnen vangen. Ver groeien ze over de jonge elzen heen, over het jonge sporkehout en de zuurbessen. Die vervolgens ook allemaal scheef gaan groeien. Alles zoekt een weg in het steeds veranderend woud van leven. Ik ben hier om te begeleiden. Na veel hard werken doe ik dit jaar geen plantwerk van betekenis, het zal vooral zagen worden. Het dichte bos micado uitdunnen, om al de anderen licht te geven. Ook voor de jonge appelbomen, die we dit jaar gaan planten. De vele takken zal ik gaan composteren. Het is kletsnatte harde klei hier. Zonder goede bodem redt een nieuwe boomgaard het niet. Er is veel te doen. In mijn kleine huis sta ik er middenin. Eigenlijk is het een nest, ik ben er om te rusten, maar ga er niet de hele dag inzitten. Dat doen vogels ook niet. Die eten of spelen en gaan pas bij schemering naar hun schuilplek. Dat doe ik ook. Klein wonen maakt mijn wereld groter, en ook mijn betrokkenheid. En soms komt er een mens.

Terwijl ik buiten naar de vogels kijk, hoor ik een machine naderen. Hij gaat langzaam, als een trekker die aan het werk is. Vanachter de bomen komt hij nu tevoorschijn. Ik zie het al. Bij de buren wordt de sloot gehekkeld. Terwijl ik nog wat gras uittrek in het klaverveld hoor ik het geluid van de motor. Heel lang staat hij stil, op het hoekje, waar de sloot naar de Swette loopt. Daar gaat het water een pijp in, die loopt onder de weg door. Er zitten roosters voor. Het water wordt daar geregeld met een soort van klep, maar die heb ik nooit gezien. Die zit onder water. Er zwemmen vaak aalscholvers rond in dat stuk sloot, ongezien achter het riet. Dat riet is nu weg. En de trekker die dat deed blijft daar maar staan, op het hoekje. Ik word nieuwsgierig en loop erheen. “Waarom stop je, wat ben je aan het doen?” vraag ik de jonge man. Hij kijkt naar het maaisel, dat in een dichte hoop op de kant ligt. Dan kijkt hij naar mij. “Ja, er waren hier allemaal vissen! Die heb ik weer teruggegooid het water in.” Hij tuurt nog eens goed of hij er geen eentje vergeten heeft. “Wat mooi!” juich ik hem toe “Dat doe ik ook altijd! Ben je van het Wetterskip?” Hij schudt zijn hoofd. “Nee ik werk voor deze boer, maar ik dacht ik doe dat hoekje ook nog even.” Dat hoekje is dus een sloot die het Wetterskip beheert. Die was al geweest, maar hier net even niet. Wat fijn dat die jongens mekaar zo aanvullen. En dat hij uitstapt om vissen te redden. De wereld gaat nog niet ten onder aan onverschilligheid.

Samen maken we er wat van. Dit is waarom ik geland ben, waarom ik niet zoals velen, met een camper door het land reis. Waarom ik geen moderne zwerver wil zijn, geen onrustige ontdekkingsreiziger of een eeuwige toerist. Ik ben waar ik ben en blijf zolang als ik kan. Een ontdekkingsblijviger, dat wil ik zijn. Samen de wereld mooier maken: voor mij begint het hier, in Friesland, tussen de weiden. Klein maar aanwezig.

Ik kies voor een degelijk werkspoor

.

Een nieuwe wekker en politiek, wat heeft het met elkaar te maken?

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het leven bestaat uit verschillende lagen. In het dagelijks leven leef ik eenvoudig en dicht bij de natuur. Ik ga om met de aarde zoals ik vind dat je dat hoort te doen. Het gaat om respect en bewondering en om verantwoordelijkheid. Een andere laag is die van het politieke bewustzijn. Dat dit ook echt bij het leven hoort wordt mij steeds duidelijker. Deze week vielen twee dingen samen, twee voor mij historische momenten. Ten eerste, ik heb eindelijk een goeie wekker gevonden. Het is een oude die je moet opwinden, zoals ik dat graag heb. Ten tweede, ik ben lid geworden van een politieke partij. Het lijkt of die dingen niets met elkaar te maken hebben, maar toch blijkt er een verband te zijn.

Ik begin met de wekker, waar ik zo blij mee ben. Het is een ivoorwitte wekker, met kleine cijfers op de wijzerplaat. Bovenop zit een klein knopje, waarmee je het alarm uit kan zetten en hij staat op twee stevige pootjes, die geen enkele neiging hebben om er af te vallen. Hij voelt zwaar aan, en ook de opwindvleugeltjes aan de achterkant zijn sterk en degelijk. Als hij rinkelt doet hij dat met een laag geluid, dat mij hetzelfde vertelt: Het is degelijk materiaal. Toen ik hem in gebruik nam liep hij eerst achter, maar na een paar dagen warm lopen geeft hij precies de juiste tijd aan. Dat heb ik nog met geen enkele wekker gehad, mijn hele leven niet, en ik heb er al veel gehad. Knopjes en pootjes vallen er af, het alarmmechanisme gaat kapot, ze lopen of achter of voor, maar nooit op tijd. Zelfs de wekker van een juwelier was niet beter dan alle andere.

Het is een teken van deze tijd. Kwaliteit is niet belangrijk, de zaken moeten zo goedkoop mogelijk worden geproduceerd, om met zoveel mogelijk winst verkocht te kunnen worden. De juwelier kan ook niet anders dan inkopen wat er op de markt is, en dat is hoe dan ook flut. Het wordt steeds erger. Het lijkt wel of we met zijn allen gezegd hebben: Dat is nou eenmaal zo, zo is het in de wereld en daar kunnen we niks aan doen. Ik geloof dat niet. Daarom zie ik dat ook als een verantwoordelijkheid. Ik leef niet alleen simpel voor mezelf. De wereld om mij heen is mijn basis en ik wil ervoor zorgen. Als ik die verantwoordelijkheid ontken dan woon ik op een eiland dat steeds kleiner wordt, almaar kleiner naarmate de rijken het land oppeuzelen ten bate van hun eigen winsten. Dat gewone mensen er niet beter van worden is duidelijk. De mensen zijn druk en overspannen, er moet gepresteerd worden maar men wordt er zelf niet beter van. Mijn openbaar vervoerkaart is opnieuw duurder geworden. De zorgverzekering ook. Wat een geld allemaal. Naar wie gaat dat toe? Wat krijgen we ervoor? Toen mijn vorige wekker op de grond viel deed hij het helemaal niet meer, en er is geen wekkerdokter meer die hem repareert. Alle wekkerdokters zijn immers allang failliet.

De politiek van deze tijd is als zo’n slechte wekker. Het loopt altijd achter, er zitten geen pootjes meer aan en ook geen knoppen. Het alarmmechanisme is al tijden kapot en velen komen niet meer naar vergaderingen of naar de stembus. Toch hebben we het nodig, de politiek. Ik ben nu lid geworden van de SP omdat dit de eerste partij was die het zag. Dat, waarvoor allang vele alarmbellen hadden moeten gaan rinkelen. Hoe de wereldwijde concurrentie-economie ervoor zorgt dat vele zaken nu in buitenlandse handen zijn. De zorg, de peuteropvang, vervoersbedrijven, zelfs de bus op Schiermonnikoog is niet meer van de bewoners. Ook het onderwijs wordt uitgekleed en nog veel meer. Gelukkig is hier nog niet het water in buitenlandse handen, zoals in Engeland. Dat is pas echt een ramp. Het geld stroomt weg, en de rommel blijft liggen. Daar hebben ze geen belang bij.  Dat het ook hier steeds erger wordt, is duidelijk. En terwijl het debat almaar over buitenlandse vluchtelingen gaat, pikken die miljardairs stukje bij beetje steeds meer in. Ze lachen in hun vuistje, niemand die er wat van zegt, zelfs politici staan zwijgend tegenover dit gebeuren. En beste mensen, bedenk je toch eens, wat kan een arme ellendige vluchteling nou kwaad doen, vergeleken bij de rijken die alles opkopen? Zelfs al zou hij een keer een brood pikken, dan nog! Buitenlandse bedrijven pikken hele woonwijken in, ons hele leven raakt doordrongen van hun praktijken.

De SP is een partij die daar wat aan wil doen. En een partij heeft leden nodig. Leden zijn als de pootjes waarop de wekker staat. Een partij zonder leden is eigenlijk geen partij. De PVV heeft maar een lid en zou eigenlijk niet mogen bestaan. Zelfs een wekker heeft drie pootjes en geen een. Een partij zou 6750 leden moeten hebben om zich een partij te mogen noemen, sprak Sneller, tweedekamerlid van D66. Zijn voorstel werd niet aangenomen. Stel je voor, dan waren een aantal partijen meteen opgehouden met bestaan.

Toch zou het beter zijn. De standpunten van een partij horen voort te komen uit de achterban. Niet van een enkele man. De SP heeft een lange geschiedenis en is zo’n degelijke partij. Net zo degelijk als mijn wekker, en net als deze nieuwe aanwinst, nogal ondergewaardeerd. Ook de SP verdient meer aandacht. SP merkte als eerste op dat het misloopt, hoe alles steeds verder uit elkaar valt. Langzaamaan zien ook andere partijen het, het vrijemarkt-mechanisme is veel te ver doorgeschoten.

Ik woon en leef eenvoudig. Dat is mooi, je bent een voorbeeld voor anderen, zeggen sommigen en daar ben ik blij mee. Maar ik leef nog steeds in deze wereld en niet in een droom op een eilandje. De natuur om mijn heen kan niet herstellen als wij niet gezamenlijk het beheer terugkrijgen. Buitenlandse bedrijven horen niet over ons de baas te zijn. Daarom vind ik politieke betrokkenheid belangrijk. Ik vind het belangrijk dat een betrouwbare partij als de SP, die het opneemt voor de lokale burgers, wordt gesteund. Dus ben ik lid geworden. Al met al was het een bijzondere week. Eindelijk heb ik een goeie wekker. En voor het eerst lid van een partij. Dat moet wel een degelijk werkspoor opleveren.

Alleen wat echt is blijft

Over intenties en verwachtingen van jezelf en anderen. De reis die ik maakte en mijn bedoelingen. En de drijfveer die je alleen zelf kent. Wat blijft over?

,

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Iets meer dan zes jaar geleden liep ik met het Rijdende Verhalenhuis tussen de weilanden. Het was een boeiende mix van verwachtingen en openheid voor wat er zou komen. Al mijn bezit had ik achtergelaten en het weinige wat over was bevond zich in mijn wagen. Door die onverdeelde eenvoud hoopte ik er helemaal te kunnen zijn in mijn ontmoetingen, voor de mensen onderweg en voor de lezers van mijn verhalen.

Ik schreef verhalen zoals ik me dat had voorgesteld, had gesprekken met boeren en dorpelingen van het platteland. Over de achtergronden zocht ik veel uit, vooral in het jaar na de reis. Niemand kende me, niemand wist van mijn bedoelingen, maar de verhalen stroomden. Er waren goeie en moeilijke momenten. Maar wat ik aan het doen was begrepen slechts weinigen. Ik werd gezien als een vakantieganger, die tijdelijk onderkomen zocht. En ja, iedereen schrijft wel eens een blog tegenwoordig, tijdens vakanties en op reis. Maar ik wilde dieper gaan dan dat. En terwijl ik nog lang niet uitgeschreven was, werd ik diverse malen weggestuurd. Ze zagen me als een zwerver.

Dat beeld bleef. Na drie maanden trekken trok ik een jaar uit om het boek te schrijven. Ik hoopte dat het daarna zou komen, dat men zou zien wat mijn bedoeling was. Het boek kwam uit op een goed moment, precies in die tijd kwamen de eerste boerenprotesten. En mijn boek sloot daar mooi bij aan. Het zou meer begrip opwekken voor de boeren. “Langs kantelende wegen” heette het. Maar mijn verhalen leken weinig te doen. Er waren wel interviews waarin men zijdelings vroeg naar wat ik tijdens mijn tocht gezien en ontdekt had. Verder ging het vooral over mij. Verdorie, ik had het weer te mooi gemaakt, het kleine sprookjesachtige huis op wielen, de manier hoe ik het voorttrok, alles maakte fantasieën los in mensen. Die gingen een heel andere kant op dan mijn bedoeling was. Het ging een eigen leven leiden. En nu, zes jaar later hoor ik nog steeds dat er een vrouw is die door het land zwerft met haar eigen kleine huis. Hartstikke leuk. Maar die vrouw, dat ben ik niet. Het werd een mythe op zich. Een droombeeld, een archetype. Je kan er trots op zijn, dat te hebben bereikt. Dat lokt me, maar daar tuin ik niet in. Want uiteindelijk heeft het maar weinig met mij te maken. Het is hun droom, niet de mijne.

Wat ik hoopte bleef uit. De vragen die ik verwacht had: Zou je met je wagen hierheen willen komen om dit land te beschrijven, te tekenen en samen met ons te behouden voor de toekomst? Ik zou daar graag met je over willen praten. Maar nee, ik ben geen gestudeerde vrouw met een netwerk. Ik deed geen landschapshistorie of biologie. De karikatuur van een vrouwelijk soort Swiebertje bleef hangen, een zwerver zonder doel, levend met de dag. De eeuwige vakantieganger. Verwoed probeerde ik dat beeld van me af te schudden. Maar na zo’n populaire hit, want dat was het, lukt dat dus niet meer. Net zoals Karin Nilsson nooit meer afgekomen is van haar Pippi Langkous imago, zo leek het ook met mij te gaan.

Prompt heb ik me gevestigd bij de eerste boer die ik had leren kennen in Fryslân, boer Jochum. Het moest anders. Ik zou me gaan wortelen. De heilige traagheid der dingen beleven, de verhalen nog intenser maken. Mijn relatie met de mensen en het land zou zich vooral concentreren tot deze plek, deze streek. Hoe langer je ergens bent, hoe duidelijker de verhalen zich gaan uittekenen. Eigenlijk is een heel leven nog te kort om een enkele plek de aandacht te geven die het toekomt. En door er te zijn kan ik ook een bijdrage leveren aan de groei en een levende aarde. Bomen en kruiden planten, helpen bij wat er speelt. Zo schrijf ik niet alleen een verhaal, maar maak er ook deel van uit.

Nu woon ik hier vier jaar. Begin dit jaar riepen de kinderen me nog na: “Alowieke, zwerver, zwerver!” Dat is nu voorbij. Zo langzamerhand weten de mensen het. Ik praat met kinderen en buren en hoor hier. Nu begrijpen ze dat ik ook een bewoner ben, eentje die verhalen schrijft, bomen plant en schildert. Het kost tijd.

Hoe je gezien wordt bepalen uiteindelijk de mensen om je heen. En ze denken altijd wat anders dan jij. Maar wie je bent en wat je wilt, dat weet je alleen maar zelf. Jouw drijfveren zijn onzichtbaar, tot je het laat zien. Er is stilte voor nodig om te luisteren en echte vrienden om mee te praten. Alleen wat echt is blijft.

Dit is de knop naar de luisterversie van het verhaal.

En nu eerst ik

Eerst lekker slapen

De havik op mijn dak

Het Wetterskip is geweest. Ze hebben naast het Verhalenpad, aan de noordkant van de bult het riet gemaaid. Alleen langs de sloot, de rest staat nog overeind. Er ligt een spoor doorheen waar de brede banden van de trekker heeft gereden. Ik werk hard om het maaisel op te ruimen. Dan ga ik even overeind staan en kijk in gedachten naar het aangrenzende weiland. Reed ik gisteren nog vijftig kilometer voor Gaza, vandaag sjouw ik zware vrachten riet en natte waterplanten om het op bulten te leggen. Dat is nodig. Als je het gewoon laat liggen krijg je een groot veld distels en brandnetels, terwijl ik graag diversiteit wil. Rijke natuur komt niet zomaar. In een land als dat van ons moet je daar wat voor doen. Ik worstel mij door het riet heen. Met mijn armen vol maak ik een paadje naar de bult compost. Maar mijn benen beginnen te wankelen en mijn armen voelen zwaar. Ik besluit te stoppen en eerst een paar dagen uit te rusten om me te bezinnen. Wat doe ik eigenlijk allemaal? Dagenlang distels uitgestoken, een vracht hout op mijn karretje naar huis gereden voor mijn huis, waar ik een halletje wil maken voor mijn deur, tegen de wind. Tussendoor kijk ik regelmatig naar de berichten op Instagram, hoe gaat het met Ahmed in Gaza stad? Het is telkens weer spannend of hij nog leeft. Ik ga altijd vroeg naar bed. Maar in de holst van de nacht word ik wakker en slaap dan niet meer in. Een aantal uren later sta ik op, het is net licht. Er landt een vogel op mijn dak, het is een grote. Hij zit op de koekoek, ik kan hem zien door het glas heen. Het geelzwart gevlekte verenkleed op de borst, de gele ogen, ik herken een jonge havik. De havik, het symbool van inzicht en een scherpe blik op de toekomst. Ja, daar is het tijd voor. Bezinnen op de toekomst.

Er zijn veel dingen die om aandacht vragen. De natuur, conflicten, cultuur en het huis. Bij al die zaken horen mensen, waar je contact mee hebt. Het worden er steeds meer. Ik moet een grens trekken en voor mezelf zorgen. Anders word ik zo vaag als een geest. Die breek in mijn nachtrust doet iets. Het komt ergens uit voort. Het is een vorm van stress die ik herken uit de tijd dat ik in de rouw was. Toen was dat nog veel erger. Ik nam veel tijd om overdag in de stoel bij het raam te gaan zitten. Dan staarde ik naar het licht in de bladeren van de oude kastanje. Dat hielp, het gaf me een gevoel van vrede en lichtheid. Maar het heeft toch een paar jaar geduurd voor de stress van de rouw over was. Ook toen werd ik steeds middenin de nacht wakker, net als nu.

“Slapen is na genoeg water drinken het belangrijkste om te overleven,” schrijf ik aan een jongen in Gaza. Hij is actief op Instagram, maakt filmpjes en foto’s van de ravage en de mensen. Hij vraagt zich af of hij wel door moet gaan met foto’s maken. Hij maakt zich zorgen. Misschien zien ze het daarboven door de beelden van drones en denken ze dat hij een journalist is. Straks willen ze hem nog doodschieten. Misschien moet ik daarmee stoppen, bedenkt hij. Hij slaapt slecht van de angst en het geluid van de drones gaat door. Je hoofd koel houden en blijven lachen is een kunst. Goed slapen is nodig om te overleven. Dat geldt voor iedereen. Ik voel me al wekenlang betrokken. Het geeft een vorm van rouw. Misschien dat ik daarom steeds wakker word in de holst van de nacht. Maar ik moet óók slapen.

Conflicten gaan door. De natuur vraagt alle aandacht, op de Swetteblom en daarbuiten. Maar als het huis niet in orde is, dan is er geen fundament. En als je slecht slaapt ook niet. Alles begint bij de wortels.

.

Inmiddels heb ik heerlijk geslapen en ben weer lekker geconcentreerd aan het werk. Geen zorgen! Het hoort er allemaal bij.

.

Spel en slaap voor iedereen

Spel en slaap houden ons hoofd helder. Het is een basisrecht voor iedereen en een voorrecht om daar in vrijheid voor te kunnen kiezen. Ik lig wakker in mijn hangmat.

.

Tekening Alowieke, van 2018

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het is een harde bonk. Ik schrik wakker, het is nog donker. Er klappert iets. De wind was al hard toen ik ging slapen, en is nu toegenomen. Het luik is opengewaaid, klappert dicht en dan weer open. Ik probeer stug door te slapen, al weet ik dat mijn poging gedoemd is te mislukken. Na een paar minuten gooi ik de klamboe open en klim uit mijn hangmat. Dan moet het maar. Ik doe het luik nu helemaal open, zet het vast en klim snel terug het bordes op en duik er gauw weer in. Maar de slaap is verdwenen. Met ogen dicht denk ik aan alles wat er gebeurt. Na dagenlang distels uitsteken leek een vloed aan ontmoetingen mij tegemoet te stromen. Dagelijkse ontmoetingen, maar ook bijeenkomsten die ergens over gingen.

We boffen dat we dit in alle rust kunnen doen. Dat we kunnen kiezen waarheen we gaan en met wie we willen praten en wanneer. Het had ook anders kunnen zijn. We hadden in oorlogsgebied kunnen leven en al vijf keer of meer moeten evacueren. Stel je voor dat jij het was, daar tussen de instortende huizen. Hoor, de drones, de vliegtuigen die overgaan. Er komt een melding dat er een bom valt en op het laatste nippertje gooi je je spullen uit het raam om te vluchten. Zo dadelijk is alles weg, het hele leven zoals het was. En waarheen dan? Je komt in een tent, tussen tientallen ander tenten. ’s Nachts lig je te piekeren over je toekomst en de slaap wil niet meer komen. Boven je hoofd gaat het geluid van drones almaar door. Soms komt er hulp. Een enkeling komt bijna zover, dat hij het land uit kan vluchten. Kinderen, met letsel. Volwassenen met een hoge opleiding. Maar vaak genoeg lukt het ook niet. Andere landen willen dat niet, massa’s mensen maken zich zorgen om hun eigen hachje. Ze maken zich druk en liggen te woelen in hun bed. Ze worden lichtgeraakt en beginnen vreemden in hun wijk uit te schelden. Al die oorlogen zijn bedreigend. Straks komen die vreemde mensen hierheen, met hun rare taaltje en vreemde gewoonten.

Stel dat jij die vluchteling was en dat je nergens meer heen kon. Dat er dan mensen zijn die zeggen dat je een profiteur bent en alleen maar komt om te stelen, terwijl je met een vriendelijk gezicht al heel blij zou zijn. Je wilt alleen maar rust, een plek om alle ellende te verwerken en het liefst zou je teruggaan naar huis. Maar je huis is er niet meer. Je hebt hulp nodig om je leven weer op te bouwen. Hulp om je land weer te herstellen. Die hulp blijft uit en dat maak het alleen maar erger. Er wordt niks opgebouwd, er is geen verbroedering meer. Regeringen overal ter wereld luisteren naar de massa’s die alleen aan zichzelf denken. Er bouwt zich een redeloze woede op, die zich richt op alles wat niet tot hun eigen kleine wereldje behoort. Met hun woede vernietigen ze zelfs de basis onder hun eigen voeten, het recht van ieder mens. Het recht om te kunnen spelen en slapen in vrede. De grondwet is de vloer waar iedereen op staat.

Vlak na de oorlog was er eendracht. Iedereen wist, dit willen we nooit meer. Men werkte samen aan de wederopbouw en er kwam goede zorg en aow. Dat duurde even, maar de eendracht van het begin verdween, en het werd steeds meer ieder voor zich. Er kwam verharding en ongeduld. En nu is het weer zover, alles wat was komt weer terug. De ene na de andere demonstratie volgt. Er waait een fikse wind die de gemoederen door elkaar schudt. Oude dingen keren terug. Massa’s mensen die de zwakkeren de schuld geven. Een man die antifascistische acties veroordeelt, de mensen die het juist opnemen voor de zwakkeren. Zwakkeren worden in het stof vertrapt en degenen die hun helpen worden veroordeeld. Hitler wordt herboren in de geest van Netanyahoe en Trump en vindt zelfs navolging in Nederland.

Wat is dat, de tijd van de mensen, onze levens als een lange rij schakels, de geschiedenis die ons vormt? Het is als de wind, die in cirkels waait. Alles keert terug. Of misschien waait het in een spiraal. Gaat het omhoog of naar beneden? Of gebeurt het allebei tegelijkertijd? Buiten ruisen de toppen van de hoge bomen. Ik geef mijn poging om te slapen op en sla het witte geweven doek opzij dat over mijn klamboe hangt. Dan kijk ik over de vensterbank naar buiten. Het is licht geworden. Aan de overkant van de Swette is het een drukte van belang. Kraaien en kauwtjes zweven en dwarrelen door elkaar als bladeren. Die harde wind vinden ze prachtig. Achter de hoge bomen van ons terrein is de thermiek ideaal voor zorgeloos vleugelen. Het is ideaal om mee spelen, in een spiraal worden ze meegenomen, omhoog en omlaag. Kraaien, kauwtjes, torenvalken, ze doen het allemaal. Ze weten precies waar ze moeten zijn. Konden wij dat maar, zo spelen.

Spelen, blijven spelen. Al maak je nog zoveel mee, als je kan spelen ben je rijk. Spel en beweging zorgen ervoor dat je je niet klein laat krijgen door de omstandigheden. Het houdt de vitale vonk brandende en de warmte van die energie bindt gemeenschappen samen. Als de nacht komt gaan we moe naar bed en slapen we als een roos. Spelen en slapen maakt ons mens, hoe het leven zich ook manifesteert. Het houdt ons hoofd helder, zodat we na kunnen denken en zien wat er speelt. Onrust en slapeloosheid doen veel kwaad. Misschien leidt onze tweede kamer daar ook aan. Slapeloosheid mondt uit in dwaze beslissingen, zoals het ondermijnen van de grondwet. Maar helder en krachtig zijn mensen die blijven wie ze zijn. Die spelen en slapen in alle omstandigheden. Zelfs in oorlogsgebieden vind je ze.

Ik gun ieder mens zijn spel en zijn slaap. Dat alle bitterheid wordt weggewassen door de zachte regenbui van de droom. Dat alle mensen helderheid van geest terugvinden om de bodem onder ons bestaan weer op te bouwen. Spel, slaap, vrede, licht. Alles tezamen maakt ons de mensen die we zo graag willen zijn. Ik heb mijn keus gemaakt. Eerst slapen, dan verder leven. Ik verheug me er op.

Dit is de luisterversie:

.

Over de tweede kamer en de noodzaak om burn outs te voorkomen: meer zetels.

https://decorrespondent.nl/16375/goed-plan-van-150-naar-250-kamerleden/bfe90f45-cb6c-0e54-3a61-4798f74e24e7

Ik ga naar de rode lijn demonstratie in Amsterdam. 5 oktober. Gaan jullie ook?