Vier manieren om te helpen

De bossen, de mensen, hier en daar.

.

Tekening van Afra Hartog

Een lage herfstzon schijnt over de weilanden. Alleen een balorige bende kraaien verstoort de rust. Wat kunnen die een herrie maken. Naast me staat een kop koffie. Ja, het leven is goed voor me. Maar soms, als ik weer een boek over Afghanistan lees, of zie hoe het er in het Amazonegebied aan toe gaat, dan gebeurt er iets met me. Ik wil me inzetten voor die mensen. Net als ik, verlangen ze naar een gezond bestaan op een gezonde aarde. Gewoon leven. Voor mij dagelijkse kost. Maar voor hen is niks vanzelfsprekend. De uitzichtloosheid keert almaar terug als een mager spook. Waarom houd ik me bezig met zulke nare dingen? Het is omdat het nodig is. Een noodzaak die puur uit mezelf komt. Er is niemand die erom vraagt. Er is ook niemand die me vraagt om erover te vertellen, hoe het is, daar, ver weg. Als er een vraag komt, dan willen mensen iets weten over mij. Over mijn leven, mijn reis. Het gaat altijd over mij. En jou. Wat ik gedaan heb, beleefd heb, mijn successen, mijn grapjes. Jij lacht, luistert en maakt jouw grapjes. Ja. We blijven lachen. En spelen.

Maar behalve dat is er meer, verder weg. Het vraagt mijn aandacht. Daarom aarzel ik als mensen me opnieuw vragen, om te vertellen van mijn reis, mijn wagen, mijn leven. Want steeds weer, als het stil is, denk ik aan die ander. Die anderen, ver weg, die niet de luxe hebben om te praten over de reis die ze maakten. Die niet kunnen uitweiden over hun innerlijke ontwikkeling. Anderen die alleen maar kunnen vluchten, van hier naar daar. Sommigen hebben nog een thuis, maar hoe lang nog, als dat van alle kanten wordt bedreigd? Een bestaan in rust en vrede is niet alleen goed voor de mensen, maar ook voor de aarde. Als de mensen in het Amazonewoud ongestoord kunnen leven, met elkaar, op hun eigen land, dan zucht de bodem opgelucht. Dan kunnen de bomen weer rustig gaan slapen en meedeinen met het trage ritme van de seizoenen. Dan kunnen ze met hun zacht ritselende bladeren weer beschermers worden. Beschermers, die ze altijd zijn geweest en nog steeds willen zijn. Beschermers van mens en dier.Door zelf met de aarde bezig te zijn, verbind ik me met hen. Mijn bomen zoeken het grondwater op. En het grondwater is verbonden met onze vaart, de Swette, die naar het Ijsselmeer leidt. Het Ijsselmeer, dat verbonden is met al het water op de wereld. Bomen nemen het op via hun wortels. Grondwater, hemelwater. Water, bomen bodem. Dat zijn de verhalen van mijn Verhalenpad. Van hier naar verder, naar overal.

Ik verbind me met de aarde op meer manieren. In totaal zijn er vier belangrijke zaken, waar ik mijn energie aan schenk. Behalve het Verhalenpad zijn er nog drie. Via de werkgroep zet ik me in voor een ander handelsbeleid. We willen af van de moordende concurrentie op wereldschaal. Steeds weer worden er nieuwe handelscontracten afgesloten in de landbouw. Het zijn landen overal ter wereld waarmee afspraken worden gemaakt. De gevolgen zijn niet te overzien en het land van inheemse mensen gaat eraan kapot. Maar het reikt veel verder dan dat. (Zie ook de petitie)

Ik steun Survival International. Een organisatie die het voor inheemse stammen opneemt, al sinds 1969. Door op te komen voor hun rechten, worden regelmatig overwinningen behaald. Het gaat om hun land. Het land van hun voorouders, de eindeloze wouden, die allang niet meer zo eindeloos zijn. Want vele wegen doorkruisen de gemeenschappen van bomen en mensen. De bossen slapen niet meer, ze kunnen niet meer beschermen. De wegen zijn als messen, vandaar uit wordt er steeds meer kapot gemaakt. Deze organisatie vecht voor hun rechten. Dat het land niet nog verder wordt vernield. Overal ter wereld hebben ze contact met inheemse mensen. Ook in het Amazonegebied. Daar ligt vooral mijn aandacht.

De derde is Treesistance. Het is een woordspeling op resistance. Dat betekent verzet. Het betekent dus eigenlijk “Verzet voor de bomen”. Zorgt Survival International met name voor de grote lijnen, zij zorgen voor activistische uitvoering in praktijk. Met het geld van donateurs worden boswachters betaald. Zij krijgen waterdichte schoenen, een goeie uitrusting en GPS mee, om illegale houthakkers op te speuren. Ze werken ook met drones. In een tijd waarin de techniek zo razendsnel gaat, moet je het verzet met diezelfde techniek aanpakken.

Ik kan deze donaties in stilte laten lopen, maar door het uit te dragen kan het een dubbele rente opleveren. Ik vertel dit omdat het voor mij belangrijk is. Belangrijker dan de reis die ik maakte, of hoe mooi ik mijn wagen helemaal zelf heb gebouwd. Ik vertel het om het voor mezelf te herhalen: “Dit is het, waar het mij om gaat.” Ik vertel het voor jullie. Graag wil ik verhalen vertellen vanuit mijn eigen beleving. Maar soms is die er niet, en moet ik putten uit verhalen van anderen. Anderen, ver weg. Misschien zal ik ze op een dag ontmoeten. Misschien. .

.

https://www.survivalinternational.nl/

.

Treesistance:

Struikelen en opstaan

De wortels van mijn bestaan groeiden. Maar mijn CV zag er nog steeds armzalig uit.

.

Tekening: Afra Hartog

.

De luisterversie vind je onder de tekst.

Iemand vroeg mij: Wat wilde je worden, vroeger? Toen ik kind was wilde ik bergbeklimmer worden en archeoloog. Maar toen ik zeventien was, wist ik het niet meer. Alles was chaos en het leven stroomde als een vloedgolf over me heen. Dood en ongeluk. Uitsluiting, eenzaamheid, angst. Ik had net genoeg tijd om af en toe boven te komen om adem te halen. Maar op mijn CV zag je niks, van dat alles. Toen ik 27 was hoorde ik steeds vaker, met Alowieke wordt het vast nooit meer wat. Anderen zeiden: “Zonde, ze is zo’n talentvolle vrouw!” Sommigen wisten meer van me. “Jammer, dat ze zoveel pech heeft gehad.”

Dat was natuurlijk niet zo. Hun oordeel lag in wat zij zagen als een succesvol leven. Maar ik zag het anders. Elke ervaring was als de berg, die ik wilde beklimmen, ik onderzocht de diepte van mijn bestaan. Mijn wortels groeiden en ik verkende mijn bodem terwijl m’n CV er nog steeds armzalig uit zag. Op de snelweg van het grote leven deed ik aarzelend mijn stappen. Maar van binnen had ik vertrouwen als een rots. Als ze begonnen te duwen werd ik boos. “Laat me!” Want wat je ziet, is niet altijd wat het lijkt. Pijn, verlies en verwarring bieden de mogelijkheid om te groeien. De oogst komt later.

“If there’s a bustle in your hedgerow, don’t be alarmed now. . . . It’s just a spring clean for the may queen.” Zong Robert Plant.

In aansluiting hierop schreef ik dit gedicht. Ook een ander citaat inspireerde mij, dat ik lang geleden las in het blad: “Open deur”. Als je het kent, zul je het zien.

Wat heb ik gestruikeld, ja O wee
liep telkens tegen de lamp
Maar elke keer als dat gebeurde
nam ik een stukje licht mee
Bijgaand leed verdween als damp
Maar nog steeds zijn dit hiaten
Zwijgende gaten in mijn CV
Voor anderen die de norm bepalen
Zo ziet men het, O ja, helaas
Dus blijf ik liever eigen baas
Verteller van verhalen.

De boom wordt hoe langer hoe dikker.

.

.

Na de ceremonie begint het pas

Ik zag de film: Kiva, call of wisdomkeepers. Dit is een verhaal dat meegaat in de stroom, en tegelijkertijd kritisch is.

.

Tekening van Afra Hartog

Tekening van Afra Hartog.

.

Onderaan de tekst vind je de luisterversie.

“Alles draait om energie. Elke plek en elke taal heeft een trillingsfrequentie. Met elkaar zijn we een eenheid.” Ja, dat zijn woorden waar ik me best in kan vinden. Het is als een symfonie, de lichte tonen vullen de donkere aan. Dat spreekt mij aan. Toch praten maar weinig mensen over taal. Over het algemeen zijn het de eerste vier woorden die ik overal terug hoor komen: “Alles draait om energie.” Het echoot door yogaklassen, onder moderne monnikskappen, over het alternatieve podium en het gonst bij spirituele ceremonies. Vooral in het engels. Het enthousiasme waarmee dit wordt gepresenteerd is prachtig, maar gaat vaak snel, vind ik. Moeten we niet vertragen, om er ook echt iets mee te kunnen? Vertragen, om te luisteren. Om te zien, wat er nodig is.

Ik zit in het Lewinskitheater in Sneek. Een kleine informele zaal, vol lekkere stoelen en kleine tafeltjes. Naast me zit Natasja. Ik ken haar van facebook en zij kent mij van mijn blogs. Het is toevallig dat ik haar tref. Zij was net zo verrast als ik. We kijken naar de film: “Kiva, the call of wisdomkeepers”. Kiva, de naam van een bontgekleurde, warmhartige ceremonie met zijn oorsprong in oeroude tijden. Wisdomkeepers van overal ter wereld komen er jaarlijks bij elkaar. Het houdt de moed erin, de energie van de bijeenkomsten maakt dat mensen hun eigen cultuur en hun voorouders blijven herinneren. Het is wat je bent, het is je identiteit die je met de aarde verbindt. “Met elkaar houden we de band met de aarde levend”, zeggen twee vrouwen, in het rood gekleed, zittend aan het water. “Dat geeft hoop.”
Na afloop vertelt de maakster van de film wat een eer het voor haar was, dat ze als beginnend filmster dit alles mocht vastleggen. Al bleven de ceremonies zelf grotendeels buiten beeld, de interviews maakten dat helemaal goed.

Na haar neemt een Friezin plaats op het podium. Ze zit in kleermakerszit op de houten vloer, vlak voor een grote drum. In haar lange blonde haar steekt een veer en nog iets, wat ik niet kan onderscheiden. “De stammen van onder de zeespiegel gaan een belangrijke rol spelen” citeert ze enkele wisdomkeepers. “Dus, waar blijven de Friezen?!” Ze straalt als ze haar verhaal vertelt en de woorden komen vanzelf, zegt ze. Ze praat en praat en gaat ver over de afgesproken tijd. Ik luister met plezier. Het gaat over slangen, uilen, taal, en wat er in ons is. Herkenbaar. Het is in het Fries en ik versta (bijna) alles.

Het is al laat, als de documentaire maakster weer het woord neemt. Ze houdt het kort. “Uiteindelijk moet het niet alleen bij ceremonies blijven,” eindigt ze haar verhaal. “Er is vooral actie nodig. De rivieren moeten weer schoon worden.” Dat is haar laatste zin. Ja, zo is het. En er moet nog veel meer gebeuren. Wat jammer dat het al zo laat is. Met die vraag had het gesprek met het publiek losgemaakt kunnen worden. Wat kunnen we doen? Wat is nodig en hoe zie je jouw volgende stap daarin? Wat doe je al? Daar kun je nog wel een week mee zoet zijn. Of langer. Een avond is kort.

“Ik denk dat we allemaal wisdomkeepers zijn, “elders” die anderen onderwijzen” zegt Natasja naast mij. “Jij misschien nog iets meer dan ik.” Ik zou me vereerd kunnen voelen bij die woorden maar vandaag laat het me onverschillig. De woorden komen dan ook wat stroperig uit mijn mond. “Ik denk de laatste tijd juist, wat heb ik nou eigenlijk te vertellen…” Ze is even stil. “Tja,” zegt ze.

Ik ga verder. “Er zijn momenten dat ik woorden had, en dat er inzichten stroomden als water. Maar woorden bestaan vooral als je met een ander bent. Ogen die kijken en oren die gespitst zijn. Dat inspireert. Ik kan blijven schrijven over het water waar ik naar kijk, over de rimpelingen in het ochtendlicht en alles wat er groeit, maar langzaam verdwijnt de sprankeling als er niemand naast me staat, van wie ik weet dat die luistert. We hebben elkaar nodig. Zelfs de eenzaamste kluizenaar leeft op als hij zijn inzichten kan delen met die ene ziel die hem opzoekt. Of een betekenisvolle blik kan delen met de ander. Ik kan vertellen over de aarde, onder mijn voeten. Maar mijn buren hebben het druk. Ja, ik schrijf erover. Maar ik weet niet wie het leest. Ik zie de ogen niet. Ik hoor niks. Het droogt op.”

Natasja en ik staan op. Natasja spreekt met de Friezin en loopt dan weg. Ik ga ook naar haar toe, de Friezin met haar lange hoogblonde haar. Ik vraag naar de veer, die ze er in heeft gestoken. Die is van een uil, zegt ze. Ik zeg dat ik het beeld van de uil herken. “Ja,” zegt ze “Het gaat om de energie.” Ik wil vertellen hoe mooi het is als woorden komen als een levende stroom. Maar zover komt het niet. Ze kijkt me niet aan. “O! Achter jou staan ook mensen te wachten,” abrupt breekt ze mijn zin af. “Wees kort. Wat wil je zeggen? ” Ineens weet ik het niet meer. Laat maar zitten, denk ik. Zo belangrijk was het vast niet. “Deze avond heeft me wel goed gedaan,” zeg ik nog. Ze glimlacht en nu kijkt ze me wèl aan. “Vanmiddag voelde ik me wat houterig en…” Ik kan het niet meteen uitleggen. Zeker niet als er mensen achter me staan te wachten. Ze begrijpt kennelijk meteen wat ik wil zeggen. Dat is wel makkelijk, dan kunnen we het kort houden. Beslist kijkt ze me aan. “Dat kwam omdat je wist dat je hierheen ging,” zegt ze. “Het was de energie die je voorbereidde.” Ik lach naar haar. Aardig, dat ze kennelijk precies weet wat er speelt. Maar als ik wegloop vraag ik me af wat ze daar nou eigenlijk over kan zeggen als ze me maar zo kort gesproken heeft.

Als we allemaal bewaarders zijn van de wijsheid, dan zal daar een eindeloze variatie in zijn. De een heeft wijsheid in zijn handen, de ander in de klank van haar stem. De een speelt een instrument en de ander speelt met woorden. Een oude boer kan je het verhaal van het riet vertellen, en hoe het riet hem wijsheid leert. Een goede veehouder kent zijn koeien. Er zijn mensen van het water en mensen van het land. Van de dijk en van de stad. Mensen van de vlakte en mensen van de bergen. Allemaal hebben we een eigen verhaal. Als we willen dat er iets verandert, dan zal elk verhaal gehoord moeten worden. Luisteren, luisteren, luisteren. Na de ceremonie begint het pas.

En ik sta op het Friese veld, in de vroege ochtend. En hak het riet langs het Verhalenpad. Anders groeit het dicht. Ik wacht en kijk. Ik spreek af met mensen, meestal vrouwen. In Sneek, in Menaam, in Leeuwarden. Waar gaat het verhaal verder? En hoe? Ik weet het niet. Ik hoef ook niet alles te weten. Als we maar blijven bewegen. De ontmoeting volgt. Ik luister. Ik zal weten wat er nodig is, precies op het juiste moment.

.

.

There wo’nt be english translations anymore. But now, in the end, I really like to know if there was someone who liked them. Can you give a reaction please?

Feestelijke verkenningstocht . . (Festive exploration)

Mensen op het oogstfeest doorbreken het weerspiegelde riet in de ochtendmist. Het is zoals elke dag, het begint en eindigt met stilte en daartussen gebeurt het.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Do you like to read the ENGLISH translation? You can find it underneath.

Het is nog vroeg. In de ochtendschemering hangt de mist over de weilanden. Zo vroeg is het, dat alles zwijgt in de vochtige lucht. Het Verhalenpad ligt er stil bij, geen torenvalken zweven er, geen zwaluwen scheren kwebbelend langs de bult. Ook de zwerm mussen is er niet en de puttertjes hangen nog niet in de kaardebollen. Ik kom uit mijn wagen, net wakker. Ik kijk om me heen. Het belooft een zonnige dag te worden. In mijn pyjama kruip ik langs het schot, waar de koekoeksbloem tegenaan hangt. Een spinnenweb kleeft in mijn gezicht. Dezelfde spin, hetzelfde plekje, tussen de wand en dat loshangende draadje. Vandaag ga ik niet naar mijn opgroeiende sprookjesbos. Vandaag ga ik er op uit. Ik ga naar het oogstfeest in Snakkerbuorren. Daar heb ik al veel van gehoord. Er zijn schilders aan het werk, er is live muziek en er is zelfgebakken taart. Daar houd ik van. Alledrie.

Ze staat in een hoekje achteraf, vlak bij het winkeltje. Op haar doek zie je een schuurtje, gezellig in de zonneschijn. Het hout is grijs geworden. Hetzelfde schuurtje zie ik aan het einde van de steeg. De lucht is stralend blauw, maar zij heeft er een donkere wolkenlucht van gemaakt. Het steegje licht stralend op tegen dat duister. Een roodbruine middenkleur vormt de ondergrond. “Ja, ik houd van die kleur, om mee te beginnen,” zegt ze als ik ernaar vraag. Ik stel allerlei vragen en de vrouw antwoordt met plezier. “Ik wil niet alleen maar naschilderen.” zegt ze. “Ik wil het nu wel eens vanuit mezelf. Iets creëeren wat er nog niet was. Meer dan alleen een plaatje…”
Verderop staat een man met een zelfgemaakte ezel. Het palet is ook eigen fabrikaat. Groot en wit is het. Met een heleboel kleine kloddertjes erop. Het ding glimt van nieuwigheid. “Ze zijn altijd te klein,” zegt hij. Ik knik begrijpend. “Zelf maken dus. Dat knoop ik in mijn oren,” zeg ik en loop verder.
Een stuk verderop hoor ik zingen. “Country road, take me home….” Het zijn lage vrouwenstemmen. Ik loop erheen en zing er helder bovenuit. Fijn als je mezzo bent, dan kan je kiezen, laag of hoog. Onder de zangers is een stevige zwarte vrouw. Ik kijk haar aan terwijl ik uit volle borst de tweede stem zing: “West Virginia, mountain mama” Ik kijk naar haar en zij naar mij. We gaan er allebei van stralen.

Na de hele zomer werken is het goed toeven op dit oogstfeest. Ik voer het ene gesprek na het andere, tot het me te druk wordt. Een dikke stroom mensen golft naar binnen terwijl ik mijn fietsslot openmaak om weg te gaan. En terwijl ik dertien kilometer terug fiets, denk ik aan de liedjes en schetsen die ik thuis heb liggen. Ja, denk ik. Ik ga ermee door. Liedjes van beelden maken, beelden van liedjes. Putten uit het grote palet van kleur en klank, putten uit de bron van verleden, heden en toekomst. Alles begint bij de verbeelding. Zonder verbeelding zijn we niets anders dan de slaaf der gewoonte. Een sprong kan je niet maken, als je je het niet eerst hebt voorgesteld. Als je spieren zich niet hebben voorbereid op de inspanning. Je ogen schatten de afstand, en jij maakt je klaar. Dat kan lang of kort duren. En ik, ik schilder een lied ter bemoediging. Voor de ander, voor mezelf, voor alles. Alleen en met elkaar. De wereld heeft kunst nodig.

Thuis kwetteren de mussen boven de voedertafel. Koolwitjes fladderen boven het raapzaad, vliegen omhoog de lucht in, maar komen steeds weer terug. Net als ik. Steeds weer terug. Eigen haard is goud waard..

Liedje: Onder mijn bed. (Song)

Het verhaal.

.

FESTIVE EXPLORATION

It’s still early. In the morning twilight the fog hangs over the meadows. It is so early that everything is silent in the damp air. The Story Path is quiet, no kestrels hover, no swallows skim chattering along the hump. The swarm of sparrows is not there either and the goldfinches are not yet hanging in the teasels. I got out of my car, just woke up. I look around. It promises to be a sunny day. In my pajamas I crawl along the bulkhead, where the cuckoo flower hangs against. A spider web sticks to my face. The same spider, the same spot, between the wall and that dangling thread. Today I am not going to my growing up fairy forest. Today I’m going out. I’m going to the harvest festival in Snakkerbuorren. I’ve heard a lot about that. There are painters at work, there is live music and there is homemade cake. I love that. All three.

She is standing in a corner at the back, near the greengrocer. On her canvas you see a shed, cozy in the sunshine. The wood has turned gray. I see the same shed at the end of the alley. The sky is bright blue, but she has turned it into a dark cloudy sky. The alley glows radiantly against that darkness. A red-brown middle color forms the background. “Yes, I like that color, to begin with,” she says when I ask. I ask all kinds of questions and the woman answers with pleasure. “I don’t just want to repaint.” she says. “I want to do it on my own now, in the future. Create something that wasn’t there before. More than just a picture…”
Ahead is a man with a self-made donkey. The palette is also own manufacture. It is big and white. With a lot of little blobs on it. The thing gleams with novelty. “They are always too small,” he says. I nod understandingly. “So make it yourself. I’ll tie that in my ears,” I say and walk on.
A little further on I hear singing. “Country road, take me home….” They are low female voices. I walk over and sing clearly above it. Great if you are mezzo, then you can choose, low or high. Among the singers is a big black woman. I look at her as I sing the second voice: “West Virginia, mountain mama” I look at her and she at me. We both shine.

After working all summer, it is good to relax at this harvest festival. I have one conversation after another, until it gets too crowded. A thick flod of people streams in as I open my bike lock to leave. And as I cycle thirteen kilometers back, I think of the songs and sketches I have lying around at home. Yes I think. I am going to do it. Making songs from images, images from songs. Drawing from the large palette of color and sound, drawing from the source of past, present and future. Everything starts with the imagination. Without imagination we are nothing but the slaves of habit. You can’t make a leap if you haven’t imagined it first. If your muscles have not prepared for the effort. Your eyes estimate the distance, and you get ready. That can take a long or short time. And me, I paint a song of encouragement. For the other, for myself, for everything. Alone and with each other. The world needs art.

At home, the sparrows chatter above the feeding table. Cabbage whites flutter above the rapeseed, fly up into the air, but keep coming back. Like me. Coming back, again and again. Your home is your castle.