Van verveling naar diepgang

.

.

.

“Alle wegen liggen open. Maar als iedereen ver weg zit, dan is er niemand thuis.”

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het is een flinke wandeling naar Jorwerd. Ik heb mijn fiets neergezet aan het einde van de onverharde weg. Ik heb mijn goeie wandelschoenen aan en zet er stevig de pas in. Eerst oversteken, naar het dorp Bears, waar de kerk staat. Als ik daar ben, zie ik vlaggen hangen. Een Friese en een Hollandse. Zou er iets te beleven zijn? Ik loop tussen de zerken door. Als ik door de oude deur naar binnen ga, staat er een stralende oude man op. Hij staat achter een ontvangsttafel met folders en boeken. “Welkom, welkom” zegt hij luid. Het zijn Kerkedagen, vertelt hij. Je kan nog steeds overal naar binnen. Wat stuntelig probeer ik Fries te praten. Het haalt veel bij hem omhoog, en hij begint een heel verhaal. “Ik vind het zo leuk dat je het wilt leren!” zegt hij. “De jeugd praat geen Fries meer weet je, en oude gezegden gaan verloren. Het zijn soms zulke mooie!” Hij kijkt vertederd. Uitgebreid vertelt hij me het verhaal van de put en de emmer. Vroeger mocht je pas vrijen als je getrouwd was. De jongeren hadden daar niet altijd het geduld voor. Soms ging het mis. Dan hadden we een mooi gezegde, vertelt hij. Als je het zo zei, dan begrepen de kinderen niet waarover het ging. Zijn ogen glimmen als de woorden over zijn lippen komen: “De aker in de put falle litte.” Een aker is een stalen emmertje. Dat hing bij de put aan een ketting. Soms brak de ketting en krijg dan je emmer maar eens terug! Dan zit je in de problemen. Precies zoals het is! Zo mooi. Hij vertelt alles in zijn moederstaal en vraagt me uiteindelijk of ik het begrijp. “Ja,” zeg ik “Ik vind het een prachtig verhaal. Ik zal het onthouden!”

.

.

Zodra je moeite doet om een lokale taal of dialect te spreken, komt stukje bij beetje de oude cultuur omhoog. Het is net archeologie, maar dan met woorden. De Friese jeugd spreekt de taal steeds minder, kent de regenput ook niet, want er is immers waterleiding. Beschaving neemt de plek in van ruw en ongemakkelijk werk. Maar met het toenemende gemak gaat er ook veel verloren. Oude wortels uit deze bodem. De taal vlakt af, net als het landschap. Het wordt eentoniger. Ook de kinderen van deze tijd vormen steeds meer een monocultuur. Overal ter wereld gaan ze steeds meer op elkaar lijken, stond er pas nog in de krant. Dat is niet zo gek.

Het zijn de multinationals met hun verleidingen. Alibabba, MacDonalds, en wat al niet meer. Het is de taal, waarvan slechts de meest dominante overblijven. Natuurlijk is het fijn, dat jongeren over de hele wereld met elkaar kunnen spreken en delen. Maar soms lijkt het of je eerder contact hebt met iemand heel ver weg, dan met je eigen buurman. De bubbel waarin je leeft loopt eerder langs digitale wegen, dan langs fysieke.

Daarom vind ik het elke keer bijzonder, als ik iemand kan ontmoeten.

We leven ons eigen leven. De beperkingen van deze tijd kunnen oervervelend worden. Maar het is een mooi moment om eens een cursus of opleiding te doen. Er zijn internationale cursussen, in van alles. Ook over kruiden of permacultuur. Dan kun je praten met anderen overal ter wereld. Met studenten in Japan, Kenia of Australië. Sommigen gaan daar met het vliegtuig heen, om inspiratie te delen. Geweldig. Dat zou ik soms ook wel willen. Maar de oude man, die zit vrijwel de hele middag alleen daar, in de kerk. Met al zijn verhalen. Daar denk ik aan. Daarom zet ik mezelf er steeds weer toe om dichtbij te luisteren.

Elke plek heeft een andere bodem. Door een andere taal te leren ga je de diepte in. Het is grondig. Als je in Kenia aan een project meehelpt, dan zal je waarschijnlijk niet hun taal spreken en hun gewoonten kennen. Daar is het bezoek meestal te kort voor. Ik ben nu al sinds 2018 in Friesland. Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik besef hoe weinig ik weet. Ik spreek ook nog maar een paar brokjes Fries. Als ik het doe kraken mijn hersenen zo hard dat je het bijna kan horen. De ontdekkingstocht gaat langzaam. Zelfs in eigen land, waar het landschap en de cultuur me toch redelijk vertrouwd is en het contact makkelijk gaat.

Ik keek pas nog in de dorpskrant. Hij verschijnt eens in de drie maanden, al vijftig jaar. Daar heb ik toch wel respect voor. Een wijkbode of buurthuis kan veel suffer lijken dan een internationaal gesprek. Maar het zijn wel de mensen met wie je te maken hebt. En als iedereen ver weg zit, dan is er niemand thuis. Dus ik blijf hier, leer de taal en lees de dorpskrant in het Fries. Stukje bij beetje. Ik ben ten slotte een gewortelde nomade in Friesland. Duurzaam duurt het langst.

.

.

In de nieuwe aflevering van Groene Verhalen vertel ik over een boek dat me raakte en waar ik graag over wilde vertellen. Het heet “Landherstel” en is geschreven door Judith D. Schwartz. Het begint bij minuut 13.30. https://groeneverhalen.nl/2021/11/01/aflevering-11-november-2021/

.

De weg naar Bears

.

.

Wilde droom zoekt huis

.

.

Altijd onderweg zijn is als een constante stroom. Rust is nodig om alle indrukken uit te diepen tot iets wat meer omvat dan een vluchtige ontmoeting.

.

Er is een vrouw bij mij. Ze heeft een droom. Ze zoekt een klein huisje op wielen om mee te trekken. Samen lopen we over het terrein, tot ze plotseling stilstaat voor een kleine woonwagen met een groene huif. Als door een magneet aangetrokken loopt ze er heen en tuurt door het plexiglas van de deur naar binnen. “Dit is het echt helemaal!” roept ze uit en ze draait zich om, haar krullen zwaaien wild om haar heen. Stralend gaat ze op het bordes zitten en haar blauwe ogen kijken in de verte. Ze ziet zichzelf gaan, langs allerlei wegen, door Nederland en België en misschien verder. Ze wil reizen, met de trekker ervoor, van de ene plek naar de andere, onderweg verhalen vertellen aan kinderen, als Wwooffer op boerderijen werken. En nu stelt ze zichzelf de eerste vraag: ”Wat heb ik nòdig?“

Het herinnert mij aan mijn eigen begintijd. Hoe ik droomde om te trekken met paard en wagen. Wat ik nooit heb verteld, was dat ik in die tijd heel erg verliefd was en deze droom deelde met die man. Ik heb de wagen ontworpen met hem in gedachten. Maar de man kon zich niet losmaken van zijn huidige bestaan en ik heb hem laten gaan en nooit meer gezien.

Hoe pijnlijk het ook was, eigenlijk was het maar goed ook.

Want ondertussen was Dick in mijn leven gekomen en aan hem heb ik veel gehad. Het is erg fijn als je een nieuw leven begint vol dromen en er is iemand met wie je dat alles kan delen. Iemand die helpt na te denken over wat belangrijk is en met wie je tot de kern kan komen. Als ik zou gaan trekken, dan zou Dick niet meegaan. Ik zou het alleen doen. Een prachtige uitdaging, maar wilde ik dat wel? Was het ook leuk?
Ik liet de vraag een tijdje rusten en begon met het bouwen van mijn eigen huis op wielen. Dat vroeg alles van me.

.

Werken aan het ontwerp

.

Ik ben gaan ontwerpen, maakte tekeningen op schaal, zocht uit of het kon wat ik wilde. Het was een jaar werk, een jaar met veel slapeloze nachten.

Daarna begon het bouwen en dat viel ook niet mee. Elke klus vroeg veel meer tijd dan ik had ingeschat. Maar ik genoot er ook van. Ik nam de tijd ervoor. Tijdens het bouwen begreep ik ook steeds beter wat mijn behoeften waren. Een reizend bestaan leek me uiteindelijk een bron van onrust, zéker in je eentje. Je bent voornamelijk bezig met je eerste levensbehoeften, waar zet ik mijn wagen neer en hoe kom ik daar? Waar kan ik water en voedsel vinden? Is er genoeg geld om rond te komen? Ik had dan mijn spaargeld nog. Maar als je dat ook niet hebt, lijkt me het best stressvol om elke keer te moeten zoeken naar een manier om geld te verdienen en verder te kunnen.

De vrouw zit nog steeds op het bordes. Boven haar hoofd hangt een hertengewei, een kleintje. Het hangt naast de deuropening. “Het past goed bij je, deze wagen,” zeg ik. “Als je echt wilt reizen zou ik het zeker doen. Ik zou goed nadenken over hoe je je geld wil verdienen. Ik zie om me heen dat het niet zo makkelijk is de kost te verdienen. Het komt er vaak op neer dat je steeds hetzelfde doet.” De rode schoonheid volgt mijn woorden aandachtig. “Als je houtbewerker bent, willen ze kaarsenstandaards of houten armaturen. Als je tekenaar bent, willen ze snelle karikaturen. En als je geen geld hebt en verder wilt dan moet je wel, je hebt geen keus. Jij wilt verhalen vertellen. Dan is het de kunst dat de mensen al van je weten voor je aankomt. Je moet je PR goed kunnen regelen. Dan lukt het.”

Ik ken het verlangen naar de horizon, om ruimte te voelen, om samen te ontdekken wat er achter ligt. Het lijkt me geweldig, voor een periode. Maar altijd onderweg zijn is als een constante stroom. Rust is nodig om alle indrukken op te bouwen tot iets wat meer omvat dan een vluchtige ontmoeting. Je kunt het uitdiepen, uittekenen en op verhaal komen. O die rust! Ikzelf heb de eenzaamheid nu vijf jaar geproefd. Ik heb er alles uit laten groeien wat ik kon. En nu. Het is tijd om de stroom van de wereld op te zoeken. Niet door op reis te gaan, nee niet nu. Maar door rustig uit te kijken naar de plek waar mijn volgende taak ligt.

De vrouw op het bordes kijkt in de verte. Haar rode haar glanst in de zon en op haar gezicht zie ik een vastbesloten trek. Ze gaat het doen. Hoe dan ook.

.

“Talent vormt zich in eenzaamheid, maar karakter vormt zich in de stroom van de wereld.”
Goethe.

.

Deze wijsheid van Goethe hoorde ik van mijn leraar Nederlands, toen ik vijftien was. Ik ben het nooit meer vergeten. Het is  nu 37 jaar geleden..

.

Over liefde en afscheid:
https://alowieke.wordpress.com/2015/07/14/aan-de-overkant/
Wat is een Wwooffer?
http://www.wwoofnetherlands.org/