Afkijken en fout doen, leren planten in de klei

Op bezoek bij drie locaties (of vier)

Op elke akker wei of helling,

je krijgt een bos niet op bestelling.

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

“Van afkijken en fout doen leer je het meest. En dat is alles wat op school niet mocht.” Dat was een van de wijze uitspraken van mijn man Michiel, enkele decennia geleden toen hij nog leefde. Liever eerst afkijken dan steeds eerst weer fout doen, denk je dan. Maar wie neemt er tegenwoordig nog de tijd om van tevoren bij de buren langs te gaan? Je hebt grote plannen en weinig tijd. De boer heeft geen tijd, de ondernemer ook niet, net zo min als mensen met een drukke baan en kinderen. En toch moeten we werken aan landschaps- en biodiversiteitsherstel. De wil is er ook wel en het enthousiasme groeit. Hoe dan verder? Dat is een tweede ding.
Het is mooi lenteweer en in een paar dagen tijd kom ik bij drie buren. Allemaal planten ze bomen. Eerst ga ik naar de melktap in Jellum. De boerin werkt bij agro forestry Fryslân. “De bomen die we het eerste jaar hebben geplant staan er allemaal zielig bij”, zegt ze. Ze heeft het me al eens laten zien. Die eerste haag is plompverloren in de stijve klei gezet, in platgereden en betreden grond, midden in het gras. “Maar die van vorig jaar zien er zo goed uit!” gaat de boerin enthousiast verder. Ja, ze heeft ervan geleerd. Ook zij begon naïef als iedereen. Een boom planten? Dat is zo gedaan, gewoon in de grond zetten en de rest gaat vanzelf. Al snel ontdek je dat het zo niet werkt, zeker niet hier, in de klei. De tweede haag kreeg dus een mooie diepe geul, uitgegraven door een loonwerker, een dag van tevoren. De geul werd door de boer gevuld met zwarte grond. Nog beter was geweest om dat een half jaar eerder te doen, dan kan de grond rustig inzakken. Maar ja, daar komt het natuurlijk niet van. Het was al april toen we ze plantten, eigenlijk veel te laat maar in dit opzicht was dat ook wel goed. Regenen deed het maar weinig. De wortels konden niet verdrinken. Er hing een waterpomp in de sloot en het liep voorspoedig. Ik ben ook speciaal teruggekomen om nog wat stijve pollen gras te verwijderen uit de boomspiegels en heb de grond bedekt met een dikke laag zaadloos hooi en riet. Een mooi bedje was het. Ik ben blij dat de bomen groeien, groet de boerin en ga weer verder.

Als ik naar het volgende bomenlandje fiets, kom ik langs de Hegedyk. Langs de Hegedyk staan pas geplante bomen, in opdracht van de gemeente. Vorig jaar al maakten ze het gat en vulden dit met mooie zwarte grond. Er werden bloemen ingezaaid en er lag grove compost bovenop. Een gat met los zand is niet meteen geschikt voor een boom. Een paar flinke hoosbuien en je hebt een poel met drijfzand. Dan verzuipen de wortels. Logisch dat ze daar eerst een tijd overheen laten gaan. Al prakkizerend fiets ik verder langs de dijk en ben blij met de kennis die ik hier zomaar kan opdoen.
Links van me laat ik de oude Middelzee achter me, de polder met de eindeloze weiden, ik ga rechtsaf het oude land in. Dan kom ik aan in Jorwerd. Het is de kleine familieboerderij. Sjoerd en Pytsje van de Hem kregen toestemming van hun ouders om hier een permacultuurtuin te beginnen. “Tun fan de takomst” Inmiddels is de tuin zeven jaar oud. De bomen groeien al flink, bijgestaan door vitale wilgen. Toch is het riet nog steeds dominant, ze geven het de ruimte, want het hoort hier. Net als ik gebruikt de familie het maaisel voor van alles en nog wat. Ik ben benieuwd naar ze, ik heb ze al zo lang niet gezien!
Ik tref het. Als ik bij de boerderij kom, staan zoon en dochter net precies bij een volle aanhanger. Met bomen erin! Ze kijken me lachend aan terwijl ik afstap. “Moet je zien!”roept Sjoerd “Gratis afgehaald bij Boerennatuur.nl. Ze hadden over en moesten ze kwijt. Doe ons maar zei ik, daar hebben wij nog wel ruimte voor” praat de jongen vrolijk en hij legt uit waar dit vandaan komt. “Het zijn gratis bomen, die je zelf zonder vergunning mag planten. Erg fijn vinden we dat. De bomen zijn betaald door het rijk.” vertelt hij. “Er moeten veel bomen worden geplant van Europa om de norm te halen. Maar ik denk dat veel boeren te makkelijk denken over het aanplanten.” Hij weet er alles van. Zelf moeten ze morgen ook 115 stuks in de grond zetten. En zij weten het door ervaring: eigenlijk is dat veel te weinig tijd voor dat werk. Maar ja, het is niet anders. De agenda zit vol. Zo gaat het vaak en niet alleen bij hen. Bij die andere boeren gaan veel meer bomen in de aanhanger. Honderden bomen zijn het, en ze worden in een of twee dagen met een hele club mensen in de grond gezet. Ik heb er meer gezien, die koud in de stijve klei werden gedrukt, met nauwelijks een plantgat, zonder zwarte zandgrond, boomspiegel of organisch materiaal. Ik krijg altijd medelijden met die boompjes. Er is veel uitval en degenen die het wel redden hebben een paar jaar nodig voor ze echt gaan groeien. Dat is jammer, neem er rustig de tijd voor en je hebt veel meer resultaat. Alles wat aandacht krijgt groeit. Dat weten we toch? Eigenlijk wel ja. Maar zover zijn we kennelijk nog niet. Dat merk ik ook weer de volgende dag. Het derde bomenland.

Deze derde plek waar ik heenga is die van mijn directe buren, de nieuwe eigenaren van Weidumerhout, “Pean Buïten: In Akkrum hebben ze al een toko, een zeilschool en ook nog zomerhuisjes in een bos dat ze zelf hebben aangeplant. Het is erg populair. Dat willen ze hier dus ook doen. De huisjes staan er al, maar ze willen meer bomen erom heen. Daar hebben ze vandaag hulp bij. Ik ben een van de helpers. Het is vroeg in de ochtend en mistig als ik er heen fiets. Hoewel het hemelsbreed niet ver is, moet ik een enorm eind om fietsen vanwege de akkers en de brede sloot die tussen ons liggen. Het is een hotel-restaurant met veel grond en afzonderlijke appartementen midden in het land. Het was -en is- nog steeds weideland, met overal uitzicht. De hoge bomen die er staan zijn opgekroond, zodat je er onderdoor kan kijken. Zo is het hier al heel lang. Ruimte is hier de norm in dit open land. Maar deze mensen zijn nieuw en komen met frisse ideeën. Het is veel te kaal en er is te weinig beschutting vinden ze. Er moet drie hectare aan bomen bij komen en de gemeente Leeuwarden heeft geen bezwaar tegen bomen op die plek.
Vandaag help ik daar aan mee, samen met een groepje vrijwilligers van MeerBomenNu. Ik verwacht tijd om rustig te overleggen met de eigenaren over hoe we het gaan doen. Maar ik kom in een heksenketel, overal zijn mensen aan het werk, er spelen kinderen en er is een springkussen. Alles moet vandaag gebeuren. Er zijn diverse groepen planters, timmerlui en houthakkers opgetrommeld. Er volgt een snelle rondleiding over het terrein. Dan krijgen we een plek aangewezen en we nemen een kruiwagen vol bomen mee. Er wordt maar weinig besproken. Tijdens het planten voel ik mijn buik samenknijpen bij wat ik zie. Ondiepe gaten, keihard aangestampte grond rond het boompje, weinig compost, dikke kluiten gras die expres naast het boompje worden gelegd of zelfs tegen de wortels aan zijn getrapt. Goed bedoeld maar niet best. Toch kan ik er weinig over zeggen, er moet worden doorgewerkt en het is ieder voor zich. Er zijn er met ervaring, maar de meeste mensen weten van niks en doen maar wat. Een enkeling vraagt zich af hoe het moet en dan krijg ik de gelegenheid om iets te vertellen. Er loopt een tuinman rond, maar die zegt niet zoveel. “Ik laat het los” zegt hij tegen me. Dat snap ik wel, er is geen beginnen aan met zoveel mensen. Maar mij laat het niet koud.. Ten slotte ben ik hier niet voor niks, als buurvrouw, permaculturist en ervaren planter op deze moeilijke bodem. En bovendien, ik wil ook meer bomen op deze plek. Ik heb er al vaker over gefantaseerd. Ik wacht mijn moment af. Pas aan het einde van de dag, als bijna alles in de grond staat, is er ruimte om te praten. De mensen van MeeroBomenNu zijn weg. Ik heb me bij de andere groep planters gevoegd en wijs naar de streep in de verte. Daar woon ik. Je kunt mijn bosje goed zien, nu de mist is opgetrokken. “Kijk, daar heb ik mijn bomen geplant. Bijna alle achthonderd zijn aangeslagen.” De vrouw kijkt met grote ogen. Zij wil dat ook. Hun eigen eerste hectare met boompjes op de klei is niks geworden. Zo trots waren ze vorig jaar op de honderden houten sprieten, vlak na het planten. Op de zandgrond waar ze vandaan kwamen lukte alles. Maar ja, dit is de klei. Die kenden ze nog niet, maar daar kom je wel achter! De ontnuchtering moet langzaam bezinken.

De klei kan ons veel leren, We komen er allemaal achter. Een voor een doen we het allemaal fout. Laten we meer bij elkaar gaan afkijken.

.

.

Na het wortelen komt de bloei

Alles gaat door

.

Verbinden gaat het beste nadat je bent geworteld.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Alles groeit. Zeker wanneer het lente is en alles barst van levenslust, dan kan je gewoon niet geloven dat kwalijke invloeden de natuur ooit klein zullen krijgen. In het modderige pad breidt de klaver zich uit, kleine blaadjes vormen straks een veld vol witte bloemen en hommels. In de sloten spetteren straks de jonge watervogels en kleine visjes zullen weer zachtjes aan mijn benen knabbelen als ik in het water stap. De muizen zullen zich weer verder uitbreiden met talloze paadjes door het gras. En de torenvalken zullen met succes hun jongen grootbrengen met al die muizen. . Eten zat.
Alles gaat door. Ondanks de rottigheid die zich uitbreidt als een stinkzwam. Soorten die we van hot naar her sleepten veroorzaken ziektes en plagen, die zich vervolgens weer verspreiden. Ik las van de tropilaelapsmijt een heel klein beestje zo groot als een maanzaadje, uit Azië,. Ook zo’n vloek die we op onszelf af hebben geroepen en die nu de bijen bedreigt. En dat is nog maar een ding. Wat gebeurt er veel! Maar tegelijkertijd: overal zijn mensen aan de slag. Ze maken tuinen in de stad om de steeds extremere regenbuien op te vangen. Of leggen hagen aan om de bodem veerkrachtig te maken als een spons. Alle beestjes fleuren ervan op. Anderen richten zich meer op techniek. Ook interessant. Maar ik richt me het liefst op het organische, dat wat leeft.

Bomen laten groeien vraagt om toewijding. De laatste jaren hielp ik zulke nieuwe natuur op gang. Een eiland van leven tussen de kilometers grote vlakte van voornamelijk raaigras. Het gras dat ondanks zijn eentonigheid zo mooi glanst in de zon, met sloten die als rechte zilveren draden ertussendoor lopen. Hier en daar ligt een pad, veel te weinig eigenlijk. Het Swettepaad is zo’n zeldzaam pad, we boffen dat we er wonen. Aan het einde ervan is het kleine paradijs waaraan ik mee mocht helpen. Het planten. Het was eenzaam werk, maar toch ook niet, want de bomen en de dieren waren bij me. Wat een project heb ik achter de rug. November 2020 begon ik. In totaal zijn er bijna 800 houtige persoonlijkheden die door mij de bodem vonden.. Opgroeiend en omringd door wadi’s en organisch materiaal zijn ze sterk genoeg. Ik hoef er niet meer steeds bij te blijven. Maar het blijft mijn aandacht houden, het is veel te boeiend om te zien wat er zich ontwikkelt. Nieuwe planten die spontaan opkomen, salamanders en bijensoorten die terugkeren, vogels die broeden in de steeds dichter wordende hagen. De laatste vijf jaar is er een basis gelegd. Nomade Alowieke heeft haar wortels in de grond gezet. Nu is het tijd voor groei en bloei. Net als de bomen. Zij en ik, we gaan gelijk op. Het groeit en het bloeit en het groeit en het bloeit, van diep in de aarde tot hoog in de lucht. Alles werkt samen en wat niet samenwerkt leeft in feite niet. Is het niet?

Het blad zit in de knop, popelend om zich te ontvouwen.

.

De weigering om te groeien

Door de weigering om te groeien komt er ruimte voor een heel andere groei, een die niet uitput, maar die ons voedt.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Een zwerm spreeuwen vliegt op van het veld. Hazen rennen achter elkaar aan op een droge ochtend. De grond is nog hard van de nachtvorst en zo nu en dan zie je een muis wegschieten. Dieren zijn wat ze zijn. Een muis wordt nooit groter dan een muis en een spreeuw blijft een deel van een groter organisme, in een beweging gaat hij met de rest mee. Het vult het luchtruim met de meest indrukwekkende onverwachte vormen. Wat ons mensensoort anders maakt is dat we van alles naar ons toe kunnen trekken, tot groteske vormen. Meebewegen doen we steeds minder en het onverwachte wordt uitgesloten. In feite zijn we klein en kwetsbaar maar dat kunnen we met allerlei middelen verhelpen of verbloemen.

Ooit was ik schipper met een eigen bedrijf. Er was een kans om als een van de weinigen een vergunning te krijgen voor rondvaarten in Utrecht. Er was een uitbreiding mogelijk van vijf boten, die mij notabene vlak daarna aangeboden werden, allemaal tuindersvlets. Dat heb ik niet gedaan. Groot worden is niet mijn wens. Klein en jezelf blijven als een haas of een spreeuw, blijven kijken wat er is, zonder te worden opgeslokt door beslommeringen van volwassen mensen die het gemaakt hebben. Dat is mijn wens. Als je het gemaakt hebt valt de creativiteit langzaam weg en ook de vrijheid om te kiezen.
Op een dag vertrok ik uit Utrecht. In die dagen kwam er een man naar me toe, met wie ik vroeger samenwerkte. De dagen dat we elkaar vaak zagen waren allang voorbij. In de begintijd had iedereen die mensen meenam maar een enkele boot, en als er grotere groepen waren werkte je samen. Maar alle anderen hadden de kans gegrepen om te groeien, en hij ook. Het beleid van de Utrechtse havendienst gaf die ruimte. Steeds meer grote huurboten voeren door de Oudegracht en de singel. Elke dag voeren er feestende mensen tussen de hoge oude huizen door, al dan niet met barbecue. (Dat is nog steeds niet veranderd, trouwens.) Dus toen ik Utrecht verliet kwam die ene schipper schuchter naar me toe en zei: “Alowieke, iedereen verklaarde je voor gek dat je die vergunning niet met beide handen aangreep. Maar je had gelijk. Jij hebt nog steeds vrije keus in wat je doet en laat. Je hield het klein en eenvoudig. Ik ben door al mijn investeringen met handen en voeten gebonden.”
Ik was vrij en werkte een jaar lang aan het ontwerp van mijn huis. Het hele kleine huis is nu negen jaar oud en nog steeds is het heel fijn om in te wonen. Het staat alleen tussen de uitgestrekte weiden. Zware wolkenluchten trekken samen boven mijn dak en verdwijnen weer in de harde wind. Het geeft de indruk van kwetsbaarheid. Misschien is het daarom dat mensen denken dat ik het koud heb. Nee, ik heb het heerlijk warm hier en knus is het ook, maar wel klein. Klein en fijn. Door klein te blijven blijft de noodzaak om samen te werken. Mijn nieuwe boek is ook zoiets. De drukker heeft ze twee weken geleden gebracht. Over de opslag ervan moest ik goed nadenken. Die dozen kan ik niet allemaal op die paar vierkante meters bewaren en ze moeten ook goed droog blijven. Dus staan er nu twee dozen bij mijn vriend Dick en vier andere komen bij Yvon in het dorp. Er is altijd wel bereidwilligheid als het nodig is en zo kom je elkaar weer tegen. Je leert elkaar kennen en bouwt iets op. De ene hand wast de andere. Ik ben nog steeds blij met deze levensinstelling. De aarde is te klein voor de groei van al die mensen. Laten we delen en elkaar nodig blijven hebben. Alleen zo komt het tot stand, alles wat nodig is.

Door de weigering om te groeien komt er ruimte voor een heel andere groei, een die niet uitput, maar die ons juist voedt.

PS Wil GC van der Woude, die het nieuwe boek al wel betaald heeft nog even zijn/haar adres doorgeven? Mailadres: tt.alowieke@gmail.com

.

.

Uit handen geven wat van jou was

.

Het zijn heel wat kilometers fietsen en typen, voor de pakketten met zegels en al op de post zijn. Hier staan ze allemaal in mijn piepkleine huis, met Koentje bovenop.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

We zitten in het restaurant, een blogvolger van het eerste uur, haar vriend en ik. Precies de manier hoe ik mijn nieuwe boek wil vieren. Eenvoudig, met een klein groepje. Na twee uur op de markt te hebben gestaan merk ik nu pas goed dat de warmte mij heel welkom is. Ze hebben een kom soep voor me besteld en ik zie ernaar uit. Het was best koud op de markt, maar ik was goed voorzien met hete gemberthee en een houten plankje onder mijn voeten om ze warm te houden. Na anderhalf uur liep de laatste weg. Hij had het koud zei hij. De laatste die vandaag mijn boek wil kopen zit nu bij mij aan tafel. Ze zijn van ver gekomen. Ik kijk rond in de ruimte. Het is de restauratie van Slieker, de bioscoop, een lichte ruimte waar je aan alle kanten naar buiten kan kijken. Toevallig zit even verderop de boer te praten met een wederzijdse bekende. Hij is een belangrijk persoon in het boek, maar dat boeit hem op dit moment niet. Hij heeft wel wat anders aan zijn kop. Het is mij best. Als inheemse fries is hij een hele goeie geweest voor het boek. Hij weet dat hij er een rol in speelt, al heb ik nergens zijn naam genoemd. Prima zo.

Mijn soep wordt geserveerd. Ik roer even, hij is heet. Glimlachend bekijk ik het stel voor me. Ze zien er tevreden uit. Zij heeft staartjes in haar witte haar gemaakt en kijkt me met levendige ogen aan. In feite maakt dit deel uit van mijn boekpresentatie. Misschien hadden de anderen hier ook wel willen zitten, maar ik heb het nu zo gedaan. Het is fijn om gewoon met een paar mensen te spreken en niet voor een hele zaal. Spreken in openbaar gaat me goed af, maar ik wil weten hoe mijn woorden landen en dingen terug horen. Een gesprek met een paar mensen die helemaal hiernaartoe gekomen zijn om mij te zien en te spreken, dat vind ik veel leuker dan alleen op een podium. Je geeft iets uit handen en krijgt tegelijkertijd wat terug. Het is een bruisend gesprek over krioelend bodemleven, en over verschillen in manieren van kijken wanneer je samen een stuk grond onderhoudt. De een wil eerst helemaal niks doen en wachten tot de grond verzuurt, de ander wil iets anders. De een wil een theetuin, de ander wil het overlaten aan de dieren. Er zijn mensen die per se sla willen telen in een bostuin, terwijl anderen dat jaar na jaar deden en nog nooit een kropje hebben geoogst. Iedereen wil vaak wat anders.
Bovendien is die grond van iemand. Je kunt idealen hebben over gezamenlijk grondgebruik, daar iets voor regelen. Of je wilt het voor het eerst van je leven delen met een ander, zoals de man voor mij. We proberen te luisteren naar de bodem en elkaar. Dat gaat niet zomaar.

Ik laat me de pittige soep goed smaken, terwijl de twee tegenover me enthousiast doorpraten over muizen die het gras en over plantgoed dat eerst niet en dan wel aanslaat. Beiden kijken om zich heen en vinden al tastend een manier om samen te werken. Tussendoor kijk ik naar de rug van de boer verderop, een brede rug die mij zeer bekend is. De boer de mij een stuk grond in beheer gaf. Hij heeft zijn nette roomkleurige trui aan met ingebreide kabels. Op zijn land werk ik, nog steeds mag ik dat doen naar eigen inzicht. We gaan het zesde jaar in. Wortels hebben hun weg gevonden en het zaad is de wereld in. Nu mijn boek nog, dat vertelt over dit Verhalenpad. Ik geef het uit handen en dan is het aan de lezer. Hoe ben benieuwd hoe het zal landen.

.

PS. In mijn vorige blog: “Het nieuwe boek is uit” stond een fout in het IBAN nummer. Dit is het juiste: A.M. Van Mulligen van Beusekom NL06 TRIO 0338 4358 40.

De kosten van het boek inclusief verzenden: 27,50 Zonder verzendkosten 22,50.Verzenden naar België of Engeland kost 10,75 dus dan betaal je 33,25. Schrijf je adres naar tt.alowieke@gmail.com dan komt het naar je toe.

.

Het nieuwe boek is uit!

“De heilige traagheid der dingen”, met ondertitel “Aardewerk in Friesland.”

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Het is zover! Het boek “De heilige traagheid der dingen” ligt vers van de pers naast de paktafel. Niet geprint, maar met echte inkt. Het boek heeft een ondertitel gekregen: “Aardewerk in Friesland”. Het heeft lang geduurd, ik heb het diverse malen herschreven en het is steeds beter geworden. Het was soms een confronterend proces. Er zijn diverse blogs in verwerkt, die tezamen een groter verhaal behelzen. Maar als je alles achter elkaar zet zie je pas waar je in herhaling valt en soms in dezelfde woorden een moraal uitdraagt. Stomververlend dus. Hierin heb ik veel gehakt en geschaafd, tot het het sfeervolle boek was dat ik wilde, het leest makkelijk, heeft diepgang en roert maatschappelijke thema’s zonder het te dik erbovenop te leggen. Daarna ben ik bij vijf uitgevers langs geweest, klein en groot. Er was een idealistische vrouw in Heerenveen die het in haar fonds wilde opnemen, maar ik besloot toch om het uit te geven in eigen beheer. Er kwamen namelijk steeds meer inschrijvingen. En de vormgeving was ook erg belangrijk voor me. Een jaar heb ik gewerkt aan zeven bijbehorende schilderijen. Die hebben een plek gekregen op de boekomslag. Ook is het boek geïllustreerd met zwart–wit tekeningen die nog niet eerder de drukpers hebben gezien. Verder is het boek nu verrijkt met een prachtig voorwoord, geschreven door Fransjan de Waard, groene schrijver, duurzaam ondernemer in de Duurzame top 100 en klimaatburgemeester van Olst-Wijhe.

Elke inschrijving die ik binnenkreeg, iedereen die interesse toonde in het boek, heeft me veel geholpen om door te zetten. Dank jullie wel!

Ik zit er helemaal klaar voor. Als de post de verzendstickers eindelijk komt brengen kunnen de boeken worden verstuurd. In elk geval De pen ligt klaar om handtekeningen te zetten!

Wat te doen?

1 Stuur me je adres naar tt.alowieke@gmail.com, het liefst nadat je betaald hebt.

2 Betalen kan op rekening van A.M. Van Mulligen van Beusekom NL06 TRIO 0338 4358 40

De kosten van het boek inclusief verzenden: 27,50 Zonder verzendkosten 22,50

Verzenden naar België of Engeland kost 10,75 dus dan betaal je 33,25

Inkoopprijs voor boekhandels en biologische winkels: 15,75 Wie weet, tot ziens, of tot horens!

.

Behoud het stille eiland

Terug op Schiermonnikoog wandel ik door het landschap en voel hoe bijzonder het is. Dit zou de minister eens moeten ervaren.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Terug op het eiland. Het is me vertrouwd, de veerboot, de pier, de weg naar de kampeerboerderij en het dorp. Ik ben niet de enige die van het waddeneiland houdt. Schiermonnikoog wordt zelfs in januari goed bezocht door zijn trouwste gasten. Al is het maar een dag of een weekend, de noorderlingen weten de weg te vinden. Het is een dag uit duizenden. Vanaf vanmorgen schijnt de zon in een uitgestrekte blauwe hemel. De laatste sluierwolken zijn verdwenen. Vanochtend bezocht ik het uitgestrekte strand, het geluid van de kleine golven hoorde ik pas na een kilometer lopen, zo ver was de zee. Over het zand lag een klein laagje water, dat glinsterde in de zon. Het maakte mijn voetstappen licht. Met schoenen aan kon ik er doorheen lopen zonder dat mijn sokken nat werden. Na honderden meters lag het zand weer hoger, en vormden zich kleine duinen, als een lang schiereiland, dat evenwijdig aan het eiland ligt. Er was geen mens te zien, het was nog vroeg. Daarna heb ik een middagdutje gedaan en nu bezoek ik de Kobbeduinen. De zon staat al laag aan de hemel, maar het is nog steeds niet koud. Er is geen zuchtje wind en als ik mijn ogen dicht doe om te luisteren, hoor ik geen enkele auto, geen vliegtuig, niets van menselijke oorsprong. Wel hoor ik wulpen, scholeksters en ganzen. Er is een houtduif die roept in de bosjes. Alsof het lente is. Het gras onder mijn voeten is gemilimeterd. Het is niet alleen maar gras, het is ook fluitekruid dat zo kort is begraasd, dat het een onherkenbaar tapijt is geworden van allemaal miniscule blaadjes. Hier lopen de koeien in de zomer en nu zijn het de duizenden ganzen die hier het gras kort houden. In de verte zie ik ook een fazant pikken. Hij verdwijnt tussen de lange halmen als ik dichterbij kom. Ik passeer een man en een vrouw die minutenlang doodstil naar de zonsondergang staan te kijken. Ze groeten met een knikje. Een wandelaarster in de verte loopt stevig op. Ze is in het groen gekleed als een boswachter. Net als ik. Dan ben ik weer alleen. De zon zakt lager en lager. De dieren zoeken hun slaapplaatsen op en ik loop terug. Zie hoe de ganzen gewoon gras eten op deze plek, zonder te worden verdreven. Slapen op de plek waar ze zijn zonder bed of slaapkamer. Geen douche, haardroger, deospray of Kellochs cornflakes of roze leggings die nooit gaan lubberen. Geen waterbestendige Pfas-jas, geen havermout of brood van Bakker Bolhuis. Gewoon gras eten ze en hun veren houden hen warm. Hier worden ze met rust gelaten. Hier kunnen de vogels zichzelf zijn zonder al te veel stress. Voor me ligt een uitgestrekte vlakte, kilometers lang waar op dit moment niemand is. In het broedseizoen broeden er talloze vogels, er zit zelfs een lepelaarkolonie. Hoe lang nog? Minister Sophie Hermans heeft vorig jaar gezegd, toen ze demissionair was, dat er stroomkabels worden gelegd om het windmolenpark op de Noordzee te verbinden met de Eemshaven.  Dwars door het eiland, omdat dat de kortste weg is en het snelste. Een andere optie is een tunnel naast het eiland, die dan ook voor andere kabels kan worden gebruikt in de toekomst. Maar zoals gewoonlijk wordt zo’n verstandige duurzame oplossing nauwelijks bekeken en de minister zegt dat het haar spijt, maar dat ze voet bij stuk houdt. Ik krijg subiet een hekel aan haar. Lekker makkelijk, zeggen dat het je spijt maar het toch gewoon doen. Ook de LTO heeft bezwaar aangetekend. De route loopt dwars door gevoelige landbouwgronden, het er is gevaar voor verzilting en verspreiding van plantenziektes. Het drainagesysteem kan beschadigd raken.Toch moet het, zeggen ze. De windmolens moeten er sowieso komen. Dat vindt iedereen. Linksom of rechtsom. Het windmolenpark is hard nodig. Waarom hebben we steeds meer en meer energie nodig, en lijkt er geen einde te zijn aan de menselijke behoefte? En waarom heeft het eiland geen eigen stem, die het opneemt voor de lepelaars en de zeewolfsmelk? De stilte wordt straks verstoord door drones die onderzoek moeten doen. Is er dan niets heilig meer? Het hele noorden is tegen. We willen dit niet, niet zó. Er is een route die veel beter is, en de aanleg duurt maar drie jaar langer. Ik hoop dat de regering tot bezinning komt, voordat de eerste drone in de lucht in gaat. Het is Unesco natuurgebied en als dit kortzichtige plan wordt doorgezet stappen de noordelijke overheden waarschijnlijk naar de rechter. Het laatste woord is nog niet gesproken.

Dat denk ik als ik allang weer thuis ben. Maar nu loop ik nog hier, in de stilte die er nu is en die we willen behouden en heb maar een enkele gedachte: Kon ik maar een wolk zijn, een gouden wolk in het licht van de ondergaande zon. In een stilte die heilig was.

.

Overleven of erbij neerleggen

Wat we van dieren kunnen leren.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst..

Met mijn legerkistjes aan de voeten loop ik het Swettepaad af. Het is een grote open vlakte. Ik heb me warm aangekleed, een extra sjaal om mijn capuchon tegen de harde wind. Er zijn korte buien, hier en daar is de lucht lichter, maar nergens is hij blauw. Hagel slaat in mijn gezicht en ik trek mijn sjaal hoger op tot over mijn neus. Het doel is melk halen bij de melktap, drie kilometer verderop. Maar dat is slechts een excuus om de wereld te bekijken op een bijzondere dag als deze.
Ik kijk mijn ogen uit. Vooral in de sloten zie ik hele berglandschappen, overhellende taluten van sneeuw, soms met een scheur erin, soms afgebroken. Ik denk aan het boek van bergbeklimmer Joe Simpson, “Over de rand”. Hoe hij tijdens het beklimmen van de Siula Grande over de rand viel, terwijl zijn maat verder liep omdat hij dacht dat hij wel dood moest zijn. Dat was hij niet. Van de holtes en scheuren waarin hij terecht kwam is dit een minitiatuur. Gebiologeerd loop ik verder. Het is mooi en wreed.

.

.

Voor wie de tijd dringt dat zijn de dieren. Ganzen blijven maar rondvliegen, volkomen in de war, lijkt het. Oud en nieuw heeft ze opgeschrikt van hun vertrouwde weilanden en daarna kwam de sneeuw. Ik zie hele groepen voorbijgaan, soms naar het zuiden, dan weer naar het westen of het noorden. Een keer zag ik ze neerstrijken, onwennig om zich heen kijkend, maar gelijk daarna waren ze alweer verdwenen. Ze zullen ondertussen wel erg moe en hongerig zijn na die stress en al dat vliegen en zoeken in de koude harde wind.
Als de huizen langs de Hegedyk niet ver meer zijn zie ik iets zwarts op het smeltende ijs van de sloot. Als ik dichterbij kom herken ik een jonge rat. Zijn ogen staan angstig als hij me ziet, hij probeert weg te komen maar zijn pootjes vinden geen houvast in de gladde drab van het halfgesmolten ijs. Ik ga zitten op de schuine sloothelling, voel eerst waar het water begint onder de sneeuw, zet dan mijn voet neer op het laatste stukje oever. Dan strek ik mijn arm uit, ik kan hem zo pakken. Zijn kleine lijf staat strak van de spanning, maar is lekker warm. Even speel ik met het idee om er een tamme rat van te maken. Heel even maar. Dan zet ik hem toch maar neer, op een droge plek onder een hek. Als ik een uur later terug kom is hij dood. Wat moet een jonge rat ook in zijn eentje in dit koude desolate landschap. Daar is geen lol aan.

.

Soms help ik de muizen.


De muizen hebben van de sneeuw niet zoveel last. Ik zie sleuven en gangetjes in de sneeuw die op het pad ligt. Ze graven zich een weg van het riet aan de ene kant, naar het gras dat aan de andere kant van de weg groeit. Ik denk dat ze slapen in de droge rietpollen en elke dag gras eten aan de overkant. Klein als ze zijn kunnen ze daar makkelijk onder de sneeuw doorlopen, tussen de pollen is ruimte genoeg voor muizen en onder het sneeuwdak kunnen ze ongezien knabbelen. Er zijn allerlei muizen. Veldmuizen, spitsmuizen, die beschermd zijn.  Ik zie ook vaak kleine zwarte. Nee, sneeuw is voor hen niet erg.
Als ik thuiskom sneeuwt het weer een hele tijd door. Het pak wordt dikker en dikker. Maar die nacht gaat het dooien, de regen tikt op mijn dak wanneer ik in de vroege ochtend wakker word. Ik denk aan de ganzen, die komen straks weer makkelijker aan hun voedsel. Ik denk aan de muizen. Als dat dikke pak sneeuw in een keer smelt komt al dat koude water eensklaps in hun holletjes. En misschien vriest het nog weer op ook. Dan krijgen ze het een stuk moeilijker. Maar ik denk ook aan de hommels die hun winterslaap doen. Het is te hopen dat hun slaapplaats wat droger ligt.

.

Een wat rommeliger paadje van henzelf

Sneeuw is mooi maar ook een verschrikking. Niet voor mij, in mijn warme huis. Maar wel voor andere schepselen. Ik neem de tijd zodat ik me kan inleven in alles wat mij omringt. Er is lijden maar ik zie ook: het is zoals het is. De dood is ook een bevrijding. Je legt je er letterlijk bij neer. Dieren kunnen dat heel goed, daar kunnen we een voorbeeld aan nemen. Het sneeuwlandschap brengt mij dit inzicht: een verhaal over leven en dood. Om mij heen zie ik andere zorgen. Mensen denken aan hun auto, hun warme jas, het pakketje dat niet aankomt of de geannuleerde vlucht naar hun vakantieland. Sommige toeristenlanden lopen inkomsten mis. We moeten sneeuwproof worden, overal tegen kunnen. Maar je kunt je er ook bij neerleggen, zoals de dieren dat doen. Het uiterste van je erbij neerleggen is sterven. De dood is heel gewoon, leren dieren mij. Ik zoek naar mensen die hetzelfde denken op dit moment, die nu filosoferen over overleven en de dood. Die zullen er vast zijn, maar ik vind tot nog toe niemand. Daarom dit verhaal. Een oeroud verhaal, dat steeds opnieuw verteld wil worden.

.

Klik hier om te luisteren.

Nieuwe rondes, nieuwe kansen

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Kerst is voorbij. En nu brengt mijn pa ons weg, mijn vriend Dick en ik. Wie heeft nou een pa van 96 die je wegbrengt, niemand toch? Meestal is het andersom. Kinderen brengen hun pa weg. En uiteindelijk naar zijn graf. We boffen dat hij er nog steeds is en dit doet. Dus daar zeg ik geen nee tegen en met een korte opmerking maak ik hem bewust van dit opmerkelijke feit. Ondertussen zijn we bijna bij de Swetteblom. We rijden over een weg die ik goed ken, maar die me toch volkomen vreemd is. Ik zie hem dagelijks van afstand maar nooit zat ik erop in een auto. Het is de Haak. De weg die niet zo lang geleden is gemaakt om het vele verkeer de ruimte te geven. De weg is plompverloren in het land gelegd, volgens bewoners. Er is protest aangetekend met een alternatief, maar dat hebben ze niet eens bekeken. Rijkswaterstaat, de provincie en de gemeente Leeuwarden legden het besluit bij twee ministers en die hebben getekend. In 2014 lag hij er. Die stomme weg. Maar wel razendsnel. We rijden rakelings langs een gehucht dat ik nog nooit gezien heb. De drukke verkeersweg loopt zowat in hun tuin en toch heeft de gemeente er geen geluidswal voorgezet. “Ze willen het uitzicht behouden,” zeg ik “Ze doen hier niet aan bosjes en geluidswallen.”Dat snapt mijn pa wel, best mooi al die kerktorentjes aan de horizon. “Maar wel heel lullig voor de bewoners.” zeg ik nog. Pa knikt bedachtzaam. Lang tijd om erover na te denken hebben we niet. Verrassend snel zijn we ineens op de weg naar Weidum en wordt het landschap ons vertrouwd en even later kunnen we thuis uitstappen.

Nu heb ik voor het eerst op die vervloekte weg gereden. Ik heb er tot nog toe alleen nog maar naar geluisterd en gekeken. Geruis in de verte dat soms dichtbij klinkt. De stroom van lichten in de nacht. Een natuurlijke geluidswal is wenselijk. Ook dorpelingen willen dat. Zouden we opnieuw een initiatief kunnen starten voor een strook bomen langs de weg? Inmiddels zijn er dingen veranderd. Nieuwe rondes, nieuwe kansen. Er lag een weidevogelbeleid. Maar de weidevogels zijn er niet meer. De weg heeft ze weggejaagd. Er zijn sowieso nog maar een paar plekken in Friesland waar het goed gaat met de vogels. Dat vraagt om een nieuw beleid. Ondertussen klinkt de roep naar meer bomen steeds luider.

Soms zijn dingen jarenlang hetzelfde, is verandering nauwelijks mogelijk. Maar dan beginnen er zaken vast te lopen en moeten we breken met wat was. Hortend en stotend krijgen nieuwe mogelijkheden een kans. Op elke plek is dat weer anders. En ik ben vooral bezig met bomen en wat er onder groeit. Er zijn meer mensen bezig met bomen in deze streek en ik ontmoet ze. Binnenkort vindt hier een groenlunch plaats met MeerbomenNu. Het lijkt erop dat dingen gaan samenkomen. Het wordt tijd. En niet alleen hier. Overal broeit het en ontstaan nieuwe initiatieven. De tijdgeest leidt ons in de nieuwe stroom. We kunnen een nieuwe wind laten waaien. Laten groeien wat groeien wil, jeukende handen een bestemming geven en ’s avonds in slaap vallen bij het beeld van een landschap dat steeds levendiger wordt. Sommigen denken dat het te laat is. Uitsterving van soorten, klimaatverandering, alles zou niet meer te stoppen zijn. Maar zoals ik hier sta, met de rouwranden nog onder mijn nagels van het werk, voel ik hoop. Dat is wat aarde doet. Het maken van vuile vingers is werken aan hoop. Denk er niet alleen over na, je voelt het pas als je het ook doet. Voel de kluiten onder je klompen op weg naar het land, voel hoe ze breken. Voel de aarde in je handen. We zullen doorgaan met planten en zaaien. Nieuwe rondes, nieuwe kansen. Op naar de nieuwe tijd.

Luister naar het liedje dat spontaan ontstond:

We zullen doorgaan, doorgaan
met jeukende handen
met haar op de tanden tot het komt
ha
tot het komt!

.

Onze eigen Joulupukki

Joulupukki, wie is dat?
Over de magie van mythische figuren die horen bij het land.

.

Joulupukki komt uit Finland, en in Zweden heet hij Julbocken of Jultomten, kerstkabouter.( Door John Bauer – https://biblioklept.)

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

De kerstman en sinterklaas komen allebei van ver. De ene komt uit het warme zuiden, de ander uit het gure noorden. Het is spannend omdat ze speciaal hierheen komen, met een stoomboot, of door de lucht, net als Thor met zijn trekdieren, de oude Scandinavische god. Wat van ver komt is lekker. De meesten zijn er al wel eens geweest, het hoge noorden of het verre zuiden. Zelfs verder nog. Het is eigenlijk niet zo bijzonder meer dat de sint helemaal uit Spanje komt.
Ondertussen woon ik nog steeds in het vlakke land van het Noorden, in de buurt van waar ik geboren ben. In Spanje ben ik nog nooit geweest en in Scandinavië ook niet. Niet omdat ik niet wilde, ik houd van ontdekken en om me heen kijken. Als ik de vogels zie voel ik dat. Ik zie ze, terwijl ik nu schrijf. Ze trekken hoog over, in een V vorm, vooraan is het nog een slordige troep, maar hoe verder naar achteren hoe strakker de vogels schuin achter elkaar aan vliegen, richting het zuidwesten. Als ik dat kon, dan zou ik vast hetzelfde doen. Het lijkt me een mooie uitdaging, zo met zijn allen. Voorbereidingen treffen betekent dan vooral: goed eten. De tocht zelf gaat intuïtief en de oudere vogels hebben een ongelooflijk vermogen om het landschap en de sterren te lezen. Ook navigeren ze op aardstralen als het heel donker en mistig is of juist veel te licht door overdadige kunstverlichting. Ondertussen vliegt er nog veel meer rond.
De kerstman moet trouwens ook uitkijken, met al die drones. Die rendieren schrikken zich nog dood, met alles wat ze tegenkomen in de lucht. Misschien kan hij beter robots nemen. Maar ja, dan is er geen lol meer aan. Ik denk dat de kerstman eigenlijk liever thuis blijft. Gewoon in Finland, met een hele kudde rendieren tussen de Lappen. Daar kennen ze immers zijn echte naam nog: Joulupukki. Geen grote dikke vent, maar een klein kaboutertje met een rood mutsje op. Nu is hij lief. In oude tijden was hij niet zo lief, hij stal etensresten na kerst. Hij liet zich vervoeren door een kar met geiten, net als Thor. Daarom verkleedden mensen zich in geitenvellen, de trekdieren van de kabouter en gingen de huizen langs voor etensresten, alsof ze Joulupukki zelf waren. Later groeide de kabouter uit tot een brede lachende kerstman met een span rendieren. Hij lijkt op de kerstman die overal in de winkels staat, maar toch is hij anders. Hij is echter. Nog steeds klopt hij overal op de deur. Zijn naam is ook hetzelfde gebleven, Joulupukki. Ja, hier heeft de kerstman een echte eigen naam. Dat moet fijn voor hem zijn. Als ze hem roepen wordt hij vast nog vrolijker en gaan er belletjes rinkelen in zijn borst. Daar houden mythische figuren van, dat je hun echte naam kent. Integendeel tot Repelsteeltje verdwijnen ze niet, maar worden er juist vitaler van. Het geeft het land en de mensen diepte en eigenheid. De kerstbellen en glamour van de Amerikaanse kerst is daarbij vergeleken opdringerig en vlak. En wat moet een mythisch figuur trouwens met die commerciële herrie? Misschien kunnen we beter onze eigen mythische figuren weer leven inblazen. Onze eigen Joulupukki. Zorgen voor een landschap waar weer magie in zit, waar nog donkere plekken zijn tussen bosjes, vennen en plassen. Dat het zo donker wordt dat we de sterren weer kunnen zien en ons pas echt kunnen verwonderen. Dat we weer kijken naar overvliegende ganzen in de nacht. Als we dat doen, dan komen ze vanzelf terug, de elven en kabouters. De familie van Joulupukki. Dit te bewerkstelligen, daar ga ik voor. We werken door aan een landschap waar magie in zit. Ook in het nieuwe jaar.

.

.

Een gelukkige pechvogel

Als de stroom ermee ophoudt pak ik vrolijk de beugelzaag

.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Het is pechtijd. De kunst is het gelijkmoedig te ondergaan. Dat probeer ik, maar toch word ik wel even sjaggerijnig als er zich weer een nieuw probleem aandoet. Het meest hardnekkig zijn stroom en online-obstakels. De volgende tweedehands smartphone doet het de eerste week aardig, mits ik dat ene kabeltje gebruik, en geen andere. Het contact hapert, en in de tweede week werkt ook dat ene kabeltje niet meer. Ik had net alles geïnstalleerd.

Wat me toch elke keer genoegen doet is het werk met de bomen. Om het veldje waar mijn huis staat, groeit een wilgenrij. De bomen staan heel dicht op elkaar, en groeien schots en scheef alle kanten op, alles om naar het licht te groeien. Ze moeten hoognodig worden uitgedund. In het schuurtje ligt de kettingzaag, maar ook een hele fijne beugelzaag. Ik begin met de kettingzaag. Dat gaat net lekker, maar dan valt de stroom uit. Ik probeer een ander stopcontact. Gelijk begint het ding weer te brommen. Het is dus het snoer. Het past goed in de serie stroomproblemen. Een wolk komt nooit alleen. Maar hierover haal ik mijn schouders op. Ik heb immers een prima alternatief. Ik pak gewoon de beugelzaag. Ondertussen denk ik na. Ik heb nog wel een mooie dikke kabel liggen zonder stekker eraan. Die maak ik een andere keer wel compleet. Nu wil ik doorgaan.
Tussen de grote en kleine bomen door loop ik naar de meest overhangende wilg. Hij is niet zo heel dik. Onderaan de stam zet ik de zaag in het overhangende stuk. Twee keer schuin inzagen, en met een klein tikje valt het kleine schijfje hout er uit. Nu ik heb een mooie inkeping. Dan is de andere kant aan de beurt. Ik begin te zagen en langzaam begint de boom door te buigen, waardoor mijn zaag meer ruimte krijgt. De inkeping doet krakend zijn werk, anders was de zaag vast komen te zitten. Dat vastzitten krijg je anders altijd en hoe dikker de boom, hoe vaster zit de zaag, als je er niet op bedacht bent. Als het echt een dikke stam is, kun je dat ook oplossen door een keg in de snede te slaan, vlak achter de zaag. Maar dat hoef ik nu niet te doen, deze is dun genoeg om het alleen met een inkeping op te lossen. Met een doffe plof valt de wilg neer, precies tussen een jonge meidoorn en twee elsjes in, zonder ook maar een takje te breken. Ik loop naar het midden van de boom en trek hem naar de nieuwe takkenwal. Boven mijn hoofd klinkt gekwetter. Een koolmees heeft mij gadegeslagen en zit nu een meter van me af op een tak. Luidkeels maakt hij zijn aanwezigheid duidelijk. Twee keer per dag krijgt hij zonnebloempitten van me, op de hoge voertafel. Ik heb twee zaadsilo’s, maar die gebruik ik alleen als er sneeuw ligt of als ik weg ben. Als hij eten krijgt, is het direct van mij en niet anders. Daarom komt hij nu zo dichtbij. Hij fladdert tussen de bomen door naar die ene tak en kijkt toe wanneer ik de voerpot pak. Als ik even later wegloop zijn ook de pimpelmezen aan komen vliegen. Elke dag is het feest. Grijnzend ga ik verder met het slepen van de stam. Het zagen en sjorren en stouwen. Werk wat mij altijd weer gelukkig maakt, al zijn er nog zoveel GSM’s die ermee ophouden.

.

.