Knuffelwand en kleine bombus

.

weidehweidehommel bombus pratorumkl. frm.

.

Even was hij heel dichtbij
op mijn eigen duim zat hij
Kleine Bombus maakt zich klaar
hij ruikt de bloemen, kamt zijn haar
knikt me toe met zwarte ogen
en daar gaatie, weg van mij
omhoog, tot aan de hemelbogen

.

Ik sta onder het doorzichtige zeil, dat over de bouwplaats hangt. Het tikt, alsof het regent. Maar het regent niet. Het zijn tientallen vliegjes. Ze willen door het zeil heen vliegen maar dat kan niet.
Er zijn kleine vliegen en grote. De grote zijn lang en smal. Af en toe bespringt een grote vlieg een kleintje en eet hem heel langzaam op. Daar heeft hij voor een hele tijd genoeg aan. Dat denk ik. Want meestal zitten ze rustig te verteren, zonder te reageren op de drukte om hen heen. Warm en droog in hun luilekkerland.

Net als ik de beitel wil pakken hoor ik een diep donker gezoem. Het moet een hommel zijn. Ik ken ze goed. Ik help hommels. Hommels zijn lief. En ze zijn heel erg nodig voor de bestuiving. Ik kijk omhoog. Daar is hij. Een dikke zwarte stip tegen het felle zonlicht, dat door het zeil schijnt. Driftig zoekt het beestje naar een doorgang. Hij wil terug naar de zon en de bloemen, omhoog, omhoog.
Ik ga op het kleine bordes staan en houd mijn handen om hem heen. Het is een aardige hommel. Hij is geel en wollig en kruipt meteen op mijn vinger. Een weidehommel is het. Bombus Pratorum in het latijn. Door hun warme jasje kunnen ze goed tegen de kou en het zijn de eerste hommels die ik zie, na de winter. Ik stap van het bordes af, met Bombus op mijn duim. Ik loop onder het zeil door, er onder uit.
Bij het hek van de vijver blijf ik staan. De hommel gaat op zijn achterpoten zitten en poetst rustig zijn kop. Dan zet hij zijn poten weer neer en vliegt. Weg vliegt hij.

Ik ga weer verder, en pak de beitel. De plank ligt al klaar. Het is voor de buitenwand, en ik pas het profiel zo aan, dat het afwatert. Achter de buitenwand komt de isolatie. De eerste rol schapenwol zit er al in. Het ziet er lekker uit. Een echte knuffelkar is het nu. Het wordt zo fijn! Ik heb er zin in, wonen in een warm wollen jasje.

Maar ik kan even niet verder met de buitenwanden. Ik moet een paar weken wachten op een partij extra planken. Ondertussen ga ik verder met andere dingen. Het is net jongleren. Elke keer kijken hoe het uitkomt. En ondertussen het geheel blijven zien. Een hele kunst, dat is het.

.

knuffelwand wagen

.

De delen van red cedar staan al in de grondverf. Erachter zit schapenwolisolatie. Heel lekker warm. Het is behandeld tegen mot. Anders kan het zomaar gebeuren. Op één dag kunnen ze mijn hele huis opeten.

Het onderste stuk is klaar gekomen. Nu wacht ik op de extra planken van andere maten. Dan werk ik verder hoog, de twee bochtjes om tot aan het dak.

.

Lente barst los, de bouw begint!

.

Bouwen kozijnen kl frm 018

.

.

De eerste loodgrijze wolken pakken zich samen. De wind is gaan liggen en zachtjes bewegen de lichtgroene toppen van de hoog opgeschoten haagbeuken. Heel langzaam beweegt de lucht naar het noordwesten. Zo zacht is het, zo zwoel. Kleine spatjes beloven het begin van regen. Gelukkig, want de stoffige zandgrond is droog. Boeren zijn druk, overal. Ploegen, zaaien, maaien. Het ruikt naar gier.

Hier is het niet kaal en stoffig, zoals de omgeploegde akkers op dit moment. Hier is alles groen. De lente is losgebarsten. Tegelijk met de vogels bouw ik mijn nest. Het is de nieuwe wagen, waar ik aan verder werk.

De kozijnen. Ik had ze in de herfst al gemaakt, precies gepast, met zelfgemaakte hardhouten deuvels erin. Alle verbindingen zitten muurvast met zeewaterbestendige superlijm. Twee kozijnen zijn het. In elk kozijn komen vier langwerpige raampjes van echt glas. De sterke hoekige kozijnen maken het skelet van de wagen nóg steviger.

Het is een warme dag als ik ze erin zet. Dick is er om te helpen. Het werk gaat snel. Onze vingers zitten onder de lijm en alle lijmklemmen zijn in gebruik. Maar het lukt en ik ben tevreden. Bouwen is fijn. Ik wil het niet te snel doen, ik wil elk moment vieren. Vooral nu er zoveel verandert in korte tijd. En Iedereen mag meekijken. Dat is het allermooiste.

.

Als ik bouw
wil ik genieten
Dode lijnen
daar houd ik
niet van
Gestadige toewijding
dat is het plan
Het is mijn lust en
liefste leven

Laat me en ik maak iets,
je zal eens zien hoe mooi
Laat me hier
mijn gang maar gaan
Het komt,
het komt er aan
.

.

.

De nok er op!

.

 

.

.

nok erop

.

Achter op het veld wacht werk. Heel zorgvuldig ingepakt staat het daar. Mijn eigen rijdend huisje. Nou ja, het wórdt een huisje. Nog even en het heeft een dak, lichtblauwe wanden, heldere ruiten. En houten kozijnen, zacht oranje gelakt. Op deze stille plek heb ik hard en vol concentratie gewerkt. Het geraamte is klaar, andere onderdelen wachten. Ze wachten op montage, opgeslagen tegen een kromme wand in een oude wagen. Het moeilijkste werk is nu gedaan. Heerlijk.
Ik zit aan tafel te schrijven. Langs de schoorsteenpijp in het dak giert stoterig de wind en raast. Een harde vlaag beukt onverwacht mijn wagen heen en weer. Hij rukt en trekt uit alle macht. Maar ik weet, hij doet me niets. Hij krijgt geen vat, de wind, niet op iets wat mijnes is. Geen blik dat bengelt, geen zeil dat klappert, alles is stevig vastgesjord. De dichte deur maakt nog een kier, het lichte gordijn wappert.
Ik schrijf en denk aan gisteren. Het was een grote dag, de zon scheen en de wind was stil.

De bouw van mijn wagen vordert langzaam. Stormwind, kou en kille regen maken het tempo traag en herfstig. Toch is het nu zover gekomen. We bereiken het hoogste punt, de nok. Het is de ruggegraat van het gewelfde dak. Het lange werkstuk ligt al een tijdje klaar, omhult door blauw dun flapperzeil. Dat kan er nu af. Vandaag krijgt het zijn plek.
Dick is bij me. Met z’n tweeën tillen we het lange ding naar de voorkant. Maar we hebben nog twee handen nodig. Buurman Jan komt helpen. Hij klimt op een stevige trap om hem aan één kant omhoog te houden. Dick en ik hijsen de andere kant op de voorste dakboog, die gemaakt is van plaatmateriaal. De lange nok weegt wel wat, maar minder dan je zou denken. We hijgen,sjorren en schuiven, verder en verder, tot hij op zijn plek ligt, rustend op alle drie de dakbogen. Nu mag hij zakken in de gleuven, tot hij vast zit. Even bijschaven met de vijl…. En hij past!

Een feestelijk moment

De nok, de nok, de nok erop!
sjorren, hijsen, trekken maar
en als hij zit kan het niet beter
het klopt tot op de millimeter
Nou valt alles samen

En dan

Alles heeft zijn plek
Mensen, dieren, planten, dingen
Ik leef hier en kijk en werk
help het groeien
tot ik klaar ben
klaar ben
voor vertrek
tot ik niets meer
te zoeken heb
hier waar ik nu ben

.

Op het filmpje kun je het zien. Nu het complexe werkstuk op zijn plek zit, kan je eronder staan en alles goed bekijken. Gaten zitten om de vijf-en-twintig centimeter. Daar worden straks de kromgebogen dakspanten doorheen getrokken, alsof het ribben zijn, sterk en flexibel. Daar komt het dakzeil op. De nok heeft een lange ventilatiekap voor frisse lucht en om vocht kwijt te raken. Ook de elektra komt erdoorheen, kabels van de zonnepanelen. Twee stroomkastjes heb ik ingebouwd, voor de connectoren. Ik kan er makkelijk bij, ze zitten pal boven mijn hoofd. De ventilatiekap gaat over in een daklicht van twee meter lang. En aan het uiteinde, daar komt een verrassing. Maar dat houd ik nog geheim.

Reakties welkom: tt.alowieke@gmail.com

 

Zonnige panelenpraat

Blogtek panelenpraat kl frm

Ik loop met mijn mobieltje op de weg. Daar heb ik een betere ontvangst en het is lekker om even te wandelen. De zon straalt warm terwijl het al sinterklaas is geweest. Gek hoor.
„Hallo met Johan!“ zegt een opgewekte stem door de telefoon.
„Hoi, met Alowieke.“
„Hee, Alowieke!“ roept Johan verrast.
„Mooie berekening heb je gemaakt.“ begin ik en kijk naar de blote huid van mijn arm. Ik heb mijn mouwen opgestroopt. Het is ècht warm!
Johan helpt mij een systeem uit te denken, met zonnepanelen. Het is zijn werk, en hij is creatief en denkt duurzaam. Dus dat klikt wel. Ik ga het zelf in elkaar zetten, straks. Dan weet ik ook wat ik moet doen als er wat mee is.
„Ik zou wel wat extra vermogen willen hebben“, vertel ik hem „Dat infraroodpaneel kan in oktober wel eens heel handig zijn, als het dagenlang mistig is en het sprokkelhout nat.“ Ik kijk naar de zacht wiegende takken, die donker afsteken tegen de blauwe lucht en kuier langzaam verder weg van de camping.
„Ja, dat denk ik ook.“ denkt Johan met me mee, “ En in die tijd is het nog licht genoeg, voor een goede stroomopbrengst.“
Ik vertel hem iets wat ik sinds kort heb bedacht. Een idee waar ik graag op door fantaseer.
„Weet je, als ik dat infraroodpaneel niet gebruik in de zomer, dan kan ik die energie mooi gebruiken voor wat anders. Ik kan iets doen met film en geluid. Misschien wordt het wel een solarbioscoopje.“
„Ik ben benieuwd!“ zegt hij vrolijk.
„Het is wel zwaar,“ ga ik door „Een accu van meer dan vijftig kilo is best veel…“
„Hoeveel weegt je wagen, weet je dat?“
„Achthonderd kilo, exclusief bagage. Dat schat ik in.”
„Nou…“ zegt hij verbaasd „Waarom maak je je dan druk over die vijfentwintig kilo extra?“
„Ja dat lijkt niks, maar als je dat bij alles denkt, dan wordt het tòch zwaar!“
Het blijft een steeds terugkerend thema. Aan de zwaartekracht kan ik me niet onttrekken. Je moet er slim mee omgaan. Johan kent de beperking ook.
„Klopt, dat ken ik als ik mijn rugzak inpak. Dan wil ik ook altijd zo min mogelijk meenemen, het wordt gauw te veel,“ zegt hij.
Ik loop met mijn blauwe klompen in de berm en keer om, om terug te lopen. Al gauw gaat Johan verder. „Heee! Waar ik nu opeens aan denk, je kan ook lithiumbatterijen nemen. Dat zijn de nieuwste en die werken met ionen. Ze zijn lichter en gaan langer mee.”
„Ja!“ roep ik enthousiast. „Ik heb er over gelezen. Die wil ik heel graag. Het lijkt me een goede investering.“
„Ik zoek het graag voor je uit,“ zegt Johan tevreden. „Ik heb er nog geen ervaring mee, maar ik vind dit heel interessant en ik vind het leuk dat je zo enthousiast reageert“
„Prima, dan hoor ik nog van je! Ik ga nu verder. Tot kijk!“
Johan wil graag gauw komt kijken en zegt me gedag. Ik loop het pad op van de camping, terug naar mijn woonwagen.

O, het is zo spannend, dat alles steeds meer wordt wat het worden moet. Soms ben ik zo blij dat alles lukt zoals ik het bedacht heb en dat anderen zo fijn meedenken. Ik kan het zo bijzonder vinden, dat ik de slaap niet vatten kan. Op de donkere wand boven mijn bed projecteert mijn verbeelding de nieuwe wagen, die groeit. En ik kijk ernaar, met grote ogen. Als een kind voor zijn verjaardag, zo kan ik mij verheugen. Dit is de plek, waarin ik straks mijn leven zal voortzetten. Klein en kleurrijk en beweeglijk, als een echte kolibrie.

Link van Johan: http://ecosynergy.nl/

Lithium-IJzer-Fosfor-accu’s (LFPo) zijn vier keer zo licht, en veel beter voor het milieu. Ze zijn duurder, maar stukken efficiënter in het gebruik, zo verdien je het geld van de aanschaf weer terug. De laadtijd is ook veel korter. Ik wacht op bericht van Johan, maar ben heel benieuwd hierover.

Werken in de wind

Bouwen voor montage 012

Een sterke wind en stormachtige regenvlagen rukken aan takken van bomen en struiken. Ergens flappert een stuk loshangend zeil dat één van de wagens bedekt. De camping ligt er verlaten bij. De ezel schuilt achter een beukenhaag en het koetje achter zijn hok.
Dick is er. Hij heeft vier hele dagen om te helpen. Dat gebeurt zelden. Ik hoop dat we een heel eind komen. Zou het lukken om de nok klaar te krijgen? Onder de overkapping bij het toiletgebouw, daar hebben we ons geïnstalleerd. Om zeven uur gaat de wekker. Een poosje later lopen we op onze klompen over het gras naar het werk.

„Ik ga er even langs hoor!“ zegt Anouk, de nieuwe veldgenoot met de Yurt. Ze kijkt wat we aan het doen zijn. De nok van mijn nieuwe wagen ligt op twee uitéénstaande terrastafels. Je kan er net precies omheen lopen, naar de wc’s. „Wat een vakwerk! Dit vind ik zò mooi, hoe vaak zie je dat nou..“ zegt ze. Ik glim van trots. Het vijf meter lange werkstuk bestaat uit twee opstaande planken. Erboven is een driehoekige skelet voor het dakje met in het midden een gladde rondgeschaafde nokstok. Het ding wordt steeds indrukwekkender en zit vol interessante details, die allemaal een functie hebben. Ik heb er al vele uren aan gewerkt en er komen steeds meer uren bij.
Naast de nok, op de grond, ligt de dakbedekking. Een zwarte lap van kunstrubber. Met sjorren en trekken krijgen we de bovenste tien centimeter van de lap op de plank. Terwijl ik de stugge materie op zijn plek duw, zet Dick de lijmklem op een lange lat die de zwaartekracht moet trotseren. Dan hijsen we de andere helft omhoog, zetten het vast op dezelfde manier en dan zit het. De rest van het rubber hangt naar beneden, net tot aan de stoep. Nu alles op zijn plek ligt, kunnen we met het echte werk beginnen. We moeten het rubber vastzetten, en waterdicht verlijmen, zodat er geen vocht tussen komt. Als deze kant klaar is doen we de andere helft. Een heel werk.
„Ik vind het zo fijn dat je er bent,“ zeg ik tegen Dick „Nu kan ik iets groots doen!“
Dick staat voorovergebogen hapjes in het rubber te knippen, voor de uitsparingen. Harde wind waait regendruppels onder het dak van onze schuilplaats door en maken donkergrijze spikkels op de stoep. De spatten komen net niet niet tot de plek waar Dick zijn handen geduldig voortgaan. Een grijze krul hangt langs zijn geconcentreerde gezicht, een diepe plooi tussen de wenkbrauwen. Ik geef hem een aai over zijn bol. Hij kijkt lachend op. „ Het is meer werk dan we dachten, maar het vordert gestaag,“ zegt hij monter „We zouden het ook af kunnen raffelen, maar dan wordt het lang niet zo mooi.“ Ik ben het helemaal met hem eens. Het kost tijd om er iets moois van te maken. Ik ben blij dat Dick daar ook van houdt. Mijn nieuwe wagen is het waard. Hij wordt van top tot teen gemaakt met liefde voor het werk. Kan dit iets anders worden dan een pareltje? Ik dacht van niet!

Bovenin de opstaande nok komt een lange ventilatiekap. Verderop houdt dit op, en gaat het over in een lang, smal daklicht. In het uiteinde komt in een soort alkoofje, een glas in loodraampje, helderblauw met rood. (Judith Bark haar werk)
De dakbogen lopen aan weerszijden van de nok naar beneden, in een flauwe bocht. Ze worden bedekt met twee grote lappen kunstrubber. Ze komen uit in de goot, waar het voor een lekvrije afwatering dient.

.

.

.

.

Achter ’t zeil gebeurt het

Bouwen voor montage 003

Ik heb bezoek. „Dag!“ lacht de weelderige blondine, die voor mijn deur staat „Ik ben Wieke“
„Dat is leuk, zijn we naamgenoten“ zeg ik „ Kom binnen.“
Ik open de deur zodat ze mijn woonwagen kan in stappen. Op de mat blijft ze staan. “Oh, wat een mooi plekje!“ roept ze „En de kachel brandt al lekker. Fijn!“ Achter haar staat een lange jongen met lang donker haar. Hij kijkt over haar schouder mee. „Dit is nou echt een plek waar ik zou willen wonen.“ droomt ze verder „ Ik heb altijd gehouden van kleine coconnetjes. Ik hoef niet groot te wonen, wat moet ik met al die ruimte… “

Af en toe komt er iemand langs, die mijn verhaaltjes leest, en die ook graag op een andere manier wil leven. Mensen die houden van de knusse gezellige eenvoud van kleine behuizing, jong of ouder. Iedereen is welkom.
Met Wieke en Bas maak ik een rondje over het terrein. We lopen langs de tuin en ik laat ze de nieuwe wagen zien. „Je bent al ver!“ zegt ze bewonderend. „Jahaa,“ knik ik grijnzend, terwijl ik het doorzichtige zeil oplicht om er onderdoor te kruipen. „En er gaat nog veel meer gebeuren. Kijk, dit is een raamkozijn met spatlap. Helemaal klaar voor montage.“ Wieke knikt.  „Ik heb het gelezen op je blog.“
„Het is de vraag hoe het zal gaan, deze week“ denk ik hardop. „Ik wil alle onderdelen in elkaar gaan zetten. Erg spannend want je weet maar nooit. Sommige verbindingen zijn op kurkdroge zomerdagen uitgehakt en zullen in de vochtige herfstlucht flink zijn uitgezet. Dat zal nu niet meer passen.“ Bas knikt „ Er komt altijd meer bij kijken dan je van te voren kan bedenken.“ Ik lach hem toe. „Gelukkig komt mijn vriend Dick. Ik kan veel alleen, maar dit is te veel en te zwaar. En zo fijn dat ik een paar dagen met hem kan overleggen!“
„Het wordt mooi. Je hebt het goed voorbereid..“ zegt Bas terwijl hij zijn hand langs het hout van de wagen laat gaan. Ik knik. „Laten we verder gaan, “ stel ik voor. We kruipen terug onder het zeil door, het veld op van de minicamping. De ezel balkt vanuit de verte en de honden van Jan springen enthousiast heen en weer, als we naderen. We bekijken een paar woonwagens en de prachtige Tinker achter het hek met zijn harige witte sokken. “Het bevalt me hier!” zegt Wieke. “Ik kom vast en zeker terug!” Gelijk heeft ze. Dit is een fijne plek.

.

Bouwen voor montage 012

Het is een beetje improviseren, maar het gaat best.

.

Bouwen voor montage 004

Het raamkozijn met spatlap van EPDM, kunstrubber, komt ook op het dak.

.

Bouwen voor montage 005

Raamkozijnophanging aan lange lat bovenaan.

.

Bouwen voor montage 020

Constructie van versterkte dakboog in het midden.

.

Bouwen voor montage 023

Fijn halfhoutverbindinkje in vensterbankplank.

.

Bouwen voor montage 009

Dakbogen en deurpostbevestigingspalen met alle verbindingen.

.

Bouwen voor montage 014

Gereedschapsplek  onder de werkbank als ik bezig ben.

.

Bouwen voor montage 008

Isolatiemateriaal, Schapewol van Doscha 8 cm dik.

.

Bouwen voor montage 001

Dakkap onder zeil. Komt als hoogste punt in het midden, in de gleuven van de dakbogen.

.

Bouwen voor montage 010

Dit komt straks pas, maar staat ook al klaar.

.

Link naar de camping: http://www.denbobbel.nl/deontginner/1.1.php

Wakker worden in mijn woonwagen

Blogtek ontwaken in woonwagen kl fr 011

.

Ik hoor een haan kukelen en besef dat ik wakker ben. Wat droomde ik zojuist? Ik heb mijn ogen nog dicht en probeer het me te herinneren. Ik weet het niet meer. Weer hoor ik de haan, die luidruchtig duidelijk maakt dat het ochtend is. Hij scharrelt rond om mijn wagen. Ik doe mijn ogen open, kijk over het randje van de dikke dekens en voel de lucht. Het is koud. Het tere ochtendlicht schemert door witte katoenen gordijnen en kondigt een zonnige herfstdag aan. Ik kruip nog eens diep onder de dekens en doe mijn ogen weer dicht. Ik zie mijn nieuwe wagen voor me, en het raamkozijn, dat ik aan het inbouwen ben. Ik zie de constructie boven de vensterbank, onder het gewelfde dak. Ik ben blij dat ik het opnieuw helder heb, wat er moet gebeuren.  Ik voel een lichte luchtstroom om mijn gezicht, het enige stukje vel dat bloot is, onder mijn witte wollen slaapmuts. Ik denk er aan hoe het zal zijn als het af is, mijn  wagen. Het moet heerlijk zijn om in zo’n kleine knusse cocon wakker te worden. Een huisje dat ik ken als mijn eigen huid. Een warm nest ingekleed met wol. Als ik dan wakker word is de warmte van de kachel nog blijven hangen. De lucht is er nooit vochtig en klam  ’s ochtend vroeg. Straks ga ik weer verder met bouwen. Maar niet haastig. Nee, rustig en met blijvend oog voor details.

.
De haan zit nu vlak voor mijn raam en kraait opnieuw. Ik neem afscheid van de vertrouwde warmte van mijn nest en kom overeind. Ik grijp de dikke wollen trui die naast me ligt en een wollen rok. Gauw trek ik het aan, over mijn nachtkleren heen, voor de kou vat op mij krijgt. Het echte aankleden komt later wel. Ik trek de slaapmuts ver over mijn oren en stap uit bed om mijn klompen aan te doen. Als ik de deur opendoe komen alle kippen aangerend. Ik stap het trapje af van het bordes, het bedauwde gras op. De kleine zwart-witte kipjes naderen wat schuw en blijven op afstand staan. De grote bruine kippen kuieren zonder angst vlak voor mijn harde blauwe klompen.
Ik loop naar het schuurtje. Dat bestaat uit een stuk kromgebogen golfplaat, vastgeschroefd met dikke bouten aan twee platen betonplex. Het is eigenlijk meer een heel kort tunneltje dan een schuur, en mijn fiets past precies in de lengte onder het tochtige gat. Aan weerszijden is de buitenkant bedekt met hellende stapels dakpannen. Er bovenop liggen takken. De eerste ranken klimop kruipen langs het oranje aardewerk omhoog en zullen straks de dode takkenbos volledig in bezit  nemen. Nog een paar jaar en alles is ermee bedekt. Ik buk me onder de net iets te lage golfplaat door en doe twee stappen naar de plek waar mijn fiets staat. Hij leunt tegen een kist aan.
Alle kippen zijn me gevolgd, langs het korte kronkelpaadje tot aan deze plek, het heilige der heiligen. Het meest levendige kipje zit bovenop het deksel van de kist en haar oranje ogen kijken alle kanten op, in afwachting van het heerlijke dat straks komt. Ik pak Kipje beet en zet haar op de grond. Dan gaat de klep open. Kipje kijkt ongeduldig over de rand van de kist. “Pas op meid”, zeg ik tegen haar. “Als de deksel valt heb je je nek gebroken!” Met één hand hou ik de deksel open, met de andere hand doe ik een graai. Ik voel de korrels tussen mijn vingers door glijden, voor ik het breed uitstrooi over het gras. Alle kippen, groot en klein, rennen alsof hun leven ervan af hangt en pikken haastig in het rond. Behalve Kipje. Kipje staat naast mij en kijkt me vragend aan. Ze tokt iets in het kips, alsof ze wil zeggen ” Krijg ík nog wat?” Ik graai opnieuw, en leg een hoopjel zaad vlak voor haar neus. Gretig begint ze te eten. Ik doe de kist dicht en ga  naar binnen om de kachel aan te steken.

.

Kipje wacht voor de deur tot ik naar buiten kom.

Kip in licht kijkt kl frm

.

.

.

Ver weg in Idaho

.

Blogtek Idaho kl fr

Terwijl ik aan het raamkozijn werk, komt er een jongen aan die gek is op het land van Idaho. Er volgt een gesprek. Onderaan zie je de foto’s van waar ik op dat moment aan werkte.

.

Een grote brede vent sjouwt met stoeptegels. Hij is al een paar dagen bezig. Hij doet zwaar en voorbereidend werk voor An, een vrouw die hier komt wonen. Onder het zeil verstopt ligt een stapel materialen voor de prachtige yurt. Ernaast is hij bezig. Hij tilt de tegels uit de kruiwagen en legt ze neer op het weiland. Ik zie het vanuit de verte en loop erheen. “Lukt het met egaliseren, Marco?” roep ik. “Ja hoor,” zegt hij opgewekt, de dieren hebben het hier goed platgetrapt. Gelukkig maar, want met die harde grond kun je het zand niet schuiven.” Ik knik bevestigend en kijk naar de balkjes die hij gezaagd heeft. “Mooi recht hout”, merk ik op. “Veel hout trekt krom, met dit vochtige weer. Ik heb een paar balkjes waar ik niks mee kan.”
“Heb jij hier ook een project dan?”
“Ja, ik bouw een kleine woonwagen. Verderop, onder dat transparante zeil.” Hij lacht. “Gaaf zeg, en ga je ermee trekken?”
“Zou kunnen. Maar eerst wil ik onderzoek doen, vooral naar muildieren. Daarna pas beslis ik.”
“Muildieren…. die hebben ze veel in Amerika.”
“Kom je daar wel eens dan?”
“Elk jaar wel een paar maanden, ik ga naar Idaho, al vijfentwintig jaar.”
“Dan ben je er vast helemaal mee vergroeid…. Maar dat land is toch heel plat, droog en kaal,” vraag ik.
“Nee, er zijn bergen van meer dan 3000 meter, net als in de Alpen.”
“En dan niet beplant met sparren voor houtkap, zoals in Zwitserland zeker…”
“Nee, daar is alles nog wild.”
“Is er ook water?”
“Ja, bergen, rivieren en steppen. En prachtige rode aarde. Alles is er. Ik hou veel van dat land..” Marco is even stil voor hij verder gaat. “Er is een gebied ter grootte van Nederland, waar je niks op de motor mag doen. Boswachters moeten er zagen met een trekzaag. Daar trokken wij rond. We kwamen een groep mensen tegen, die rondtrokken met muildieren. Het waren er zoveel!” Hij lacht bij de herinnering. “We hebben een biertje bij ze gedronken. Muildieren zijn heel rustig, weet ik nu. Ze rennen niet weg voor iets, zoals paarden. Ze willen ook alleen maar langzaam lopen.”
“Ja,” antwoord ik opgewekt, “ik heb al veel over ze gehoord. Jammer dat er hier maar zo weinig van zijn. Ik zou de dieren graag leren kennen en de mensen die bij ze horen.”
“Ga je ervoor naar Amerika dan?” vraagt Marco nieuwsgierig.
“Wie weet. Ik ben in elk geval blij met je verhaal. Dank je wel!”
“Succes met je wagen. Ik kom zo even kijken.”
“Okee!” lach ik.
Ik loop terug over het bedauwde gras, op mijn blauwe klompen.

.

.

HET RAAMKOZIJN

.

Waar keek Marco naar toen hij kwam kijken bij mijn nieuwe wagen? Op dat moment was ik de kozijnverbinding aan het maken. De gaten boorde ik met een verzinkboortje.

.

bouwen kozijnverbinding kl fr 001

.

Om het gat aan de andere kan precies op de goede plek te krijgen, wilde ik graag een afdruk maken. Ik bedacht me dat ik het verzinkboortje opnieuw kon gebruiken. Je kan het boortje er ook uithalen, met een imbussleuteltje. Ik heb dat gedaan en het andersom in het gat gestopt. Nu kon ik het kozijn er tegen aan drukken en komt er de afdruk van een klein cirkeltje in het hout.

.

bouwen kozijnverbinding kl fr 004

.

Eruit halen was even lastig. Met een griptang wilde niet. De oplossing bleek simpel. Boortje in het gat stoppen en zijwaarts kracht zetten, alsof je hem scheef probeert te duwen en tegelijkertijd trekken. Hoppekee daar komt hij al.

.

bouwen kozijnverbinding kl fr 005

.

Dat is genieten, beide gaten precies op de juiste plaats!

.

bouwen kozijnverbinding kl fr 006

.

 

Een onverstoorbare bewoner

blogtek kruisspin kl fm. 011

Werktijd. Ik heb zin. Ik ben uitgerust en fris. Het is droog, de zon schijnt. Ik loop naar mijn nieuwe wagen om er in te klimmen. Het is net een serre, met dat transparante zeil. De vloer is leeg en opgeruimd. Er ligt nog wat houtstof tegen de onderwand. Ik ga op de goudgele planken zitten en pak één van de twee palen die er liggen. Een stuk van de voorgevel. In elke paal heb ik gisteren zeven kruizen gezet, met nauwkeurig afgemeten lijntjes er omheen. Ik controleer nog even of het allemaal klopt. Wat tussen die lijntjes zit, dat ga ik vandaag allemaal uithakken. Er zijn nóg twee palen, voor de achterkant. Alle vier moeten ze zeven halfhoutverbindingen krijgen. Een vergissing is zo gemaakt. Maar alles is in orde en ik kan aan de slag. Eerst de ijzerzaag, om de stukken af te bakenen. Dan plakjes maken, met de decoupeerzaag, precies tot het lijntje. Ik glimlach tevreden.
Boven mijn hoofd, tegen het zeil, klinkt zacht getik, alsof het regent. Maar het is geen regen, het zijn vliegjes. Ze kunnen er niet meer uit, ze weten de weg niet. Hommels help ik. Vliegen niet. Die komen misschien wel terecht bij de hoofdbewoner van dit paleis. Een enorme dikke kruisspin. Precies in het midden zit zij, tussen de twee palen, daar heeft ze haar web gespannen. Slimme vliegen gaan er handig in een bochtje omheen, maar heel veel ook niet. Die hebben pech. De spin is de helft van de tijd aan het eten. De andere helft zit ze stilletjes almaar groter en groter te groeien, terwijl haar web nog steeds bezaaid is met ongelukkigen. Ik heb veel respect voor haar.

Het zagen is klaar. Waar de inkepingen komen, zijn nu allemaal plakjes in het hout, keurig naast elkaar. Maar ze zitten nog vast. Dat is niet de bedoeling, ze moeten eraf. Hakken, met de beitel. Die ligt al klaar. Hij ligt helemaal aan de andere kant van het grote, wagenwijde web. Wat zal ik doen. Als ik de beitel hierheen haal, dan moet ik twee keer onder het web door. Handiger is het om de paal naar de beitel toe te schuiven. Ik pak het vurenhout beet en duw het onder het web door, zonder de draden stuk te maken. Nu ik nog. Ik kijk. Het onderste draadje van het web zit niet heel erg laag. “Ik ga er even langs hoor!” zeg ik tegen de spin. Ik buig door mijn knieën en werk mezelf lenig onder het geweven kunstwerk door. Ik knik de spin nog eens vriendelijk toe, voor ik de scherpe beitel pak.
Nu concentreren. Met alle precisie zet ik het glimmende staal langs het lijntje. Ik leg een mooi blokje hardhout tegen de vlakke kant van de beitel, zodat het scherpe uiteinde haaks op het hout staat. Dan pak ik de klopper en in één rake klap vliegt het gekozen stukje uit de paal. Ik kijk naar de spin, vlak naast me, maar die trekt zich helemaal niks aan van het geklop, gebonk en rondvliegende stukken. Superspin, dat is ze. Wie weet hoe groot ze nog wordt. Misschien wel groter dan ik.

.

De verleiding

Blogtek Verleiding 002

Soms zou ik wel
willen gaan zo snel
dat het morgen klaar is
als een hele grote ballon
die na wat pompen oplaatbaar is
Kijk, daar gaat ie!

.
We staan op de bouwplaats. Jan, mijn nieuwe buurman, bewondert  de dubbele vloer van mijn woonwagen. Hij kijkt naar de spanten en materialen die klaarliggen. Sommige dingen wil hij óók gebruiken, om zijn woonwagentje te restaureren. “Dat dakrubber, dat lijkt mij wel wat,” zegt hij “Met isolatie eronder.” Hij lacht even. “Het is wel een onhandig tijdstip, om in de herfst en winter mijn dak te gaan vervangen. Maar ik wil zo graag weg in februari. Als het lukt.”
“Misschien kan je straks wel een stuk bouwzeil van me gebruiken,” stel ik voor, “als mìjn dak op zit.”
“Wanneer ga je dat doen dan?
“Tja, binnen twee maanden denk ik toch wel…”
“Zoooo dàn al?”
“Zou goed kunnen.”

Het is een dag later. Ik lig op mijn rug in de wagen en kijk naar het bouwsel om me heen. Het doorzichtige bouwzeil wappert in de wind en regen klettert als een luid applaus. Een beetje voortijdig, dat wel. Het moment om te juichen is nog niet gekomen. O, ik verheug me op het moment dat alles samenkomt! Ik werk er al zo lang aan. Er is al veel klaar. Maar niet genoeg. Er komt steeds iets bij, want het is best ingewikkeld.
Ik verbaas me erover hoelang ik al bezig ben. Zestien maanden geleden is het, dat ik begon te ontwerpen. En nu groeit die vorm daadwerkelijk uit de materie. Ongelooflijk leuk is dat. Hoe lang zou het nog duren voor het dak er op kan?
Ik voel de dikke grenen planken onder mijn rug en billen. Ik heb mijn handen onder mijn hoofd gevouwen. De smalle sterke vloer is precies groot genoeg. Ik kan hier straks mijn dagelijkse ochtendoefeningen doen. Al rondkijkend fantaseer ik verder. Je zou ook best met vier mensen voor het raam  kunnen tekenen of schilderen, ergens in de natuur.
Ik laat mijn blik gaan over de rij spanten die boven me uit steken en het raamkozijn dat naast me staat. Al zou ik willen, het mag er nog niet in, daarvoor is de constructie nog niet stabiel genoeg. De driehoekconstructie van een lange vensterbank moet stevigheid geven aan de zijwand. En ook de voor- en achtergevel moeten er in. Dan pas komt het kozijn en dan het dak.

Ik bouw. De ene handeling volgt op de andere. Er zit een logica in die ik al doende ontdek. Hoe meer tijd ik ervoor neem, hoe voorspoediger het gaat. Ik merk het elke keer. Telkens als ik werk om op te schieten, maak ik een fout. Daarom ga ik tegenwoordig eerst maar liggen voor ik begin, plat op de houten vloer. Ik kijk om me heen en zie wat nodig is. Mijn wagen is geen luchtballon, die ik even snel op kan pompen tot juiste proporties. Gelukkig maar, ik heb mijn wielen liever op de grond. Ik bouw. En wanneer het dak er op kan, ik weet het niet. Op een dag is het zover. Misschien zal ik verbaasd zijn.

.

Mijn wagentje is zó klein
in één oogopslag herkenbaar
en ik ben daar
als een oester in zijn schelp
een slak in zijn huis
een vogel in zijn nest, het is
niet meer dan het is
niet meer dan ik ben
ik pas er precies in
als een zonnetje zo klaar

.

.

.

.

.