Een moment van verwarring

Woorden kunnen het tegenovergestelde bereiken van wat je eigenlijk bedoelt. Dan ga ik misschien wel liever gewoon verder met bomen planten. Dat is tenminste echt iets.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Dat is nou ook wat. Gisteren schreef ik een mooi stukje, over hoe ik mijn duurzame leven zie. “Ik zie mezelf als een nomade” schreef ik, “een nomade trekt alleen verder als het moet. Maar evengoed kan het zijn dat deze plek voor de rest van mijn leven is. Misschien heeft deze grond mij echt nodig en hoort het bij mij”.

Beter kan ik het niet zeggen, dacht ik tevreden. Het bericht kreeg veel belangstelling. Maar toen zag ik iets merkwaardigs. Op LinkedIn stond een duim van een man die ik niet kende. Ik keek naar zijn profiel en hij bleek de CEO te zijn van een olie en gasbedrijf. Ik ging rechtop zitten. Wat is dit nou? Een oliedirecteur die iets herkent in wat ik zeg? En dat terwijl ik vorige week nog voor de Waddenzee op de dijk heb gestaan om de nieuwe boorplannen van Shell tegen te houden! De directeur is gespecialiseerd in niet ontdekte olie en gasgebieden op verschillende plekken op de wereld. Die kunnen dan geëxploiteerd worden. Voor mij heeft dat woord een andere betekenis dan voor hem: het betekent nieuwe wegen uitrollen door ongerepte natuurgebieden en onteigeningen. Geronk en geraas en platgereden dieren. Kaalslag om de jaknikkers te plaatsen. Verdere stijging van de temperatuur op aarde, al weet je nooit hoeveel dat is. Verbaasd kijk ik ernaar. Ik dacht dat ik iets schreef over eenvoudig leven. Ik lees het nog eens over. “Misschien hoort de grond bij mij,” schreef ik. Ja, dat denkt een olie-exploitant ook. Die denkt opgewekt: “Ja dat heeft ze mooi gezegd” en voelt zich bevestigd in wat hij doet. Hij ziet zichzelf kennelijk ook als nomade. Hij trekt verder als het moet, maar het liefst vindt hij een grote gasbel waar we voor heel lang genoeg aan hebben. Of olie. Precies zoals ik schreef. Maar “grond die bij je hoort” is in dit geval grond die wordt toegeëigend.. Zo iemand staat vooral ten dienste van zijn eigen portemonnee. Bedrijven moeten groeien, in onze economie, groeien en concurreren. Het is elke keer maar de vraag wat mensen zien in een tekst. Denk ik iets te schrijven over eenvoudig leven, blijkt het tegenovergestelde ook waar te zijn. En dan denk ik: Wat heeft het eigenlijk voor zin, al die woorden? Kan ik niet beter beroepsactivist worden, dan is het tenminste echt duidelijk waar je voor staat. Tenminste, dat hoop je dan. Een poosje volg ik die gedachte. Maar als ik uit het raam kijk zie ik de bomen. Natuurlijk, de bomen! Zij zijn immers concreter dan wat dan ook. Bomen planten is een prachtige bezigheid. Daarvoor zijn weinig woorden nodig, je leven staat ten dienste van hen. Bomen planten doe ik al. In het begin hebben ze je nodig, later een stuk minder. Ze leven vaak langer dan ik. Die prachtige wezens leveren enorm veel diensten voor deze bodem en onze planeet. Bomen planten en ervoor zorgen doet vast en zeker meer dan een tekst, al bewerk ik hem twintig keer om het zo helder mogelijk te krijgen. Ik houd van ze. Als ik hier dan sta, hier in het Friese land, maken ze me gelukkig. Zie ze staan, daar in de wind. Het blad licht op in de zon, de takken zwaaien heen en weer. De berken torenen steeds verder boven het land uit, daar boven op de bult. Hun stammen zullen steeds witter worden en dikker. Eronder kleuren de helderrode bessen van de sleedoorn, tussen de andere bomen en struiken. Niet te geloven dat dit kleine bos nog maar drie jaar staat! Maar ik heb er dan ook veel tijd in gestoken. Dit is echt iets. Het bosje is mijn wonderkind, dat nog veel kan doen. Het zal verder groeien. Mensen zullen het zien en gelukkig luisteren naar het ritselen van bladeren en naar de spotvogel in de zomer. Vlinders en andere dieren en insecten zullen voedsel en beschutting vinden. In de herfst zullen de mensen na mij nog jarenlang noten verzamelen. Hazelnoten, walnoten. Ze zullen goeie gesprekken voeren tijdens het wieden en elkaar helpen bij het uitgraven van de woekerbraam die geen vruchten geeft. Ze zullen de essen en esdoorns ertussenuit halen en gebruiken als brandhout. Misschien is dit bosje wel een begin van een groter bos. Het zien en beleven ervan verandert iets in het denken van de mensen, heel langzaam maar zeker. Dat krijg ik met teksten niet voor elkaar.

De Friezen hier moeten wennen aan bomen. Het kan nog heel lang duren voor het bos groter zal groeien. Misschien wel vijftig jaar. Dan ben ik er niet meer bij. Maar ik heb wel een aanzet gegeven en meegewerkt en het verhaal gaat door. Bomen doen misschien wel meer dan woorden. Laten we goed voor ze zijn. Bescherm ze, verzorg ze, help ze groeien. Laat hun verhalen leven.

.

De levende zee en de doden

In een paar dagen komt het samen, het gedenken van de Palesteinse doden en het beschermen van de ongelooflijk levendige Waddenzee.

.

Het zijn de namen van de doden die ik voorlees. Palestijnse doden, een lange reeks van 68.000. Dat zijn hele boeken vol, waarvan ik als een van de vele vrijwilligers, slechts zes pagina’s voor mijn rekening neem. Elke naam krijgt de volle aandacht. Het valt niet mee, dat Arabisch. Het is volkomen vreemd aan elke taal die ik ook maar een beetje ken. Al is de uitspraak belabberd, het komt vanuit het hart. Tussen de namen in kijk ik telkens even naar het publiek. Een paar mensen zitten er. Sommigen komen hier elke dag langs voor ze naar hun werk gaan. Ze gaan extra vroeg van huis om hier nog even vijf of tien minuten te zitten. Maar niet iedereen heeft die betrokkenheid. Een oudere man staat sceptisch naar mij te kijken Hij zegt iets tegen een vrouw met een grote grijze krullenbos, die al een hele poos ernstig zit te luisteren. Als ik de laatste naam van mijn deel gelezen heb, ga ik naar haar toe. Ik wil het weten. Wat zei die man? Ze vertelt me het met ingetogen verontwaardiging.

“Ach joh, dit heeft toch helemaal geen zin” had hij gezegd. “Je moet die mensen niet allemaal hierheen halen.” Dit is ongepast vond ze en dat zei ze ook en toen liep hij weer verder. Ja, achtenzestigduizend doden, we halen al hun namen hierheen. Om ze als in een gebed te gedenken. Omdat er anders misschien niemand is die het doet en omdat een heel volk niet ongezien van de kaart mag worden geveegd. We kunnen hier weinig doen, maar dit is toch het minste. Er kwamen verschillende reacties uit Gaza. Een ervan kwam van Ahmed, uit Gaza stad, dat momenteel zwaar onder vuur ligt.

Vanuit de grond van mijn hart, ik bedank jullie voor het staan op straat en dat je je stem verheft voor Gaza en de menselijkheid. Mensen als jullie geven ons de hoop dat het rechtsgevoel nog steeds leeft en dat er nog steeds vrije harten zijn die kloppen vanuit waarheid. Jullie demonstratie is niet alleen een voorbijgaand gebaar, het is een boodschap van liefde en licht, dat ons bereikt in het midden van de duisternis. Bedankt dat jullie ons laten voelen dat we niet alleen zijn.”

Dat raakt. Aan het einde van de dag ben ik ineens heel moe. De intensiteit van dit ritueel heeft veel energie gekost en tijdens het klaarmaken van het avondeten ben ik prikkelbaar. Stil eten we onze maaltijd, mijn vriend heeft er begrip voor.

Een paar dagen later ga ik opnieuw op pad. Dit keer pleiten we voor het voortbestaan van onze eigen levende Waddenzee. Het is een actie tegen Shell. Het bedrijf wil hier bij Ternaard naar gas boren. Ook hiervoor zijn veel mensen op de been gekomen. Ik kon gratis instappen, in een bus die Milieudefensie had geregeld. Het is een heerlijke dag en als we met zeshonderd mensen op de dijk lopen, hopen we allemaal dat dit prachtige uitzicht op het wad nog heel lang mag voortbestaan. Er zijn al genoeg doden te betreuren, mensen en niet-mensen. Laat onze Waddenzee dan alsjeblieft voortleven, bruisend, borrelend en fluitend, met alles wat er is! Het is niet nodig dat er opnieuw een gasboring wordt gedaan, op een plek waar het notabene verboden is. Er is genoeg gas voor het hele land op de plekken die al zijn aangeboord. Dit en meer hoor ik van de sprekers. De sfeer is ontspannen en open. Een van de sprekers vraagt om een minuut stilte en dan luisteren we met honderden mensen tegelijk naar wat er is. Ik hoor de roep van een enkele vogel die opvliegt uit het veld en kijk achterom. Ik vind er een glimlachende man, terloops en onverwacht kijkt hij me aan. Hartverwarmend dat zoveel mensen zich inzetten voor een gezonde aarde. Vandaag is het voor de levende zee. Een andere keer staan we op voor de doden die niet in vrede konden sterven en zijn we anderen tot steun. We zijn er, elke keer weer. Dan ik, dan jij, afwisselend als in een oneindig lied dat we altijd blijven zingen.

.

Hier het paradijs en ergens is de hel

Het geluid van boomkrekels in bosjes die ik zelf heb geplant. Daar word ik gelukkig van. Alles groeit ontzettend goed. Mijn hart is opgewekt en levenslustig van karakter. Ik zie dat terug bij sommigen, dáár. Kinderen en volwassenen, die nog altijd kunnen lachen, al is hun situatie nog zo beroerd. Ik denk aan hen. En ook aan hen die nooit meer zullen lachen.

.

.

Tijdelijk geen luisterversie.

.

Hard werken doet me goed. De broeierige augustusdagen vinden verfrissing door de wind, die hier altijd waait. En ik ben hier. Drieduizend vierkante meter, knippend met de heggeschaar, maaiend met de zeis, voorzichtig stappend tussen de sprinkhaantjes, die op sommige plekken massaal het gras kort houden. Ik schilder mijn kleine huis, onderhoud het gereedschap. Alle accu’s worden weer gevuld. Maar ondertussen zeurt er een doffe pijn, iets wat nooit helemaal weg is. Mijn betrokkenheid bij de Palestijnen. De beelden op instagram zijn indringend. Wat daar gebeurt snijdt als een mes. Ik kan er een tijdje niet aan denken, maar het is er. Er is geen land ter wereld waar zoveel kinderen zonder armen en benen verder moeten. En waarheen? Israël drijft hen op als een troep ratten. Voedsel wordt almaar schaarser, het volk moet creperen. Ik zie cementwagens bij waterbronnen, die worden dichtgestort. Geen water meer te vinden. Alles is dorstig, stoffig en droog. Duizenden olijfbomen worden vernield. Alles wat er is wordt gewist. En daarna komen de bulldozers. Die egaliseren de brokstukken, zodat het lijkt alsof er nooit iets geweest is dan een kale vlakte.

Het verhaal daarachter is bekend. Het land is volgens de kolonisten altijd al bestemd voor het uitverkoren volk.”Het volk van God” keert terug. Er zullen nieuwe huizen worden gebouwd en de plaatsen die er ontstaan zullen Bijbelse namen krijgen, alsof ze er altijd al geweest zijn. Het is hun land, en van niemand anders. God heeft het hen beloofd, de westerse wereld heeft hen geholpen en terecht, vinden de kolonisten. Journalisten zijn bij tientallen vermoord om de waarheid uit te wissen. Het andere volk, dat er ook thuishoort moet tot zwijgen worden gebracht. De staat Israël probeert hun geschiedenis te wissen. Mijnheer de president, hoe kan je nog in de spiegel kijken als je je eigen geloof inzet voor zulk walgelijk eigenbelang? Er zijn mensen die nog steeds geloven dat Palestijnen terroristen zijn en dat Hamasstijders degenen zijn die schieten op hun eigen volk en voedsel achterhouden. Een verhaal dat niet is vol te houden. De waarheid is zo groot en gruwelijk, het zal helder en glashard aan het licht komen. Maar ik ben bang dat het dan te laat is. Het is al te laat, nu al. Duizenden zijn dood, het trauma is geschapen, de waterbronnen zijn dichtgegooid. Dit alles had niet mogen gebeuren, had niet getolereerd mogen worden door de internationale gemeenschap.

Ik ben tevreden met wat hier is. De argusvlinder die ik zag, het gezang van de krekels in de nacht. Boomkrekels zijn het, in bosjes die ik zelf heb geplant. Een geluid waar ik gelukkig van word. Alles groeit ontzettend goed. Het is er, allemaal. Maar heb verdriet om het leed dat wordt geleden. Tegelijkertijd heb ik een opgewekt en levenslustig hart. Ik zie dat terug bij anderen, ver weg. Kinderen en volwassenen, die nog altijd kunnen lachen, al is hun situatie nog zo beroerd. Ik gun hen een rijk leven op hun eigen grond. Dat hun kinderen in vrede mogen leven met ontspannen en blije gezichten. Dat de olijfbomen zullen worden terug geplant, en Israël wordt teruggefloten. Internationale steun die als een fakkel wordt aangestoken, het symbool voor een nieuw begin. Maar van Europa hoeven we niet veel te verwachten.

De kentering van licht naar donker

Elk jaar, als de maand september komt, heb ik een sombere avond. Eentje maar, en dan is het weer voorbij.

.

Auteursrechten Alowieke van Beusekom

Dit keer is er alleen geschreven tekst.

.

Het is niet vaak dat ik sombere gedachten heb. Het is maar één enkele avond en bijna altijd tegen de herfst, als de eerste bladeren vallen en de dagen korter worden. Het is wanneer ik al een hele zomer tuinonderhoud heb gepleegd en er nog steeds veel werk moet worden gedaan. En dan ook nog al die demonstraties waar we voor worden opgeroepen, tegen volkerenmoord, tegen boringen van Shell op de Waddenzee, en tegen het handelsverdrag Mercosur… Ik voel me verantwoordelijk. Maar in beweging komen gaat nu stroever. De vroege ochtend heeft de betovering van de lente verloren, en de vogels fluiten niet meer. De broedvogels vertrekken, de wintergasten zijn nog niet gearriveerd.  De magische herfstssluiers zijn er nog niet. En de bessen, pruimpjes en frambozen zijn allemaal geplukt, terwijl de appels nog niet rijp zijn. Donkere gedachten drijven als wolken mijn kop binnen. Iemand zegt dat de aarde ons er straks allemaal af-flikkert en dan zelf verder gaat. Ik denk daaraan als ik die avond in bed lig. Soms kan ik daar dankbaar voor zijn, dat alles uiteindelijk wel goed komt met onze planeet. Maar nu niet. Ja, we maken er een puinhoop van. En wat kan ik nou doen in mijn uppie, al leef ik nog zo eenvoudig en zorg ik goed voor mijn bomen. Misschien kan ik net zo goed ophouden met bestaan, als het dan toch die kant op gaat met ons. Gelukkig redt de slaap me uit mijn somberheid. Het universum van de droom brengt me zoals altijd tot mezelf. De herfst is in aantocht. Het is de herfst, de lucht vol schimmels en verrotting.

In huis is het ’s ochtends koud. Zoals gewoonlijk doe ik mijn oefeningen en maak ontbijt. Maar na de verwarmende pap weegt die sombere avond nog steeds in mijn ledematen en ik duik opnieuw onder de wol. Tot een uur of tien, half elf, dan komt de zon over de bomen heen en maakt de wereld lichter. Net als de natuur keer ik langzaam naar binnen, voel de stralen van de nazomerzon en doe wat nog gedaan moeten worden. Het maaien van het lange gras, distels trekken, riet weghalen. Overwoekerde paden maak ik zichtbaar aan het einde van het land. Zo kunnen we bewonderen wat er dit jaar is gaan groeien. Ik ontdek de zaailing van een lijsterbes met bessen er al aan. Sommige struiken hebben al gele bladeren. De overgang is duidelijk. Die ene avond gebeurt het. Als een zonnebloem die haar zwaar geworden kop omlaag knikt, voor ze haar zaad weggeeft. Als de kentering tussen vloed en eb, tussen de zonnetijd en de donkere dagen. Het is de wet van al wat leeft, waar ik nog altijd deel van uitmaak.

Eenvoudig leven in een Meth

Wonen in een Mobile Ecologic Tiny House

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

Ik heb een eigen huis. Al zien sommige mensen een huis anders voor zich, voor mij is het enorm bevredigend te wonen in mijn zelfgebouwde Meth. Een mobiel ecologisch tiny house, zo noem ik het. Ik ben vrij in eenvoud.

Als je een eigen huis hebt, ben je vrij en zelfstandig. Hoe groter hoe beter, vindt men. Dat is een goede investering voor de toekomst. Zo denkt men al jaren en de hele politiek, van links tot rechts speelt daarop in. Maar eigenlijk is het een ingewikkelde toestand en dat wordt alleen maar ingewikkelder. Er worden dure huizen bijgebouwd, want de grondprijzen stijgen flink. Alleen de mensen die dat kunnen betalen verhuizen naar hun nieuwe kasteel. Anderen kunnen doorstromen in de goedkopere woningen, die leeg achterblijven. Mensen in die grote dure huizen bemoeien zich nauwelijks nog met de buurt of met anderen die het minder treffen. Het is steeds meer ieder voor zich.

Deze week ontmoette ik Albert. Hij woont in een dorp in de buurt en stond hier op het veld van de camping, even weg van zijn gezin. Hij hoefde niet zo nodig ver weg, als hij maar lekker kon aanrommelen rond zijn tent. “Ik ben sociaal werker” zei hij. “Maar ik mis het werk met mijn handen. Ik droom ervan om, wanneer ik met pensioen ben, het kaatsveld te onderhouden.” Het is een eenvoudige echt Friese droom. Elk zichzelf respecterend Fries dorp heeft namelijk een kaatsveld en de oude traditionele sport wordt nog steeds fanatiek beoefend. Het is een van de dingen die de gemeenschap nog altijd samenbindt. “Ik zou het heel mooi maken, zoals het nu ook is, strakke randjes met bloemen eromheen.” zegt Albert stralend en dan denkt hij even na. “Maar als ik in een groot huis terecht kom, dan denk ik niet dat ik daar tijd voor heb.” Ik raad hem serieus aan dan geen groot huis te kopen. Ik hoop echt dat hij het gaat doen, met dat kaatsveld. De plek waar het hele dorp samenkomt.

Maar hoe kom je aan een huis? Het mooiste is als je zelf je huis kan bouwen, samen met de buren op een plek waar je je thuis voelt. Een huis dat even groot is als alle andere van het dorp, zodat iedereen gelijk is. Zo was het vroeger, op vele plekken in de wereld. Op sommige plaatsen is dat nu nog zo. Het is fijn om iets zelf te bouwen. Ik snap Albert wel, dat hij het mist, het werk met de handen. Ik ontwierp en bouwde mijn eigen huis, het brein en de handen werkten samen. Nu is het een plek die helemaal op mij is afgestemd. Ik noem het een Meth, een Mobile Ecologic Tiny House.

Het is ecologisch omdat het gebouwd is van zoveel mogelijk ecologische materialen. Maar ook ben ik deel van de natuur om me heen, met ogen, oren en handen. Ik plant bomen en werk aan de biodiversiteit, vier jaar nu, op deze boerderij. Ik sta er ingeschreven en de gemeente weet ervan. Zolang ik hier werk heb blijf ik.

De manier hoe er tegen woningen en woningbouw wordt aangekeken, loopt dood. De twintigers van nu ervaren dat aan den lijve en zoeken naar oplossingen. Een klein mobiel huis is ook zo’n oplossing. Ik denk dat we creatieve wegen op moeten zoeken, met eenvoudige haalbare doelen. Er zal niet altijd iemand zijn die ons de weg wijst. Een nieuw avontuur ligt voor ons.

Ontmoetingen met kinderen

Nog nooit hield ik zo vrijmoedig, zonder aarzeling een kind vast. Sommige ouders staan daarvoor open, anderen reageren geërgerd, alsof het kind hun eigendom is.

.

Tekening: Alowieke

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan

.

De Waddenzee glinstert in de zon. Ik ben op weg naar huis, na een paar dagen Schiermonnikoog. Boven ons, in de stuurhut, manoeuvreren de veerlui het schip nauwkeurig door de vaargeul. Het water staat laag. In de luwte van de hoge stalen wand is het goed toeven. Ik hang als een baliekluiver over de reling, naast een deur zonder raampje die op slot zit. Ik denk dat het naar de machinekamer leidt. Er staat een blonde jongen naast me van een jaar of acht. Net als ik probeerde hij of de deur open kon. Nu hangen we allebei over de reling naar beneden te kijken. Hij staat vlak naast me, alsof hij familie is. Maar ik ken hem niet, hij is een medepassagier zoals vele op dit schip. Maar er is niemand die net als hij en ik over de reling hangt, en naar beneden kijkt en naar de zee. We zijn de enigen. Ik kijk naar de zandbanken, die afsteken in het water door hun lichte kleur. Het loopt over in donkerder en dieper water en dan komen de boeien. Een voor een komen ze langs. Als je op een andere manier kijkt is het net alsof de boeien bewegen, en wij stilstaan. Groen rechts, rood links. Stuurboord en bakboord.

De blonde jongen heeft halflang, glanzend sluik haar, dat nu half in zijn gezicht hangt. Zijn ouders zitten achter ons op de bank. Hij kijkt lang naar beneden, naar het schip misschien, of naar het schuim van de golven. Als meisje stond ik net zo. En keek langdurig naar dat schuim en de krachtige beweging van het water. Maar een jongen kijkt vast eerder naar het schip zelf en denkt aan techniek. Zal ik het vragen? Zal ik vragen of hij de zandbanken ziet, of het smalle gangboord recht beneden ons? Voor ik besloten heb iets te zeggen, gaat de veerboot draaien. Nu we uit de beschutting zijn, waait er een fikste wind. De jongen loopt naar zijn ouders toe, die nog steeds op de bank zitten. Daar is het beter. Ik hoor dat ze engels met elkaar praten. Even verderop komt er opnieuw een bocht, ons plekje is weer windvrij en de jongen komt weer terug, nu nog dichterbij. Nou ga ik toch echt wat zeggen. “Did you see you can walk there?” Ik wijs naar beneden, waar het supersmalle gangboord loopt. “There is an iron rope to hold on to.” Hij knikt. “Yes I saw it” Ik kijk hem terloops aan. “I don’t think it’s allowed, to walk there.” Hij knikt serieus. “I think it is for the building of the ship”. Ik vul hem aan “Or for the painters”. Dat denkt hij ook.

Zijn ouders staan op. We zijn er bijna. “We are going back to New York” zegt zijn moeder en ze glimlacht naar me. Even later kijk ik ze na.

Een week later heb ik opnieuw een ontmoeting. Ik ben op een feest en de zon schijnt vrolijk. Het terrein rond de boerderij is groot en er zijn veel gasten. Ik loop op een kortgemaaid pad van gras. Verderop lopen ouders met hun kinderen, het zijn twee kleine meisjes. Ik ken ze niet. De ene is nog heel klein, ze kan waarschijnlijk nog maar een aantal weken lopen. Dan zie ik dat het kleintje struikelt en valt. Haar gezicht betrekt en zonder aarzelen laat ik me ook vallen, overdreven als een clown, op mijn rug met mijn benen in de lucht. Dan rol ik weer op mijn kont, en spreid mijn armen wijd. Zomaar, spontaan en zonder nadenken. Op een holletje komt ze naar me toe, en ineens heb ik een wildvreemd kind in mijn handen en in een beweging til ik haar de lucht in. Haar val van zojuist is helemaal vergeten en ze lacht stralend. Maar dan komt de moeder naar me toe. Ze kijkt gepikeerd. Ik ga staan en trek mijn hemd recht. “Dat was een cadeautje,” zeg ik, ineens verlegen. “….dat ik zomaar jouw kind vasthoud.” Het helpt niet. Het is een raar moment. Ze knikt kort, maar blijft wantrouwig op afstand. Dan neemt ze haar kind bij zich en loopt verder.
Het is bijna te gek voor woorden, maar hoewel ik een keigoede klik met kinderen heb, was het geloof ik de eerste keer dat dit op die manier gebeurde. In mijn leven heeft ouderdom, afscheid en dood een grote rol gespeeld. Nieuw leven en spel ontstond daarna, door mijn eigen handen en de creatieve vonk, die me overal doorheen trok. Het kind in mijzelf bevrijdt me van melancholie en zwaarmoedigheid. Maar nooit hield ik zo vrijmoedig een kind vast, zonder aarzeling. Kinderen voelen het, als een volwassene eerlijk en oorspronkelijk is. Sommige moeders zullen erom glimlachen, of schaterlachen, anderen vinden het gek en moeten er niks van hebben. Het is hun kind, niet dat van mij. Al te vrijmoedige acties worden dus niet gewaardeerd en dat leren ze hun kinderen ook. Maar voor mij waren het twee bijzondere ontmoetingen en ik hoop echt dat er meer vaders en moeders zijn, die daarvoor openstaan. Minder wantrouwen, meer samenleven. Het begint al jong. De wereld zou er een stuk leuker van worden.

.

.

Grote strandschoonmaak op Schier

Stichting De Noordzee organiseerde een reeks schoonmaakacties en dit keer ging ik mee. Met een grote groep struinden we het verlaten strand af, in weer en wind.

.

Liever luisteren? Klik op de knop onderaan de tekst.

.

Op de boot naar Schiermonnikoog wacht ik op vertrek. Links is water en lucht, rechts loopt de dijk. De zee en de wolken zijn altijd anders. Het is de speling van het licht, die de kleur van het water verandert. Het is de zon die glinsterende rimpels maakt in het oppervlak. De luchten zijn weids en indrukwekkend, het water is groenblauw. Er drijft een dikke wolk voor de zon en eensklaps is de glinstering weg, blauw wordt geelgroen. Meeuwen scheren en schreeuwen over het water. In de verte langs de oever duikt een aalscholver onder, op jacht naar vis.

Maar het gaat slecht met de vis en de zee. Grote vissen zijn verdwenen en kleintjes zijn er ook steeds minder. Er wordt overal ter wereld gevist, bijna geen plek wordt met rust gelaten. Overmaat schaadt en doet veel kwaad. Slordigheid en nonchalance ook. Zeehonden worden gevonden met hun kop verstrikt in netten, zeevogels met doppen in hun maag. Ronddrijvende zooi doet het zeeleven geen goed. Zeventig jaar geleden was het nog heel anders. Eigenlijk is dat best kort geleden. Maar nu is het zo, en dan kan je er maar beter het beste van maken, vind ik. Daarom gaf ik me op voor de grote schoonmaak op Schiermonnikoog.

Stichting De Noordzee organiseert het nu twaalf jaar: De Beach Clean Ups tour. De groep verzamelt zich op een terras bovenop de duin en na de thee gaan we los. Het is heerlijk om met gelijkgezinden het strand af te struinen als een troep strandvogels. Trots steekt iemand een groot stuk touw in de lucht of een deel van een net. Reuze interessant is het, om aan kleine draadjes te trekken die uit een bult steken. Onder het zand blijkt dan een hele kluwen verborgen te zijn, als je het treft. Ik schep er een kinderlijk genoegen in.
Tussen de bedrijven door leren we ook nog wat. Al een paar keer heb ik wat groen, uit elkaar gevallen plastic opgeraapt. En nu een hele bos. Wat een hoop, denk ik, en wil het in de plastic zak stoppen. Maar dan komt er een jonge vrouw aan. Ze stelt zich voor als Nina. “Dat is geen plastic” zegt ze. “Het is zeesla!” Oude zeesla wordt transparant, vertelt ze. Je kunt het duidelijk herkennen. Er zitten groene stukjes aan en er zitten gaatjes in. Het scheurt makkelijker uit elkaar. Plastic voelt ook stugger aan. Nina is mariene ecoloog en ze vertelt ons veel.
We lopen verder, vinden een bezem, een pen, stukken van een groene eierdoos en een heleboel gestolde paraffine. Paraffine wordt vervoerd als droge of natte bulk over zee. Na het lossen van een lading paraffine in de haven, blijven er altijd restjes achter in de opslagtanks van het schip. De opslagtanks worden daar schoongemaakt voor het laden van de volgende vracht. Voor het gemak worden de resten paraffine soms rechtstreeks van schepen geloosd in zee, en niet afgeleverd in de haven. Dat is niet alleen vervuilend, het zou anders mooi gerecycled kunnen worden of verbrand, waarbij bruikbare energie vrijkomt. Zonde dus.

Soms ligt het in dunne plakjes op het zand, dan weer in klonten met veel merkwaardige uitstulpingen. Er zijn jutters die zich daar speciaal op richten. Ik niet. Ik kijk naar andere dingen. Zo heeft iedereen een andere focus. Eigenlijk moeten we op peuken letten, maar die zijn hier niet op dit afgelegen stuk strand. Turend struinen we verder, Dan heb ik weer iets raadselachtigs beet, wat ik vaker heb gezien. Een plak, zanderig van buiten, zwart van binnen. Ik voel eraan. Ik denk dat het zwarte binnenste van klei is, zo stijf is het. De mariene-ecoloog komt weer naast me lopen. “Dat is zwarte zeeklei” zegt ze. “Er zit veel organisch materiaal in. Vroeger was de Waddenzee moerasland, en ook delen van de Noordzee. Je kan hier ook stukken losgeraakt veen vinden. Of hele oude botten van landdieren die hier toen leefden.” Terwijl ze het zegt, herinner ik het me het verhaal, dat ik daarover las. Doggerland! Als het op aarde kouder werd groeiden de ijskappen op de Noordpool en stond de Noordzee droog. Dat gebeurde meerdere malen. Er zijn resten van nederzettingen gevonden van wel een miljoen jaar oud. Er leefden hier mensen in de toendra’s, lang geleden. Er was water in de rivieren die er doorheen stroomden. Als de wind uit het noorden kwam, dan waaide het fijne witte zand vanuit Scandinavië helemaal naar hier. Schiermonnikoog bestaat dus uit zand van Scandinavië. Het is een mooi strand waar we lopen, veel witter dan aan de westkust. Je ziet hoe makkelijk het wegwaait, dat fijne zand in de wind, vlak over de grond, als een rivier gaat het. Of als sluierwolken in een film, die je versneld afspeelt. In de ijstijd was de hele vlakte één grote zanderige wind. Ik staar naar de horizon en stel het me voor.

.

.


Verschillende ijstijden volgden elkaar op. Ook met de laatste ijstijd kon je hier zo naar Engeland lopen. Toen het water weer steeg kwamen de moerassen met al hun plantengroei. Het werd steeds warmer en het water steeg verder. Engeland kwam los van het vasteland en de Noordzee kreeg steeds meer de vorm die ze nu heeft. Maar de zwarte zeeklei bleef,  als stille vertegenwoordiger van oude tijden. Het ligt als daar als deel van de bodem en bij graafwerkzaamheden komen er stukken los. Die zwarte plak is dus niet zomaar rotzooi, het vertelt een verhaal van duizenden jaren geleden! Het blijft indrukwekkend. Daarom houd ik van de aarde, om al die verhalen die ze met zich mee draagt. Daarom is dit zo leuk.

We lopen een fiks eind en hoewel het steeds vrij zonnig was, dreigt er nu een donkere regenwolk. Vanuit het niets steekt een koude rukwind op. Niemand maalt er om. Bewonderend kijken we naar de ruige zee en laat de wind maar waaien. De lunch eten we op achter de trekker. De kar erachter begint al aardig vol te raken. De laatste jutter arriveert en gooit er een groot stuk plastic in. In de luwte van de trekker eten we ons brood, iedereen op zijn kont in het zand. Dan struinen we weer het hele eind terug. Niemand haakt af, en wanneer de tocht is afgerond stralen we met rode blossen op de wangen. Er zijn er veel die elk jaar terugkomen. Ik geloof dat ik dat ook maar doe.

.

Klik hier om te luisteren naar het verhaal.

.

.

Het roert zich rond de lege pannen

Ik was bij de demonstratie voor Gaza in Leeuwarden.

.

.

Ze zit op de stenen rand die het grasveld afbakent, voor het station van Leeuwarden. Bij de twee grote witte kinderhoofden is het druk. Dit is het beginpunt van de demonstratie voor Gaza. Ik ken haar wel, Ina is er bij elke demonstratie. Ik zie haar, maar groet niet, want ik ben geconcentreerd op de pan in mijn handen. “Neem lege pannen mee,” stond aangekondigd. Lege pannen voor Gaza, waar schonkige vaders voor hun hongerige kinderen het leven wagen, alleen maar om voedsel te bemachtigen. Waar tientallen vrachtwagens vol voedsel van hardwerkende hulporganisaties geen toegang krijgen. Waar mensen worden doodgeschoten als ze een zak meel proberen te bemachtigen op de locaties die daarvoor bedoeld zijn. En dit wordt nog steeds getolereerd door de huidige politiek. Daarom zit zij daar, tussen vele anderen, Ina. Heeft zij ook een lege pan? Ik zie niets. Weinig pannen zie ik. Of ja toch, hier en daar zie ik er eentje uitsteken in een tas, met een pollepel erbij. Een pan als slaginstrument. Samen herrie maken voor Gaza. Een demonstratie is ook een moment om moed te verzamelen, energie op te trommelen, gelijkgestemden te ontmoeten. Ik loop van de ene kant naar de andere. Ik kijk naar het voorbijgaande verkeer en laat uitdrukkingsloos mijn lege pan zien. Ik heb geen pollepel mee. Mijn pan is gewoon leeg. Ik weet niet of ze het snappen, de automobilisten als er geen spandoek naast staat. Uiteindelijk loop ik naar Ina toe. Ze kijkt verrast als ze me ziet. “Hoe is het? Met mij niet zo best. Ik denk heel veel aan Gaza. Elke dag. Ik word er neerslachtig van,” zegt ze. “Maar ik heb een vlag opgehangen van Palestina, aan mijn voorgevel.” Ik begrijp het: “Dan laat je nog steeds zien waar je voor staat, terwijl je ondertussen ook aan andere dingen kan denken.” Ze knikt. Ik kijk even stil voor me uit en zeg dan dat ik weer verder ga. Ik wil verder niet meer praten en ook geen lawaai maken. Dat doen de anderen al. Bij mij zal de stilte spreken, stilte tussen de vele stemmen. De lege pan in mijn hand moet het vertellen.
We vertrekken. Langzaam stappen we voort, ik loop naast een spandoek over de uithongering. De voorspreker roept door de megafoon. “Dertigduizend kinderen dood! Israël pleegt kindermoord! Nederland financiert!” Bij elke stap dringt het dieper door. Ze hebben dit goed voorbereid. Ik zie hoe anderen blij worden, dat ze niet alleen staan met hun verdriet en afkeer over de huidige koers. Ze trommelen er flink op los, met hun pollepels en deksels. Maar de woorden hameren er bij mij hard in, versterkt door de stille zwijgende houding waar ik voor koos. Ik vang de zinnen in mijn lege pan, die zwaarder wordt. Een fotograaf ziet het. Hij kijkt naar mijn gezicht, hurkt op zijn knieën en maakt een foto.

We lopen de hele binnenstad door, en als we in het park zijn lopen we rond de vijver bij de Prinsentuin. Hier zie ik pas goed hoe lang de stoet is, ik zie het einde niet eens. Het lijkt wel of er onderweg steeds meer mensen bijgekomen zijn. De tocht leidt ondertussen terug naar de binnenstad. Ik kijk naar anderen die aan de kant staan, ze stoppen en kijken, eerst verkennend naar de reden, dan verschijnt er een nadenkende blik. Soms is er een glimp van respect of een glimlach. Er zijn er ook die keihard doorlopen, tegen je aanstoten in het voorbijgaan, alsof ze kwaad zijn dat er alweer een demonstratie de weg blokkeert. Een keurig opgemaakte Indische dame haalt minzaam haar wenkbrauwen op, wanneer ze het lawaaierige zootje passeert. Maar die reactie is veruit in de minderheid. Meer dan tachtig procent van de bevolking is het ermee eens, weten we inmiddels. De moordpartij in Gaza moet stoppen.

Over de hele wereld groeit de verontwaardiging. Dit is de herhaling van WO2. En de politiek gedraagt zich lomp en onverschillig. Onverdraaglijk is dat.
Maar terwijl ik door de stad loop zie ik ook iets heel anders. Iets kleins wat me verheugt. Er is niemand die er op let. Maar ik zie het in de perken, tussen de velden klaver bij het station, en tussen de huizen. Bloemen zie ik met rondzoemende hommels, steeds meer bloemen en steeds meer hommels. Zoemende bloemen laten bij mij iets trillen. Het geluk dat ik hierdoor oogst, zet ik in voor hen, die op plekken leven zonder bloemen, zonder hommels. Ik begrijp nu dat dit het is, waardoor ik door kan gaan. Het gezoem is een energiebron die nooit stopt. Leven maakt licht en alleen een vrolijk hart brengt genezing. Waar las ik dat ook alweer? We lopen langs de gracht, waar net een rondvaartboot voorbijgaat. De gids stopt met spreken en kijkt omhoog. We komen bij de Waag. De demonstratie is ten einde. Iedereen gaat in een kring om de spreker staan, behalve ik. Ik sta nog steeds met mijn gezicht naar buiten gekeerd, naar de anderen. Mensen wandelen door, zoeken vertier bij terrasjes en winkels. Doodstil sta ik, met in mijn handen de lege pan. In Gaza is een holocaust aan de gang. Hier sta ik en ik kan niet anders.

Een eind verderop zit een man op een bankje, een man met een baard. Hij kijkt terug. Minutenlang.

.

.

Alles wat er is, is mij dierbaar

.

.

Soms zijn er van die nachten. Je bent klaarwakker en vraagt je af wat je doet, hier in je nest. Zo verging het mij vannacht in mijn hangmat en ik draaide me keer op keer om tot alle dekens en schapevachten in hobbels en bobbels door elkaar lagen. Ik legde alles weer recht. Uiteindelijk vond ik rust en sliep ik in.

De volgende ochtend hoor ik mussen tjilpen. Is het al zo laat? Voedertijd! De klok wijst kwart over acht. Ik heb een gat in de dag geslapen. Ik laat me zakken uit de hangmat, nog wat wankel op mijn benen van de slaap. Dan klauter ik het bordes af om de vogels te voeren op de hoge voedertafel en hun water te verversen. Zelfs slaapwandelend kan ik dit nog doen, zo hoort het bij mijn dagelijkse routine. Ik ben toch nog helemaal niet wakker. Wazig loop ik naar de kas en ga stil op een van de twee luie stoelen zitten. Ik kijk naar de wereld buiten de deur. Het is alsof er over de bomen en het gras een sluier ligt. Het is er en toch ook weer niet, want ik ben er nog niet. Ik ben er wel, maar het zit nog binnenin. Daar voel ik het heel duidelijk, als een warme tevreden gloed in mijn borst. Ik doe mijn ogen niet dicht. Vanuit mijn ochtendsluier zie ik iets bewegen. Het is de winterkoning. Hij hipt de drempel over en zoekt tussen de potten en planten naar beestjes. Dat heeft hij duidelijk eerder gedaan. Wat een zorgvuldigheid! Hij kijkt alles wel twee keer na. Dan vindt hij de weg weer naar buiten, alles zonder mij te hebben opgemerkt.

Ik wil ook naar buiten. Op blote voeten loop ik naar het Verhalenpad. Daar aangekomen zie ik dat het pad zich nu definitief heeft verlegd. Van de week kon je er nog wel een beetje door, tussen de kattenstaarten. Maar vandaag heeft de paarsbloeiende weelde alles in beslag genomen. Ik knip het zijpad vrij, zodat er zich een nieuwe route vormt. Die loopt omhoog, de bult op, langs de berken, de jonge wilgenstruiken en de kruisbes. Ik heb een kommetje meegenomen voor het ontbijt om ze te plukken. Er zijn veel bessen naast gevallen en een kleine wesp gaat er verkennend overheen. Ik pluk tot er geen eentje meer aan zit. Dan richt ik me op en kijk vanaf mijn koninklijke plekje over het ontwakende veld. Nog steeds dromerig, maar toch zie ik alles wat beweegt. Een kiekendief komt langs zweven. En ik ben hier en kijk. Alles wat er is, is mij dierbaar.

Soms zijn er van die nachten. Je bent klaarwakker en vraagt je af wat je doet, hier in je nest. Zo verging het mij vannacht in mijn hangmat en ik draaide me keer op keer om tot alle dekens en schapenvachten in hobbels en bobbels door elkaar lagen. Ik legde het weer recht, vond eindelijk vond ik rust en sliep in.

De volgende ochtend hoor ik mussen tjilpen. Is het al zo laat? Voedertijd! De klok wijst kwart over acht. Ik heb een gat in de dag geslapen. Ik laat me zakken uit de hangmat, nog wat wankel op mijn benen van de slaap. Dan klauter ik het bordes af om de vogels te voeren op de hoge voedertafel en hun water te verversen. Zelfs slaapwandelend kan ik dit nog doen, zo hoort het bij mijn dagelijkse routine. Ik ben toch nog helemaal niet wakker. Wazig loop ik naar de kas en ga stil op een van de twee luie stoelen zitten. Ik kijk naar de wereld buiten de deur. Het is alsof er over de bomen en het gras een slaperige sluier ligt. Het is er en toch ook weer niet, want ik ben er nog niet. Ik ben er wel, maar het zit nog binnenin. Daar voel ik het heel duidelijk, mezelf als een warme tevreden gloed in mijn borst. Ik doe mijn ogen niet dicht. Vanuit mijn ochtendsluier zie ik iets bewegen. Het is de winterkoning. Hij hipt de drempel over en zoekt tussen de potten en planten naar beestjes. Dat heeft hij duidelijk eerder gedaan. Wat een zorgvuldigheid! Hij kijkt alles wel twee keer na. Dan vindt hij de weg weer naar buiten, zonder mij te hebben opgemerkt.

Ik wil ook naar buiten. Op blote voeten loop ik naar het Verhalenpad. Daar aangekomen zie ik dat het pad zich nu definitief heeft verlegd. Van de week kon je er nog wel een beetje door, tussen de kattenstaarten. Maar vandaag heeft de paarsbloeiende weelde alles in beslag genomen. Ik knip het zijpad vrij, zodat er zich een nieuwe route vormt. Die loopt omhoog, de bult op, langs de berken, de jonge wilgenstruiken en de kruisbes. Ik heb een kommetje meegenomen voor het ontbijt om ze te plukken. Er zijn veel bessen naast gevallen en een kleine wesp gaat er verkennend overheen. Ik pluk tot er geen eentje meer aan zit. Dan richt ik me op en kijk vanaf mijn koninklijke plekje over het ontwakende veld. Nog steeds dromerig, maar toch zie ik alles wat beweegt. Een kiekendief komt langs zweven. En ik ben hier en kijk. Alles wat er is, is mij dierbaar.

.

Een diepreinigende kringloop

Hoopvolle gedachten over water op planeet Aarde, naar aanleiding van nieuwste wetenschappelijke inzichten. (2014)

Werk van Alowieke

.

Vandaag geen luisterversie.

.

Er was een dag dat mijn ogen wijd opengingen. Dat was toen ik leerde over de planeet waarop wij wonen. Mijn aardrijkskundeleraar was blij verrast met mijn fascinatie voor fysische geografie. “Daar moet je fantasie voor hebben”  zei hij. “Om het voor je te zien.” Later ben ik wel eens uitgelachen om mijn grote fantasie, maar ik denk dat het een zegen is, die hoop en uitzicht kan bieden. Zeker wanneer je het kan gronden.

Dit is een verrassend verhaal dat diep en ver gaat. Hoe gaat het verder met de aarde? Dat vraag ik mij soms af, wanneer  ik alleen ben. Vooral het water.  Er zitten stoffen in die daar niet horen,  stoffen die nooit verdwijnen, zeggen ze. Nooit? Hoe lang is nooit? Een nieuw wetenschappelijk inzicht  bracht me  op een hoopgevende gedachte:.

Ik lees dat er zich 600 km onder de aarde  zeer waarschijnlijk  een Oceaan van water bevindt. Het kristal ringwoodiet, gevonden in Brazilië,  is vanuit vulkanisch gebied omhooggekomen en gevonden in een diamant. Het kristal is prachtig blauw, bindt zuurstof en waterstofmoleculen in grote mate. Het is daar diep in de aarde actief. Het  water wordt vervolgens van diep weg omhooggepompt en zo is het dan gekomen, volgens dit nieuwe inzicht. . Daardoor wonen wij op een zo bijzondere  blauwe planeet.

De kringloop van water zou in dat geval veel dieper gaan en veel langer duren dan we dachten. Dat moeten wel miljarden jaren zijn. Op die manier zouden dus ook de vervuilingen van onze tijd langzaam maar zeker diep in het binnenste van de aarde kunnen verdwijnen.   Ringwoodiet bindt geen chemicaliën.  Pfas en pesticiden zouden daar dan achterblijven. Opvallend genoeg is het feit dat het enige Pfassvrije bronwater wat te koop is, afkomstig is van een vulkaan op Hawai. Als je ergens mee bezig bent lijken zulke feiten naar je toe te stromen als een rivier.

Kristallen diep in de aarde. Wat is dat voor indrukwekkende kringloop?

.

https://www.zmescience.com/science/news-science/earth-water-mantle-ringwoodite-13012014/

.

.